Toepassingsgebied van deze Standaard
-
1. Deze Standaard voor kwaliteitsmanagement behandelt de vereisten voor stemrechten in
een kantoor en de verantwoordelijkheid voor een kantoor om zorg te dragen voor aanwijzing
van een andere opdrachtpartner indien de eerder aangewezen opdrachtpartner niet in
staat is de opdracht zorgvuldig uit te voeren of af te ronden. Ook behandelt deze
Standaard de verantwoordelijkheid voor een kantoor om een toereikende beroepsaansprakelijkheids-verzekering
af te sluiten.
-
2. Deze Standaard is van toepassing op een kantoor, voor zover dat kantoor niet kwalificeert
als accountantsorganisatie of accountantsafdeling.
Ingangsdatum
-
3.
Deze Standaard voor Kwaliteitsmanagement 3N treedt in werking op 15 december 2025.
In het geval de Staatscourant waarin deze Standaard wordt gepubliceerd verschijnt
na 31 december 2025, dan treedt deze Standaard in werking op de dag na publicatie
in de Staatscourant en werkt terug tot 15 december 2025.
Doelstelling
Vereisten
Stemrechten
-
5. De stemrechten in een kantoor voor zover deze betrekking hebben op besluiten die direct
of indirect van invloed zijn op assurance-opdrachten, worden in meerderheid gehouden
door;
-
6. Het bestuur van de NBA kan in bijzondere gevallen op verzoek van de eindverantwoordelijke
voor kwaliteitsmanagement ontheffing verlenen van paragraaf 5, voor een maximumduur
van zes jaren, indien de eindverantwoordelijke voor kwaliteitsmanagement aantoont
dat:
-
a. geen van de aandeelhouders of andere eigenaren kwalificeert als kantoor, auditkantoor,
accountant of natuurlijke persoon als bedoeld in paragraaf 5;
-
b. het kantoor minder dan tien procent van zijn jaaromzet en minder dan tien procent
van zijn jaarlijkse uren besteedt aan assurance-opdrachten of hieraan gelijkwaardige
opdrachten; en
-
c. op andere wijze is gewaarborgd dat kantoren, auditkantoren, accountants of andere
natuurlijke personen als bedoeld in paragraaf 5, de besluiten nemen die direct of
indirect van invloed zijn op assurance en aan assurance verwante opdrachten.
Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. (Zie Par. A2)
-
7. De eindverantwoordelijke voor kwaliteitsmanagement aan wie een ontheffing is verleend
en die weet of behoort te weten dat niet wordt voldaan aan een voorwaarde als bedoeld
in paragraaf 6 of in strijd met ontheffingsvoorschriften wordt gehandeld, meldt dit
binnen 6 weken aan het bestuur van de NBA.
-
8. Een ontheffing als bedoeld in paragraaf 6 vervalt, indien de eindverantwoordelijke
voor kwaliteitsmanagement geen melding doet als bedoeld in de vorige paragraaf.
-
9. Het bestuur van de NBA kan een ontheffing als bedoeld in paragraaf 5 intrekken of
de ontheffing dan wel de hieraan gestelde voorschriften wijzigen, indien:
-
a. de eindverantwoordelijke voor kwaliteitsmanagement een melding als bedoeld in paragraaf 7
heeft gedaan;
-
b. de eindverantwoordelijke voor kwaliteitsmanagement om wijziging of intrekking verzoekt;
-
c. het bestuur van de NBA vaststelt dat niet wordt voldaan aan een voorwaarde als bedoeld
in het vierde lid of in strijd met ontheffingsvoorschriften wordt gehandeld.
-
10. De bepalingen in de paragrafen 5 tot en met 9 zijn niet van toepassing indien wordt
voldaan aan artikel 16b van de Wet toezicht accountantsorganisaties voor wat betreft de stemrechten in het kantoor voor zover deze betrekking hebben
op besluiten die direct of indirect van invloed zijn op assurance-opdrachten.
Dagelijks beleid
-
11. Het dagelijks beleid van een kantoor dat assurance-opdrachten laat uitvoeren, wordt
in meerderheid bepaald door:
-
12. Indien het dagelijks beleid zoals bedoeld in paragraaf 11 wordt bepaald door twee
personen, voldoet ten minste één van die personen aan de eisen in paragraaf 11 onder c.
of d.
-
13. De bepalingen in de paragrafen 11 en 12 zijn niet van toepassing, indien het dagelijks
beleid van het kantoor wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
Waarneming
-
14. Een kantoor dient een kwaliteitsmaatregel te nemen om er voor zorg te dragen dat een
andere opdrachtpartner wordt aangewezen die de uitvoering of afronding van een opdracht
waarneemt voor de opdrachtpartner als die niet in staat is deze opdracht zorgvuldig
uit te voeren of af te ronden. (Zie Par. A3)
-
15. Indien er binnen het kantoor slechts één opdrachtpartner is, dient het kantoor afspraken
te maken met een accountant van buiten het kantoor die kan waarnemen als bedoeld in
paragraaf 7. (Zie Par. A4)
-
16. De bepalingen in de paragrafen 14 en 15 zijn niet van toepassing, indien de waarneming
voor assurance-opdrachten en aan assurance verwante opdrachten wordt geregeld overeenkomstig
de vereisten van artikel 5 van de Verordening accountantsorganisaties 2025.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
-
17. Een kantoor dient zorg te dragen voor het in redelijke mate verzekeren van de risico’s
van de beroepsuitoefening ten aanzien van:
-
18. Het kantoor dient er voor zorg te dragen dat deze beroepsaansprakelijkheidsverzekering
ten minste aan de volgende vereisten voldoet:
-
a. de verzekering wordt aangegaan met een verzekeraar van wie het aannemelijk is dat
deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit (Zie Par. A6);
-
b. de verzekering biedt jaarlijks dekking voor ten minste tweemaal het verzekerd bedrag
per aanspraak;
-
c. onder de dekking van de verzekering vallen alle werkzaamheden die door het kantoor
worden verricht, ongeacht door wie de claim wordt ingediend;
-
d. het eigen risico per aanspraak brengt de solvabiliteit van het kantoor niet in gevaar;
-
e. de verzekering heeft ten minste Europa als dekkingsgebied (Zie Par. A7);
-
f. de inloop- en uitlooprisico’s zijn gedurende ten minste twee jaren gedekt (Zie Par. A8);
en
-
g. de verzekering dekt de kosten van benodigde juridische bijstand in het kader van het
in procedures te voeren verweer. (Zie Par. A9)
-
19. Het kantoor dient voor de hoogte van de verzekerde bedragen en het maximale eigen
risico zoals bedoeld in paragraaf 18, onderdelen b. en d., te voldoen aan de door
het bestuur van de NBA vastgestelde minimale hoogte van de verzekerde bedragen resp.
maximale eigen risico’s, waarbij het NBA-bestuur deze bedragen kan laten afhangen
van de jaaromzet van een kantoor. (Zie Par. A10)
-
20. Het kantoor dient te beoordelen of er specifieke omstandigheden zijn die verhoging
van de dekking of verlaging van het eigen risico noodzakelijk of wenselijk maken.
Als dat het geval is, dient het kantoor de dekking en het eigen risico overeenkomstig
aan te passen. (Zie Par. A11)
-
21. Het bestuur van de NBA kan ontheffing verlenen van de bepalingen over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering
indien het kantoor aantoont dat hieraan vanwege erkende gemoedsbezwaren redelijkerwijs
niet kan worden voldaan en dat het doel van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering
anderszins wordt bereikt. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Het kantoor dient de verleende ontheffing en eventuele voorschriften na te leven.
-
22. De paragrafen 17 tot en met 21 zijn niet van toepassing, indien de beroepsaansprakelijkheids-verzekering
aan de eisen van de Verordening accountantsorganisaties 2025 voldoet en dekking geeft voor alle assurance-opdrachten en aan assurance verwante
opdrachten en de bij die opdrachten betrokken personen.
Toelichting
(Zie Par. 5 – 10)
A1.
Het doel van deze bepalingen is te waarborgen dat kantoren, accountants of andere
natuurlijke personen die beschikken over een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld
in artikel 54, eerste lid, van de Wab de zeggenschap over de uitvoering van assurance-opdrachten hebben.
De meerderheid van de stemrechten heeft betrekking op het beslissingsbevoegde orgaan
van het kantoor, zoals de algemene vergadering van aandeelhouders in een BV, het bestuur
van een stichting, of de maatschaps- of vennotenvergadering.
In een besloten vennootschap waarin de algemene vergadering van aandeelhouders uit
één accountant en één fiscalist bestaat die beiden 50% van de aandelen in handen hebben,
kan bijvoorbeeld door middel van het uitbrengen van prioriteitsaandelen worden bewerkstelligd
dat de zeggenschap over besluiten die direct of indirect invloed hebben op assurance-opdrachten
bij de accountant ligt. De speciale rechten die aan een prioriteitsaandeel zijn verbonden,
zijn in de statuten vastgelegd.
Bij de formulering van de onderdelen b en c is aangesloten bij de artikelen 16, tweede lid, en 16a van de Wta. Stemrechten kunnen ook worden gehouden door gebruik te maken van een holdingconstructie
(in lijn met de memorie van toelichting bij artikel 16a van de Wta).
A2.
Het bestuur van de NBA kan in bijzondere gevallen een ontheffing verlenen. Die ontheffing
maakt het mogelijk om een assurance-opdracht uit te voeren, ook al wordt niet aan
de vereiste stemrechtverdeling voldaan. Eindverantwoordelijken voor kwaliteitsmanagement
die een ontheffing verzoeken zullen in elk geval moeten aantonen dat:
-
• geen van de aandeelhouders of andere eigenaren kwalificeert als entiteit of natuurlijke
persoon als hiervoor genoemd;
-
• minder dan tien procent van de jaaromzet en minder dan tien procent van de jaarlijkse
uren aan assurance-opdrachten of hieraan gelijkwaardige opdrachten wordt besteed;
en
-
• zij op andere wijze waarborgen dat de accountants binnen het kantoor de besluiten
nemen die direct of indirect van invloed zijn op assurance en aan assurance verwante
opdrachten.
Een ontheffing kan ook uitkomst bieden als de uitvoering of afronding van assurance-opdrachten
opeens moet worden waargenomen binnen een kantoor waarin niet langer aan de vereiste
stemrechtverdeling wordt voldaan. Stel nu dat de eigenaar van een klein kantoor plotseling
komt te overlijden en zijn erfgenamen geen accountant zijn. Dan voldoet het kantoor
op dat moment niet langer aan de vereiste stemrechtenverdeling en zou een waarnemer
de lopende assurance-opdrachten niet kunnen afronden. Dit is niet wenselijk en bovendien
in strijd met het doel dat de verplichting tot waarneming beoogt: een ordentelijke
voortzetting en eventueel afronding van lopende assurance-opdrachten. Een ontheffing
maakt het mogelijk dat de waarnemer de assurance-opdrachten voortzet en afrondt, ondanks
het feit dat niet langer aan de stemrechteneis is voldaan.
De bevoegdheid van het bestuur van de NBA is een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent
dat het bestuur de vrijheid heeft om in concrete gevallen, binnen de kaders van het
vierde en zevende lid, te besluiten om al dan niet een ontheffing te verlenen. Ook
kan het bestuur bij het verlenen van een ontheffing eisen stellen (dit zijn de in
het artikel genoemde ‘ontheffingsvoorschriften’). De ontheffing wordt verleend voor
een bepaalde termijn, maximaal zes jaren. Deze maximumtermijn is ontleend aan de toetsingscyclus
door de Raad van Toezicht op grond van de Verordening op de kwaliteits-beoordelingen
(ten minste eenmaal in de zes jaren). Een eventuele volgende aanvraag tot ontheffing
wordt beoordeeld op basis van de actuele feiten en omstandigheden.
Waarneming
(Zie Par. 14 – 16)
A3.
Een situatie waarin moet worden waargenomen kan zich voordoen wanneer de opdrachtpartner
langdurig ziek is of komt te overlijden. Het gaat hierbij om het overnemen en zorgvuldig
afwikkelen van de opdracht door een nieuw aangewezen opdrachtpartner.
De nieuw aangewezen opdrachtpartner moet over de kennis en ervaring beschikken om
de opdracht volgens de relevante wet- en regelgeving te kunnen uitvoeren.
A4.
Deze bepaling ziet op kleine accountantskantoren. Als er maar één opdrachtpartner
is, is het noodzakelijk om afspraken op voorhand te maken. Het kan overigens nuttig
zijn om ook bij accountantskantoren met meerdere opdrachtpartners de waarneming met
iemand van buiten te regelen.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
(Zie Par. 17 – 22)
A5.
Onder de bij de opdrachtuitvoering of bedrijfsvoering betrokken personen vallen ook
de personen die waarnemen bij ziekte, overlijden of andere gevallen waarin waarneming
vereist is (Zie Par. 5). Dit betekent dat de verzekering de aansprakelijkheid in geval
van waarneming op vergelijkbare wijze moet dekken.
A6.
De verzekering wordt aangegaan met een verzekeraar (van wie het aannemelijk is dat
deze) voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit. In Nederland
gevestigde verzekeraars vallen ingevolge de Wet op het financieel toezicht onder het
toezicht van De Nederlandse Bank (of op grond van Europees recht onder toezicht van
de Europese Centrale Bank) en worden geacht aan deze eisen van solvabiliteit te voldoen.
Buitenlandse verzekeraars die onder gelijkwaardig toezicht staan, worden eveneens
geacht te voldoen aan de eisen van solvabiliteit. In dien een ‘captive’ aan een dergelijk
toezicht is onderworpen, wordt deze als een in dit verband acceptabele verzekeringsmaatschappij
aangemerkt. Een ‘captive’ kan bijvoorbeeld een (her)verzekeringsmaatschappij zijn
die onderdeel is van de accountantspraktijk of haar netwerk en die zich primair bezighoudt
met het (her)verzekeren van de beroepsaansprakelijkheidsrisico’s van de tot het netwerk
behorende organisaties.
A7.
Het verdient aanbeveling in de polis de werkzaamheden die onder de dekking van de
verzekering vallen expliciet te omschrijven, zodat hierover geen onduidelijkheid of
meningsverschil kan ontstaan tussen de verzekerde en de verzekeraar op het moment
dat een claim wordt ingediend.
De verzekering dient alle werkzaamheden te dekken ongeacht wie de claim indient. Het
laatste deel van deze bepaling ziet op de situatie waarin een derde een claim indient
in plaats van de cliënt.
A8.
Deze bepaling ziet op situaties waarin claims van cliënten en derden afkomstig uit
Europa met betrekking tot werkzaamheden verricht naar Nederlands recht, in Nederland
kunnen worden ingediend.
A9.
Dit betekent dat de werkzaamheden die zijn verricht in de twee jaren voorafgaand aan
het sluiten van de verzekering die op het moment van afsluiten nog niet tot claims
hebben geleid, ook zijn verzekerd. Eveneens dient de verzekering dekking te bieden
voor claims die worden ingediend binnen twee jaar na het einde van de dekking als
die claims verband houden met werkzaamheden die zijn verricht tijdens de dekkingsperiode.
Afhankelijk van de werkzaamheden en andere relevante omstandigheden kan een langere
termijn voor het inloop- en/of uitlooprisico noodzakelijk zijn.
A10.
Indien een claim wordt ingediend en hiertegen verweer wordt gevoerd, kunnen de kosten
van juridische bijstand hoog oplopen. Daarom wordt vereist dat de kosten van verweer
in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering zijn meeverzekerd.
A11.
Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die het risicoprofiel van het kantoor kunnen
verhogen, zoals de aard van de werkzaamheden of de aard en omvang van de cliëntenportefeuille.
Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die slechts voldoet aan de minimumvereisten
kan in dergelijke situaties onvoldoende zijn, zodat van deze minimumeisen moet worden
afgeweken door het eigen risico te verlagen of de dekking te verhogen. Het kantoor
zorgt ervoor dat de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering ook in redelijke
mate toereikend is voor deze specifieke omstandigheden.