|
ADMINISTRATIE, PERSONEEL EN HUISVESTING
|
|
|
|
Administratie
|
|
|
|
Domein: exploitatievergunning
|
|
Wko BES art. 2.1, eerste, tweede en zesde lid, aanhef en onder a
|
|
De houder heeft een exploitatievergunning.
|
$ 5.000
|
Wko BES art. 2.1, eerste lid, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder f, EV KO Bonaire, art. 7 en 8, EV KO Saba art. 4 en 5, en EV KO Sint Eustatius art.
6 en 7
|
|
Personeel en groepen
|
|
|
|
Domein: opleiding, scholing en ervaring
|
|
Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en d, tweede lid, aanhef en onder
e, vierde lid, aanhef en onder b, en vijfde lid, aanhef en onder b, Bko BES art. 2.7 en 2.8, Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j, k en l, art. 5, 6 en 7
|
|
Teamkwalificatie op locatieniveau
Tot en met 31 december 2030:
• minimaal de helft van de beroepskrachten op de locatie voldoet aan opleiding tot
pedagogisch medewerker of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 3
of heeft een bewijsstuk dat aantoont dat de beroepskracht handelt op dit niveau
• maximaal de helft is stagiair, beroepskracht-in-opleiding (beide met opleiding op
niveau 3), of heeft een opleiding met pedagogisch component op mbo/CVQ 2 niveau.
Vanaf 1 januari 2031 is deze verhouding respectievelijk twee-derde en een-derde.
|
$ 1.500
|
Bko BES art. 2.15, eerste lid en art. 5.1, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder j en k
|
|
Er moet bij inzet van een stagiair of beroepskracht-in-opleiding binnen de teamkwalificatie
altijd ook een beroepskracht op niveau 3 (de eerste categorie hierboven) op de groep
staan.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.15, derde lid
|
|
Er is minstens een volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van
eerste hulp aan kinderen.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.11 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder l
|
|
Domein: verklaring omtrent het gedrag (VOG)
|
|
Wko BES art. 2.8 m.u.v. eerste lid, aanhef en onder e
|
|
Iedereen die werkzaam of structureel aanwezig is op de locatie bezit een VOG.
|
$ 1.500
|
Wko BES art. 2.8, eerste lid
|
|
De VOG was niet ouder dan drie maanden bij indiening en wordt tweejaarlijks geactualiseerd.
|
$ 1.000
|
Wko BES art. 2.8, tweede lid
|
|
Indiening van de VOG geschiedt voorafgaand aan de werkzaamheden of structurele aanwezigheid
op de locatie.
|
$ 1.000
|
Wko BES art. 2.8, derde lid
|
|
De houder bewaart de VOG gedurende drie jaar.
|
$ 1.000
|
Wko BES art. 2.8, vijfde lid, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder g
|
|
Domein: voertaal
|
|
Wko BES art. 2.4, vijfde lid, aanhef en onder a, en art. 2.7
|
|
Bij kinderopvang in een kindercentrum wordt als voertaal Nederlands of Papiaments
(Bonaire) of Engels of Nederlands (Sint Eustatius en Saba) gebruikt of mede een andere
voertaal vanwege de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden.
|
$ 750
|
Wko BES art. 2.7
|
| |
|
|
|
Domein: aantal beroepskrachten en groepsgrootte
|
|
Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b en c, tweede lid, aanhef en onder
a en f, en vierde lid, aanhef en onder c en d
|
|
Het aantal beroepskrachten wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de
stam-, basis- of combinatiegroep. De verhouding tussen beroepskrachten en aantal kinderen
is conform de bijlagen van het Besluit kinderopvang BES.
|
$ 1.500
|
Bko BES art. 2.13, eerste en tweede lid
|
|
Minder beroepskrachten inzetten:
• Bij tien uren dagopvang (of bso op vrije dagen), kunnen ten hoogste drie uren per
dag minder beroepskrachten worden ingezet.
• Bij de buitenschoolse opvang mag ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten
worden ingezet.
• Indien slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, is een volwassene
beschikbaar die telefonisch bereikbaar is en binnen vijftien minuten aanwezig kan
zijn in geval van een calamiteit (achterwacht).
• Indien slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning
ten minste één andere volwassene aanwezig.
