Beleidsregels Scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2026

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 20-01-2026 t/m heden.

Artikel 1. Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • Arbeidsmarktrelevant: De scholing draagt bij aan de invulling van de vraag naar arbeidskrachten op de arbeidsmarkt in loondienst of voorziet in het verwerven van een inkomen als zelfstandig ondernemer.

  • Bemiddelingsberoep of functie: het kansrijke beroep of functie waarnaar de cliënt bemiddeld wordt en dat past bij de vaardigheden en kwaliteiten van de cliënt.

  • CREBO: Centraal register Beroepsopleidingen; in dit register staan de door Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) erkende Mbo-opleidingen.

  • Certificaat of Diploma: Een bewijs waaruit blijkt dat de scholing:

    • Of is erkend door de Minister van OCW (CREBO, CROHO), afgegeven door een organisatie dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt dan wel verband houdt met onderdelen van een door de Minister van OCW vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;

    • Of is afgegeven door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF betreffende een ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NLQF-register;

    • Of is afgegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of een examenaanbieder die is opgenomen in het CRKBO-register of een vergelijkbaar keurmerk;

    • Of is erkend door een landelijke branchesector, dan wel verband houdt met branchestandaarden of branchekwalificaties die worden gebruikt binnen sectoren en branches om de eisen die aan vakbekwame medewerkers worden gesteld aan te geven.

    Uit dit bewijs blijkt dat een cliënt met goed gevolg heeft deelgenomen aan de scholing.

  • Cliënt: Een persoon aan wie een uitkering op grond van de WAO, WAZ, Wajong, Wet WIA, IOW, ZW en/of WW wordt verstrekt én voor wie UWV re-integratieverantwoordelijke is op grond van artikel 30a Wet Suwi. Niet als cliënt wordt aangemerkt de uitkeringsgerechtigde op grond van Hoofdstuk IV van de WW en de uitkeringsgerechtigde op grond van artikel 18 van de WW.

  • CROHO: Centraal register opleidingen Hoger Onderwijs; in dit register staan de door Minister van OCW erkende Hbo- en universitaire opleidingen.

  • Dienstbetrekking: Een arbeidsverhouding waarbij sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek of die op grond van artikel 4 of 5 ZW/WW voor de verzekering voor de werknemersverzekeringen daarmee wordt gelijkgesteld.

  • Docent: een persoon die verantwoordelijk is voor het overdragen van kennis en (praktische) vaardigheden. Deze persoon voldoet aan de kwalificaties om als zodanig op te treden.

  • Hbo-instelling: een instelling dat Hoger beroepsonderwijs verzorgt.

  • Kansrijk beroep of functie: Een beroep of functie waarvan UWV heeft geoordeeld dat er voldoende tot goede kansen op werk zijn in het betreffende beroep/functie.

  • Mbo-instelling: een instelling dat Middelbaar beroepsonderwijs verzorgt.

  • Meerjarige scholing:

    • een scholing die een nominale studieduur van meer dan 12 maanden kent, én

    • waarbij er sprake is van verschillende – afzonderlijke – opleidingsjaren. Eerst dient een opleidingsjaar succesvol doorlopen te worden om in een volgend opleidingsjaar te kunnen instromen.

  • Nationaal Coördinatiepunt NLQF: de organisatie die zorgt voor invoering van het Nederlands Kwalificatieraamwerk NLQF. Het NLQF beschrijft de acht niveaus van kwalificaties (basis tot universitair); de daarbij behorende kennis, vaardigheden, de mate van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Dit kwalificatieraamwerk biedt inzicht over het niveau van het behaalde diploma.

  • Relevante wetgeving: WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

    WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

    Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

    Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

    Wet Suwi: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

    WW: Werkloosheidswet

    IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

    ZW: Ziektewet

  • Praktijkleren in het Mbo met een praktijkverklaring: een specifieke type scholing waarbij de cliënt (veelal eenvoudige) vaardigheden op de werkvloer krijgt aangeleerd door een docent of begeleider in de praktijk. Het praktijkleren in het Mbo wordt afgerond met een praktijkverklaring.

  • Praktijkverklaring: Een door een Mbo-school afgegeven verklaring waaruit blijkt dat de cliënt (veelal eenvoudige) werkzaamheden op de werkvloer heeft aangeleerd.

