Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Beleidsregel rijbewijskeuringen door keurend artsen

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Besluit directie van het CBR houdende vaststelling van een beleidsregel betreffende rijbewijskeuringen door keurend artsen

Artikel I

1. Reikwijdte beleidsregel rijbewijskeuringen door keurend artsen

In deze beleidsregel is vastgelegd welke eisen worden gesteld aan keurend artsen en de door hen ingevulde vragenlijst, vragenlijsten en of keuringsverslagen in de procedure tot beoordeling van de rijgeschiktheid.

Alle verslaglegging in het kader van deze procedure door een keurend arts valt onder de reikwijdte van de beleidsregel, ongeacht of de keurend arts geregistreerd staat bij het CBR.

De beleidsregel bevat regels over o.a. de aanmeldingsprocedure als keurend arts, de toepasselijke vereisten en de wijze waarop kwaliteit van de verslaglegging bewaakt wordt.

Voor de aanvraag van een verklaring van geschiktheid vraagt het CBR in bepaalde gevallen één of meer vragenlijsten en/of een keuringsverslag, in te laten vullen door een keurend arts (conform artikel 100 Reglement Rijbewijzen). Met deze beleidsregel wordt invulling gegeven aan de wijze waarop het CBR zijn bevoegdheden/verantwoordelijkheden uitoefent binnen het proces dat nodig is voor een beoordeling van de rijgeschiktheid.

Voor het opstellen van deze beleidsregel zijn de volgende informatiebronnen als uitgangspunten meegenomen:

Voorts zijn de volgende uitgangspunten aan de orde:

  • Met verslaglegging wordt bedoeld het ingevulde vragenformulier of keuringsverslag als bedoeld in artikel 100 van het Reglement Rijbewijzen.

  • Een keurend arts is een in Nederland geregistreerde arts, conform artikel 100 RR, die genoemde verslaglegging doet.

  • De keurend arts kan de behandelend arts zijn, dan wel een onafhankelijke arts. Bij de verslaglegging gaat het om het aanleveren van objectieve, feitelijke informatie. Om deze reden mag dus ook de eigen arts de keuring uitvoeren.

  • Het uitvoeren van een keuring CDE is niet vanzelfsprekend voor iedere keurend arts. Hiervoor is een actuele samenwerking nodig met een gecertificeerde arbodienst of bedrijfsarts die bekend is met de branche vervoer en transport die zijn taken delegeert. De bedrijfsarts blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit en de verslaglegging van de keuring, ook wanneer taken gedelegeerd worden.

2. Toelichting

Algemeen

De divisie Rijgeschiktheid van het CBR beoordeelt de rijgeschiktheid.

Het CBR toetst de geschiktheid aan de Regeling eisen geschiktheid 2000, waarin de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de eisen m.b.t. de rijgeschiktheid heeft opgenomen.

Ten behoeve van de aanvraag van een Verklaring van Geschiktheid dient betrokkene zelf een Gezondheidsverklaring in. Redenen voor insturen van een Gezondheidsverklaring zijn met name het afleggen van een rijexamen, vernieuwing van een verlopen of ongeldig rijbewijs en een melding van twijfel aan de rijgeschiktheid bij een geldig rijbewijs.

Afhankelijk van de reden van de aanvraag en/of de antwoorden die een betrokkene op een Gezondheidsverklaring invult volgt de verplichting om een vragenlijst of vragenlijsten in te laten vullen en/of een keuringsverslag op te laten stellen door een keurend arts. Ook kan het CBR de burger doorverwijzen naar een specialist voor een specialistische keuring. De vragenlijst(en), het keuringsverslag en/of het keuringsrapport worden door de arts aan het CBR bekend gemaakt. Medisch adviseurs van het CBR voeren op basis van deze informatie een beoordeling uit en nemen een besluit over de rijgeschiktheid van de betrokkene.

Kwaliteit keuring

Het toezicht op de kwaliteit van rijbewijskeuringen is in Nederland niet expliciet bij een instantie belegd. Klachten kunnen door burgers ingediend worden bij de aanbieder van de keuringen. In aanvulling daarop houdt de Nederlandse Zorgautoriteit toezicht op de tarieven en kan er van ernstige incidenten melding gemaakt worden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Complicerende factor daarbij is echter dat rijbewijskeuringen niet onder de definitie van zorg vallen zoals deze van toepassing is volgens de Zorgverzekeringswet. Ook het CBR heeft geen formele rol bij het toezicht houden op de kwaliteit van de keuringen. De keurend artsen en medische specialisten hebben als zelfstandig beroepsbeoefenaren hun eigen verantwoordelijkheid.

Regie op de keten

Het CBR ziet aanleiding om meer regie te nemen op de (kwaliteit van de) totale keten. De verslaglegging van keuringen door externe aanbieders maakt immers onderdeel uit van de klantreis in het proces van de rijgeschiktheidsbeoordeling. Daarbij zijn veel burgers zich niet bewust van het feit dat de artsen die de keuringen uitvoeren, niet in dienst zijn van het CBR. In aanvulling daarop is de kwaliteit van de keuring belangrijk voor de medische informatie waar het CBR het besluit over de rijgeschiktheid van de burgers op baseert. Dientengevolge is het borgen van een bepaalde kwaliteit ook van belang voor de verkeersveiligheid. Voor medisch specialisten die rapportages opstellen ten behoeve van de beoordeling van rijgeschiktheid bestaat sinds 1 december 2018 reeds de beleidsregel ‘aanwijzing keurend medisch specialisten’. Voor de keuringen van 75-plussers en beroepschauffeurs bestond tot op heden echter nog geen vergelijkbare beleidsregel. Mede naar aanleiding van ontvangen klachten van burgers en berichtgeving in de media is, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Rijbewijskeuringsartsen (NVVR), de Vereniging van Keuringsartsen (VVK), een verkenning gestart om de kwaliteit van deze keuringen aantoonbaar te verbeteren.

Beleidsregel, kwaliteitskader, richtlijnen

Deze verkenning heeft tot resultaat gehad dat het CBR een beleidsregel ‘rijbewijskeuringen door keurend artsen’ heeft ontwikkeld en dat daarnaast een kwaliteitskader tot stand gekomen is. Dit kwaliteitskader sluit aan op de beleidsregel en schetst de kwaliteitskaders waarbinnen keuringen dienen plaats te vinden.

Het kwaliteitskader is tot stand gekomen via een participatief proces. De betrokken partijen, namelijk de NVVR, de VVK, het CBR, artsen (zowel grotere keuringsbureaus en de daarbij aangesloten artsen als artsen die keuringen op zelfstandige titel doen), beroeps- en brancheverenigingen (NVAB), patiëntvertegenwoordiging (DVN) en andere stakeholders in de branche hebben actief meegedacht over de inhoud middels sessies en feedbackmomenten. Dit proces heeft bijgedragen aan de integratie van verschillende perspectieven en expertise. Dit versterkt de kwaliteit en toepasbaarheid van het kader en creëert draagvlak.

In aanvulling op het kwaliteitskader worden richtlijnen voor de uitvoering van rijbewijskeuringen ontwikkeld. Van het kwaliteitskader en de beschikbare richtlijnen zullen periodiek nieuwe versies verschijnen en zal ook geregeld beoordeeld worden of de beleidsregel geactualiseerd dient te worden.

De nieuwe beleidsregel beschrijft hoe het CBR haar bevoegdheden inzet en wat zij verwacht van de uitvoering en verslaglegging van rijbewijskeuringen. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de zorgvuldigheid van het invullen van de vragenlijsten door keurend artsen en de wijze waarop het CBR omgaat met onvolledige of onzorgvuldig ingevulde keuringsverslagen. Deze maatregelen dragen bij aan een betere borging van de verkeersveiligheid, doordat zij de betrouwbaarheid en consistentie van medische verslaglegging vergroten.

3. Aanmelding

De keurend arts, die aangesloten wil zijn op bij het CBR bekende netwerk van keurend artsen, meldt zich aan via de website van het CBR door middel van het invullen van het daartoe bestemde registratieformulier.

Bij het CBR geregistreerde keuringsartsen worden periodiek geïnformeerd over relevante informatie (cursussen, e-learning, richtlijnen etc.) over de door hen uitgevoerde keuringen en de wijze waarop deze dienen plaats te vinden. De keurend arts die stopt met het verrichten van keuringen meldt dit bij het CBR. Zo blijft de registratie van keurend artsen actueel.

4. Vereisten en aanbevelingen

4.1. Vereisten keurend arts

De keurend arts is als arts ingeschreven in het BIG-register. Hierbij is er geen tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregel van toepassing op het moment van de keuring op grond waarvan de keurend arts (tijdelijk) zijn beroep als arts niet mag uitvoeren.

4.2. Aanbevelingen keuring

Een betrokkene kiest zelf de keurend arts. De keurend arts draagt de eigen professionele verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de verslaglegging en de totstandkoming ervan. De keurend arts komt tot zorgvuldige en objectieve vaststelling van de medische gegevens conform relevante richtlijnen van de beroepsgroep.

De bejegening van de keurend arts richting de betrokkene is vriendelijk, professioneel, respectvol en onbevooroordeeld. De keurend arts zorgt voor een veilige omgeving voor de betrokkene.

Wanneer voor de beoordeling informatie van een behandelend arts noodzakelijk is, vraagt de keurend arts deze, met toestemming van betrokkene, op en betrekt deze bij de verslaglegging.

De keurend arts legt feitelijke informatie vast op basis waarvan de medisch adviseur van het CBR de beoordeling van de rijgeschiktheid kan uitvoeren. De keurend arts doet geen uitspraak over wat hij verwacht dat het CBR zal besluiten op basis van de verslaglegging betreffende de rijgeschiktheid. Wel informeert de keurend arts de betrokkene over de feiten die hij aan het CBR verstrekt.

De keurend arts onthoudt zich van waardeoordelen tegenover de betrokkene over diens behandelaars of het CBR.

4.3. Vereisten verslaglegging

4.3.1. Zorgvuldigheid

Op de vragenlijsten noteert de keurend arts de gegevens, die hij bij de anamnese heeft vastgesteld of vernomen heeft van de behandelaar. Het gaat hierbij om feitelijke gegevens en geen oordelen.

Op het keuringsverslag noteert de keurend arts gegevens die hij bij het onderzoek heeft vastgesteld zonder oordeel daarover.

Informatie van derden zoals van behandelend artsen, wordt niet zonder medeweten van betrokkene opgenomen in de verslaglegging.

4.3.2. Relevantie en zuinigheid

De keurend arts noteert op de ingevulde vragenlijsten en/of het keuringsverslag alleen wat relevant is voor het beantwoorden van de vragen. Hij geeft geen overbodige beschouwingen en geeft geen oordeel. Ook toevoegingen als ‘goed gezond’, ‘geen afwijkingen’ en dergelijke werken vertragend in het vervolgproces en moeten worden vermeden.

Indien de keurend arts bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij ter zake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in de ingevulde vragenlijst(en) en/of het keuringsverslag onder ‘Aanvullende informatie.’

4.3.3. Hanteren van een algemeen aanvaardbare onderzoeksmethode

Voor het uitvoeren van de keuring en de bijbehorende verslaglegging daarvan, hanteert de keurend arts onderzoeksmethoden zoals die in het Kwaliteitskader zijn beschreven.

4.4. Inzage-, correctie- en blokkeringsrecht

De betrokkene heeft het eerste recht om de verslaglegging van de keurend arts te vernemen. Hierbij geeft de keurend arts aan dat deze enkel verslag legt en dat het besluit over de rijgeschiktheid genomen wordt door de medisch adviseur van het CBR.

De keurend arts heeft de plicht betrokkene te informeren over onderstaande rechten.

Inzagerecht

De betrokkene heeft het recht om de verslaglegging in te zien, voordat het naar het CBR gestuurd wordt.

Correctierecht

De betrokkene heeft het recht om de keurend arts te verzoeken feitelijke onjuistheden te corrigeren.

Blokkeringsrecht

De betrokkene heeft het recht om de keuze te maken dat de verslaglegging niet naar het CBR verzonden mag worden. De betrokkene maakt dan gebruik van het blokkeringsrecht. Artikel 97, vierde lid, van het Reglement rijbewijzen bepaalt dat wanneer betrokkene gebruik maakt van het blokkeringsrecht, hij een jaar lang niet in aanmerking komt voor een Verklaring van geschiktheid.

4.5. Aanbevelingen ten behoeve van de organisatie van keuringen

4.5.1. Keuringslocatie

De keurend arts verricht zijn werkzaamheden in een professionele omgeving, die voldoende privacy biedt voor de betrokkene. Een wachtkamer en sanitaire voorzieningen zijn aanwezig. Bovendien zijn er middelen aanwezig om de hygiëne in de keuringsruimte te waarborgen.

De keuringslocatie is fysiek goed bereikbaar, bij voorkeur ook met openbaar vervoer. De locatie is tevens goed toegankelijk.

Bij binnenkomst is het voor de betrokkene duidelijk waar hij zich kan melden of waar hij plaats kan nemen.

4.5.2. Bereikbaarheid van de keurend arts/organisatie

Telefonisch of digitaal

De keurend arts is telefonisch of digitaal goed bereikbaar voor de betrokkene.

De betrokkene krijgt binnen vijf werkdagen een reactie op het bericht dat hij heeft achtergelaten.

Bereikbaarheid voor het CBR

De keurend arts stelt een telefoonnummer en emailadres ter beschikking voor communicatie met medewerkers van het CBR.

4.5.3. Tijdspad

De verslaglegging van de keurend arts wordt direct – na akkoord van betrokkene – naar het CBR verzonden.

In een enkel geval wanneer aanvullende informatie vereist is, dient deze uiterlijk binnen 4 weken aangeleverd te worden. De keurend arts informeert betrokkene.

4.5.4. Digitale werkwijze

De keurend arts dient de verslaglegging in via het artsenportaal.

De verslaglegging kan in overleg met het CBR in uitzonderingsgevallen per post verstuurd worden.

4.5.5. Supervisie (zoals bij taakdelegatie en taakherschikking)

Uit de Wet BIG vloeit voort dat het primair de verantwoordelijkheid en verplichting is van de keurend arts om de totstandkoming van de verslaglegging uit te voeren in overeenstemming met professionele standaarden. Deze is daarop ook tuchtrechtelijk aanspreekbaar.

In het uitzonderingsgeval dat de keurend arts besluit een deel van de informatieverzameling uit te besteden vergewist de keurend arts die optreedt als supervisor dat de persoon, die onder supervisie een deel van de keuring verricht, beschikt over de bekwaamheid die vereist is om een deel van de keuring te verrichten.

4.5.6. Dossiervoering

Wat betreft de dossiervoering houdt de keurend arts zich aan de KNMG richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’. Voor de gegevens van rijbewijskeuringen betekent dit dat de medische gegevens niet langer bewaard dienen te worden dan noodzakelijk is voor de betreffende beoordeling van de rijgeschiktheid.

5. Aanbevelingen rondom de kosten van een keuring

5.1. Tarief en wijze van betalen

Het tarief en de betaalwijze is voor de betrokkene vooraf transparant en inzichtelijk. Te allen tijde dient door de keurend arts een bewijs van betaling – een gespecificeerde factuur- aan de betrokkene afgegeven te kunnen worden.

5.2. Aanvullingen

Indien de verslaglegging onvolledig is dan kan een medisch adviseur van het CBR om aanvullingen aan de keurend arts vragen. In dit geval kunnen geen aanvullende kosten aan de betrokkene in rekening worden gebracht.

6. Aanbevelingen ten aanzien van een klachtenprocedure

Betrokkene heeft het recht om een klacht in te dienen. In beginsel wordt de klacht ingediend bij de keurend arts.

6.1. Klacht ingediend bij de keurend arts

Elke keurend arts heeft een duidelijk beschreven klachtenprocedure die zichtbaar wordt gemaakt op de website. Indien de keurend arts en/of de organisatie niet beschikt over een website wordt de klachtenprocedure op een andere wijze aan betrokkene kenbaar gemaakt.

6.2. Klacht ingediend bij CBR

Wanneer de betrokkene een klacht indient over de keurend arts bij het CBR, biedt het CBR hoor en wederhoor aan. De keurend arts ontvangt van het CBR een brief over de klacht. De keurend arts stuurt het CBR zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 2 weken een schriftelijke reactie op de klacht. Deze reactie wordt door het CBR met de klager gedeeld.

7. Plichten CBR

Het CBR heeft ten opzichte van de keurend arts de volgende verplichtingen:

  • Het CBR is beschikbaar voor inhoudelijk overleg via de artsenlijn op werkdagen van 9 tot 16 uur via 088 227 6300, zie ook https://www.cbr.nl/nl/voor-artsen/nl/contact/intercollegiaal-overleg

  • Het CBR informeert de keurend arts over procedurewijzigingen via de nieuwsbrief voor keurend artsen per email en plaatsing op www.cbr.nl/voorartsen.

  • Wijzigingen van de beleidsregel worden pas doorgevoerd nadat consultatie heeft plaatsgevonden bij een delegatie van keurend artsen.

  • Ter bevordering van de deskundigheid stelt het CBR e-learnings beschikbaar op het gebied van rijbewijskeuringen en het proces dat daarmee samenhangt.

8. Kwaliteitstoetsing en opvolging

Het CBR vergewist zich er op verschillende manieren van of de keurend artsen aan de toepasselijke eisen voldoen. Op verzoek van het CBR werkt de keurend arts mee aan door het CBR ingestelde kwaliteitstoetsingen. Een kwaliteitstoetsing kan gestart worden in het kader van een algemene kwaliteitstoetsing of op indicatie. Een indicatie wordt gesteld op basis van meldingen, zowel intern als extern, of klachten van betrokkenen. Bij een kwaliteitstoetsing wordt objectief getoetst of de keurend arts voldoet aan de eisen gesteld in deze beleidsregel. De uitkomst van de toetsing kan leiden tot niet-vrijblijvende vervolgafspraken/maatregelen.

Bij een kwaliteitstoetsing wordt er medisch inhoudelijk (aan de hand van de ingediende verslaglegging) en organisatorisch getoetst.

De uitslag van de kwaliteitstoetsing wordt altijd met de keurend arts gedeeld. Een evaluatie kan leiden tot een nieuwe evaluatie na een feedbackgesprek, een waarschuwing of het door het CBR weigeren van aangeleverde verslaglegging en aansprakelijkheidstelling voor financiële consequenties.

Rijswijk, 3 september 2025

De directie van het CBR,

A. Pechtold

algemeen directeur CBR

J.J. Huizing

directeur bedrijfsvoering CBR