Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Skal-Reglement Certificatie en Toezicht

Geraadpleegd op 10-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Skal-Reglement Certificatie en Toezicht

Dit reglement is door het bestuur van stichting Skal vastgesteld op, 26-11-2025

goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op 9 december 2025 en treedt in werking met ingang van 1 januari 2026

Algemeen

De regelgeving voor biologische productie bestaat uit Europese verordeningen, Nederlandse regelgeving en reglementen van Stichting Skal (hierna Skal). Dit Reglement Certificatie en Toezicht van Skal is voor de toepassing van verordening (EU)2018/848 inzake de biologische productie en etikettering van biologische producten (hierna: basisverordening) het reglement, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet. Dit reglement beschrijft hoe Skal als controleautoriteit in de zin van de Controleverordening (EU) 2017/625 en de basisverordening (EU) 2018/848 de regelgeving voor biologische productie en etikettering controleert en als controleautoriteit of als bevoegde autoriteit handhaaft. Ook leest u hoe Skal toezicht houdt op de gecertificeerde bedrijven en de sector in het algemeen.

De verschillende inspectietypes worden gedefinieerd. In bijlage 1 vindt u het overzicht van de maatregelen die Skal als controleautoriteit of als bevoegde autoriteit op basis van de basisverordening en controleverordening bevoegd is te nemen bij geconstateerde tekortkomingen in de naleving (zogenoemde non-conformiteiten) bij exploitanten van de regelgeving voor biologische productie.

Artikel 1. Voorwerp

In dit reglement worden de beginselen van de certificatie voor biologische productie vastgesteld alsmede registratie, productregistratie en controle. Ook het toezicht op de plantaardige productie, dierlijke productie en het bewerken, verwerken en verhandelen van biologische producten in Nederland valt onder dit reglement.

De grondslag voor de taken van Skal vormt de aanwijzing van Skal als controleautoriteit in de zin van de Controleverordening (EU) 2017/625 en de basisverordening (EU) 2018/848 in het Landbouwkwaliteitsbesluit. Skal is belast met alle taken die conform die verordeningen aan de controleautoriteit kunnen worden opgedragen en bevoegd tot het nemen van alle maatregelen die overeenkomstig die verordeningen door de controleautoriteit of bevoegde autoriteit aan ondernemers kunnen worden opgelegd bij niet-naleving. Die taken worden in de nationale regelgeving – te weten de regelgeving bij of krachtens de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren – nader uitgewerkt. Skal ontvangt de melding, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de basisverordening.

Daarnaast is Skal geaccrediteerd conform de ISO/IEC 17065:2012 voor de borging van de kwaliteit van controle- en toezichtprocessen.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Dit reglement is van toepassing op elke exploitant die, in elk stadium van de biologische productie, bereiding of distributie, betrokken is bij activiteiten met betrekking tot de in artikel 2 van Verordening (EU) 2018/848 genoemde producten.

In dit reglement Certificatie en Toezicht staan de regels ter uitvoering van de biologische certificatie door Skal. De verschillende inspectietypes worden gedefinieerd.

Artikel 3. Definities

Aanvullend op definities uit verordening 2018/848 heeft Skal de volgende begrippen toegelicht.

  • 1. Publiekrechtelijke wet- en regelgeving: verordening (EU) 2018/848 (basisverordening) en verordening (EG) nr. 2017/625 (controleverordening) en de daarop gebaseerde EU regelgeving, de Landbouwkwaliteitswet, het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 en de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. Specifiek voor de dierlijke productie geldt de volgende nationale regelgeving: Wet dieren, Besluit Diervoeders, Regeling Diervoeders 2012, Besluit Dierlijke producten, Regeling Dierlijke producten 2012.

  • 2. Toezicht: de werkzaamheden die door of in opdracht van Skal worden verricht om na te gaan of de exploitant (blijvend) aan de eisen van de biologische verordening heeft voldaan, bijvoorbeeld door middel van inspectie. Tevens het beslissen over en zo nodig het opleggen van maatregelen aan de exploitant indien hij niet aan deze eisen en/of voorschriften heeft voldaan.

  • 3. Inspectie: onderzoek of voldaan wordt aan eisen, bijvoorbeeld door middel van observatie, deskundige beoordeling en zo nodig door middel van meten en monsteronderzoek. Een inspectie kan zowel fysiek ter plaatse als op afstand digitaal (bijvoorbeeld vanuit kantoor van Skal) uitgevoerd worden.

  • 4. Monstername en -analyse: uitvoering van technische handelingen ter bepaling van een of meer eigenschappen van een product volgens een gespecificeerde procedure.

  • 5. Non Conformiteit (NC): een niet-naleving en/of tekortkoming van de biologische regelgeving door een exploitant.

  • 6. Maatregelen: maatregelen en/of acties van Skal naar aanleiding van NC's, aan een exploitant opgelegd, die moeten worden opgevolgd op aanwijzing van Skal. Met deze maatregelen wordt de eerlijke concurrentie tussen exploitanten bevorderd, alsmede de goede werking van de interne markt. Daarnaast wordt het vertrouwen van de consument in biologisch aangeduide producten behouden.

  • 7. Kwaliteitsplan: een beschrijving van de door de exploitant uit te voeren controle- en voorzorgsmaatregelen, alsmede alle noodzakelijke administratieve handelingen om zeker te stellen dat gecertificeerde producten bij voortduring aan de certificatievoorwaarden voldoen.

  • 8. Aangemeld: exploitant waarmee Skal een overeenkomst voor certificatie en/of toezicht heeft gesloten, of natuurlijk persoon, rechtspersoon of onderdeel van een rechtspersoon die een overeenkomst voor certificatie en/of toezicht heeft afgesloten met Skal. Een aangemelde is niet per definitie gecertificeerd.

  • 9. Onderaannemer: exploitanten aan wie activiteiten worden uitbesteed en op wie volledig dan wel deels de verantwoordelijkheid voor de biologische productie schriftelijk is overgedragen.

Artikel 4. Certificatievoorwaarden

  • 1 De leveringsvoorwaarden van de exploitant mogen niet in strijd zijn met dit reglement. Wanneer dit wel het geval is, prevaleren de bepalingen van dit reglement.

  • 2 Certificatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers die daarvoor zijn gekwalificeerd. De kwalificatie-eisen worden vastgesteld door het bestuur van Skal.

