De rapportage van de beoordelend arts moet volgens vaste tuchtrechtspraak voldoen
aan de volgende eisen:
-
• Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
-
• Uit het rapport blijkt dat de arts een geschikte onderzoeksmethode heeft gebruikt
om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden.
-
• In het rapport zet de arts op inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke gronden
de conclusies van het rapport steunen.
-
• Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, inclusief de gebruikte literatuur
en de geconsulteerde personen.
-
• De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Met dit als uitgangspunt voldoet het rapport aan onderstaande eisen:
Deskundigheid
De medisch specialist geeft zijn advies op grond van de actuele medische wetenschap
en in zijn vakgebied algemeen aanvaarde inzichten en opvattingen. Hij doet geen uitspraken
die buiten zijn vakgebied of anderszins buiten zijn competentie vallen.
Uit het rapport blijkt dat de medisch specialist de beperkingen van de betrokkene
baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet slechts de door de onderzochte
genoemde beperkingen heeft overgenomen. Hij toetst de mededelingen van de onderzochte
op plausibiliteit en consistentie, waarna hij op basis van zijn expertise beoordeelt
of de betrokkene voldoet aan de eisen gesteld in de Regeling eisen geschiktheid 2000.
Zorgvuldigheid
De specialist besteedt de nodige zorg aan een overzichtelijke opbouw en indeling van
het rapport. Het rapport ziet er professioneel uit. In het rapport wordt zorg verleend
aan correct, zakelijk en begrijpelijk taalgebruik.
Informatie van derden (bijvoorbeeld behandelend artsen of informatie vanuit het CBR)
wordt niet zonder medeweten van betrokkene opgenomen in het rapport en de overwegingen
die leiden tot het advies.
Onnodig medisch jargon, ingewikkeld taalgebruik en het gebruik van afkortingen moeten,
waar mogelijk, worden vermeden. Een rapport moet ook begrijpelijk zijn voor niet-medici,
zoals de rechter bij een eventuele beroepszaak.
Onbevooroordeeldheid
De medisch specialist heeft een open en onbevooroordeelde attitude ten opzichte van
verbale en non-verbale uitingen van de betrokkene over diens gezondheidstoestand en
ten opzichte van medisch-wetenschappelijke gegevens over de aard en het beloop van
ziektebeelden of syndromen. De medisch specialist onderbouwt zijn bevindingen met
toetsbare redeneringen en verwijzingen.
Toetsbaarheid
Constateringen berusten aantoonbaar op feiten, zodat een ander op basis daarvan tot
dezelfde constatering kan komen (‘repliceerbaarheid’) dan wel die constatering kan
verwerpen (‘falsificeerbaarheid’). Om die reden vermeldt de expert de bronnen waarop
zijn conclusies berusten. Daaronder vallen ook eventueel geraadpleegde personen of
gebruikte literatuur.
Relevantie en zuinigheid
De medisch specialist geeft in zijn rapport alleen aan wat relevant is voor het goed
beantwoorden van de vragen. Hij geeft geen overbodige beschouwingen.
De specialist zorgt er voor dat het rapport voldoende toegesneden is op de individuele
casus. Voor het weergeven van de onderzoeksgegevens bestaat alleen dan geen bezwaar
tegen standaard sjabloonteksten, wanneer hierin wordt weergegeven wat daadwerkelijk
onderzocht is.
De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet, en beperkt zich tot de
relevante gegevens. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het subjectieve
verhaal van de betrokkene, zoveel mogelijk in diens bewoordingen.
De specialist verricht een adequaat lichamelijk en/of specialistisch (bv psychiatrisch
of neurologisch) onderzoek voor zover dat relevant is voor de beantwoording van de
vraagstelling.
Indien de medisch specialist bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die
hij ter zake relevant vindt ten aanzien van de rijgeschiktheid, dan vermeldt hij deze
in het rapport.
Consistentie
Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
In het rapport zet de specialist op inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke
gronden de conclusies van het rapport steunen.
Uit het rapport blijkt dat van de meegestuurde gegevens kennis werd genomen. Het is
niet noodzakelijke deze geheel samen te vatten. Wel beschrijft de medisch specialist
expliciet welke gegevens uit het dossier zijn meegewogen bij zijn beoordeling. Indien
in de stukken meningen, conclusies of diagnoses zijn vermeld die niet passen bij de
eigen beschouwing, dient de medisch specialist dit in zijn rapport op te nemen en
te beargumenteren waarom zijn opinie afwijkt van die van de zorgverlener of onderzoeker
in kwestie.
Het rapport bevat een beschouwing over de anamnestische klachten, de verschijnselen
en over oorzakelijke verbanden. Ook wordt ingegaan op de consequenties daarvan en
op eventuele discrepanties. De conclusies zijn hieruit rechtstreeks af te leiden.
De beschouwing is de kern van het rapport.
Als de anamnese niet overeenkomt met vaststelbare feiten of eerder gedane anamnestische
mededelingen, zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport
te blijken dat de betrokkene, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze discrepantie
werd geconfronteerd. Daarbij wordt vermeld wat de reactie van de betrokkene daarop
was en welke conclusie de medisch specialist hieruit trekt of welke consequenties
dat heeft. Het kan voorkomen dat dergelijke inconsistenties pas later aan het licht
komen. Ook dan dient de medisch specialist dit met de betrokkene te bespreken. Hiervan
wordt een verslag in het keuringsrapport opgenomen, inclusief de reactie van de betrokkene.
Indien de medisch specialist aanvullend hulponderzoek (radiologisch, neuropsychologisch
of anderszins) laat verrichten, betrekt hij de uitkomsten bij zijn overwegingen en
voegt hij de verslagleggingen van deze onderzoeken bij het expertiserapport.
Hanteren van een algemeen aanvaardbare onderzoeksmethode
Onderzoeksmethoden die (nog) niet gevalideerd of binnen de vakgroep niet algemeen
geaccepteerd zijn, kunnen niet gebruikt worden bij de beoordeling van de rijgeschiktheid.
Gegevensbescherming
De medisch specialist dient zich te houden aan de wettelijke bepalingen inzake de
bescherming van persoonsgegevens, zoals onder andere vastgelegd in de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG).