Algemeen
De divisie Rijgeschiktheid van het CBR beoordeelt de rijgeschiktheid.
Het CBR toetst de geschiktheid aan de Regeling eisen geschiktheid 2000, waarin de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de eisen m.b.t. de rijgeschiktheid
heeft opgenomen.
Ten behoeve van de aanvraag van een Verklaring van Geschiktheid dient betrokkene zelf
een Gezondheidsverklaring in. Redenen voor insturen van een Gezondheidsverklaring
zijn met name het afleggen van een rijexamen, vernieuwing van een verlopen of ongeldig
rijbewijs en een melding van twijfel aan de rijgeschiktheid bij een geldig rijbewijs.
Afhankelijk van de reden van de aanvraag en/of de antwoorden die een betrokkene op
een Gezondheidsverklaring invult volgt de verplichting om een vragenlijst of vragenlijsten
in te laten vullen en/of een keuringsverslag op te laten stellen door een keurend
arts. Ook kan het CBR de burger doorverwijzen naar een specialist voor een specialistische
keuring. De vragenlijst(en), het keuringsverslag en/of het keuringsrapport worden
door de arts aan het CBR bekend gemaakt. Medisch adviseurs van het CBR voeren op basis
van deze informatie een beoordeling uit en nemen een besluit over de rijgeschiktheid
van de betrokkene.
Kwaliteit keuring
Het toezicht op de kwaliteit van rijbewijskeuringen is in Nederland niet expliciet
bij een instantie belegd. Klachten kunnen door burgers ingediend worden bij de aanbieder
van de keuringen. In aanvulling daarop houdt de Nederlandse Zorgautoriteit toezicht
op de tarieven en kan er van ernstige incidenten melding gemaakt worden bij de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Complicerende factor daarbij is echter dat rijbewijskeuringen
niet onder de definitie van zorg vallen zoals deze van toepassing is volgens de Zorgverzekeringswet.
Ook het CBR heeft geen formele rol bij het toezicht houden op de kwaliteit van de
keuringen. De keurend artsen en medische specialisten hebben als zelfstandig beroepsbeoefenaren
hun eigen verantwoordelijkheid.
Regie op de keten
Het CBR ziet aanleiding om meer regie te nemen op de (kwaliteit van de) totale keten.
De verslaglegging van keuringen door externe aanbieders maakt immers onderdeel uit
van de klantreis in het proces van de rijgeschiktheidsbeoordeling. Daarbij zijn veel
burgers zich niet bewust van het feit dat de artsen die de keuringen uitvoeren, niet
in dienst zijn van het CBR. In aanvulling daarop is de kwaliteit van de keuring belangrijk
voor de medische informatie waar het CBR het besluit over de rijgeschiktheid van de
burgers op baseert. Dientengevolge is het borgen van een bepaalde kwaliteit ook van
belang voor de verkeersveiligheid. Voor medisch specialisten die rapportages opstellen
ten behoeve van de beoordeling van rijgeschiktheid bestaat sinds 1 december 2018 reeds
de beleidsregel ‘aanwijzing keurend medisch specialisten’. Voor de keuringen van 75-plussers
en beroepschauffeurs bestond tot op heden echter nog geen vergelijkbare beleidsregel.
Mede naar aanleiding van ontvangen klachten van burgers en berichtgeving in de media
is, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Rijbewijskeuringsartsen (NVVR),
de Vereniging van Keuringsartsen (VVK), een verkenning gestart om de kwaliteit van
deze keuringen aantoonbaar te verbeteren.
Beleidsregel, kwaliteitskader, richtlijnen
Deze verkenning heeft tot resultaat gehad dat het CBR een beleidsregel ‘rijbewijskeuringen
door keurend artsen’ heeft ontwikkeld en dat daarnaast een kwaliteitskader tot stand
gekomen is. Dit kwaliteitskader sluit aan op de beleidsregel en schetst de kwaliteitskaders
waarbinnen keuringen dienen plaats te vinden.
Het kwaliteitskader is tot stand gekomen via een participatief proces. De betrokken
partijen, namelijk de NVVR, de VVK, het CBR, artsen (zowel grotere keuringsbureaus
en de daarbij aangesloten artsen als artsen die keuringen op zelfstandige titel doen),
beroeps- en brancheverenigingen (NVAB), patiëntvertegenwoordiging (DVN) en andere
stakeholders in de branche hebben actief meegedacht over de inhoud middels sessies
en feedbackmomenten. Dit proces heeft bijgedragen aan de integratie van verschillende
perspectieven en expertise. Dit versterkt de kwaliteit en toepasbaarheid van het kader
en creëert draagvlak.
In aanvulling op het kwaliteitskader worden richtlijnen voor de uitvoering van rijbewijskeuringen
ontwikkeld. Van het kwaliteitskader en de beschikbare richtlijnen zullen periodiek
nieuwe versies verschijnen en zal ook geregeld beoordeeld worden of de beleidsregel
geactualiseerd dient te worden.
De nieuwe beleidsregel beschrijft hoe het CBR haar bevoegdheden inzet en wat zij verwacht
van de uitvoering en verslaglegging van rijbewijskeuringen. Hierbij wordt onder andere
ingegaan op de zorgvuldigheid van het invullen van de vragenlijsten door keurend artsen
en de wijze waarop het CBR omgaat met onvolledige of onzorgvuldig ingevulde keuringsverslagen.
Deze maatregelen dragen bij aan een betere borging van de verkeersveiligheid, doordat
zij de betrouwbaarheid en consistentie van medische verslaglegging vergroten.