Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Eindejaarsbesluit 2025

Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.
Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Besluit van 19 december 2025 tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen en enige andere besluiten (Eindejaarsbesluit 2025)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 28 november 2025, nr. 2025002779;

Gelet op de artikelen 5.20 en 7.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 18g van de Wet op de loonbelasting 1964, de artikelen 7.3, 7.5, 8.8 en 8.13 van de Wet minimumbelasting 2024, artikel 21 van de Successiewet 1956, artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 30 en 37b van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, de artikelen 24a en 59 van de Wet belastingen op milieugrondslag en de artikelen 38 en 66a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 december 2025, nr. W06.25.00353/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 18 december 2025, nr. 2025-0000608361.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel VI

[Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.]

Artikel X

[Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964.]

Artikel XIII

  • 3 In afwijking van het eerste lid treedt artikel X, onderdeel C, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende rijksbelastingen waarop het inzagerecht betrekking heeft verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 december 2025

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën,

E.H.J. Heijnen

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten