Beleidsregel flexibel beroepsgericht programma

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 01-02-2026 t/m heden.

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 december 2025, houdende nadere regels voor het aanbieden van een flexibel beroepsgericht programma in de beroepsgerichte profielen in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg vmbo (Beleidsregel flexibel beroepsgericht programma)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en inhoud van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om bevoegde gezagen meer ruimte te bieden in de opbouw van het beroepsgerichte programma in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg van het vmbo, zodat een meer flexibel beroepsgericht programma mogelijk wordt gemaakt om eigentijds en organiseerbaar onderwijs aan te bieden.

Artikel 3. Vormgeving combinatieprofiel

  • 1 Op grond van deze beleidsregel is het mogelijk om, indien de school in het bezit is van bijbehorende profiellicenties, de volgende profielen te combineren:

    • a. Zorg en Welzijn en Horeca, Bakkerij en Recreatie; of

    • b. Zorg en Welzijn en Economie en Ondernemen.

  • 2 Hierbij kunnen, binnen bovenstaande combinatieprofielen, twee van de volgende profielmodules met elkaar worden gecombineerd:

    Z&W

    Module 1 Mens en gezondheid

    Module 2 Mens en omgeving

    Module 3 Mens en activiteit

    Module 4 Mens en zorg

    HBR

    Module 1 Gastheerschap

    Module 2 Bakkerij

    Module 3 Keuken

    Module 4 Recreatie

    E&O

    Module 1 Retail & Styling

    Module 2 Service & Sales

    Module 3 Stock & Supplies

    Module 4 Office & Support

  • 3 De twee profielmodules die worden gecombineerd mogen niet afkomstig zijn uit hetzelfde profiel.

  • 4 Scholen bieden het combinatieprofiel aan ter vervanging van de wettelijke profielen. Gedurende het aanbieden van het combinatieprofiel wordt geen gevolg gegeven aan artikel 4.24, vijfde lid, van de WVO 2020.

  • 5 Leerlingen uit basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen volgen een combinatieprofiel dat bestaat uit twee profielmodules en zes keuzevakken.

  • 6 Leerlingen uit de gemengde leerweg moeten een combinatieprofiel volgen dat bestaat uit één profielmodule en drie keuzevakken.

  • 7 Voor leerlingen die de gemengde leerweg volgen, geldt dat een van de keuzevakken uit een ander profiel afkomstig moet zijn dan het profiel van de profielmodule.

  • 8 De school draagt zorg dat de leerling voor de beroepsgerichte keuzevakken de keuze heeft uit minimaal twaalf beroepsgerichte keuzevakken. Hiervoor mag de school samenwerken met een andere school.

  • 9 De school geeft mogelijkheden om keuzevakken te volgen binnen en buiten het combinatieprofiel.

  • 10 De leerling volgt in het profiel deel twee algemeen vormende vakken waarvan:

    • a. één avo-vak wordt gekozen uit één van de verplichte profielgebonden avo-vakken van de twee profielen die gecombineerd worden;

    • b. één-avo vak ter keuze aan de leerling uit de gecombineerde reeks van profielgebonden avo-keuzevakken (waaronder ook de verplichte profielgebonden avo-vakken kunnen vallen).

  • 11 Scholen werken samen met minimaal één mbo en één bedrijf.

  • 12 Scholen nemen samen deel aan een leernetwerk dat extern wordt begeleid.

Artikel 4. Examen en uitslagbepaling

  • 2 Het eindcijfer, bedoeld in het eerste lid, is het rekenkundig gemiddelde van de twee gevolgde profielmodules.

Artikel 5. Voorwaarden voor deelname

  • 1 Deze beleidsregel geldt voor scholen met een basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte of gemengde leerweg voor de schooljaren 2026–2027 tot en met 2029–2030.

  • 2 Er wordt een onderscheid gemaakt in scholen met een voorbereidingsjaar en scholen die gelijk starten. Scholen die gelijk starten, beginnen in schooljaar 2026–2027 met het aanbieden van het combinatieprofiel. Scholen met een voorbereidingsjaar gebruiken schooljaar 2026–2027 om het combinatieprofiel te ontwikkelen. De school geeft aan of deze het flexibele programma gelijk gaat aanbieden, of het schooljaar 2026–2027 neemt als voorbereidingsjaar.

  • 3 De cohorten leerlingen van de scholen die gelijk starten, zien er dan als volgt uit:

    • a. Cohort 1: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2026–2027 en sluit het combinatieprofiel af in 2027–2028 met leerjaar 4;

    • b. Cohort 2: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2027–2028 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2028–2029 met leerjaar 4;

    • c. Cohort 3: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2028–2029 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2029–2030 met leerjaar 4;

    • d. Schooljaar 2030–2031 is een bezemjaar (inhaaljaar).

  • 4 De cohorten leerlingen van de scholen met een voorbereidingsjaar zien er als volgt uit:

    • a. Schooljaar 2026–2027: voorbereidingsjaar;

    • b. Cohort 1: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2027–2028 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2028–2029 met leerjaar 4;

    • c. Cohort 2: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2028–2029 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2029–2030 met leerjaar 4;

    • d. Schooljaar 2030–2031 is een bezemjaar (inhaaljaar).

  • 5 Scholen zijn verplicht om minimaal twee cohorten mee te doen.

  • 6 Een zeer zwakke school kan geen flexibel beroepsgericht programma aanbieden.

  • 7 De school biedt per schooljaar 2030–2031 het formele vmbo-programma aan, met dien verstande dat leerlingen die nog niet het flexibele programma hebben afgesloten, dit schooljaar hiervoor nog de gelegenheid krijgen.

  • 8 Het flexibele beroepsgerichte programma is vormgegeven volgens de randvoorwaarden beschreven in artikel 3.

  • 9 Indien de school bij de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, verleent de minister geen toestemming voor deelname. Indien de school na goedkeuring, tijdens de looptijd van het experiment, niet meer voldoet aan de voorwaarden, mag de school geen nieuw cohort meer starten. Het formele vmbo-programma wordt dan weer aangeboden. De school biedt de leerlingen die reeds zijn gestart in een cohort de mogelijkheid om het flexibele programma af te ronden.

  • 10 Een bevoegd gezag van een school waaraan toestemming wordt verleend om deel te nemen aan het flexibele beroepsgerichte programma is verplicht om desgewenst gegevens over uitvoering, leerlingtevredenheid, doorstroom en leerresultaten aan te leveren bij de minister ten behoeve van evaluatieonderzoek.

Artikel 6. Procedure voor aanvraag en goedkeuring

  • 1 Een bevoegd gezag dient een verzoek tot deelname aan flexibel beroepsgericht programma in bij de minister, in de periode van 2 februari tot en met 2 maart 2026. Aanvragen die worden ingediend na 2 maart 2026 worden afgewezen.

  • 2 Het verzoek is voorzien van een beknopte onderbouwing over de vormgeving van het flexibele beroepsgerichte programma waarmee wordt aangetoond dat aan alle eisen uit artikel 3, 4 en 5 wordt voldaan.

  • 3 De minister beslist uiterlijk op 4 april 2026.

  • 4 Het verzoek tot deelname aan flexibel beroepsgericht programma wordt digitaal ingediend, via de dienstpostbus flexibelberoepsgericht@minocw.nl.

  • 5 De aanvraag wordt ondertekend door het bevoegd gezag.

Artikel 9. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel flexibel beroepsgericht programma.

Deze beleidsregel zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

K.M. Becking