Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Besluit van school naar duurzaam werk

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Besluit van 4 december 2025 tot vaststelling van regels over de berekening en betaling van de specifieke uitkering voor de Doorstroompuntregio’s en de invulling van de loopbaanbegeleiding door onderwijsinstellingen alsmede tot wijziging van diverse besluiten in verband met onder andere de Wet van school naar duurzaam werk (Besluit van school naar duurzaam werk) [KetenID WGK026136]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 19 september 2025, nr. WJZ/53281609 (ID26136), gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikelen 9.2.9, eerste lid, en 9.2.12, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 8.3.1, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 44, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 2.31a, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 8, vierde lid, 12, zevende lid, en 21, vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, artikel 7.1.1.2, eerste lid, onderdeel a, van de Jeugdwet, de artikelen 7a, vierde lid, en 67, vijfde lid, van de Participatiewet, artikel 73, zevende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 4, vierde lid, 5, tweede, derde en vierde lid, en 6, vierde en vijfde lid, van de Les- en cursusgeldwet en artikel 2.6, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 november 2025, nr. W05.25.00275/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 december 2025, nr. WJZ/54450958 (ID26136), uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 2. Specifieke uitkering contactgemeenten

Artikel 2.1. Berekening en betaling van de specifieke uitkering contactgemeenten

  • 1 De specifieke uitkering, bedoeld in artikel 9.2.9, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de Doorstroompuntregio’s te verdelen. Het budget kan jaarlijks worden gewijzigd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling. De verdeling van het budget vindt plaats aan de hand van:

    • a. een door het CBS op verzoek van Onze Minister ontwikkeld verdeelmodel; en

    • b. een bij ministeriële regeling vast te stellen toelage voor grensregio’s.

  • 2 Het model, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, berekent per leerling op het voortgezet onderwijs en per student op het beroepsonderwijs of voortgezet algemeen volwassenenonderwijs tot 27 jaar de kans op voortijdig schoolverlaten, geaggregeerd op het niveau van de Doorstroompuntregio.

  • 3 Het CBS baseert de berekening van de kans op voortijdig schoolverlaten op de volgende kenmerken:

    • a. sociaal-demografische kenmerken;

    • b. de aanwezigheid van problemen bij jongeren of hun ouders;

    • c. omgevingskenmerken; en

    • d. onderwijsgerelateerde kenmerken.

  • 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de berekening en betaling van de specifieke uitkering.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 4.11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Artikel 2.1 werkt in dat geval terug tot en met 1 januari 2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 4 december 2025

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

G. Moes

Uitgegeven de elfde december 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten