Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES

Geraadpleegd op 10-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2025, nr. 2025-0000292050, houdende vaststelling van de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 5.1 t/m 5.13 van de Wet kinderopvang BES;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Toepassing

Deze beleidsregel is van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang BES gestelde regelgeving.

Artikel 2. Vormen van handhaving

Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft de Staatssecretaris de volgende mogelijkheden:

  • 1. op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie;

  • 2. bestraffende sanctie.

Artikel 3. Kwaliteitseisen

  • 1 De kwaliteitseisen, waaraan voldaan moet worden voor een verantwoorde kinderopvang, staan genoemd in de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving.

  • 3 In de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES wordt uitgegaan van de kwaliteitseisen betreffende de administratie, personeel en huisvesting, en veiligheid, gezondheid en pedagogisch klimaat zoals gesteld in hoofdstuk 2 en 4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 4 In het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en wordt de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding weergegeven. Het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES zijn onderdeel van deze beleidsregel en als bijlagen aan deze beleidsregel toegevoegd.

Artikel 4. Eisen rondom de financiering en gegevensverstrekking

  • 1 De eisen rondom financiering en gegevensverstrekking waaraan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving.

  • 2 De toezichthouder op de financiering en gegevensverstrekking van de kinderopvang onderzoekt de naleving van deze eisen en legt de overtredingen vast in een inspectierapport als bedoeld in artikel 5.4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 3 In de Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES wordt uitgegaan van de eisen rondom de rechtmatigheid van de financiering en de eisen rondom gegevensverstrekking zoals gesteld in hoofdstuk 3 en 4 van de Wet kinderopvang BES.

  • 4 In de afwegingskaders worden per domein de eisen rondom financiering en gegevensverstrekking geclusterd weergegeven en wordt de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding weergegeven. Het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES zijn onderdeel van deze beleidsregel en als bijlagen aan deze beleidsregel toegevoegd.

Hoofdstuk 2. Handhaving

Artikel 5. Handhavingstraject

  • 1 Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer eisen van de Wet kinderopvang BES en alle onderliggende regelgeving, de houder daarvoor een herstelopdracht vanuit de toezichthouders heeft ontvangen en die herstelopdracht niet binnen de geboden termijn volledig heeft hersteld, kan de Staatssecretaris een handhavingstraject starten. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).

  • 2 Bij het uitvoeren van een handhavingstraject kan de Staatssecretaris de volgende trajecten inzetten:

    Aan last onder dwangsom gaat een voornemen tot het opleggen van deze last vooraf. Dit is in reguliere handhavingssituaties het geval. Als er sprake is van spoed wordt direct overgegaan tot het opleggen van de definitieve last.

  • 3 Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan de Staatssecretaris besluiten om een bepaald traject meerdere keren toe te passen.

Artikel 6. Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

De Staatssecretaris kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen zoals opgenomen in de afwegingskaders in de bijlage. De toezichthouder maakt een boeterapport op als de toezichthouder een overtreding vaststelt die in aanmerking komt voor een bestuurlijke boete.

Artikel 7. Hoogte bestuurlijke boete

  • 1 Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7 van de Wet kinderopvang BES, zal voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastoudersopvang BES, als uitgangspunt gehanteerd worden. De afwegingskaders zijn onderdeel van deze beleidsregel en worden als bijlagen van deze beleidsregel gepubliceerd.

  • 2 In afwijking van het vorige lid, geldt voor kindercentra met dertig kinderopvangplaatsen of minder op grond van de exploitatievergunning als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht zal worden gehalveerd.

  • 4 De totale bij boetebeschikking op te leggen boete kan, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, bestaan uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

  • 5 Indien er sprake is van meerdere overtredingen binnen hetzelfde domein gedurende eenzelfde onderzoek, dan wordt het totale boetebedrag voor de overtredingen binnen dit domein gemaximeerd:

    • a. voor kindercentra met 31 kinderopvangplaatsen of meer op grond van de exploitatievergunning: $ 5.000,–;

    • b. voor kindercentra met maximaal dertig kinderopvangplaatsen op grond van de exploitatievergunning: $ 2.500,–

    • c. voor gastouders: $ 1.700,–.

  • 6 Indien er sprake is van meerdere overtredingen binnen hetzelfde domein die ontstaan zijn met één feitelijke gedraging gedurende eenzelfde onderzoek, dan wordt alleen een bestuurlijke boete opgelegd voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.

Artikel 8. Recidive

  • 1 Indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van vier jaar nadat eenzelfde eerdere overtreding heeft plaatsgevonden, bedraagt het boetebedrag anderhalf maal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES. De datum van oplegging van de boete is hierbij leidend.

  • 2 Indien sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van vier jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan, bedraagt het boetebedrag tweemaal het boetebedrag zoals opgenomen in het afwegingskader kindercentra BES en het afwegingskader gastouderopvang BES. De datum van oplegging van de boete is hierbij leidend.

Artikel 9. Matiging

  • 1 De Staatssecretaris kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:

    • a. de ernst van de overtreding;

    • b. de mate van verwijtbaarheid;

    • c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;

    • d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert;

    boeteoplegging volgens deze beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES onevenredig is.

  • 2 Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, in geval van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES.

Deze beleidsregel zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.N.J. Nobel