Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Wet bescherming tegen discriminatie op de BES

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Wet van 8 oktober 2025, houdende regels over onafhankelijke bijstand en individuele oordeelsvorming bij discriminatie en tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enige andere wetten in verband met de invoering van regels inzake gelijke behandeling in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet bescherming tegen discriminatie op de BES)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de in het Europese deel van Nederland geldende regels inzake gelijke behandeling mede van toepassing te verklaren in het Caribisch deel van Nederland teneinde uitvoering te geven aan het discriminatieverbod van artikel 1 van de Grondwet, aldaar te voorzien in onafhankelijke bijstand bij discriminatie en de mogelijkheid tot individuele oordeelsvorming door het College voor de rechten van de mens;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I. Voorziening voor onafhankelijke bijstand bij discriminatie

  • 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor de beschikbaarstelling, inrichting, instandhouding en het functioneren van een voorziening in Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor onafhankelijke bijstand bij discriminatie.

  • 3 De voorziening heeft een protocol voor de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de voorziening en de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid.

  • 4 Toegang tot de voorziening is gratis.

  • 5 In de voorziening kunnen persoonsgegevens worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gegevens die worden verwerkt, aan wie deze gegevens worden verstrekt, hoe lang deze worden bewaard en hoe deze worden beveiligd.

Artikel VIII

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek en Ambtenarenwet ivm verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur.]

Artikel IX

[Red: Wijzigt de Uitvoeringswet EU-richtlijn 1999/70/EG (raamovereenkomst door het EVV, de UNICE en het CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd).]

Artikel X. Evaluatie

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel XI. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 8 oktober 2025

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.N.J. Nobel

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

K.M. Becking

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

A.C.L. Rutte

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. van Marum

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J.Z.C.M. Tielen

Uitgegeven de vijfentwintigste november 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten