3 Bij toepassing van dit stappenplan neemt de Inspectie JenV de bij wet vastgestelde
boetemaxima, de toepasselijke bepalingen van (hoofdstuk 5 van) de Awb en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht.
Stap 1: Basisbedrag
De Inspectie JenV stelt allereerst per overtreding het toepasselijke basisbedrag voor
de boete vast op basis van artikel 3 (overtreden artikel en boetecategorie). Dit basisbedrag wordt vervolgens als uitgangspunt
genomen voor de stappen 2 tot en met 6. In de stappen 2 tot en met 6 kan het basisbedrag
per overtreding worden verhoogd (tot ten hoogste het maximum van de boetebandbreedte)
of verlaagd (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte), afhankelijk van de
mate waarin boeteverlagende of boeteverhogende omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Om deze boeteverlagende en/of boeteverhogende omstandigheden te kunnen toepassen,
wordt als basisbedrag altijd de helft van de maximum boetebandbreedte (boetemaximum)
genomen. Deze werkwijze maakt maatmerk mogelijk.
|
Categorie
|
Overtreding
|
Boetebandbreedte
|
Basisbedrag1
|
Boetemaximum2
|
|
Categorie I
|
Artikel 11 van de Wki
(naamgebruik en contactgegevens)
|
€ 3,– t/m € 515,–
|
€ 258,–
|
€ 515,–
|
|
Categorie II
|
Artikel 12 van de Wki (personeel)
Artikel 5:20 van de Awb (medewerkingsplicht)
|
€ 3,– t/m € 5.150,–
|
€ 2.575,–
|
€ 5.150,–
|
|
Categorie III
|
Artikel 13 van de Wki (kwaliteitseisen)
|
€ 3,– t/m € 10.300,–
|
€ 5.150,–
|
€ 10.300,–
|
|
Categorie IV
|
Verhogingsregeling
|
€ 3,– t/m € 25.750,–
|
€ 12.875,–
|
€ 25.750,–
|
1Voor de wijze van afronding zie artikel 5 van de beleidsregel.
2Per overtreding.
Stap 2: Ernst en/of duur
-
a. In het basisbedrag ligt reeds een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten.
De Inspectie JenV verlaagt of verhoogt het boetebedrag per overtreding met 15%, indien
de ernst en/of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
-
b. Bij de toepassing van deze stap houdt de Inspectie JenV, voor zover van toepassing
en van belang, onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in
onderlinge samenhang bezien:
-
• de omvang van de overtreding (waarbij het bijvoorbeeld gaat om het aantal betrokken
schuldenaren, het aantal dossiers of het al dan niet structurele karakter van een
overtreding);
-
• de omvang van de schade;
-
• de duur van de overtreding;
-
• de maatschappelijke impact van de overtreding (zoals geschaad vertrouwen in de markt);
-
• de mogelijke economische impact van de overtreding op de markt (zoals verstoring van
het gelijke speelveld).
Stap 3: Mate van verwijtbaarheid
-
a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de overtreder
besloten. De Inspectie JenV verlaagt of verhoogt het boetebedrag zoals vastgesteld
na stap 2 per overtreding met maximaal 15%, indien de verwijtbaarheid van de overtreder
een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
-
b. Voor zover van toepassing en van belang, houdt de Inspectie JenV bij de toepassing
van deze stap onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge
samenhang bezien:
-
• de overtreder wordt geacht bekend te zijn met de voor hem geldende (wettelijke) eis;
-
• de mate waarin de overtreding voortvloeit uit of inherent is aan een vaste werkwijze
of het bedrijfsmodel van de overtreder en/of de mate waarin de (bedrijfs)cultuur heeft
bijgedragen aan de overtreding;
-
• de mate waarin de overtreding willens en wetens is begaan (voorbeeldvragen: heeft
de overtreding zich voorgedaan ondanks serieuze inspanningen om deze te voorkomen,
is bewust het risico genomen dat de overtreding zich zou voordoen?);
-
• de belemmering van een toezichthouder in de uitoefening van zijn taak;7
-
• de professionaliteit van de overtreder ten aanzien van de geschonden wettelijke vereisten
(waarbij het bijvoorbeeld gaat om een grote, gevestigde ondernemer of een relatief
kleine, net gestarte onderneming);
-
• de mate waarin de overtreder uit financieel-economische motieven heeft gehandeld en
andere door hem te respecteren belangen daaraan ondergeschikt heeft gemaakt.
Stap 4: Overige omstandigheden
De Inspectie JenV kan het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag
per overtreding verlagen op grond van onderstaande bijzondere omstandigheden, al dan
niet in onderlinge samenhang bezien. De Inspectie JenV past deze stap toe met een
maximum van 15%.
Opstelling overtreder
De Inspectie JenV kan rekening houden met de opstelling van de overtreder met betrekking
tot de medewerking aan het onderzoek. De Inspectie JenV kan daarbij onder meer de
volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien, betrekken, waarbij
het voor de Inspectie JenV van belang is dat het gaat om verregaande vormen van medewerking
in de periode tot het vaststellen van het rapport:
-
• de overtreder heeft, voordat hij bekend was met het onderzoek van de Inspectie JenV,
concrete en specifieke maatregelen getroffen ter beëindiging van de overtreding;
-
• de overtreder heeft uit eigen beweging en zo spoedig mogelijk nadat hij van de overtreding
kennisnam, concrete, specifieke en effectieve maatregelen getroffen om de overtreding
te beëindigen en herhaling van de overtreding te voorkomen;
-
• de overtreder heeft volledig, onafhankelijk en adequaat onderzoek verricht of laten
verrichten naar de overtreding en heeft de uitkomsten daarvan op eigen initiatief
met de Inspectie JenV gedeeld;
-
• de overtreder heeft uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade
is berokkend, schadeloos gesteld.
Andere bijzondere omstandigheden
Daarnaast kunnen bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die in het voorgaande
niet zijn betrokken, maar die in het kader van de evenredigheid voor het bepalen van
de hoogte van de boete wel relevant (kunnen) zijn. De Inspectie JenV zal deze omstandigheden
per specifiek geval bezien.
Stap 5: Recidive
Indien sprake is van recidive van een overtreding, hanteert de Inspectie JenV in beginsel
een verhoging van 25% van het voor die overtreding door middel van voorgaande stappen
vastgestelde boetebedrag, mits het wettelijk vastgestelde boetemaximum niet wordt
overschreden. Bij overschrijding stelt de Inspectie JenV de boete op het boetemaximum
vast.
Stap 6: Financiële draagkracht
-
a. Bij het vaststellen van de boete houdt de Inspectie JenV zo nodig rekening met de
financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. De Inspectie JenV biedt de
overtreder de mogelijkheid via een formulier zijn financiële draagkracht te onderbouwen.
Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 6 berekende boetebedrag
de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat de Inspectie JenV in beginsel tot
matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan de Inspectie
JenV rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende
draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn verwachte positieve financiële
resultaten van de overtreder.
-
b. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat de Inspectie JenV de boete niet
verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht wordt te
kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling bij het Centraal
Justitieel Incassobureau.