  • Scholing: Het systematisch verwerven van arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden voor de uitoefening, het behoud of het verkrijgen van een taak, functie of beroep in dienstbetrekking dan wel als zelfstandig ondernemer waarbij het verwerven van de kennis en/of vaardigheden plaats vindt onder begeleiding van daartoe aangestelde docenten volgens een vooraf vastgesteld programma en de opgedane kennis en/of vaardigheden worden getoetst. De scholing leidt tot een certificaat, diploma of praktijkverklaring.

  • Schoolbaar: De cliënt is gemotiveerd en in staat om de beoogde scholing met goed gevolg af te ronden. De scholing – en de functie of het beroep waar de scholing voor opleidt in dienstbetrekking dan wel als zelfstandig ondernemer – sluit aan bij de cognitieve vaardigheden, de belastbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt.

  • UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  • Werkverkenner: Een door UWV gehanteerd instrument dat een indicatie geeft over de kans op werkhervatting van een cliënt.

  • Zelfstandig ondernemer: Een natuurlijk persoon die voor eigen rekening en risico deelneemt aan het economisch verkeer.

Onderdeel A. Bepalen inzet en noodzaak tot scholing

Artikel 2. Scholing is de meest effectieve en efficiënte weg naar duurzaam werk

Cliënten kunnen uitsluitend met instemming van UWV een scholing met behoud van uitkering volgen als er een noodzaak bestaat om duurzaam aan het werk te komen. De scholing vormt voor de cliënt – gelet op diens persoonlijke situatie – de meest effectieve en efficiënte weg naar duurzaam werk.

Artikel 3. Noodzaak tot scholing

  • 1 Er is sprake van een noodzaak tot het volgen van scholing als aan alle navolgende vereisten is voldaan:

    • a) de scholing is arbeidsmarktrelevant, én

    • b) de duur van de scholing voldoet aan de bepalingen ten aanzien van de maximum duur van de scholing, én

    • c) de cliënt is schoolbaar.

  • 2 Wanneer de duur van de scholing maximaal 4 weken bedraagt, dan gaat UWV er vanuit dat de cliënt schoolbaar is.

Artikel 4. Arbeidsmarktrelevantie van de scholing

Een scholing is arbeidsmarktrelevant als bedoeld in artikel 3, sub a, als aan één van de navolgende vereisten is voldaan:

  • a) Er is sprake van een baanintentie of baangarantie. Deze baanintentie of baangarantie blijkt uit een door de werkgever en de cliënt ondertekende verklaring of arbeidsovereenkomst, dan wel uit een mondelinge verklaring door de werkgever. De verklaring houdt in dat de werkgever voornemens is om de cliënt na het behalen van het certificaat, diploma of de praktijkverklaring een dienstbetrekking aan te bieden. De dienstbetrekking waarop de baanintentie of baangarantie betrekking heeft, start uiterlijk op de eerste dag van de maand direct volgend op de maand waarin de cliënt de scholing met een diploma, certificaat of praktijkverklaring heeft afgerond. De omvang van de dienstbetrekking bedraagt minimaal hetzelfde aantal uren per week als de wekelijkse studiebelasting van de scholing en duurt minimaal 6 maanden, óf

  • b) De cliënt kan na het volgen van de scholing een door UWV vastgesteld kansrijk beroep of kansrijke functie vervullen, óf

  • c) De cliënt maakt naar genoegen van UWV inzichtelijk dat hij na het volgen van de scholing een reële kans heeft op (duurzaam) werk in dienstbetrekking of om als zelfstandig ondernemer in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. De cliënt maakt hiervoor inzichtelijk tot welk (zelfstandig) beroep of functie de scholing opleidt. Wil de cliënt in een dienstbetrekking gaan werken, dan geeft hij inzicht in de vacatures die hij na het afronden van zijn scholing kan vervullen. Wil de cliënt als zelfstandig ondernemer gaan werken dan maakt de cliënt inzichtelijk op welke wijze hij na het volgen van de scholing als zelfstandig ondernemer in zijn onderhoud kan voorzien.

Artikel 5. Maximum duur van de scholing

  • 1 De scholing mag maximaal één jaar duren.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de scholing van een jonggehandicapte cliënt met ernstige scholingsbelemmeringen door een ziekte of een handicap maximaal 2,5 jaar duren.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid, kan UWV in individuele gevallen een langere scholingsduur toestaan.

Artikel 6. Schoolbaar

  • 1 UWV toetst of de cliënt schoolbaar is aan de hand van de navolgende drie criteria:

    • a) de cognitieve vaardigheden: de cliënt voldoet aan de formele instroomeisen die het opleidingsinstituut stelt aan personen die de scholing willen gaan volgen, én

    • b) de belasting en de belastbaarheid: de cliënt is gemotiveerd én zowel fysiek als mentaal voldoende belastbaar om de scholing met goed gevolg af te kunnen ronden én de functie of het beroep, waar de scholing voor opleidt, uit te voeren, én

    • c) de persoonlijke omstandigheden: de persoonlijke omstandigheden van de cliënt moeten zodanig zijn dat hij in staat is om de scholing met goed gevolg af te ronden.

  • 2 In geval van een meerjarige scholing beoordeelt UWV voorafgaand aan de start van elk opleidingsjaar de schoolbaarheid.

Onderdeel B. Voorwaarden vergoeding scholingskosten door UWV

UWV beschikt over budget om een noodzakelijke scholing voor een cliënt te kunnen financieren. Er dient dan wél aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Deze voorwaarden zijn opgenomen in dit onderdeel B van de Beleidsregels Scholing en vergoeding scholingskosten UWV 2026.

Artikel 7. Doelgroep vergoeding scholingskosten

  • 1 UWV kan scholingskosten voor cliënten vergoeden als de noodzaak tot het volgen van een scholing is vastgesteld.

  • 2 Voor cliënten die recht hebben op een WW- of IOW-uitkering geldt dat zij een grote kans op langdurige werkloosheid en/of een zwakke of matige arbeidsmarktpositie hebben.

  • 3 De grote kans op werkloosheid of de zwakke tot matige arbeidsmarktpositie als bedoeld in het tweede lid van dit artikel is vastgesteld op basis van uitkomsten van de Werkverkenner dan wel op basis van een gemotiveerde en onderbouwde beoordeling van een UWV-adviseur.

Artikel 8. Scholingskosten die voor vergoeding in aanmerking komen

  • 1 UWV verstrekt een vergoeding voor de scholingskosten voor zover de cliënt voor deze kosten geen recht heeft op een voorliggende voorziening.

  • 2 Met in achtneming van het navolgende vergoedt UWV de volgende scholingskosten ten behoeve van een cliënt:

    • a) De kosten van het cursus/lesgeld.

    • b) De kosten van het examengeld en maximaal één keer de kosten van een herexamen.

    • c) De kosten voor eventuele leer- en beschermingsmiddelen voorzover deze door de opleider verplicht zijn gesteld.

    • d) Een vergoeding van de reiskosten als de reisafstand meer dan 15 kilometer enkele reis openbaar vervoer bedraagt.

  • 3 UWV vergoedt geen algemeen gebruikelijke middelen als leermiddel. Als algemeen gebruikelijke middelen worden in ieder geval aangemerkt elektronische apparatuur (zoals een laptop, tablet, smartphone).

Artikel 9. Voorwaarden voor financiering

  • 1 Als voorwaarden voor de financiering van een noodzakelijke scholing door UWV geldt dat:

    • a) UWV beschikt over voldoende budget om de scholingskosten te kunnen bekostigen, én

    • b) De scholingskosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking na expliciete en voorafgaande toestemming van UWV, én

    • c) De startdatum van de scholing ligt binnen de UWV-uitkeringsperiode, én

    • d) UWV heeft de noodzaak tot het volgen van een scholing vóór de startdatum van de scholing vastgesteld.

  • 2 Voor cliënten met een WW-uitkering geldt dat zij op de startdatum van de scholing nog recht hebben op minimaal 3 maanden uitkering, tenzij de doorlooptijd van de scholing eindigt binnen de termijn van de resterende uitkeringsduur.

  • 3 UWV vergoedt de scholingskosten van een meerjarige scholing per opleidingsjaar onder voorwaarde van blijvende schoolbaarheid.

  • 4 UWV vergoedt geen scholingskosten die uitsluitend toezien op het ontwikkelen van algemene vaardigheden.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels Scholing en voorwaarden vergoeding scholingskosten UWV 2026.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Amsterdam, 9 december 2025

M.R.P.M. Camps

Voorzitter Raad van bestuur