|
Voorbeeld van hoe een kantoor een cyclische basis kan toepassen op de inspectie van
voltooide opdrachten voor elke opdrachtpartner:
Het kantoor kan beleid of procedures vaststellen voor de inspectie van voltooide opdrachten
die:
• de standaardperiode van de inspectiecyclus vastleggen, zoals de inspectie van een
afgeronde opdracht voor elke opdrachtpartner die controles van financiële overzichten
uitvoert eens in de drie jaar, en voor alle andere opdrachtpartners eens in de vijf
jaar;
• de criteria uiteenzetten voor het selecteren van afgeronde opdrachten alsook het
criterium dat voor een partner die controles van financiële overzichten uitvoert,
de geselecteerde opdracht(en) een controleopdracht omvat(ten);
• de selectie van de opdrachtpartners onvoorspelbaar maakt; en
• de afwijking ten opzichte van de standaardperiode volgens het beleid regelen, wanneer
het passend is om opdrachtpartners eerder of later te selecteren, zoals:
○ het kantoor kan opdrachtpartners vaker selecteren dan de standaardperiode die in
de beleidslijn van het kantoor is vastgesteld, indien:
▪ het kantoor meerdere tekortkomingen heeft vastgesteld die als ernstig zijn geëvalueerd
en bepaalt dat voor alle opdrachtpartners een frequentere cyclische inspectie nodig
is;
▪ de opdrachtpartner opdrachten uitvoert voor entiteiten die actief zijn in een bepaalde
sector waarin sprake is van een hoge mate van complexiteit of oordeelsvorming;
▪ een opdracht die de opdrachtpartner heeft uitgevoerd het onderwerp is geweest van
andere monitoringactiviteiten en de resultaten van de andere monitoringactiviteiten
waren niet bevredigend;
▪ de opdrachtpartner een opdracht heeft uitgevoerd voor een entiteit die actief is
in een sector waarin de opdrachtpartner beperkte ervaring heeft;
▪ de opdrachtpartner een nieuw benoemde opdrachtpartner is, of onlangs vanuit een
ander kantoor of rechtsgebied tot het kantoor is toegetreden.
○ het kantoor kan de selectie van de opdrachtpartner uitstellen (bijvoorbeeld door
deze met een jaar uit te stellen na de standaardperiode die in de beleidslijn van
het kantoor is vastgelegd) indien:
▪ de opdrachten die de opdrachtpartner heeft uitgevoerd het onderwerp zijn geweest
van andere monitoringactiviteiten tijdens de standaardperiode; en
▪ de resultaten van de andere monitoringactiviteiten voldoende informatie over de
opdrachtpartner verschaffen (d.w.z. het is onwaarschijnlijk dat het uitvoeren van
de inspectie van afgeronde opdrachten het kantoor verdere informatie over de opdrachtpartner
zal verschaffen).
|