  • 3 Skal kan de uitvoering van toelatingsonderzoeken en/of inspectie na het verstrekken of hernieuwen van een bio-certificaat, of onderdelen daarvan, uitbesteden aan derden (onafhankelijke en onpartijdige deskundigen, onderzoek- of inspectie-instellingen of laboratoria), voor zover de publieke voorschriften zich daar niet tegen verzetten.

Artikel 5. Overeenkomst tussen exploitant en Skal

Voor de uitvoering van de aanmelding en/of het afgeven van een bio-certificaat en het toezicht sluiten de exploitant en Skal een overeenkomst. De overeenkomst komt tot stand nadat Skal een volledig ingevuld en ondertekend aanmeldingsformulier inclusief bijbehorende bijlagen heeft ontvangen, en Skal de aanmelding aan de exploitant schriftelijk heeft bevestigd.

Artikel 6. Certificaathouder

  • 1 Alleen exploitanten die activiteiten uitvoeren genoemd in Verordening (EU) 2018/848 kunnen beschikken over een bio-certificaat (‘certificaathouder zijn’).

  • 2 Wanneer de exploitant een deel van zijn activiteiten uitbesteedt, moet de kwaliteitsverantwoordelijkheid van de exploitant zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen hem en de feitelijke producent, waarin ten minste is geregeld:

    • op welke manier de exploitant verifieert dat de producten van de feitelijke producent voldoen aan de in de verordening gestelde eisen;

    • dat de exploitant bij de producent kan afdwingen dat producten worden voortgebracht die voldoen aan de in het bio-certificaat vermelde specificatie;

    • dat Skal alle noodzakelijke werkzaamheden in het kader van het toezicht en de verstrekking of hernieuwing van het bio-certificaat zowel in het bedrijf van de exploitant als bij de feitelijke producent mag uitvoeren, zo nodig met inbegrip van het treffen van maatregelen bij geconstateerde tekortkomingen.

  • 3 Dat een biologische aanduiding uitsluitend mag worden aangebracht op producten welke door de certificaathouder in de markt worden gebracht.

  • 4 De exploitant is verplicht om een wijziging in de rechtsvorm, tenaamstelling, statutaire zetel en plaats van de vestiging van het bedrijf onmiddellijk schriftelijk aan Skal te melden.

  • 5 De exploitant moet Skal onmiddellijk op de hoogte stellen van wijzigingen of het ontstaan van situaties die direct verband (kunnen) hebben met het al dan niet voldoen aan de gestelde eisen. Skal stelt daarop vast of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en stelt de exploitant daarvan op de hoogte. Indien aanvullend onderzoek nodig is kan Skal het bio-certificaat opschorten. De opschorting wordt opgeheven zodra Skal de exploitant van het positieve resultaat van het aanvullend onderzoek op de hoogte heeft gesteld.

Artikel 7. bio-certificaat

  • 1 Een bio-certificaat van Skal betekent dat:

    • de daarin gespecificeerde activiteiten of processen geacht worden te voldoen aan de voor die activiteiten of processen door Skal gehanteerde certificatievoorwaarden;

    • de op de bijlage van het bio-certificaat gespecificeerde producten zijn geregistreerd en deze dus geacht worden te voldoen aan, en te zijn voortgebracht volgens, de voor die producten door Skal gehanteerde certificatievoorwaarden.

  • 2 Het bio-certificaat heeft in beginsel een maximale geldigheidsduur van 12 maanden en wordt ieder jaar afgegeven door Skal.

  • 3 Gedurende (de termijn van) de opschorting van het bio-certificaat door Skal, verliest het bio-certificaat zijn geldigheid.

  • 4 De geldigheid van het bio-certificaat vervalt bij intrekking van het bio-certificaat door Skal.

  • 5 De geldigheid van het bio-certificaat vervalt bij beëindiging van de aanmelding bij Skal en/of beëindiging van de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant.

Artikel 8. Etikettering van biologische producten

  • 1 Nadat door Skal het bio-certificaat is afgegeven heeft de exploitant de plicht om aanduidingen aan te brengen op producten die onder het bio-certificaat als biologisch in de handel worden gebracht.

  • 3 Producten die niet voldoen aan of die niet zijn voortgebracht volgens de in de certificatievoorwaarden gestelde eisen, mogen niet worden voorzien van een biologische aanduiding. De exploitant is verplicht om hierop toe te zien en eventueel reeds aangebrachte aanduidingen te verwijderen.

Artikel 9. Vergoedingen

Van de tariefvergoeding die de exploitant verplicht is te betalen (bijdrage) aan Skal, zijn de aard, de hoogte en de overige voorwaarden geregeld in:

  • het Skal-Reglement bijdrage (R15);

  • het jaarlijks vastgestelde Skal-Tarievenblad (R16).

Artikel 10. Openbaarmaking

  • 1 De exploitant mag publiceren dat zijn activiteiten gecertificeerd zijn, maar uitsluitend en ondubbelzinnig voor de in het bio-certificaat gespecificeerde producten of activiteiten. Elke andere wijze van openbaarmaking wordt door Skal beschouwd als oneigenlijk gebruik van het bio-certificaat.

  • 2 Skal houdt een openbaar register bij, waarin alle gecertificeerde exploitanten zijn opgenomen met vermelding van de naam van de exploitant en de uitgevoerde activiteiten.

  • 3 Skal houdt een register bij van alle exploitanten en verstrekt deze lijst jaarlijks aan het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

  • 4 Skal publiceert in geval van het intrekken van het bio-certificaat van een gecertificeerde exploitant, in ieder geval nadat het besluit onherroepelijk is geworden, de naam en vestigingsplaats van de gedecertificeerde exploitant in combinatie met de motivatie van het besluit op hoofdlijnen tot intrekking van het bio-certificaat.

Het verstrekken van een bio-certificaat

Artikel 11. Procedure

  • 1 Skal zal een exploitant die daarom verzoekt op de hoogte stellen van de hoofdzaken van de aanvraagprocedure, de daarbij te hanteren werkwijze en kosten.

  • 2 Nadat Skal het door de exploitant ingevulde en voor akkoord ondertekende aanmeldformulier inclusief bijlagen heeft ontvangen en door Skal is akkoord bevonden, zal Skal een aanmeldbewijs versturen.

  • 3 Skal neemt contact op met de exploitant om een afspraak te maken voor het uit te voeren (toelating)onderzoek.

  • 4 De exploitant mag niet de indruk wekken dat de producten of activiteiten, waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend, zijn gecertificeerd zolang het aangevraagde bio-certificaat niet is verstrekt. Overtreding van deze bepaling wordt door Skal beschouwd als oneigenlijk gebruik van het bio-certificaat in de zin van artikel 20 van dit reglement.

Artikel 12. Toelatingsonderzoek

  • 1 Het toelatingsonderzoek vindt plaats aan de hand van de geldende certificatievoorwaarden, en omvat tenminste:

    • beoordeling van de activiteiten;

    • beoordeling van het kwaliteitsplan en de daarmee verband houdende administratie;

    • beoordeling van de klachtenprocedure.

  • 2 Zo nodig vindt beoordeling plaats van nadere eisen met betrekking tot:

    • het (ontwerp van het) product;

    • monstername en analyse;

    • overige procedures.

  • 3 De exploitant verleent de noodzakelijke medewerking aan het toelatingsonderzoek door:

    • inspecteurs toe te laten tot alle bedrijfsonderdelen;

    • inzage te verschaffen in de volledige administratie;

    • inzage te verschaffen in het volledige klachtenregister;

    • monsters en voor de beoordeling relevante gegevens, kosteloos ter beschikking te stellen.

  • 4 Bij de beoordeling van de activiteiten wordt nagegaan of de exploitant in staat is om producten voort te brengen die voldoen. Als referentie voor de beoordeling van de activiteiten kan een soortgelijk proces worden beoordeeld. De beoordeling omvat tenminste:

    • de hoedanigheid, oorsprong en herkomst van grondstoffen, ingrediënten, hulpstoffen, halfproducten en eindproducten;

    • de toepassing van de principes van de biologische productiemethoden;

    • het intern transport en de opslag.

  • 5 De beoordeling van het kwaliteitsplan omvat in ieder geval:

    • de aanwezigheid in de organisatiestructuur van een functionaris die belast is met het beheer van het kwaliteitsplan;

    • de aanwezigheid en het functioneren van het kwaliteitsplan; dit plan moet voldoende zekerheid bieden dat producten en/of activiteiten bij voortduring voldoen aan de eisen en dat dit aan de hand van interne controleresultaten en de daarover bijgehouden administratie door de exploitant kan worden aangetoond.

  • 6 Bij beoordeling van de klachtenregistratie wordt nagegaan of de exploitant:

    • een registratie bijhoudt van alle klachten over de door hem in de handel gebrachte gecertificeerde producten;

    • geëigende maatregelen neemt in verband met dergelijke klachten;

    • de getroffen maatregelen naar aanleiding van klachten vastlegt.

  • 7 Zo nodig toetst Skal ook de aanwezigheid en het functioneren van andere relevante procedures.

  • 8 Bij de beoordeling van het (ontwerp van het) product wordt nagegaan of het product of de (beoogde) samenstelling van het product voldoet aan de gestelde eisen.

  • 9 Indien monstername en analyse vereist is, zal Skal monsters nemen bij de exploitant en deze (laten) analyseren aan de hand van de gestelde eisen.

  • 10 Wanneer de exploitant niet de feitelijke producent is van de te registreren producten, zal Skal de overeenkomst tussen de exploitant en de producent beoordelen aan de hand van de eisen in artikel 6 van dit reglement. De feitelijke producent moet ook onder controle staan van Skal of in het geval van productie buiten Nederland een andere voor biologische productie bevoegde autoriteit en/of controle autoriteit en/of controlerende instantie.

  • 11 Degene die het toelatingsonderzoek heeft uitgevoerd legt zijn bevindingen vast in een rapport. Dit rapport wordt digitaal verwerkt en de exploitant krijgt deze per mail toegestuurd.

Artikel 13. Besluit op de certificatieaanvraag

Skal beslist over de aanvraag binnen een maand nadat het onderzoek en de rapportage daarover zijn afgerond. Het certificatiebesluit wordt meegedeeld aan de exploitant.

  • Bij een positief besluit stelt Skal het bio-certificaat digitaal beschikbaar aan de exploitant.

  • Bij een negatief certificatiebesluit wijst Skal de aanvraag af onder vermelding van de redenen die tot dit besluit hebben geleid. Hiermee vervalt de met de exploitant gesloten in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst en wordt de exploitant uitgeschreven tenzij er nog een in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst voor een ander product of activiteiten bestaat of wanneer de exploitant wel onder de aanmeldplicht valt.

Artikel 14. Beëindiging van de aanvraag

  • 1 Indien bij de behandeling van de aanvraag, naar het oordeel van Skal, blijkt dat de exploitant geen of onvoldoende maatregelen treft om te voldoen aan de gestelde eisen of onvoldoende medewerking verleent om dit aan te tonen, kan Skal de behandeling van de certificatieaanvraag beëindigen.

  • 2 Indien tijdens het onderzoek blijkt dat een positief besluit over het verstrekken van een bio-certificaat redelijkerwijs niet te verwachten is, kan de behandeling van de aanvraag in onderling overleg worden beëindigd.

  • 3 De exploitant kan altijd schriftelijk zijn aanvraag tussentijds intrekken. Eventueel door Skal gemaakte kosten zullen aan de exploitant in rekening worden gebracht.

  • 4 Bij beëindiging van de aanvraag eindigt de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst en wordt de exploitant uitgeschreven, tenzij er nog een in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst voor een ander product en/of activiteit(en) bestaat of wanneer de exploitant wel onder het toezicht valt.

Artikel 15. Registratie van een product

Om een product op het biologische certificaat te laten vermelden kan de exploitant een productregistratie aanvragen bij Skal.

  • Productregistratie verloopt via het digitale loket op Mijn.Skal.nl.

  • Nadat de productregistratie door Skal is gecontroleerd en een goedkeuring is verleend zal het product op de bijlage van het bio-certificaat van de exploitant worden vermeld.

  • De exploitant heeft de plicht om een biologische aanduiding aan te brengen, zoals vermeld in artikel 8 in dit reglement, op de etikettering van producten die onder zijn bio-certificaat als biologisch in de handel worden gebracht.

  • Producten die niet voldoen aan of die niet zijn voortgebracht volgens de gestelde eisen, mogen niet worden voorzien van een biologische aanduiding. De exploitant is verplicht om hierop toe te zien en eventueel reeds aangebrachte foutieve biologische aanduidingen te verwijderen.

Toezicht

Artikel 17. Risicoclassificatie

Voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten om de naleving van de eisen van verordening (EU) 2018/848 na te gaan, ter waarborging van de biologische status in alle stadia van de productie, bereiding en distributie, zijn er in de verordeningen controleregels opgesteld.

Voor de invulling van de controles vereist Verordening (EU) 2018/848, artikel 38 dat een risicoanalyse/ risicoclassificatie wordt gemaakt van de gecertificeerde exploitanten. Op basis van deze risicoclassificatie worden de exploitanten ingedeeld. Op basis van de indeling wordt een exploitant meer, minder vaak geïnspecteerd.

Artikel 17 bis. Risicomodel

Op basis van de minimale verplichte punten uit de verordening en aanvullende punten wordt er jaarlijks door Skal op basis van een risicomodel een risicoclassificatie gemaakt. De uitgangspunten van het risicomodel zijn te vinden op de website van Skal. De uitkomst van de berekening door het risicomodel geeft een rangschikking van de gecertificeerde exploitanten. Exploitanten die rechtstreeks aan consumenten verkopen vallen in de categorie “Verkoop aan consumenten”.

Artikel 17 ter. Risico hoog, normaal en laag

Verordening (EU) 2018/848 artikel 38 beschrijft dat de verschillende risicoclassificaties een verschillende hoeveelheid inspecties per periode kunnen krijgen. Lid 3 beschrijft dat alle exploitanten minimaal éénmaal per jaar geïnspecteerd moeten worden. Wanneer aan specifiek beschreven voorwaarden is voldaan mag volgens lid 3 een exploitant éénmaal per 24 maanden geïnspecteerd worden. Skal zal dat aangeven als laag risico. Lid 4 geeft aan dat hoog risico exploitanten extra controles moeten krijgen. Skal hanteert als hoog risico de bovenste 10% van de ranking uit het risicomodel. Deze exploitanten zullen in het toezichtarrangement ‘Hoog risico’ ingedeeld worden en jaarlijks een tweede inspectie krijgen. De overige exploitanten die niet in het risico laag of hoog vallen worden ingedeeld in de categorie normaal risico.

Artikel 18. Toezichtarrangementen

Om het risico gebaseerde toezicht in te richten is een model gemaakt waarin de exploitanten worden ingedeeld. Dit model bestaat uit vijf categorieën. De categorieën die gelden zijn:

  • De categorie hoog risico. Deze categorie bevat exploitanten die volgens het risicomodel in de top 10% vallen.

  • De categorie normaal risico. Deze categorie bevat exploitanten die niet in de top 10% van het risicomodel vallen en ook niet voldoen aan de vereisten om als laag risico geclassificeerd te worden.

  • De categorie laag risico. Deze categorie wordt ingedeeld op basis van de vereisten uit de verordening. Deze categorie hoeft niet jaarlijks maar kan eens per 24 maanden geïnspecteerd worden.

  • De categorie Verkoop aan consumenten. Deze categorie is ingesteld om de keten van biologische producten tot in de winkel te waarborgen.

  • De categorie niet aangemeld of gecertificeerd. Deze categorie betreft het toezicht dat Skal houdt op de gehele markt in Nederland op het gebruik van biologische aanduidingen.

Artikel 19. Inspecties

  • 1 Skal voert regelmatig inspecties uit om de naleving door de exploitanten te controleren. Deze inspecties vinden in principe éénmaal per kalenderjaar op willekeurige tijdstippen plaats op het bedrijf van de exploitant.

  • 2 Skal kent de volgende inspecties nadat het toelatingsonderzoek leidt tot registratie en verstrekking van het bio-certificaat:

    • Periodieke inspectie: Vooraf aangekondigde fysieke inspectie waarbij alle relevante normelementen en procedures worden beoordeeld.

    • Digitale inspectie: Vooraf aangekondigde digitale/online inspectie waarbij alle relevante normelementen worden beoordeeld.

    • Inspectie hoog risico: Een uitgebreide inspectie op één of meerdere specifieke risicovolle onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering. Deze inspectie wordt bij alle exploitanten uitgevoerd die op basis van het risicomodel in toezichtsarrangement hoog risico vallen. Dit kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

    • Extra Inspectie (op verzoek van exploitant): Inspectie op één of meerdere specifieke onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering.

    • Gerichte inspectie: Inspectie op één of meerdere specifieke onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering. Dit kan zowel onaangekondigd als aangekondigd plaatsvinden.

    • Herinspectie: Verificatie van openstaande NC’s op locatie van de exploitant.

    • Kantoorinspectie: Verificatie van openstaande NC’s op kantoor van Skal.

    • Monstername: Het verzamelen van fysieke monsters ten behoeve van laboratoriumanalyse. Dit kan zowel onaangekondigd als aangekondigd plaatsvinden.

  • 3 De inspectiecyclus is:

    • Toelatingsonderzoek (0-meting)

    • Periodieke inspectie (jaarlijks)

    Bij exploitanten die in de laag risico categorie vallen zal er minimaal eens in de 24 maanden een periodieke inspectie plaatsvinden.

  • 4 De exploitant verleent de noodzakelijke medewerking aan de inspecties door:

    • de aangekondigde inspectie voor te bereiden zoals gevraagd bij bevestiging van de inspectie;

    • inspecteurs toe te laten tot alle bedrijfsonderdelen;

    • inzage te verschaffen in de volledige administratie;

    • inzage te verschaffen in het volledige klachtenregister;

    • gevraagde informatie toe te zenden;

    • kosteloos de benodigde monsters ter beschikking te stellen.

  • 5 Wanneer de exploitant niet de producent is van de geregistreerde producten, toont de exploitant aan dat de verplichte overeenkomst met de producent (zie artikel 6 lid 2 van dit reglement) wordt nagekomen.

  • 6 Skal is bevoegd op andere wijze, bijvoorbeeld in voertuigen en andere plaatsen waar geregistreerde producten aanwezig (kunnen) zijn na te gaan of de exploitant aan zijn verplichtingen voldoet.

  • 7 Skal verstrekt aan de exploitant een rapport over de uitgevoerde inspectie. Dit inspectierapport wordt mede ondertekend voor gezien door de exploitant zoals wordt verplicht door verordening (EU) 2018/848 artikel 38 lid 6.

Artikel 20. Oneigenlijk gebruik van biocertificaten en -aanduidingen

  • 1 Skal ziet er op toe dat geen oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van biocertificaten en biologische aanduidingen door exploitant of door derden. Als oneigenlijk gebruik wordt in ieder geval beschouwd:

    • het wekken van de indruk dat producten of activiteiten, waarvoor een aanvraag is ingediend, en nog geen bio-certificaat is verstrekt, reeds geregistreerde producten en/of gecertificeerde processen zijn;

    • het wekken van de indruk dat een bio-certificaat betrekking heeft op andere producten of activiteiten dan waarvoor het bio-certificaat is afgegeven;

    • het wekken van de indruk dat een bio-certificaat (nog) geldig is tijdens een periode van opschorting van het bio-certificaat, na intrekking van het bio-certificaat, na beëindiging van de aanmelding bij Skal en/of na beëindiging van de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant;

    • het gebruik van onjuiste aanduidingen;

    • elke vorm van gebruik dan wel wekken van indruk waarbij de consument in verwarring wordt gebracht of kan worden misleid.

  • 2 Acties ter bescherming van aanduidingen tegen oneigenlijk gebruik door exploitanten komen aan Skal toe.

  • 3 Skal kan, al dan niet tezamen met exploitanten van geregistreerde productenof activiteiten, een vordering instellen tegen exploitanten die oneigenlijk gebruik maken van certificaten en aanduidingen.

Catalogus van maatregelen

Artikel 21. Algemeen

Maatregelen bij non-conformiteiten:

  • 1. Wanneer bij het toelatingsonderzoek of de inspectie non-conformiteiten worden vastgesteld, zullen door Skal maatregelen worden opgelegd aan de exploitant overeenkomstig de in bijlage 1 vermelde “Tabel – Maatregelen bij NC’s”. In de “Lijst van maatregelen” zijn per specifiek geval van non-conformiteit de bijbehorende maatregelen opgenomen. Deze lijst is voor geregistreerde exploitanten te raadplegen op Mijnskal.nl.

  • 2. Overtreding van een of meer voorschriften gebaseerd op het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, is aan tuchtrecht onderworpen en kan worden voorgelegd aan het Tuchtgerecht dat is ingesteld op grond van de Landbouwkwaliteitswet artikel 13.

  • 3. Onverminderd het voorgaande zal Skal, wanneer een overtreding wordt vastgesteld die als overtreding van de Landbouwkwaliteitswet of de Wet dieren juncto artikel 2 lid 4 van de Wet op de economische delicten wordt aangemerkt, deze overtreding via de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA-IOD) of de Officier van Justitie melden voor strafrechtelijke vervolging.

  • 4. Skal stelt de exploitant schriftelijk op de hoogte van haar beslissing omtrent de getroffen maatregel.

  • 5. De kosten van door Skal opgelegde gerichte dan wel herinspectie(s), of van door het Tuchtgerecht opgelegde verscherpte toezichtmaatregelen worden aan de exploitant in rekening gebracht volgens het geldende tarievenblad. Wanneer de maatregel extra monstername inhoudt, zullen de daaraan verbonden kosten separaat in rekening worden gebracht.

  • 6. Bij intrekking of opschorting van een bio-certificaat moet de exploitant zijn afnemers hierover informeren op de wijze die Skal voorschrijft. Skal behoudt zich echter het recht voor om zelf, op kosten van de exploitant, de afnemer(s) van de betreffende exploitant te informeren. De exploitant is verplicht Skal op verzoek te voorzien van een volledige lijst van afnemers.

  • 7. Skal publiceert bij intrekking van het bio-certificaat of de registratie, conform artikel 10 lid 4 van dit reglement, informatie met betrekking tot de intrekking op haar website.

Artikel 22. Opmerking en indeling van NC’s in categorieën

  • 1 Opmerking (een aandachtspunt dat opvolging verdiend):

    Een bindende aanwijzing binnen een (bedrijfs-) proces schriftelijk geconstateerd door de inspecteur. Dit proces en de procedure zijn op hoofdlijn door de exploitant onder controle. Deze opmerking heeft geen effect op de biologische status van het proces of product, maar moet wel opgevolgd worden ter voorkoming van een NC.

  • 2 Lichte NC:

    Een lichte NC van de voorzorgsmaatregelen en of preventieve maatregelen op basis van de (EU) 2018/848. Er is wel sprake van een lichte vorm van niet-naleving maar de integriteit van het bioproduct is niet is aangetast. Deze lichte NC moet uiterlijk binnen 12 maanden worden hersteld (Minor Non-Conformity).

  • 3 Ernstige NC:

    • a) Een ernstige NC in het biologische bedrijfsproces waarbij de voorzorgsmaatregelen en of preventieve maatregelen op basis van de (EU) 2018/848 op een ernstige wijze niet zijn nageleefd.

    • b) Een herhaalde lichte NC. Dat is een NC die niet binnen 12 maanden na inspectiedatum waarop de lichte NC is vastgesteld, structureel is hersteld.

    De ernstige NC moet binnen de gestelde termijn van maximaal 3 maanden structureel zijn hersteld (Major Non-Conformity).

  • 4 Kritieke NC:

    • a) Een kritieke NC in het biologische bedrijfsproces waarbij de voorzorgsmaatregelen en of preventieve maatregelen niet zijn nageleefd;

    • b) Een niet binnen de gestelde termijn herstelde vastgestelde ernstige NC;

    • c) Een vastgestelde ernstige NC, die binnen 24 maanden na vaststellingsdatum van de inspectie, herhaaldelijk en daarmee opnieuw wordt geconstateerd.

    Een kritieke NC kent geen hersteltermijn. De exploitant moet per direct de kritieke NC herstellen (Critical Non-Conformity).

Artikel 22 bis. Herstel non-conformiteiten (NC’s)

Een NC wordt, afhankelijk van de ernst, op onderstaande wijze afgehandeld.

  • 1. De exploitant moet elke NC zo snel mogelijk aantoonbaar corrigeren, uiterlijk binnen de door Skal gestelde herstelperiode. Skal kan een kortere periode opleggen waarbinnen de NC gecorrigeerd moet zijn.

    Een NC wordt opgeheven indien de exploitant de NC afdoende heeft gecorrigeerd (door middel van een corrigerende maatregel en zo mogelijk correctie) en dit door Skal is geverifieerd en akkoord bevonden.

    In een individueel geval kan bij zeer bijzondere omstandigheden de opgelegde termijn om een NC te corrigeren door Skal worden verlengd.

  • 2. Bij een NC kan de verplichting worden opgelegd de biologische aanduidingen te verwijderen van of deze niet aan te brengen op de afwijkende producten.

  • 3. Skal kan bij een ernstige of kritieke NC overwegen een Tuchtrechtelijke Verklaring (TV) aan te zeggen, zie artikel 25 in dit reglement.

  • 4. Skal kan een herinspectie uitvoeren ter verificatie van de opgelegde verplichting aanduidingen te verwijderen en/of ter verificatie van de naleving of opvolging van de maatregel en/of correctie.

  • 5. Indien binnen 24 maanden na constatering van de eerste, een tweede of dezelfde kritieke NC wordt geconstateerd, kan Skal het bio-certificaat van de exploitant opschorten of intrekken, conform artikel 23 en 24 van dit reglement, en/of een aanvraag voor het verstrekken of uitbreiden van bio-certificaat afwijzen dan wel gedurende een maximumtermijn van 24 maanden buiten behandeling stellen. Dit geldt ook indien tegelijkertijd twee kritieke NC’s worden geconstateerd. Skal zal, nadat het besluit tot intrekking van het bio-certificaat onherroepelijk is geworden, de informatie met betrekking tot de intrekking actief publiceren op haar website.

  • 6. Een bio-certificaat wordt slechts verstrekt c.q. uitgebreid, indien bij het toelatingsonderzoek is vastgesteld dat geen NC’s (meer) aanwezig zijn. Indien bij het toelatingsonderzoek een NC wordt geconstateerd zal dus geen bio-certificaat worden verstrekt of uitgebreid, totdat deze NC is opgeheven.

Artikel 22 ter. Verwijdering biologische aanduiding

Bij een kritieke NC op productniveau moet elke verwijzing naar de biologische productiemethode van de betreffende producten verwijderd worden. Bij andere NC’s kan de verplichting worden opgelegd de biologisch aanduiding(en) te verwijderen van of deze niet aan te brengen op de betreffende producten.

Artikel 22 quater. Verscherpt toezicht

Verscherpt toezicht bestaat uit gerichte en herinspectie(s) die bij de exploitant in rekening worden gebracht volgens het geldende tarievenblad en is gericht op het structurele herstel van vastgestelde NC's.

Artikel 23. Opschorting van het bio-certificaat of deel/scope daarvan

  • 1 Een bio-certificaat of deel/scope daarvan kan door Skal worden opgeschort in de volgende gevallen:

    • kritieke NC’s;

    • indien binnen 24 maanden na de constatering van de eerste, een tweede of dezelfde kritieke NC wordt geconstateerd;

    • het niet treffen van corrigerende maatregelen op vastgestelde NC’s die op zich nog geen reden tot opschorting waren;

    • de exploitant heeft in ernstige mate in strijd gehandeld met één of meer van zijn verplichtingen, waaronder tevens vallen zijn financiële verplichtingen jegens Skal;

    • door de exploitant doorgevoerde wijzigingen, die nader onderzoek door Skal vereisen;

    • wanneer de exploitant gedurende langere tijd een zo geringe of onregelmatige biologische voortbrenging heeft dat dit voor Skal gerede twijfels oplevert of de exploitant in staat is om te voldoen aan de in dit reglement gestelde eisen.

  • 2 Tijdens de periode van opschorting van het bio-certificaat blijft de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant van kracht.

  • 3 Tijdens de periode van opschorting van het bio-certificaat mag de exploitant geen gebruik maken van het bio-certificaat en geen producten verhandelen die zijn voorzien van biologische aanduidingen. De exploitant mag ook niet de indruk wekken dat hij nog het recht zou hebben op het gebruik van het bio-certificaat. Overtreding van deze bepaling wordt door Skal beschouwd als oneigenlijk gebruik van het bio-certificaat zoals genoemd in artikel 20 van dit reglement. Wanneer een deel van het bio-certificaat is opgeschort, dan geldt het in dit artikellid bepaalde voor dat ingetrokken deel/de ingetrokken scope(s).

  • 4 Een bio-certificaat blijft gedurende een periode van maximaal 12 maanden opgeschort. De exploitant dient bij een opschorting zelf tijdig Skal te informeren dat hij de NC’s heeft gecorrigeerd. Skal zal dan een herinspectie uitvoeren ter verificatie. Indien de NC is opgeheven, zal de opschorting worden beëindigd. Indien de NC niet binnen de termijn van maximaal 12 maanden wordt opgeheven, zal het bio-certificaat worden ingetrokken.

  • 5 Opschorting van het bio-certificaat houdt tevens in dat de exploitant gedurende de periode waarin de opschorting van het bio-certificaat van kracht is, geen recht heeft op een (her)nieuw(d) bio-certificaat voor dezelfde scope(s) of sterk overeenkomende activiteit of product als waarop het opschortingsbesluit ziet.

Artikel 24. Intrekking van het bio-certificaat of deel/scope daarvan

  • 1 Een bio-certificaat of deel daarvan kan door Skal met onmiddellijke ingang worden ingetrokken in de volgende gevallen:

    • kritieke NC’s;

    • indien binnen 24 maanden na de constatering van de eerste, een tweede of dezelfde kritieke NC wordt geconstateerd;

    • het niet of onvoldoende treffen van herstelmaatregelen tijdens een periode van opschorting van het bio-certificaat in de zin van artikel 23;

    • de exploitant heeft in ernstige mate in strijd gehandeld met één of meer van zijn verplichtingen, waaronder tevens vallen zijn financiële verplichtingen;

    • de exploitant heeft de belangen van Skal ernstig geschaad;

    • kritieke NC’s, vastgesteld na het op de markt brengen van producten en het mogelijk niet voldoen aan de eisen;

    • wanneer de exploitant gedurende twee jaar geen biologische activiteit(en) uitvoert en daardoor niet kan voldoen aan de gestelde eisen.

  • 2 De maatregel van intrekking van het bio-certificaat wordt voor de duur van maximaal 24 maanden opgelegd.

  • 3 Vanaf de datum van intrekking van het bio-certificaat mag de exploitant geen gebruik maken van het bio-certificaat en geen producten meer afleveren die zijn voorzien van biologische aanduidingen. Relevante documentatie zoals bijvoorbeeld leverdocumenten mogen ook geen verwijzing naar de biologische productiemethode bevatten. De exploitant mag ook niet de indruk wekken dat hij nog het recht zou hebben op het gebruik van het bio-certificaat. Overtreding van deze bepaling wordt door Skal beschouwd als oneigenlijk gebruik van het bio-certificaat. Wanneer een deel van het bio-certificaat is ingetrokken, dan geldt het in dit artikellid bepaalde voor dat ingetrokken deel/de ingetrokken scope(s).

  • 4 Tijdens de periode van intrekking van het bio-certificaat blijven de aanmelding/registratie bij Skal en de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant van kracht. Intrekking van het bio-certificaat laat de financiële verplichtingen van de exploitant tegenover Skal onverlet. Ook moet de exploitant (blijven) meewerken aan het toezicht door Skal.

  • 5 Intrekking van het bio-certificaat houdt tevens in dat de exploitant gedurende de periode waarin de intrekking van het bio-certificaat van kracht is, geen recht heeft op een (her)nieuw(d) bio-certificaat voor dezelfde scope(s) of sterk overeenkomende activiteit of product als waarop het intrekkingsbesluit ziet.

  • 6 Skal publiceert bij intrekking van het bio-certificaat, conform artikel 10 lid 5 van dit reglement, informatie met betrekking tot de intrekking van het bio-certificaat op haar website.

  • 7 Voordat de periode van intrekking van het bio-certificaat is afgelopen, controleert Skal op de naleving als bedoeld in de leden 1 t/m 4 van artikel 38 van de basisverordening. Na een positief resultaat op de verificatie van de naleving, wordt het bio-certificaat hernieuwd (afgegeven).

Artikel 24 bis. Beëindiging van de aanmelding/registratie en/of de overeenkomst

  • 1 De aanmelding/registratie bij Skal en/of de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst kunnen met onmiddellijke ingang worden beëindigd indien:

    • de exploitant in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met één of meer van zijn verplichtingen, waaronder tevens vallen zijn financiële verplichtingen;

    • de exploitant in staat van faillissement is verklaard of heeft opgehouden te bestaan;

    • de exploitant de belangen van Skal ernstig heeft geschaad;

    • de exploitant, diens medewerkers de door de exploitant ingeschakelde personen de veiligheid van medewerkers van Skal of door Skal ingeschakelde personen en/of hun eigendommen in gevaar brengt of dreigt dat te doen;

    • de exploitant gedurende een periode van meer dan 24 maanden geen biologische activiteiten uitvoert en daardoor niet kan voldoen aan de gestelde eisen.

  • 2 Met uitzondering van beëindiging vanwege de laatste in lid 1 genoemde grond, is indien sprake is van beëindiging vanwege een of meer in lid 1 genoemde gronden, de exploitant tevens gedurende een periode van maximaal 24 maanden het recht ontnomen op een (her)nieuw(d)e registratie/aanmelding.

    In geval van beëindiging vanwege schending van de financiële verplichtingen van de exploitant, herleeft het recht om zich opnieuw aan te melden en opnieuw een bio-certificaat aan te vragen voordat de hiervoor genoemde periode van maximaal 24 maanden is verstreken, zodra de achterstallige betalingen inclusief de daarover verschuldigde wettelijke rente en eventuele (incasso)kosten alsnog volledig zijn voldaan.

    Indien de exploitant in staat van faillissement is verklaard en een doorstart maakt, herleeft het recht om zich opnieuw aan te melden en opnieuw een bio-certificaat aan te vragen voordat de hiervoor genoemde periode van maximaal 24 maanden is verstreken, zodra de doorstart is gemaakt en eventuele achterstallige betalingen inclusief de daarover verschuldigde wettelijke rente en eventuele (incasso)kosten volledig zijn voldaan.

  • 3 In andere dan de in de lid 1 genoemde gevallen en behoudens beëindiging als gevolg van het beëindigen van de aanvraag(procedure) als bedoeld in artikel 14 van dit reglement of beëindiging als gevolg van een door de exploitant niet geaccepteerde wijziging als bedoeld in artikel 31 van dit reglement, kan de aanmelding/registratie bij Skal en/of de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst worden beëindigd door iedere partij met inachtneming van een termijn van minimaal drie volle kalendermaanden.

    Deze beëindiging moet per brief aan de andere partij worden meegedeeld, onder vermelding van de datum van de beëindiging. Bij een beëindiging/opzegging door Skal zal daarbij de reden van beëindiging/opzegging worden aangegeven.

  • 4 Beëindiging van de aanmelding/registratie bij Skal en/of de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst, laat de financiële verplichtingen van de exploitant tegenover Skal onverlet.

  • 5 Tot en met negen maanden na beëindiging van de aanmelding/registratie bij Skal en/of de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst, blijft de exploitant verplicht om alle inlichtingen aan Skal te verschaffen, die Skal nodig acht voor de afhandeling en/of verificatie van de (contractuele) verplichtingen van de exploitant.

Artikel 25. Tuchtrecht

  • 1 Skal kan bij een ernstige of kritieke NC overwegen een Tuchtrechtelijke Verklaring (TV) aan te zeggen ten behoeve van het kunnen opleggen van een sanctie. Een Tuchtrechtelijke Verklaring wordt, ter afhandeling voorgelegd aan het Tuchtgerecht.

Klachten, bezwaar en beroep

Artikel 26. Klachten

  • 1 Skal behoudt zich het recht voor om naar aanleiding van een ontvangen klacht, aangebracht door een derde, over een exploitant een onafhankelijk onderzoek in te stellen.

  • 2 Indien een klacht gegrond blijkt, kan dit voor Skal aanleiding zijn tot overleg met de exploitant over maatregelen ter verbetering, herziening van het kwaliteitsplan, of tot het treffen van een maatregel.

  • 3 Wanneer Skal een klacht ontvangt over het eigen functioneren wordt deze behandeld door een daartoe bevoegde medewerker van Skal die niet zelf betrokken was bij het functioneren dat aanleiding gaf tot de klacht.

  • 4 Een klacht moet in beginsel binnen een termijn van zes weken na registratie van ontvangst van de klacht zijn afgehandeld.

  • 5 Wanneer een klacht niet naar tevredenheid van de klager is afgehandeld kan deze zijn bevindingen binnen één jaar voorleggen aan de Nationale ombudsman.

Artikel 27. Bezwaar

  • 1 Tegen een schriftelijk besluit van Skal kan door belanghebbenden binnen een termijn van zes weken na dagtekening van het betrokken schriftelijke besluit bezwaar worden ingediend bij de Skal-commissie bezwaarschriften, overeenkomstig het Skal-Reglement bezwaar.

  • 2 Het maken van bezwaar laat het besluit of de maatregel van Skal onverlet, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald, totdat dienaangaande een uitspraak is gedaan.

Artikel 28. Beroep

  • 1 Het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar vindt plaats overeenkomstig het Skal-Reglement bezwaar (R17).

  • 3 Het instellen van beroep laat het besluit van Skal onverlet, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald, totdat dienaangaande een uitspraak is voldaan.

Overige bepalingen

Artikel 29. Arbeidsomstandigheden

De exploitant dient er zorg voor te dragen dat de arbeidsomstandigheden in zijn bedrijf en op plaatsen waar de werkzaamheden worden uitgevoerd zodanig zijn dat geen gevaar bestaat voor de veiligheid en de gezondheid van medewerkers van Skal en de door Skal ingeschakelde derden als bedoeld in artikel 4 lid 3 van dit Reglement bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Zo nodig dient de exploitant veiligheidsmiddelen ter beschikking te stellen met de daarbij behorende instructie.

Artikel 30. Geheimhouding

  • 2 Bij de inschakeling van derden bij de uitvoering van de werkzaamheden voor Skal zullen deze een verklaring ondertekenen, waarin de geheimhoudingsplicht als bedoeld in het eerste lid is geregeld.

Artikel 31. Wijziging van dit reglement

1. Skal informeert exploitanten tijdig over een te verwachten wijziging van dit reglement, de datum van inwerkingtreding en de eventuele overgangstermijn. Wanneer de exploitant niet akkoord gaat met de wijzigingen moet hij dit binnen een door Skal gestelde termijn schriftelijk melden. In dat geval zal op de datum waarop het gewijzigde reglement in werking treedt:

  • de aanmelding bij Skal zijn beëindigd,

  • de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant zijn beëindigd, en

  • de geldigheid van het bio-certificaat zijn vervallen.

Artikel 32. Aansprakelijkheid

  • 1 Skal is jegens de exploitant aansprakelijk voor tekortkomingen in de uitvoering van haar werkzaamheden, voor zover deze het gevolg zijn van het niet in acht nemen door Skal van de zorgvuldigheid, deskundigheid en het vakmanschap waarop bij het uitvoeren van de werkzaamheden mag worden vertrouwd.

  • 2 Eventuele aanspraken van de exploitant dienen binnen één jaar na het ontstaan van de schade te zijn ingediend, bij gebreke waarvan de exploitant zijn rechten heeft verwerkt.

Artikel 33. Slotbepalingen

  • 1 Dit reglement vervangt alle voorgaande versies van het Skal-Reglement Certificatie en Toezicht.

  • 2 Wijzigingen van dit reglement treden eerst in werking na goedkeuring door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

  • 3 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het Bestuur van Skal.

Bijlage 1. Tabel – Maatregelen bij NC’s

Categorie

In welke situaties

Maatregelen

   

Maximale hersteltermijn

Verwijderen aanduidingen mogelijk

Aanzeggen TV mogelijk

Herinspectie ter verificatie

Maatregelen indien niet tijdig gecorrigeerd

Opmerking

Een bindende aanwijzing binnen een (bedrijfs-) proces schriftelijk geconstateerd door de inspecteur. Dit proces en de procedure zijn op hoofdlijn door de exploitant onder controle. Deze opmerking heeft geen effect op de biologische status van het proces of product, maar moet wel opgevolgd worden ter voorkoming van een NC.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

lichte NC (Minor NC)

1. een kleine NC die niet direct van invloed is op het product.

2. Een kleine NC in het kader van een toelatingsonderzoek.

12 maanden

nee

nee

nee

Maatregelen:

1. Bio-certificaat behoudt geldigheid, NC wordt verhoogd naar ernstig.

Afwijzen of het max 24 maanden buiten behandeling stellen van aanvraag voor verstrekken of uitbreiding bio-certificaat.

ernstige NC (Major NC)

1. Een grote NC in het biologische bedrijfsproces. De biostatus van de producten is niet in het geding.

2. een niet binnen de gestelde termijn opgeloste lichte NC.

3. een lichte NC die binnen 24 maanden na de inspectiedatum waarop de NC is vastgesteld opnieuw geconstateerd wordt.

3 maanden

ja

ja

ja

Maatregelen:

1. t/m 3. Bio-certificaat behoudt geldigheid. NC wordt verhoogd naar kritiek.

Afwijzen of het max 24 maanden buiten behandeling stellen van aanvraag voor verstrekken of uitbreiding bio-certificaat.

Kritieke NC (Critical NC)

1. Het product of (bedrijfs)proces voldoet niet aan de eisen. De basisprincipes van de biologische (landbouw)productie worden geschonden. Het product/ perceel verliest de biostatus.

2. een niet binnen de gestelde termijn opgeloste ernstige NC of een ernstige NC die binnen 24 maanden na de inspectiedatum waarop de NC is vastgesteld opnieuw geconstateerd wordt.

3. Bij één of meerdere kritieke NC’s kunnen bepaalde activiteiten/scopes van het bio-certificaat of het hele bio-certificaat van de betrokken exploitant worden opgeschort of ingetrokken.

4. indien binnen 24 maanden na constatering van de eerste, een tweede kritieke NC wordt geconstateerd, zal Skal de certificatie van de exploitant intrekken en alle lopende aanvragen voor het verstrekken of uitbreiden van een bio-certificaat afwijzen.

0 maanden

ja

ja

ja

Maatregelen:

1. Bio-certificaat van de exploitant wordt ingetrokken.

2. Bio-certificaat van de exploitant wordt opgeschort of ingetrokken.

3 en 4 nvt

  1. Onder het bevoegd gezag wordt verstaan het bevoegd gezag van een ander EU-lidstaat en door dit bevoegd gezag erkende controleorganisaties c.q. toezichthoudende organisaties in de uitvoering van hun wettelijke taken. ^ [1]