Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Mandaatbesluit Wet kinderopvang BES

Geraadpleegd op 10-01-2026.
Geldend van 03-01-2026 t/m heden.

Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2025, nr. 2025-0000280468, tot het verlenen van mandaat en machtiging aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs tot het opleggen van een tijdelijk verbod tot exploitatie en het opstellen van een advies inzake het schorsen of intrekken van een vergunning als bedoeld in de Wet kinderopvang BES (Mandaatbesluit Wet kinderopvang BES)

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.13 van de Wet kinderopvang BES,

Handelende met instemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gezien de schriftelijke instemming van de Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs van 2 december 2025.

BESLUIT:

Artikel 1. Mandaat- en machtiging verlening

  • 1 Aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend voor het opleggen van een tijdelijk verbod tot exploitatie als bedoeld in artikel 5.10 van de Wet kinderopvang BES en het informeren van het bestuurscollege hierover. Indien de Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs gebruik maakt van deze bevoegdheid informeert hij de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

  • 2 Aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs wordt machtiging verleend voor het opstellen van een advies inzake het schorsen of intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 5.11, eerste lid van de Wet kinderopvang BES en het sturen van een afschrift van dit advies aan de betreffende houder of gastouder.

Artikel 2. Ondermandaat

  • 1 De Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 1, ondermandaat of machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2 Besluiten tot het verlenen van ondermandaat en machtiging kunnen uitsluitend schriftelijk geschieden en worden ter kennis gebracht aan de mandaatgever.

Artikel 3. Ondertekening

De Inspecteur-Generaal van de Inspectie van het Onderwijs en de onder hem ressorterende functionarissen aan wie op grond van artikel 2 ondermandaat of machtiging is verleend, ondertekenen besluiten namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de volgende formulering:

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze,

[handtekening van de (onder)gemandateerde functionaris]

[naam van de (onder)gemandateerde functionaris],

[functie van de (onder)gemandateerde functionaris].

Artikel 4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.N.J. Nobel