Aanwijzing beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026 en verder

Geraadpleegd op 17-01-2026.
Geldend van 17-12-2025 t/m heden.

Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2025, kenmerk 4315913-1091949-PZo, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen voor de jaren 2026 en verder

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gelet op artikel 7 en artikel 57, eerste lid, sub e, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 3. Verstrekken beschikbaarheidbijdrage

De zorgautoriteit verstrekt jaarlijks een beschikbaarheidbijdrage voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 aan zorgaanbieders die een aanvraag indienen.

Artikel 4. Verdeling instroomplaatsen

De zorgautoriteit verdeelt de instroomplaatsen over zorgaanbieders rekening houdend met de maximale aantallen per opleiding, zoals opgenomen in Bijlage A bij deze aanwijzing.

Artikel 5. Criteria verdeling instroomplaatsen

  • 1 De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van de medisch-specialistische instroomplaatsen1 over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Om grote schommelingen in de instroomverdeling per OOR per jaar te voorkomen houdt de zorgautoriteit bij invulling van het criterium 100% adherentie alle instellingen rekening met:

    • een ondergrens van 10% van de landelijke instroom per OOR voor het in stand houden van de infrastructuur die nodig is voor het opleiden van artsen in opleiding tot (medisch) specialist. Als deze grens in een OOR niet wordt bereikt, dient de zorgautoriteit aan de betreffende OOR instroomplaatsen van andere OOR’s toe te wijzen. Dit dient naar rato verrekend te worden over de andere OOR’s.

    • de mogelijkheid om te schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen tussen OORs ten opzichte van de basisverdeling, met een bandbreedte van maximaal -8 tot +10 plaatsen per OOR.

    Het criterium 100% adherentie alle instellingen met de aandachtspunten hierbij, geldt niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.

  • 2 De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:

    • a. de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;

    • b. instroomplaatsen waarvoor geen beschikbaarheidbijdrage is verleend in een vorig jaar, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;

    • c. zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen;

    • d. gestimuleerd wordt dat in samenwerkingsverbanden wordt opgeleid waaraan ten minste één zorgaanbieder deelneemt, die gespecialiseerde geïntegreerde ggz (specialistische ggz – ambulante en klinische zorg) levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut, sectie III (Instellingen).

  • 3 Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.

Artikel 6. Opdracht

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels vast. Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J.A. Bruijn

Bijlage A. behorend bij artikel 4

Voor 2026

Opleiding

Instroom in personen

Instroom in fte

GZ-psycholoog

932

932

Psychotherapeut

171

85,5

Klinisch Psycholoog

214

160,5

Klinisch Neuropsycholoog

26

19,5

Verpleegkundig Specialist GGZ

134

134

Huisarts

1.035

604

Specialist ouderengeneeskunde

305

178

Arts verstandelijk gehandicapten

43

39

Verslavingsarts

33

11

Anesthesiologie

79

79

Cardiologie

58

58

Cardio-thoracale chirurgie

6

6

Dermatologie en venerologie

29

29

Heelkunde

62

62

Interne geneeskunde

126

126

Keel-neus-oorheelkunde

18

18

Kindergeneeskunde

65

65

Klinische genetica

9

9

Klinische geriatrie

36

36

Longziekten en tuberculose

41

41

Maag-darm-leverziekten

24

24

Medische microbiologie

20

20

Neurochirurgie

7

7

Neurologie

49

49

Obstetrie en gynaecologie

40

40

Oogheelkunde

38

38

Orthopedie

28

28

Pathologie

19

19

Plastische chirurgie

19

19

Psychiatrie

179

179

Radiologie

63

63

Radiotherapie

15

15

Reumatologie

19

19

Revalidatiegeneeskunde

31

31

Spoedeisende geneeskunde

42

42

Sportgeneeskunde

7

7

Urologie

24

24

Klinische chemie

14

14

Klinische fysica

25

25

Ziekenhuisfarmacie

29

29

MKA-chirurgie

15

15

Orthodontie

9

9

  1. Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3. ^ [1]