Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Regeling kinderopvang BES

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 november 2025, nr. 2025-0000255483, houdende nadere regels over kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling kinderopvang BES) [KetenID WGK027087]

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op de artikelen 2.2, vierde lid, 3.6, eerste lid, 3.7, derde lid, en 4.1 van de Wet kinderopvang BES en de artikelen 2.7 en 2.11, tweede lid, van het Besluit kinderopvang BES;

Besluit:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Kinderopvangovereenkomst

  • 1 De kinderopvangovereenkomst vermeldt de volgende gegevens:

    • a. de soort kinderopvang waarop de kinderopvangovereenkomst betrekking heeft;

    • b. de startdatum van de kinderopvang;

    • c. een weekoverzicht waaruit blijkt op welke dagen en dagdelen kinderopvang plaatsvindt en of er gebruik gemaakt wordt van additionele dagen buitenschoolse opvang gedurende onderwijsvrije dagen;

    • d. de hoogte van de maandelijks te betalen ouderbijdrage;

    • e. de voor- en achternaam en de geboortedatum van het kind;

    • f. de voor- en achternaam, de geboortedatum en het ID-nummer van de ouder en de partner van de ouder die tevens ouder is;

    • g. de naam van de kinderopvangorganisatie, de voor- en achternaam van de houder van het kindercentrum of de gastouder, het adres van het kindercentrum of de gastouder en indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang; en

    • h. de datum van ondertekening en de handtekening van de houder of gastouder, de ouder en de partner van de ouder.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, is het niet noodzakelijk het ID-nummer te vermelden indien het kind of de ouder of de partner van de ouder niet als ingezetene staat ingeschreven bij het openbaar lichaam waar de opvang plaatsvindt en kinderopvangvergoeding wordt verstrekt op grond van artikel 3.2, derde lid, van de wet.

Artikel 3. Gegevens aanvraag kinderopvangvergoeding en voorschot daarop

  • 1 De houder of gastouder levert bij de aanvraag voor het verstrekken van kinderopvangvergoeding als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet, of voor een voorschot als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van de wet de volgende gegevens aan:

    • a. de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met g;

    • b. voor zover van toepassing, de einddatum van kinderopvang;

    • c. het nummer of kenmerk van de exploitatievergunning;

    • d. het bankrekeningnummer;

    • e. een bankafschrift of bankverklaring van maximaal één maand oud, voorzien van naam en handtekening van degene die volgens het handelsregister bevoegd is de onderneming te vertegenwoordigen;

    • f. het aantal dagdelen opvang per kind per week; en

    • g. de data waarop de kinderopvangorganisatie of de specifieke locatie gesloten is.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is het niet noodzakelijk het ID-nummer te vermelden indien het kind of de ouder of de partner van de ouder niet als ingezetene staat ingeschreven bij het openbaar lichaam waar de opvang plaatsvindt en kinderopvangvergoeding wordt verstrekt op grond van artikel 3.2, derde lid, van de wet.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, wordt het bankafschrift of de bankverklaring enkel aangeleverd bij de eerste aanvraag voor het verstrekken van kinderopvangvergoeding of een voorschot, of bij wijziging van deze gegevens.

Artikel 4. Administratie en bewaartermijnen

  • 1 De administratie van een houder van een kindercentrum of gastouder is actueel, inzichtelijk en controleerbaar ingericht.

  • 2 De administratie van een houder van een kindercentrum bevat de volgende gegevens:

    • a. afschriften van alle kinderopvangovereenkomsten;

    • b. afschriften van uitschrijvingsbewijzen, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind en de naam van de kinderopvangorganisatie is, en indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang, en op welke datum de kinderopvangovereenkomst is beëindigd;

    • c. de overzichten van ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, bedoeld in artikel 2.14 van het besluit, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind is en diens aanwezigheid per dagdeel per week, de voor- en achternaam van de ingezette beroepskrachten en hun aanwezigheid per dagdeel per week, de naam van de kinderopvangorganisatie en, indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang;

    • d. afschriften van facturen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld:

      • 1°. de naam van de kinderopvangorganisatie of houder;

      • 2°. de voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder;

      • 3°. de voor- en achternaam van het kind;

      • 4°. de hoogte van de ouderbijdrage;

      • 5°. de maand waarvoor de ouderbijdrage wordt geïnd; en

      • 6°. het factuurnummer.

    • e. betaalbewijzen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld:

      • 1°. de datum van betaling;

      • 2°. de voorletters of voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder;

      • 3°. de naam van de kinderopvangorganisatie of houder; en

      • 4°. de hoogte van de ouderbijdrage.

    • f. de exploitatievergunning van de locatie, bedoeld in artikel 2.1 van de wet;

    • g. afschriften van verklaringen omtrent gedrag, bedoeld in artikel 2.8 van de wet;

    • h. het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 2.5 van het besluit;

    • i. de samenstelling en het reglement van de oudercommissie, bedoeld in artikel 2.10 van de wet;

    • j. afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de opleidingseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8 van het besluit;

    • k. afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de ervaringseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het besluit en artikel 6 van deze regeling;

    • l. afschriften van de EHBO-certificaten, bedoeld in artikel 2.11 van het besluit en artikel 5 van deze regeling; en

    • m. het pedagogisch en educatief beleidsplan, bedoeld in artikel 2.23 van het besluit.

  • 3 De administratie van een gastouder bevat de volgende gegevens:

    • a. de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, d tot en met g en l, met dien verstande dat waar ‘de naam van de houder’ staat ‘de naam van de gastouder’ wordt vermeld;

    • b. het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 2.6 van het besluit;

    • c. het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;

    • d. afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de opleidingseisen van de gastouder, bedoeld in artikel 2.10 van het besluit; en

    • e. een overzicht waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind is en diens aanwezigheid per dagdeel per week.

  • 5 Gedurende vijf jaren bewaart:

    • a. de houder van een kindercentrum de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met f;

    • b. de gastouder de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, d tot en met f, en de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel e.

  • 6 Gedurende twee jaren bewaart:

    • a. de houder van een kindercentrum de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen h tot en met m;

    • b. de gastouder de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel l, en het derde lid, onderdelen b tot en met d.

  • 7 De houder of gastouder kan de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, op een andere plaats administreren dan op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van de gastouderopvang mits de gegevens op verzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, onverwijld beschikbaar komen op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van de gastouderopvang.

Artikel 5. Ehbo

  • 1 Voor de kwalificatie, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van het besluit beschikt de in dat artikel bedoelde volwassene over de volgende vaardigheden:

    • a. de veiligheid van situaties beoordelen;

    • b. zo veel als mogelijk zorgen voor een veilige situatie;

    • c. in een onveilige situatie de eigen veiligheid waarborgen en indien mogelijk kinderen en andere personen in veiligheid brengen;

    • d. professionele hulp inschakelen;

    • e. een stoornis in het bewustzijn, de ademhaling en de circulatie van het kind herkennen en daarbij op juiste wijze handelen;

    • f. reanimatie bij kinderen toepassen; en

    • g. eerste hulp verlenen bij:

      • 1°. verbranding;

      • 2°. vergiftiging;

      • 3°. verstikking;

      • 4°. wonden en bloedingen; en

      • 5°. letsels aan hoofd, spieren, botten of gewrichten.

  • 2 De volwassene toont aan te beschikken over de vaardigheden, bedoeld in het eerste lid, door middel van een certificaat waaruit dit blijkt.

  • 3 Het certificaat, bedoeld in het tweede lid, vermeldt de naam van de gekwalificeerde, de naam van de kwalificerende organisatie, de datum van afgifte en de naam van de gevolgde cursus.

  • 4 Het certificaat, bedoeld in het tweede lid, is niet meer dan twee jaar geleden afgegeven.

Artikel 6. Bewijsstukken met betrekking tot ervaringseisen

  • 1 De houder van een kindercentrum beschikt over een afschrift van bewijsstukken met betrekking tot ervaringseisen als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het besluit, waaruit blijkt dat de in dat lid bedoelde beroepskracht de volgende taken kan uitvoeren op het niveau, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit:

    • a. het begeleiden van kinderen bij hun ontwikkeling;

    • b. het werken aan kwaliteit en deskundigheid; en

    • c. het opvoeden en ontwikkelen van kinderen in de kinderopvang.

  • 2 De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit documenten, gegevens of ander bewijsmateriaal die aantonen dat de beroepskracht bij de uitvoering van de taken handelt op het vereiste niveau en een schriftelijke toelichting waarin wordt uitgelegd waarom die bewijsstukken dat aantonen.

Artikel 7. Overgangsrecht voor EHBO-kwalificaties en bewijsstukken met betrekking tot ervaringseisen

  • 1 Een kwalificatie, afgegeven op grond van artikel 13, tweede lid, van de Eilandsverordening Kinderopvang Bonaire 2020, artikel 14, tweede lid, van de Basis Eilandsverordening Kinderopvang of artikel 14, tweede lid, van de Basis Eilandsverordening Kinderopvang Sint Eustatius, wordt aangemerkt als certificaat als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onverminderd het vierde lid van dat artikel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.N.J. Nobel