• De houder voldoet aan de voorwaarden waarin wordt bepaald wanneer beroepskrachten
in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de BKR.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.13, derde t/m achtste lid
|
|
De houder kan de verhouding tussen het minimaal in te zetten aantal beroepskrachten
en het aantal aanwezige kinderen aantonen door een overzicht van de ingezette beroepskrachten
en presentielijsten van kinderen.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.14 en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder c
|
|
Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs wordt rekening houden met
opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.15, tweede lid
|
|
Domein: herkenbare ruimtes en personen (stabiliteit)
|
|
Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b en
d, en vierde lid, aanhef en onder d en e
|
|
De opvang vindt plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in een stamgroep.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.12, eerste en tweede lid
|
|
Een kind maakt per week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes
in de dagopvang.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.12, zevende lid
|
|
De maximale grootte is afgestemd op de leeftijd van de kinderen in de stamgroep en
voldoet aan de eisen uit het Besluit kinderopvang BES.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.12, derde en vierde lid
|
|
Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.26, vijfde lid
|
|
De exploitant deelt ouders en kind mee in welke stamgroep het kind zit en welke beroepskracht
op welke dag bij de stamgroep hoort.
|
$ 250
|
Bko BES art. 2.12, vijfde lid
|
|
Er wordt per stamgroep zoveel mogelijk gewerkt met vaste beroepskrachten.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.12, zesde lid
|
|
Ieder kind krijgt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht op de stamgroep
of basisgroep van het kind.
|
$ 500
|
Bko BES art. 2.16
|
|
Er is een beroepskracht werkzaam die beschikt over een opleiding tot pedagogisch medewerker
of een opleiding met een pedagogisch component op niveau 4. Deze beroepskracht is
minimaal 2,5 dagen per week werkzaam (dit geldt vanaf 1 januari 2031).
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.9
|
|
Huisvesting
|
|
|
|
Domein: huisvesting en ruimtes
|
|
Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, en vierde lid, aanhef en onder h
en i
|
|
De binnen- en buitenruimtes zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming
met het aantal en de leeftijd van de kinderen.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.26, eerste lid
|
|
Er is minstens drie m2 binnenspeelruimte per kind aanwezig (voor bso: tot en met 31 december 2030 2,5 m2).
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.26, tweede lid, en art. 5.1, aanhef en onder b
|
|
Er is minstens drie m2 vaste, schaduwrijke buitenspeelruimte, die grenst aan de locatie, per kind aanwezig.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.26, derde en achtste lid
|
|
De binnenruimtes dienen voor een gezond binnenmilieu te zijn voorzien van goede ventilatie.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.26, vierde lid
|
|
Een kindercentrum beschikt voor kinderen tot anderhalf jaar over een afzonderlijke
slaapruimte.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.26, zevende lid
|
|
VEILIGHEID, GEZONDHEID EN PEDAGOGISCH KLIMAAT
|
|
|
|
Veiligheid en gezondheid
|
|
|
|
Domein: veiligheids- en gezondheidsbeleid
|
|
Wko BES art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder d, en vierde lid, aanhef en onder a, en art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede en derde lid
|
|
De houder heeft een veiligheids- en gezondheidsbeleid (V&G) dat voldoet aan de eisen
uit het Besluit kinderopvang BES. De houder zorgt ervoor dat conform het V&G-beleid wordt gehandeld.
|
$ 1.000
$ 250 per eis
|
Bko BES art. 2.4 en 2.5, en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder h
|
|
De houder stelt het V&G-beleid schriftelijk vast, evalueert en stelt het veiligheids-
en gezondheidsbeleid waar nodig bij.
|
$ 1.000
|
Bko BES art. 2.5
|
|
De houder beschrijft in het V&G-beleid hoe deze de dagopvang zodanig organiseert dat
een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend
kan verrichten terwijl deze gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene
(het ‘vierogenprincipe’).
|
$ 500
|
Bko BES art. 2.5, tweede lid
|
|
Domein: gezonde voeding
|
|
Wko BES art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, en art. 2.4, vijfde lid, aanhef en onder c
|
|
De houder zorgt voor gezonde voeding, volgens de eisen die gelden in de Eilandsverordening
(enkel van toepassing voor Saba en Sint Eustatius).
|
$ 750
|
Wko BES art. 2.4 vijfde lid, aanhef en onder c, en EV KO Saba, art. 8 en EV KO Sint Eustatius, art. 1
|
|
Domein: meld-, overleg- en aangifteplicht (per 1-1-2027)
|
|
Wko BES art. 2.11 en 2.12
|
|
Werkwijze strafbare feiten in kindercentrum
• Bij een (mogelijk) misdrijf van een werkzaam persoon in het kindercentrum jegens
een kind, treedt houder in overleg met deskundige.
• Indien een werkzaam persoon in het kindercentrum met een (mogelijk) misdrijf van
een ander werkzaam persoon in het kindercentrum bekend wordt, stelt hij de houder
in kennis.
• Bij redelijk vermoeden van schuld, doet de houder aangifte bij opsporingsambtenaar.
|
$ 2.000
|
Wko BES art. 2.11
|
|
Werkwijze strafbare feiten door houder
• Indien een werkzaam persoon in het kindercentrum bekend wordt met (mogelijk) misdrijf
van de houder jegens een kind, treedt de persoon in overleg met deskundige.
• Bij redelijk vermoeden van schuld, doet de persoon aangifte bij opsporingsambtenaar.
|
$ 2.000
|
Wko BES art. 2.12
|
|
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelwijzen.
|
$ 750
|
Wko BES art. 2.11 en 2.12
|
|
Pedagogisch en educatief beleid en pedagogisch handelen
|
|
|
|
Domein: pedagogisch en educatief beleid
|
|
Wko BES art. 2.3, tweede lid, art. 2.4, eerste lid, aanhef en onder d, en vierde lid, aanhef en onder f
|
|
Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch en educatief beleidsplan.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.23, eerste lid en Rko BES art. 4, tweede lid, aanhef en onder m
|
|
De houder draagt er zorg voor dat er conform het pedagogisch en educatief beleidsplan
wordt gehandeld.
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.23, tweede lid
|
|
De houder maakt het pedagogisch en educatief beleid schriftelijk bekend aan de ouders.
|
$ 500
|
Bko BES art. 2.23, derde lid
|
|
Het beleid voldoet aan de eisen als voorgeschreven in het Besluit kinderopvang BES.
|
$ 250 per eis
|
Bko BES art. 2.24
|
|
Domein: pedagogisch handelen
|
|
Wko BES art 2.3, eerste en derde lid, en art. 2.4, vierde lid, aanhef en onder f
|
|
De houder van het kindercentrum biedt een ondersteunend pedagogisch klimaat dat bijdraagt
aan:
• de emotionele veiligheid van kinderen.
• het ontwikkelen van de persoonlijke en sociale vaardigheden van kinderen
• de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen
|
$ 750
|
Bko BES art. 2.2
|
|
Financiering
|
|
|
|
Domein: kosten opvang zonder kinderopvangvergoeding
|
|
Wko BES art. 3.15
|
|
Indien de houder een kind opvangt waarvoor hij geen kinderopvangvergoeding ontvangt,
dan brengt de houder bij de ouder de kosten in rekening die tenminste gelijk zijn
aan de kinderopvangvergoeding die verstrekt zou worden.
|
$ 1.000
|
Wko BES art. 3.15
|
|
Gegevensverstrekking
|
|
|
|
Domein: gegevensverstrekking houder kindercentrum
|
|
Wko BES art. 4.1 en 4.2
|
|
Een houder verstrekt binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken wijze alle
gegevens die nodig zijn voor het vaststellen en betalen van de kinderopvangvergoeding,
als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving.
|
$ 500 per gegeven
|
Wko BES art. 4.2 en Rko BES art. 2, 3 en 4
|
|
Domein: gegevensverstrekking
ouder
|
|
Wko BES art. 4.3
|
|
Ouder en partner van ouder verstrekken binnen de afgesproken termijn en op de afgesproken
wijze alle gegevens van ouder, partner en kind, als voorgeschreven in de Wet kinderopvang BES en onderliggende regelgeving, die:
• nodig zijn voor de vaststelling en hoogte van de kinderopvangvergoeding;
• aanleiding kunnen geven tot wijziging van de kinderopvangvergoeding.
|
$ 250 – voor ouders
|
Wko BES art. 4.3 en Rko BES art. 2
|