Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Wet versterking auteurscontractenrecht

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Wet van 29 oktober 2025 tot wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Wet auteurscontractenrecht in verband met de verdere versterking van de positie van de maker en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet versterking auteurscontractenrecht)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de wetgeving die de positie van makers en uitvoerende kunstenaars ten opzichte van exploitanten van werken van letterkunde, wetenschap of kunst respectievelijk uitvoeringen versterkt op het gebied van het overeenkomstenrecht te verbreden en aan te scherpen en daartoe de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en enige andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel IV

  • 2 Deze wet laat vóór de inwerkingtreding van deze wet verrichte exploitatiehandelingen alsmede vóór dat tijdstip verworven rechten onverlet.

Artikel V

Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het recht van filmmakers en uitvoerend kunstenaars op een billijke vergoeding voor de beschikbaarstelling van filmwerken voor het publiek op grond van artikel 45d van de Auteurswet en artikel 4 van de Wet op de naburige rechten.

Artikel VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 29 oktober 2025

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Uitgegeven de zesentwintigste november 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten