Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Energieregeling

Meerdere toekomstige wijzigingen; eerste op 01-05-2026. Zie het wijzigingenoverzicht.
Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 9 november 2025, nr. WJZ/102130805, houdende regels ter uitvoering van de Energiewet en het Energiebesluit (Energieregeling)

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op de artikelen 1.3, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, 2.13, 2.14, tweede lid, 2.15, tweede lid, 2.17, tweede lid, 2.18, tweede lid, 2.26, tweede en derde lid, 2.27, vijfde lid, 2.28, tweede lid, 2.35, derde lid, 2.36, tweede lid, onderdeel a, 2.38, 2.39, tweede lid, 2.40, tweede lid, 2.45, tweede lid, 2.50, zesde lid, 2.52, tweede lid, 3.23, zesde lid, 3.41, derde lid, 3.42, vijfde lid, 3.48, eerste lid, 3.49, derde lid, 3.50, derde lid, 3.66, eerste en derde lid, 3.78, vijfde lid, 3.110, zesde lid, 3.115, vijfde lid, 3.120, vierde lid, 3.121, zesde lid, 3.123, vijfde lid, 3.126, 3.130, negende lid, 5.2, vierde lid, 5.7, tweede lid, 5.13, derde en vierde lid, 5.17, eerste lid, onderdeel b, 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 6.3 van de Energiewet en de artikelen 2.1, tweede lid, 2.10, derde lid, 3.3, 3.19, derde lid, 3.20, derde lid, 3.24, vierde lid, 3.25, derde lid, 3.26, eerste en derde lid, 3.27, tweede lid, 3.31, vierde lid, 3.32, derde lid, 3.33, zesde lid, 3.36, zesde lid, 3.37, tweede lid, 3.41, derde lid en zesde lid, onderdeel b, 3.42, eerste en tweede lid, 3.47, derde lid, 3.51, negende lid, en 5.6, derde lid, van het Energiebesluit;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • acute systeemstoring: ongewilde verandering in het functioneren van een onderdeel van een transmissie- of distributiesysteem die gevolgen heeft voor de uitvoering van de wettelijke taken en verplichtingen en waarvoor naar het oordeel van de transmissie- of distributiesysteembeheerder uiterlijk binnen een dag maatregelen moeten worden getroffen;

  • bedrijfsmiddelenregister: register van het stelsel van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit of gas, aangeduid naar locatie, aard en type;

  • besluit: Energiebesluit;

  • calorische bovenwaarde: de hoeveelheid energie, uitgedrukt in megajoule (MJ), afgerond op drie cijfers achter de komma, die vrijkomt bij de volledige verbranding van 1 m3(n) gas in lucht, wanneer de na de verbranding aanwezige componenten tot de uitgangscondities van temperatuur en druk worden teruggebracht, zijnde 298,15 K en een absolute druk van 101,325 kPa (1,01325 bar) en waarbij de bij de verbranding gevormde waterdamp wordt gecondenseerd;

  • daggemiddeld: waarde die gelijk is aan het voortschrijdende gemiddelde van alle meetwaarden in de voorgaande 24 uren;

  • dynamische referentieprijs: de gemiddelde marginale kostprijs per dag voor elektriciteitsproductie met toepassing van de goedkoopste elektriciteitsproductie-eenheid op basis van kolen en gas;

  • etiket: de weergave op of bij de rekening van een leverancier aan een eindafnemer van de opwekkingsgegevens van de geleverde elektriciteit, te weten:

    • a. het aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers;

    • b. de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers, en

    • c. verwijzingen naar beschikbare referentiebronnen, waar voor eenieder toegankelijke informatie beschikbaar is over de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers;

  • G-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdelen B en D;

  • gedelegeerde verordening 2024/1366: Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen;

  • gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5);

  • gemiddelde effectieve temperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) over een periode, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5);

  • H-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdelen A en C;

  • hogere koolwaterstoffen: koolwaterstoffen met meer dan één koolstofatoom per molecuul;

  • HTL-systeem: deel van het door de transmissiesysteembeheerder voor gas beheerde transmissiesysteem voor gas met een operationele absolute druk van circa 45 bar of hoger;

  • knelpunt: knelpunt dat een aanzienlijk risico vormt of kan vormen voor het waarborgen van de kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taken of verplichtingen;

  • kritische prestatie-indicator: meetbare waarde die het mogelijk maakt de beheersing van kwaliteitsaspecten te monitoren, evalueren en eventueel te verbeteren;

  • kwaliteitsaspect: kwaliteitsaspect als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van het besluit;

  • kwaliteitsplan: kwaliteitsplan als bedoeld in artikel 3.32 van het besluit;

  • L-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdeel E, bestemd voor export;

  • LiDAR-systeem: een apparaat dat afstanden tot en snelheden van objecten bepaalt door middel van reflectie van door het apparaat uitgezonden lasersignalen en dat voldoet aan 3.51.9 Artikel 6

  • m3(n): hoeveelheid gas die bij een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,325 kPa een volume inneemt van één m3;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • NTA 8120: NTA 8120 assetmanagement – eisen aan een veiligheids-, kwaliteits- en capaciteitsmanagementsysteem voor het elektriciteits- en gasnetbeheer;

  • propaanequivalent: eenheid van het gehalte aan hogere koolwaterstoffen in gas, berekend als de som van de aandelen in mol% van de hogere koolwaterstoffen in gas, waarbij iedere hogere koolwaterstof een wegingsfactor krijgt van het aantal koolstofatomen in de betreffende hogere koolwaterstof minus één, gedeeld door twee;

  • relatieve dichtheid: de dichtheid van een gas gedeeld door de dichtheid van droge lucht van de standaardsamenstelling bij normale condities, te weten een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,325 kPa;

  • referentieproductaanbod: aanbod van een product waarvan de prijs door een leverancier wordt gehanteerd voor de berekening van de opzegvergoeding;

  • RTL-systeem: deel van het door de transmissiesysteembeheerder voor gas beheerde transmissiesysteem voor gas met een operationele absolute druk van 40,5 bar of lager;

  • seizoensopslag: gasopslagsysteem:

    • a. met een technische opslagcapaciteit van meer dan 5 TWh;

    • b. waarvan het gedurende een opslagjaar minstens 50 dagen duurt om dit, indien dit volledig leeg is, volledig te vullen;

    • c. dat wordt gebruikt om gas op te slaan ten behoeve van gasvraag in de winter.

  • schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • streefwaarde: doelstelling van een transmissie- of distributiesysteembeheerder die per kwaliteitsaspect weergeeft wanneer sprake is van een aanvaardbaar kwaliteitsniveau;

  • verordening 2016/1952: Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG;

  • verordening 2024/1789: Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking);

  • Wobbe-index: de calorische bovenwaarde gedeeld door de vierkantswortel van de relatieve dichtheid.

Artikel 1.2. aansluitingen

Als activiteiten als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, van de wet, worden aangewezen:

  • a. openbaar vervoer per metro, tram of trolley;

  • b. mijnbouwkundige activiteiten;

  • c. beheer en exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken;

  • d. beheer en exploitatie van riolering, bemaling en waterzuivering;

  • e. transport en distributie van water;

  • f. beheer van openbare verlichting; of

  • g. beheer van verkeersregelinstallaties.

Hoofdstuk 2. Energiemarkten

Afdeling 2.1. Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert

Paragraaf 2.1.1. Algemene bepalingen

Artikel 2.1. maximale hoogte waarborgsom

De hoogte van de waarborgsom, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit, is redelijk en passend en bedraagt ten hoogste een derde deel van het totaalbedrag van de verwachte jaarafrekening.

Artikel 2.2. klachtenprocedure

  • 1 De klachtenprocedure, bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.36 van de wet, voorziet erin dat:

    • a. de behandeling van een klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest;

    • b. de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de conclusies die daaraan worden verbonden.

  • 2 De behandeling van een klacht van een eindafnemer wordt zo spoedig mogelijk afgerond.

  • 3 De behandeling van een klacht van een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming wordt binnen acht weken afgerond.

Paragraaf 2.1.2. Factureren

Artikel 2.3. frequentie factuur

  • 1 Een leverancier verstrekt ten minste eenmaal per jaar een factuur aan zijn eindafnemers voor de levering van elektriciteit of gas.

  • 2 Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt ten minste eenmaal per jaar een factuur aan zijn actieve afnemers voor het afnemen van teruggeleverde elektriciteit of voor het verlenen van een vraagresponsdienst.

Artikel 2.4. nadere uitleg factuur

Een leverancier of een marktdeelnemer die aggregeert, verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van de factuur.

Artikel 2.5. inhoud factuur

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Een leverancier zorgt ervoor dat een factuur de volgende gegevens bevat:

    • a. de periode waarop de factuur betrekking heeft;

    • b. de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    • c. de totale kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas in de betreffende periode, met de tariefnaam en waar mogelijk met inbegrip van een uitsplitsing van de kosten;

    • d. de verbruiksafhankelijke kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    • e. de verbruiksonafhankelijke kosten voor de afname van elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    • f. de naam en contactgegevens van de leverancier;

    • g. dag waarop de in de leveringsovereenkomst vastgelegde vaste prijsperiode afloopt;

    • h. informatie over de mogelijkheid en de voordelen van overstappen;

    • i. de unieke identificatiecode van het allocatiepunt dat is opgenomen in de leveringsovereenkomst of de leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel;

    • j. informatie over de rechten van de eindafnemers inzake buitengerechtelijke geschillenbeslechting, met inbegrip van de contactgegevens van de instantie voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting;

    • k. de dag waarop betaling uiterlijk verschuldigd is of de terugbetaling zal plaatsvinden;

    • l. indien gedurende de periode waarop de factuur betrekking heeft is opgezegd, de hoogte van de opzegvergoeding en de wijze van berekening daarvan;

    • m. in voorkomend geval, de netto hoeveelheid van de door een eindafnemer verbruikte elektriciteit in de betreffende periode en de kosten daarvan.

  • 2 Een leverancier zorgt ervoor, onverminderd het eerste lid, dat een factuur van een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming de volgende gegevens bevat:

    • a. het telefoonnummer van de klantenservice;

    • b. informatie over het informatieloket, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

    • c. een verwijzing naar de plaats waar een vergelijkingsinstrument als bedoeld in artikel 2.68 van de wet te vinden is.

  • 3 Een leverancier verstrekt een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming ten minste eenmaal per jaar bij de factuur een voorblad dat de volgende informatie bevat:

    • a. de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit of gas in de betreffende periode;

    • b. in voorkomend geval, de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit in de betreffende periode;

    • c. de totale kosten in de betreffende periode;

    • d. de totale in rekening gebrachte kosten in de betreffende periode;

    • e. of betaling verschuldigd is aan de leverancier of de leverancier een terugbetaling verschuldigd is over de betreffende periode;

    • f. indien de leverancier een termijnbedrag hanteert, het overeengekomen of voorgestelde termijnbedrag voor de periode na de periode waarop de factuur betrekking heeft;

  • 4 De kosten voor levering aan de eindafnemer bestaan uit de volgende componenten, bedoeld in bijlagen I en II van verordening 2016/1952:

    • a. energie en levering;

    • b. netwerkcomponent, met inbegrip van transmissie en distributie;

    • c. belastingen, heffingen, vergoedingen en kosten.

  • 5 Indien op de factuur een nadere uitsplitsing van de kosten voor levering aan eindafnemers wordt opgenomen, worden de kosten uitgesplitst met gebruik van de begripsomschrijvingen in bijlagen I en II van verordening 2016/1952.

Artikel 2.6. inhoud factuur aggregatieovereenkomst

  • 1 Een marktdeelnemer die aggregeert zorgt ervoor dat een factuur de volgende gegevens bevat:

    • a. de periode waarop de factuur betrekking heeft;

    • b. de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode;

    • c. de totale vergoeding voor de teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode, en in voorkomend geval de daaraan verbonden kosten;

    • d. de dag waarop betaling uiterlijk zal plaatsvinden;

    • e. de naam en contactgegevens van de marktdeelnemer die aggregeert, met inbegrip van een telefonische klantenservice voor een actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is, en het e-mailadres;

    • f. de einddatum van de aggregatieovereenkomst;

    • g. de unieke identificatiecode van het allocatiepunt dat is opgenomen in de aggregatieovereenkomst;

  • 2 Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt een actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is ten minste eenmaal per jaar bij de factuur een voorblad in begrijpelijke taal dat de volgende informatie bevat:

    • a. de totale hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit of de verandering van het verbruik of de invoeding van elektriciteit als onderdeel van een vraagresponsdienst in de betreffende periode;

    • b. de totale vergoeding, en in voorkomend geval de kosten, in de betreffende periode;

    • c. of de actieve afnemer een vergoeding ontvangt of aan de marktdeelnemer die aggregeert betaling verschuldigd is;

    • d. de overeengekomen of voorgestelde periodiek verschuldigde vergoeding voor de periode na de periode waarop de factuur betrekking heeft.

Artikel 2.7. meetgegevens factuur

  • 1 Een leverancier baseert de in rekening gebrachte kosten op een factuur op de op grond van de artikelen 4.9 tot en met 4.11 van de wet verstrekte gegevens, tenzij die gegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar zijn.

  • 2 Indien een leverancier actief is op een primair allocatiepunt van een aangeslotene met een kleine aansluiting die beschikt over een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld, kan hij, in afwijking van het eerste lid, de factuur baseren op overeenkomstig artikel 2.54, derde lid, van de wet vastgestelde meetgegevens.

Paragraaf 2.1.3. Informeren verbruikskostenoverzicht

Artikel 2.8. frequentie verbruikskostenoverzicht

  • 1 Een leverancier verstrekt ten minste eenmaal per zes maanden een verbruikskostenoverzicht aan een eindafnemer.

  • 2 Op verzoek van een eindafnemer verhoogt een leverancier de frequentie van het verstrekken van een verbruikskostenoverzicht naar ten minste eenmaal per drie maanden.

  • 3 Een leverancier verstrekt ten minste iedere maand een verbruikskostenoverzicht aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld.

  • 4 Op verzoek van een eindafnemer verlaagt een leverancier de frequentie van het verstrekken van een verbruikskostenoverzicht.

Artikel 2.9. begrijpelijkheid verbruikskostenoverzicht

  • 1 Een leverancier stelt het verbruikskostenoverzicht op in duidelijke en begrijpelijke taal.

  • 2 Een leverancier verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van een verbruikskostenoverzicht.

  • 3 Een verbruikskostenoverzicht heeft betrekking op de individuele situatie van een eindafnemer en bevat geen betalingsverzoek.

Artikel 2.10. inhoud verbruikskostenoverzicht

  • 1 Een leverancier zorgt ervoor dat, indien één keer per zes maanden een verbruikskostenoverzicht wordt verstrekt, het verbruikskostenoverzicht de volgende gegevens bevat:

    • a. de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft;

    • b. de gegevens, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met e;

    • c. de standaard jaarafname en de standaard jaarinvoeding van elektriciteit of het standaard jaarverbruik van gas van de eindafnemer;

    • d. indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, een vergelijking van het energieverbruik met het energieverbruik van een gemiddelde eindafnemer uit een vergelijkbare verbruikerscategorie;

    • e. indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, een vergelijking in grafische vorm, van de in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde gegevens, met dezelfde gegevens uit dezelfde periode van het voorgaande jaar;

    • f. de contactinformatie en de internetadressen van consumentenorganisaties of soortgelijke organisaties die informatie verstrekken over energiebesparende maatregelen, over vergelijkende verbruiksprofielen of over objectieve technische specificaties van energieverbruikende apparatuur.

  • 2 Een leverancier zorgt ervoor dat, indien meer dan twee keer per jaar een verbruikskostenoverzicht wordt verstrekt, het verbruikskostenoverzicht de volgende gegevens bevat:

    • a. de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft;

    • b. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met f;

    • c. de gegevens, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen b, f en h;

    • d. de kosten, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onderdelen c, d, e en i, gebaseerd op de actuele hoogtes van de verbruiksafhankelijke en verbruiksonafhankelijke kosten voor de afgenomen elektriciteit of gas en de actuele kosten voor de netto hoeveelheid afgenomen elektriciteit of gas van de eindafnemer in de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft.

  • 3 Een leverancier hoeft in een verbruikskostenoverzicht niet te voorzien in:

    • a. de standaard jaarafname, de standaard jaarinvoeding en het standaard jaarverbruik van een eindafnemer, indien het verbruikskostenoverzicht gelijktijdig met een factuur wordt verzonden;

    • b. de standaard jaarafname, de standaard jaarinvoeding en het standaard jaarverbruik van de eindafnemer, de periode waarop het verbruikskostenoverzicht betrekking heeft en de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen a, c en d, indien dit overzicht gelijktijdig met de factuur wordt verzonden en betrekking heeft op dezelfde periode als de factuur.

  • 4 In afwijking van het eerste en tweede lid, bevat een verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer waarvan de factuur niet gebaseerd is op het werkelijke verbruik een duidelijke en begrijpelijke uitleg over de wijze waarop het in de factuur genoemde bedrag is berekend en de informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.

Artikel 2.11. verstrekking verbruiksgegevens verbruikskostenoverzicht

Een leverancier vermeldt op het verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, de hoeveelheid elektriciteit of gas die is afgenomen volgens ieder verbruikskostenoverzicht in de afgelopen 36 maanden of in de periode van de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.12. advies energiebesparing verbruikskostenoverzicht

Indien een leverancier op het verbruikskostenoverzicht aan de eindafnemer een advies verstrekt over de energiebesparende maatregelen die de desbetreffende eindafnemer kan nemen om zijn energieverbruik te verminderen, is het advies gebaseerd op de verbruiksgegevens van de desbetreffende eindafnemer, waar de leverancier toegang tot heeft ter voldoening van zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.11 en, indien nuttig, openbare gegevens.

Paragraaf 2.1.4. Informatie-uitwisseling factuur en verbruikskostenoverzicht

Artikel 2.13. verzending

  • 1 Een leverancier verzendt een factuur en een verbruikskostenoverzicht naar de desbetreffende eindafnemer langs elektronische weg, tenzij de eindafnemer verzoekt om verzending van een verbruikskostenoverzicht per post of indien verzending langs elektronische weg niet mogelijk is.

  • 2 Ingeval van elektronische facturering kan een leverancier ervoor kiezen de vergelijkingen bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d, online beschikbaar te stellen en daar in de factuur naar te verwijzen.

Artikel 2.14. verstrekking verbruiksgegevens

Een leverancier stelt gegevens over het verbruik per dag, week, maand en jaar digitaal beschikbaar en vermeldt tevens het verbruik per periode waarin de prijs vaststaat aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, over een periode van ten minste de voorgaande vierentwintig maanden, of over de periode sinds de aanvang van de leveringsovereenkomst, indien dit korter is.

Paragraaf 2.1.5. Stroometikettering

Artikel 2.15. stroometikettering

  • 1 Een leverancier meldt op begrijpelijke wijze en zodanig dat de gegevens van verschillende leveranciers kunnen worden vergeleken:

    • a. uiterlijk in de periode vanaf 1 mei van elk kalenderjaar tot 1 mei van het daaropvolgende jaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het kalenderjaar voorafgaand aan die periode aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op of bij de factuur of

    • b. op of bij de factuur, de opwekkingsgegevens van de door hem in de periode waarop die rekening betrekking heeft aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit en

    • c. elk kalenderjaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het voorgaande kalenderjaar aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op zijn website voor eindafnemers.

  • 2 Een leverancier draagt er zorg voor dat overeenkomstig:

    • a. het eerste lid, onderdeel a, op of bij de factuur een etiket wordt geplaatst of gevoegd;

    • b. het eerste lid, onderdeel b, op of bij de factuur een etiket wordt geplaatst of gevoegd, dat de totale hoeveelheid van de door hem in het voorafgaande kalenderjaar, respectievelijk in de periode waarop de factuur betrekking heeft, aan eindafnemers geleverde elektriciteit vermeldt, uitgedrukt in het aantal kilowatturen, uitgesplitst naar energiebronnen en onder vermelding van het procentuele aandeel van elke energiebron in zijn totale brandstofmix, met inachtneming van bijlage 2 bij deze regeling.

  • 3 Indien een energiebron, genoemd in het etiket, geen deel uitmaakt van de totale brandstofmix van de leverancier, wordt het procentuele aandeel van de desbetreffende bron op nul gesteld.

  • 4 Op het etiket worden de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, vermeld, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen, veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt, met uitzondering van ‘onbekend’. De informatie, bedoeld in de vorige volzin, kan worden verstrekt door middel van verwijzingen op het etiket naar beschikbare referentiebronnen waar voor eenieder toegankelijke informatie beschikbaar is.

  • 5 Indien een leverancier onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de opwekkingsgegevens van de groep als geheel vermeld op of bij de factuur aan de eindafnemer.

Artikel 2.16. juistheid en volledigheid stroometikettering

  • 1 Een leverancier is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van het etiket.

  • 2 Een leverancier overlegt uiterlijk vier maanden na 1 januari van elk kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt:

    • a. het etiket dat hij in dat kalenderjaar op of bij de factuur heeft geplaatst of gevoegd;

    • b. een overzicht van de totale hoeveelheid in het voorafgaande kalenderjaar aan eindafnemers geleverde elektriciteit, onderverdeeld naar energiebronnen en het procentuele aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix, overeenkomstig bijlage 2 behorende bij deze regeling;

    • c. een overzicht van de hoeveelheid elektriciteit ten behoeve van de levering aan eindafnemers waarvoor garanties van oorsprong zijn afgeboekt, onderverdeeld naar energiebronnen, overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling, en het land van herkomst van die elektriciteit.

Paragraaf 2.1.6. Overstappen

Artikel 2.17. termijn eindafrekening

De termijn voor het versturen van een eindafrekening als bedoeld in de artikelen 2.13 en 2.38 van de wet bedraagt zes weken.

Artikel 2.18. overstappen

  • 1 Een eindafnemer stapt over naar een andere leverancier door een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel te sluiten met een nieuwe leverancier.

  • 2 Een actieve afnemer stapt over naar een andere marktdeelnemer die aggregeert, door een aggregatieovereenkomst te sluiten met een nieuwe marktdeelnemer.

  • 3 De nieuwe leverancier, marktdeelnemer die aggregeert of balanceringsverantwoordelijke doet, wanneer een eindafnemer naar hem overstapt, daarvan onverwijld mededeling aan de registerbeheerder en informeert de eindafnemer zo spoedig mogelijk wanneer de overstap is gerealiseerd. Hij neemt daarbij de interoperabiliteitsvoorschriften en procedures die zijn vastgesteld bij of krachtens artikel 24, tweede lid, van richtlijn 2019/944 in acht.

Paragraaf 2.1.7. Hoogte opzegvergoeding

Artikel 2.19. hoogte opzegvergoeding

  • 1 De hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, die een leverancier een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming voor de opzegging van een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel door de eindafnemer in rekening kan brengen, is voor elektriciteit of gas niet hoger dan de rekenkundige uitkomst van de volgende formule:

    opzegvergoeding = (de overeengekomen prijs – de prijs van het referentieproductaanbod) × de resterende hoeveelheid,

    waarbij:

    • de opzegvergoeding bestaat uit het bedrag van de opzegvergoeding, exclusief overheidsheffingen en belastingen, uitgedrukt in euro’s;

    • de overeengekomen prijs bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, die is bepaald in de op te zeggen overeenkomst of op basis van deze overeenkomst is vastgezet;

    • de prijs van het referentieproductaanbod bestaat uit de in euro’s uitgedrukte prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas, exclusief overheidsheffingen en belastingen, van het referentieproductaanbod, en die actueel is;

    • de resterende hoeveelheid bestaat uit de in kilowattuur uitgedrukte hoeveelheid elektriciteit of het in kubieke meter uitgedrukte volume gas dat de eindafnemer gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst van de leverancier geleverd zou krijgen indien geen opzegging zou plaatsvinden.

  • 2 Indien de prijs van het referentieproductaanbod gelijk is aan of hoger is dan de overeengekomen prijs, is de hoogte van de opzegvergoeding nihil.

  • 3 Indien een eindafnemer beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, gebruikt een leverancier bij de berekening van de resterende hoeveelheid het standaard jaarverbruik, de standaard jaarafname en de standaard jaarinvoeding.

  • 4 Een leverancier neemt in de overeenkomst ten behoeve van de berekening van de resterende hoeveelheid een objectieve en transparante berekeningswijze op die rekening houdt met een spreiding van de afname en invoeding van elektriciteit of het verbruik van gas gedurende de resterende looptijd van de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.20. hoogte opzegvergoeding aggregatieovereenkomst

  • 1 De opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.39, eerste lid, van de wet, bedraagt niet meer dan het rechtstreekse economisch verlies dat de marktdeelnemer die aggregeert lijdt als gevolg van de opzegging van de aggregatieovereenkomst.

  • 2 Een marktdeelnemer die aggregeert verstrekt op verzoek van een actieve afnemer een indicatie van de hoogte van de opzegvergoeding.

Artikel 2.21. referentieproductaanbod

  • 1 Een leverancier vermeldt in de leveringsovereenkomst de vindplaats van een openbaar bekendgemaakt referentieproductaanbod als bedoeld in artikel 2.19, dat geschikt is om de hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, te berekenen.

  • 2 Een leverancier hanteert een geschikt referentieproductaanbod indien het, afgezien van de prijs, gelijk is aan het aanbod dat door de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is aanvaard bij het aangaan van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel wat betreft het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, met dien verstande dat het gehanteerde referentieproductaanbod een looptijd heeft die gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst.

  • 3 Indien een leverancier niet meer over hetzelfde aanbod beschikt, dan hanteert de leverancier in afwijking van het tweede lid een referentieproductaanbod waarvan de vaste looptijd gelijk is aan de resterende looptijd van de overeenkomst en de kenmerken van het referentieproductaanbod, met inbegrip van het type product en de herkomst van de elektriciteit of gas, vergelijkbaar zijn met de kenmerken van de overeenkomst.

  • 4 Indien een leverancier niet over een referentieproductaanbod als bedoeld in het derde lid beschikt, dan hanteert de leverancier als referentieproductaanbod zijn aanbod aan een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming met de hoogste prijs per kilowattuur elektriciteit of kubieke meter gas.

Artikel 2.22. actuele prijs referentieproductaanbod

  • 1 De prijs van het referentieproductaanbod, bedoeld in artikel 2.19 is actueel en geldt:

    • a. op de dag dat de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming een indicatie van de hoogte van de opzegvergoeding opvraagt, indien de prijs van het referentieproductaanbod wordt gehanteerd voor de berekening van deze indicatie; of

    • b. op de dag waarop de leverancier de mededeling ontvangt over de opzegging of van de overstap, indien de prijs van het referentieproductaanbod wordt gehanteerd voor het berekenen van de hoogte van de opzegvergoeding.

  • 2 Een leverancier hanteert de prijs die geldt voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit of gas waarvoor de prijs op basis van de overeenkomst daadwerkelijk is vastgezet in het geval van een referentieproductaanbod met een in een of meer perioden door de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming vast te zetten prijs.

Paragraaf 2.1.8. Voorwaarden opzegvergoeding

Artikel 2.23. transparantie opzegvergoeding

  • 1 Een leverancier draagt er zorg voor dat het voor de huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming kenbaar en navolgbaar is hoe de hoogte van de opzegvergoeding, bedoeld in artikel 2.15 van de wet, wordt berekend en welk referentieproductaanbod wordt gehanteerd.

  • 2 Een leverancier verstrekt op verzoek van de eindafnemer een indicatie van de hoogte en wijze van berekening van de opzegvergoeding op een door de eindafnemer aan te geven laatste dag waarop de levering plaatsvindt.

  • 3 Een leverancier verstrekt de eindafnemer onverwijld de hoogte en wijze van berekening van de opzegvergoeding nadat de leverancier de mededeling van de opzegging of overstap ontvangt. De hoogte van de opzegvergoeding staat twee maanden vast, gerekend vanaf de dag dat de hoogte van de opzegvergoeding verstrekt is.

Artikel 2.24. uitzonderingstermijn

Een marktdeelnemer brengt geen opzegvergoeding als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet in rekening indien de huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is, de overeenkomst opzegt binnen de termijn, bedoeld in artikel 230o, eerste of tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, of, indien deze termijn niet van toepassing is, een bedenktermijn krachtens de leveringsovereenkomst.

Artikel 2.25. bijzondere omstandigheden

Een marktdeelnemer draagt er zorg voor dat een voorwaarde over de opzegvergoeding, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet, voorziet in het mogelijk lager vaststellen van de opzegvergoeding indien er sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat het in rekening brengen van de vastgestelde opzegvergoeding onevenredige nadelige gevolgen zou hebben.

Artikel 2.26. welkomstcadeau of loyaliteitsbonus

Een marktdeelnemer kan uitsluitend een krachtens een bij het sluiten van een leveringsovereenkomst, leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel of aggregatieovereenkomst te verstrekken voordeel aan een huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is terugvorderen indien:

  • a. in de overeenkomst is aangegeven dat het een bij het sluiten van de overeenkomst te verstrekken voordeel betreft en dat dit duidelijk is onderscheiden van andere vergoedingen;

  • b. het geldbedrag uiterlijk bij de tweede inning van het termijnbedrag voor de levering, de teruglevering of de geleverde flexibiliteit is verrekend of uitbetaald aan de eindafnemer of actieve afnemer;

  • c. is opgezegd door de eindafnemer of actieve afnemer binnen een termijn van zes maanden gerekend vanaf de start van de levering, de teruglevering of het verlenen van een vraagresponsdienst; en

  • d. niet meer dan het uitbetaalde geldbedrag wordt teruggevorderd.

Afdeling 2.2. Vergunning leveranciers

Paragraaf 2.2.1. Vergunningplicht

Artikel 2.27. uitzondering vergunningsplicht energiegemeenschappen

Het maximaal aantal leden van een energiegemeenschap of het maximaal aantal afzonderlijke aandeelhouders van een energiegemeenschap, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de wet, bedraagt 500 leden of afzonderlijke aandeelhouders.

Paragraaf 2.2.2. Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid

Artikel 2.28. administratieve organisatie

  • 1 Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een goede administratieve organisatie met interne en externe controle hierop als bedoeld in artikel 2.10 van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over:

    • a. een beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing van ten minste de processen voor inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;

    • b. een beschrijving van de belangrijkste bedrijfsprocessen, de aanwezige risico’s binnen deze processen en de wijze waarop hij deze risico’s beheerst;

    • c. een adequate controletechnische primaire en secundaire functiescheiding tussen in ieder geval de processen inkoop, verkoop, risicomanagement, betaling en administratie;

    • d. een compliancefunctie, niet zijnde de hoogste leidinggevende;

    • e. een beschrijving hoe de leverancier in staat is om periodiek een sluitend verband te leggen tussen ingekochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende inkoopbedragen enerzijds en verkochte hoeveelheden elektriciteit of gas en de daaruit voortvloeiende verkoopbedragen anderzijds, waarbij ook rekening wordt gehouden met de balanceringskosten;

    • f. een beschrijving van het contractenregister verkoop, het contractenregister inkoop en het klantenregister;

    • g. een beschrijving van de wijze waarop de leverancier de continuïteit van gegevensverwerking waarborgt tegen brand, diefstal, cybercrime en fraude;

    • h. een beschrijving van de interne beheersmaatregelen die de leverancier treft om te waarborgen dat de relevante wettelijke voorschriften worden nageleefd;

    • i. een assurance-rapport opgesteld door een onafhankelijke accountant waarin in ieder geval de vereisten in onderdelen a tot en met h zijn opgenomen.

  • 2 De leverancier heeft in ieder geval op ordentelijke wijze per eindafnemer met een kleine aansluiting waarmee een leveringsovereenkomst is gesloten de volgende gegevens in zijn administratie opgenomen:

    • a. naam, adres, woonplaats en indien beschikbaar, telefoonnummer en e-mailadres van de eindafnemer met een kleine aansluiting;

    • b. factuuradres en bankrekeningnummer en indien beschikbaar het mandaat voor automatische afschrijving van de eindafnemer met kleine aansluiting;

    • c. hoogte en betalingsfrequentie van het termijnbedrag;

    • d. of met de eindafnemer tevens een terugleveringsovereenkomst is aangegaan;

    • e. de unieke identificatiecode die is toegekend aan het allocatiepunt waarvoor de leveringsovereenkomst is gesloten;

    • f. de betreffende transmissie- of distributiesysteembeheerder;

    • g. indien de eindafnemer is ingeschreven in het handelsregister, het nummer van inschrijving in het handelsregister;

    • h. indien de eindafnemer een huishoudelijk eindafnemer is, diens geboortedatum;

    • i. of de overeenkomst is gesloten met een huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming.

  • 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, zijn op ordentelijke wijze in de administratie opgenomen indien deze gegevens in het kader van de toepassing van afdeling 2.3 van het besluit, in een machineleesbaar en interoperabel formaat uitwisselbaar zijn met andere vergunninghouders.

  • 4 Processen van de leverancier die zijn uitbesteed zijn in de beschrijving van de opzet van de administratieve organisatie en interne beheersing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vastgelegd.

Artikel 2.29. financiële positie

  • 1 Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een solide financiële positie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij in ieder geval beschikt over een solvabiliteitsprognose, een liquiditeitsprognose, een risicomanagementplan en een beschrijving van de procedures die de leverancier intern heeft ingericht om blijvend te voldoen aan de vergunningseisen en voor het treffen van herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid.

  • 2 Uit de solvabiliteitsprognose blijkt in ieder geval dat gedurende een periode van drie jaar:

    • a. het eigen vermogen positief is; en

    • b. de vermogensstructuur, gelet op de risicobereidheid, voldoende financieel weerbaar is voor het opvangen van de volgende risico’s:

      • 1°. marktrisico’s;

      • 2°. debiteurenrisico’s;

      • 3°. tegenpartijrisico’s;

      • 4°. liquiditeitsrisico’s;

      • 5°. operationele risico’s;

      • 6°. risico’s als gevolg van andere activiteiten dan de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting;

      • 7°. andere risico’s voor de financiële positie;

  • 3 Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat de stand van de liquide middelen gedurende de volgende twaalf maanden positief is.

  • 4 De liquiditeitsprognose:

    • a. maakt onderscheid tussen de operationele kasstroom, de investeringskasstroom en de financieringskasstroom;

    • b. geeft inzicht in een maandelijkse stand van de liquide middelen bij een voortdurend en tijdig voldoen aan de leveringsverplichtingen en betalingsverplichtingen van de leverancier, waarin alle openstaande verplichtingen worden meegenomen;

    • c. indien er financiering wordt ontvangen, voorziet in onderbouwing hiervoor met gegevens of bescheiden;

    • d. blijft gedurende de in de aanhef bedoelde periode van twaalf maanden positief in verschillende scenario’s met inbegrip van volatiele marktomstandigheden.

  • 5 Het risicomanagementplan betreft een periode van ten minste drie jaar, en bevat in ieder geval:

    • a. de doelgroep van de leverancier en hoe hij aan de vraag naar de levering van elektriciteit en gas verwacht te voldoen;

    • b. een beschrijving van de risico’s voor de leverancier, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en welke maatregelen de vergunninghouder neemt om deze risico’s en andere risico’s die de soliditeit van de leverancier kunnen aantasten te beheersen;

    • c. de risicobereidheid van de leverancier met inbegrip van de mate waarin de leverancier bereid is de risico’s, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te nemen.

Artikel 2.30. inkoopstrategie

Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.

Artikel 2.31. onafhankelijke risicomanager

  • 1 Een risicomanager als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, is verantwoordelijk voor de beheersing van de risico’s bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, onderdeel b.

  • 2 Een risicomanager oefent niet tevens een functie uit voor de inkoop of de verkoop van elektriciteit of gas en rapporteert onafhankelijk en rechtstreeks aan de personen die het dagelijks beleid van een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, bepalen.

  • 3 Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, zorgt ervoor dat een risicomanager beschikt over aantoonbare meerjarige en relevante werkervaring, waaronder ervaring met het uitvoeren van scenarioanalyses, en een relevante opleiding voor risicomanagement.

Paragraaf 2.2.3. Aanvraag vergunning

Artikel 2.32. aanvraag vergunning

  • 1 Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.18, derde lid, van de wet, wordt bij de Autoriteit Consument en Markt ingediend.

  • 2 De aanvraag voor een vergunning bevat naast de gegevens, bedoeld in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht:

    • a. informatie met betrekking tot de financiële positie en de financiering van de aanvrager in verband met de vereisten in artikel 2.29;

    • b. de unieke identificatiecode van de aanvrager;

    • c. een gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister;

    • d. een schatting van de verwachte afzet aan eindafnemers met een kleine aansluiting gedurende tenminste de eerste 12 maanden na het verlenen van de vergunning;

    • e. de toelating door de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas als balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit of gas overeenkomstig de methoden of voorwaarden voor elektriciteit of gas, bedoeld in artikel 3.119 van de wet of een overeenkomst van de aanvrager met een balanceringsverantwoordelijke voor het overdragen van de balanceringsverantwoordelijkheid;

    • f. één of meer overeenkomsten ten behoeve van de inkoop van elektriciteit of gas en voor het daarvoor benodigde transport, met inbegrip van een toelichting op de wijze waarop de aanvrager daarmee uitvoering geeft aan de vereisten met betrekking tot de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30;

    • g. een recente jaarrekening of een openingsbalans, welke is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • h. een recente verklaring van de rechtbank op basis van de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 222a van de Faillissementswet, waaruit blijkt dat de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat de aanvrager geen surseance van betaling is verleend, die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee weken;

    • i. voorbeelden van alle door de aanvrager gehanteerde offertes, overeenkomsten en facturen voor eindafnemers met een kleine aansluiting met de hierbij behorende algemene voorwaarden;

    • j. een bewijs van registratie bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting;

    • k. de door de aanvrager gehanteerde klachten- en geschillenregeling voor eindafnemers met een kleine aansluiting;

    • l. een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken rechtspersoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;

    • m. het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden;

    • n. een beschrijving van de administratieve organisatie van de aanvrager waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;

    • o. informatie waaruit de structuur van de onderneming van de aanvrager blijkt en de natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen die in de onderneming van de aanvrager feitelijke zeggenschap of een belang in het geplaatste kapitaal hebben;

    • p. het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid; en

    • q. ingeval van een aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de in artikel 403, eerste lid, onderdelen b en f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaringen.

Paragraaf 2.2.4. Verplichtingen vergunninghouder

Artikel 2.33. verstrekking gegevens na verlenen vergunning

  • 1 Een vergunninghouder verstrekt op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt:

    • a. een rapportage over de wijze waarop in het vorige boekjaar uitvoering is gegeven aan de onderdelen van het risicomanagementplan, bedoeld in artikel 2.29, vijfde lid, en op welke wijze daaraan uitvoering wordt gegeven in het lopende boekjaar;

    • b. de definitieve jaarrekening over het voorgaande boekjaar.

    • c. een balans per 31 december van het voorgaande kalenderjaar en een tussentijdse balans van het huidige kalenderjaar;

    • d. informatie over hoe de vergunninghouder voldoet aan de vereisten ten aanzien van de solvabiliteit en liquiditeit, bedoeld in artikel 2.29, tweede en derde lid, en de inkoopstrategie, bedoeld in artikel 2.30.

    • e. een beschrijving van de administratieve organisatie van de vergunninghouder waarmee wordt aangetoond dat aan de vereisten in artikel 2.28, eerste lid, wordt voldaan;

    • f. het formulier, bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, dat op het tijdstip van aanleveren niet ouder is dan twee maanden;

    • g. een verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot het gedrag van de betrokken natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het bevoegd gezag van de betrokken staat van oorsprong of herkomst die op het tijdstip van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden, voor een bestuurder die na de vergunningverlening aantreedt.

  • 2 Indien de vergunninghouder beschikt over een rechtsgeldige verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een rechtspersoon of vennootschap door wie de financiële gegevens van de vergunning zijn geconsolideerd, verstrekt de vergunninghouder de verklaring aan de Autoriteit Consument en Markt en kan voor de solvabiliteitsprognose en liquiditeitsprognose bedoeld in artikel 2.29, eerste lid, gebruik worden gemaakt van de geconsolideerde financiële gegevens van die rechtspersoon of vennootschap.

Artikel 2.34. herstelplan

  • 1 Indien een vergunninghouder niet langer voldoet aan een van de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 2.18, eerste en tweede lid, van de wet, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt en stelt hij eigener beweging een herstelplan op.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, stelt een vergunninghouder op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt een herstelplan op indien hij niet langer voldoet aan het vereiste inzake het afdekken van afgesloten leveringsovereenkomsten, gesteld in artikel 2.30.

  • 3 Het herstelplan bevat een overzicht van de benodigde herstelmaatregelen, de effecten daarvan en de termijn waarbinnen de herstelmaatregelen worden getroffen om aan de vereisten te voldoen.

  • 4 Een vergunninghouder verstrekt het herstelplan uiterlijk veertien dagen na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt.

Afdeling 2.3. Leveranciersmodel

Artikel 2.35. tarievenregister elektriciteit en gas

  • 1 De distributiesysteembeheerders bepalen overeenkomstig het tarievenbesluit, bedoeld in artikel 3.110 van de wet, per categorie van eindafnemers met een kleine aansluiting wat het tarief per dag is tot vier decimalen achter de komma en stellen gezamenlijk ten behoeve van de leveranciers een systematiek vast ter onderscheiding van de verschillende categorieën van eindafnemers met een kleine aansluiting.

  • 2 Een distributiesysteembeheerder registreert de tarieven, bedoeld in het eerste lid en verstrekt die tarieven ter uitvoering van artikel 4.9, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de wet aan een leverancier middels een faciliteit van de gegevensuitwisselingsentiteit en geeft de gegevensuitwisselingsentiteit ter uitvoering van artikel 4.16 van de wet toegang tot zijn register.

Artikel 2.36. minimuminformatie aansluit- en transportovereenkomst kleine aansluiting

[Treedt in werking per 01-07-2026.]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het wijzigingenoverzicht.

Artikel 2.37. informatie distributiesysteembeheerder ten behoeve van leveranciersmodel

  • 1 Een distributiesysteembeheerder zorgt ervoor dat een leverancier die actief is of wordt op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting op het door hem beheerde systeem, minimaal beschikt over:

    • a. een actueel model van de aansluit- en transportovereenkomst voor aangeslotenen met een kleine aansluiting;

    • b. de algemene voorwaarden die op een overeenkomst als bedoeld in onderdeel a, van toepassing zijn;

    • c. de bij de aansluiting behorende tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

  • 2 In geval van wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35, zorgt de distributiesysteembeheerder dat de leveranciers hier tenminste een maand voor de ingangsdatum ervan over beschikken.

Artikel 2.38. informeren aangeslotene over wijzigingen aansluit- en transportovereenkomst

De distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene met een kleine aansluiting over wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

Artikel 2.39. specificatie van te factureren en te innen tarieven

  • 1 Een distributiesysteembeheerder stuurt namens elk van zijn fiscale entiteiten, iedere maand, uiterlijk op de derde werkdag van de daaropvolgende maand, een specificatie van de namens hem te factureren bedragen aan een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting.

  • 2 De specificatie bevat in ieder geval:

    • a. een vermelding van de maand waarop de specificatie betrekking heeft;

    • b. de fiscale entiteit van de distributiesysteembeheerder waarop de specificatie van de verplichting betrekking heeft;

    • c. de leverancier op wie de verplichting tot facturering betrekking heeft;

    • d. het totale bedrag exclusief btw dat de leverancier namens de distributiesysteembeheerder moet factureren en innen over de periode, bedoeld in onderdeel a;

    • e. per aansluiting waarvoor op de betreffende leverancier de plicht tot facturatie en inning ligt:

      • 1°. de unieke identificatiecode van de aansluiting;

      • 2°. de aanduiding van het tarief volgens de systematiek, bedoeld in artikel 2.35;

      • 3°. het aantal dagen dat de verplichting, bedoeld in het eerste lid, op de leverancier rust op de betreffende aansluiting met de bijbehorende aanduiding, bedoeld in subonderdeel 2°;

      • 4°. het bij de betreffende aansluiting behorende tarief per dag, exclusief BTW;

      • 5°. het totale bedrag van de maand, bedoeld in onderdeel a, exclusief BTW.

Artikel 2.40. facilitering leverancier bij totstandkoming aansluit- en transportovereenkomst

[Treedt in werking per 01-07-2026.]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het wijzigingenoverzicht.

Artikel 2.41. controleren gegevens aansluit- en transportovereenkomst door leverancier

[Treedt in werking per 01-07-2026.]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het wijzigingenoverzicht.

Artikel 2.42. administratie ten behoeve van facturering namens en afdracht aan distributiesysteembeheerder

  • 1 Een leverancier die actief is op een primair allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting houdt een administratie bij van de namens de distributiesysteembeheerder gefactureerde of te factureren bedragen inclusief btw en draagt die administratie op verzoek over aan de distributiesysteembeheerder.

  • 2 Een leverancier draagt de bedragen zoals opgenomen op de specificatie, bedoeld in artikel 2.39, eerste lid, binnen 28 kalenderdagen na afloop van de maand waarop deze betrekking hebben, inclusief btw af aan de distributiesysteembeheerder.

  • 3 Indien op de aangeslotene een bijzonder btw-tarief van toepassing is, kan de leverancier de distributiesysteembeheerder verzoeken om verrekening van het verschil in afdracht.

  • 4 De leverancier doet een verzoek als bedoeld in het derde lid uiterlijk in de maand februari volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft en verstrekt daarbij de gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn.

Afdeling 2.4. Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid

Artikel 2.43. beëindigen levering

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet, tenzij:

  • a. de eindafnemer hierom verzoekt;

  • b. er sprake is van fraude of misbruik;

  • c. er sprake is van een betalingsachterstand, mits de maatregelen, bedoeld in de artikelen 2.44 en 2.45, zijn toegepast en artikel 2.46 beëindiging van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel niet verbiedt.

Artikel 2.44. maatregelen bij betalingsachterstand

Een vergunninghouder neemt, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting een factuur niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, de volgende maatregelen:

  • a. de vergunninghouder verstrekt de eindafnemer ten minste driemaal een schriftelijke betalingsherinnering van de factuur met een nakomingstermijn van ten minste veertien dagen met daarbij:

    • 1°. het aanbod om met de vergunninghouder in contact te treden om een betalingsregeling te treffen;

    • 2°. informatie over mogelijkheden voor schuldhulpverlening voor natuurlijk personen en de daartoe te benaderen instantie;

    • 3°. het aanbod om, indien de eindafnemer een natuurlijk persoon is, zijn contactgegevens, geboortedatum, klantnummer en informatie over de hoogte van de betalingsachterstand te verstrekken aan een instantie voor schuldhulpverlening;

    • 4°. vermelding van de uitzonderingssituaties waarin de levering niet zal worden beëindigd, bedoeld in artikel 2.46;

  • b. de vergunninghouder spant zich maximaal in om in persoonlijk contact te treden met de eindafnemer, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen of te beëindigen;

  • c. de vergunninghouder biedt de eindafnemer op diens verzoek of in het kader van het persoonlijk contact, bedoeld in onderdeel b, een redelijke en passende betalingsregeling aan die in ieder geval afspraken omvat over de betaling en de afwikkeling van de openstaande vorderingen.

Artikel 2.45. gegevensuitwisseling schuldhulpverlening

  • 1 Een vergunninghouder verstrekt bij een betalingsachterstand aan een instantie voor schuldhulpverlening de gegevens en informatie, bedoeld in het derde lid, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is:

    • a. heeft ingestemd met deze verstrekking; of

    • b. niet heeft gereageerd op het aanbod tot gegevensverstrekking aan een instantie voor schuldhulpverlening, bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, subonderdeel 3°, en twee of meer facturen niet zijn voldaan nadat de vergunninghouder voor de betalingsachterstand ten minste tweemaal een schriftelijke betalingsherinnering heeft gestuurd en de vergunninghouder heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.44, onderdelen b en c, maar er geen betalingsregeling is overeengekomen.

  • 2 De vergunninghouder verstrekt de instantie voor schuldhulpverlening een actualisatie van de verstrekte gegevens en informatie:

    • a. indien de betalingsachterstand van de eindafnemer aanmerkelijk groter is geworden;

    • b. ten minste vier weken voorafgaand aan de datum waarop hij voornemens is de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met de eindafnemer vanwege de betalingsachterstand te beëindigen en niet eerder dan twee weken na de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De vergunninghouder verstrekt aan de instantie voor schuldhulpverlening:

    • a. de contactgegevens van de eindafnemer, diens geboortedatum, diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens betalingsachterstand;

    • b. informatie over de hoogte en ontwikkeling van de betalingsachterstand;

    • c. indien van toepassing, het voornemen om de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel te beëindigen.

Artikel 2.46. geen beëindiging in uitzonderingssituaties

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet wegens een betalingsachterstand indien:

  • a. een betalingsregeling met de eindafnemer is overeengekomen en wordt nagekomen;

  • b. een conform de klachtenprocedure van de vergunninghouder ingediende klacht van de eindafnemer over de facturen of betaling van facturen waar de betalingsachterstand op ziet in behandeling is bij de vergunninghouder of een geschil over een dergelijke klacht van de eindafnemer aanhangig is bij een buitengerechtelijke geschilinstantie waar de vergunninghouder bij is aangesloten;

  • c. de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer en zo lang dit traject loopt, of:

    • 1°. nog geen vier weken zijn verstreken na de verstrekking van gegevens aan een instantie voor schuldhulpverlening, bedoeld in artikel 2.45, eerste lid;

    • 2°. de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, aan de vergunninghouder een bewijs verstrekt dat hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

  • d. de eindafnemer aan de vergunninghouder een verklaring verstrekt van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is, waaruit volgt dat beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer, en zo lang als deze situatie bestaat.

Artikel 2.47. hervatten levering

Een vergunninghouder biedt, indien hij een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is wegens betalingsachterstanden heeft beëindigd, aan de eindafnemer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel onder dezelfde of vergelijkbare voorwaarden aan indien de eindafnemer binnen een redelijke termijn een bewijs overlegt dat:

  • a. hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • b. de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer;

  • c. beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg heeft voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer met een verklaring van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is.

Afdeling 2.5. Erkenning meetverantwoordelijke partij

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-07-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Artikel 2.48. aanvraag erkenning meetverantwoordelijke partij

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, van de wet bevat ten minste:

  • a. het nummer waaronder de aanvrager in het handelsregister is ingeschreven;

  • b. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdelen a, b en c, van het besluit;

  • c. een verklaring van de aanvrager dat deze niet in staat van faillissement verkeert en geen surseance van betaling is verleend;

  • d. een inschatting van de kosten, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel f, van het besluit.

Artikel 2.49. frequentie en eisen rapportageverplichting

Een rapportage als bedoeld in artikel 2.52, eerste lid, van de wet wordt jaarlijks gedaan en bevat ten minste:

  • a. een beschrijving van de door de meetverantwoordelijke partij geïdentificeerde bestaande en toekomstige knelpunten in de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.48 van de wet;

  • b. een actuele inschatting van de kosten, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel f, van het besluit.

Hoofdstuk 3. Beheer van elektriciteits- en gassystemen

Afdeling 3.1. Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling

Paragraaf 3.1.1. Investeringsplan

Artikel 3.1. aggregatieniveau in het investeringsplan

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee kan knelpunten voor het beheer en de ontwikkeling van zijn systeem, investeringen en inkoop van congestie- of systeembeheersdiensten ter voorkoming van verzwaring van het systeem op een geaggregeerd niveau in het investeringsplan opnemen, met uitzondering van:

    • a. investeringen als bedoeld in artikel 3.67, tweede lid, van de wet;

    • b. investeringen, bedoeld in artikel 3.34, derde lid, onderdeel a, van de wet, waarvoor op grond van artikel 6.1 van de wet een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is genomen.

  • 2 De transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee licht in het investeringsplan het toegepaste aggregatieniveau toe.

Artikel 3.2. terugblik op vorig investeringsplan

De aanduiding van en verklaring voor de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande investeringsplan, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel c, van het besluit, omvat op het voor die investeringen gehanteerde aggregatieniveau:

  • a. de afwijkingen van de planning in tijd en kostenraming per jaar;

  • b. nadelige gevolgen van de afwijkingen, bedoeld in onderdeel a, voor de uitvoering van de taken van de transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en

  • c. de maatregelen om afwijkingen als bedoeld in onderdeel a in de toekomst te minimaliseren.

Artikel 3.3. inhoud scenario’s en totstandkoming

  • 1 De scenario’s, bedoeld in artikel 3.24, derde lid, van het besluit, bevatten in ieder geval:

    • a. voor elk scenario een raming ten aanzien van de verwachte volumes van productie, import, export en levering van elektriciteit of gas;

    • b. een toelichting op de wijze waarop de scenario’s tot stand zijn gekomen en de uitgangspunten en kenmerken die per scenario zijn gehanteerd, waaronder in ieder geval:

      • 1°. een toelichting op de wijze waarop de ramingen binnen elk scenario tot stand zijn gekomen;

      • 2°. een beschrijving van de omstandigheden waaronder een scenario zich naar verwachting voordoet;

      • 3°. een toelichting op de wijze waarop in de scenario’s rekening is gehouden met vastgesteld overheidsbeleid dat van invloed is op de inrichting van het transmissie- of distributiesysteem;

      • 4°. een onderbouwing van de keuze voor de betreffende scenario’s;

      • 5°. een beschrijving van de procedure van de totstandkoming van de scenario’s.

  • 2 Bij de totstandkoming van de scenario's, bedoeld in artikel 3.24, derde lid, van het besluit, worden, op verschillende momenten in de procedure van totstandkoming, tenminste relevante overheidsinstanties en organisaties van betrokken marktdeelnemers, netgebruikers, balanceringsverantwoordelijken en aangeslotenen betrokken in een transparant en participatief proces.

  • 3 De scenario’s, bedoeld in artikel 3.24, derde lid van het besluit, worden na afronding van het totstandkomingsproces, bedoeld in het tweede lid, en voorafgaand aan de consultatie van het ontwerpinvesteringsplan openbaar gemaakt, inclusief de belangrijkste bronnen en aannames waarop de scenario’s zijn gebaseerd.

Artikel 3.4. knelpuntenanalyse

  • 1 Een investeringsplan van een transmissie- of distributiesysteembeheerder bevat een analyse van de knelpunten voor het beheer en de ontwikkeling van zijn systeem, die mede aan de hand van het kwaliteitsplan, bedoeld in artikel 3.32 van het besluit, en de scenario’s wordt opgesteld.

  • 2 De knelpuntenanalyse bevat voor de eerstvolgende vijftien jaren:

    • a. een overzicht van de kwaliteitsknelpunten en capaciteitsknelpunten met vermelding van de benaming en locatieaanduiding van de niet geaggregeerde knelpunten en het kenmerk van de geaggregeerde knelpunten;

    • b. per capaciteitsknelpunt een raming van de benodigde transportcapaciteit;

    • c. een toelichting op de toegepaste methodiek en uitgangspunten van de analyse van kwaliteitsknelpunten en capaciteitsknelpunten voor het beheer en de ontwikkeling van het systeem, waaronder in ieder geval:

      • 1°. een beschrijving van de wijze waarop de belangrijkste risico’s van de knelpunten op hun relevantie zijn beoordeeld en zijn geprioriteerd;

      • 2°. per capaciteitsknelpunt een toelichting op de wijze waarop een verband is gelegd tussen het knelpunt en een scenario;

      • 3°. per kwaliteitsknelpunt een toelichting op de wijze waarop een verband is gelegd tussen het knelpunt en het kwaliteitsborgingssysteem;

      • 4°. per knelpunt de termijn waarbinnen en de omstandigheden waaronder het knelpunt zich naar verwachting voordoet en de termijn waarbinnen het knelpunt naar verwachting is opgelost.

Artikel 3.5. voorgenomen investeringen en voorgenomen inkoop congestie- en systeembeheersdiensten ter voorkoming of overbrugging van investeringen

  • 1 Een investeringsplan bevat een onderbouwing van de noodzaak en een raming van de kosten per jaar ten aanzien van de voor de eerstkomende vijf jaren voorgenomen:

    • a. investeringen in uitbreiding en verzwaring van het systeem, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel b, van het besluit; en

    • b. inkoop van congestie- en systeembeheersdiensten, bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, onderdeel b, van het besluit.

  • 2 Een onderbouwing van de noodzaak van de voor de eerstkomende vijf jaren voorgenomen investeringen in uitbreiding en verzwaring van het systeem bevat, tenzij dit al in een voorgaand investeringsplan is opgenomen, in ieder geval een alternatievenanalyse voor:

    • a. een investering van een transmissiesysteembeheerder voor gas waarvoor op grond van artikel 6.1 van de wet een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is genomen;

    • b. een investering van een transmissiesysteembeheerder voor gas met een investeringsbedrag van € 5 miljoen of meer, met uitzondering van aansluitingen en verleggingen;

    • c. een investering van een distributiesysteembeheerder voor gas van meer dan 8 bar per gasstation inclusief verbinding;

    • d. een investering van een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit waarvoor op grond van artikel 6.1 van de wet een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is genomen.

  • 3 Een alternatievenanalyse bevat in ieder geval:

    • a. een onderbouwde beschrijving van de verschillende alternatieven, waaronder een nul-alternatief;

    • b. een schatting van de effecten van de verschillende alternatieven;

    • c. een onderbouwing van het gekozen alternatief.

Artikel 3.6. investeringen gepland in de eerstkomende vijf jaren

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen uitbreidings- of vervangingsinvesteringen die voor de eerstkomende vijf jaren zijn gepland en in uitvoering zijn of worden gerealiseerd, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, omvat ten minste:

  • a. de duiding van een investering als vervangingsinvestering of uitbreidingsinvestering;

  • b. de wijze waarop de volgorde van de uitvoering van de investeringen is bepaald overeenkomstig artikel 3.25 van het besluit en artikel 3.8;

  • c. voor de investeringen van een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, de verwachte capaciteit die na de investering beschikbaar komt voor grensoverschrijdende handel door middel van interconnectoren;

  • d. per investering naar het aggregatieniveau van die investering een onderbouwde planning in tijd en, tenzij de investering nog moet worden aanbesteed, een kostenraming per jaar voor de voorbereiding en de realisatie.

Artikel 3.7. inkoop van congestie- of systeembeheersdiensten ter voorkoming van verzwaring eerstkomende vijf jaren

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen congestie- of systeembeheersdiensten die voor de eerstkomende vijf jaren worden ingekocht ter voorkoming of ter overbrugging van de periode tot gereedheid van uitbreidingsinvesteringen omvat ten minste per in te kopen congestie- of systeembeheersdienst:

  • a. het soort dienst dat moet worden ingekocht;

  • b. de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh, die per relevant onderdeel van het transmissie- of distributiesysteem moet worden ingekocht;

  • c. een raming van de totale kosten van de inkoop;

  • d. de uitbreidingsinvestering die worden voorkomen of waarvoor de periode tot gereedheid wordt overbrugd, en een inschatting van de bijbehorende kosten.

Artikel 3.8. volgorde van uitvoering uitbreidingsinvesteringen

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder kent bij het bepalen van de volgorde van de uitvoering van noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en rekening houdend met het maatschappelijk belang van de investering conform artikel 3.25, eerste lid, van het besluit een hogere prioriteit toe aan achtereenvolgens:

  • a. de investeringen, bedoeld in artikel 3.34, derde lid, onderdeel c, van de wet;

  • b. de investeringen, bedoeld in artikel 3.34, derde lid, onderdeel d, van de wet.

Artikel 3.9. periode consultatie en termijn toets ACM

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder consulteert een ontwerpinvesteringsplan, overeenkomstig artikel 3.26, eerste lid, van het besluit, voor een periode van ten minste vier weken.

  • 2 De Autoriteit Consument en Markt toetst het ontwerpinvesteringsplan binnen een periode van twaalf weken nadat het ontwerpinvesteringsplan overeenkomstig artikel 3.35 van de wet aan haar is voorgelegd.

Paragraaf 3.1.2. Verplaatsen en verkabelen delen elektriciteitssysteem

Artikel 3.10. hoogte van de bijdrage

  • 1 De inwonertallen, bedoeld in 3.19, eerste lid, van het besluit worden bepaald aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte gegevens betreffende de bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin het verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 3.27, derde lid, van de wet, is ingediend.

  • 2 Het in het tweede lid van 3.19 van het besluit genoemde bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde inputprijsindex voor Grond-, weg- en waterbouw. Voor de berekening van het verschuldigde bedrag vindt de bijstelling van het bedrag plaats tot en met het jaar waarin het verzoek tot verplaatsing of vervanging, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van de wet is gedaan.

Artikel 3.11. kosten voor onderzoek, verplaatsing of vervanging

  • 1 De bestanddelen van de kosten, bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het besluit, zijn de kosten:

    • a. voortvloeiend uit overeenkomsten van opdracht;

    • b. voor personele inzet;

    • c. voor andere zaken of werkzaamheden die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van het verzoek tot het doen van onderzoek.

  • 2 De bestanddelen van de kosten, bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, van het besluit, zijn de kosten:

    • a. voor het opstellen van een ontwerp voor vervanging of verplaatsing van het betreffende deel van het transmissie- of distributiesysteem;

    • b. voor materiële en personele inzet;

    • c. voortvloeiend uit een voor de realisatie gesloten overeenkomst van aanneming van werk of de levering van diensten en materialen;

    • d. voor de verwerving van een onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht op een onroerende zaak;

    • e. voor het verwijderen van resterende onderdelen van het te vervangen of te verplaatsen deel van het transmissie- of distributiesysteem;

    • f. voor herstel van de terreinen waar verplaatsing of vervanging heeft plaatsgevonden;

    • g. voor communicatie over de uit te voeren werkzaamheden;

    • h. voor andere zaken of werkzaamheden die zijn toe te rekenen aan de uitvoering van de verplaatsing of vervanging.

  • 3 Op de kosten voor de uitvoering van een verzoek tot verplaatsing of vervanging als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van de wet worden in mindering gebracht:

    • a. kosten voor voorgenomen investeringen in het te verplaatsen of te vervangen deel van het transmissie- of distributiesysteem, indien de investering was voorzien in een ten tijde van het verzoek laatst vastgestelde investeringsplan als bedoeld in artikel 3.31 van de wet;

    • b. eventuele aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder toekomende opbrengsten vanwege het vrijkomen van een onroerende zaak door de verplaatsing of vervanging.

  • 4 Als kosten voor de uitvoering van een verzoek als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van de wet, of voor de uitvoering van een verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 3.27, derde lid, van de wet worden niet aangemerkt de kosten die door een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten worden gemaakt, waaronder kosten voor de voorbereiding van voor de verplaatsing of vervanging benodigde besluiten.

Afdeling 3.2. Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren

Artikel 3.12. procedure afsluiten kleine aansluiting bij beëindiging leveringsovereenkomst wegens betalingsachterstand

  • 1 Een distributiesysteembeheerder neemt, indien hij op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet een melding ontvangt dat de levering op een aan een kleine aansluiting toegekend allocatiepunt zal worden beëindigd, de volgende maatregelen:

    • a. de distributiesysteembeheerder informeert de aangeslotene zo spoedig mogelijk dat de aansluiting of een aan zijn aansluiting toegekend additioneel allocatiepunt buiten werking wordt gesteld na de datum waarop de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel eindigt en vermeldt daarbij de kosten voor het buiten werking stellen en voor het weer in werking stellen van de aansluiting of het additionele allocatiepunt;

    • b. de distributiesysteembeheerder informeert de aangeslotene dat de aansluiting of het aan de aansluiting toegekend additionele allocatiepunt niet buiten werking zal worden gesteld in de uitzonderingssituaties, bedoeld in artikel 2.46, dan wel indien de aangeslotene weer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel heeft gesloten voor het verbruik op de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt.

  • 2 Een distributiesysteembeheerder stelt de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt niet eerder buiten werking dan nadat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn genomen en de leveringsovereenkomst of de leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel is geëindigd en voorts geen melding is ontvangen van hervatting van de levering of van een nieuwe leverancier voor levering op de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt. De distributiesysteembeheerder spant zich maximaal in om de aangeslotene in een persoonlijk contact voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden voor het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt te wijzen op mogelijkheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, om het buiten werking stellen en de daaraan verbonden kosten alsnog te voorkomen.

  • 3 De distributiesysteembeheerder biedt de aangeslotene aan om met hem in contact te treden om een betalingsregeling te treffen voor de kosten van het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt en, indien van toepassing, de kosten voor het weer in werking stellen daarvan, en biedt een redelijke en passende betalingsregeling aan indien de aangeslotene op dit aanbod in gaat. Indien betaling uitblijft en de aangeslotene niet zelf in contact treedt met de distributiesysteembeheerder spant de distributiesysteembeheerder zich maximaal in om in persoonlijk contact te treden met de aangeslotene, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om een betalingsregeling te treffen of zich te wenden tot een instantie voor schuldhulpverlening.

  • 4 De distributiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt zo spoedig mogelijk weer in werking wordt gesteld indien hij een melding ontvangt dat de vergunninghouder de levering hervat op grond van het bepaalde in artikel 2.47 en, tenzij sprake is van de situatie, bedoeld in artikel 2.47, onderdeel c, zijn vordering voor de kosten van het buiten werking stellen en weer in werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt wordt betrokken bij het traject van schuldhulpverlening.

Artikel 3.13. procedure afsluiten buiten beëindiging leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel wegens betalingsachterstand

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet van een situatie als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van het besluit met betrekking tot diens aansluiting, met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 3.12, en vermeldt daarbij:

  • a. dat de aansluiting of een aan de aansluiting toegekend additionele allocatiepunt buiten werking wordt gesteld nadat de betreffende situatie, bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de wet intreedt;

  • b. hoe de aangeslotene het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt kan voorkomen;

  • c. de kosten voor het buiten werking stellen en voor het weer in werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt.

Artikel 3.14. melding besluiten college van burgemeester en wethouders en register ACM

  • 1 De Autoriteit Consument en Markt stelt een formulier vast voor de melding door een college van burgemeester en wethouders van een besluit als bedoeld in artikel 3.42, tweede of derde lid, van de wet.

  • 2 Een college van burgemeester en wethouders meldt een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, of artikel 3.42, eerste lid, van de wet aan de Autoriteit Consument en Markt binnen 10 werkdagen nadat het besluit is genomen.

  • 3 De Autoriteit Consument en Markt neemt het gemelde besluit binnen vijf werkdagen op in het register, bedoeld in artikel 3.42, vierde lid, van de wet.

  • 4 Een college van burgemeester en wethouders meldt elke wijziging, intrekking of vernietiging van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, of 3.42, eerste lid, van de wet, aan de Autoriteit Consument en Markt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.15. details gebiedsindelingscode gas

  • 1 Een distributiesysteembeheerder voor gas corrigeert bij de toepassing van artikel 3.27, eerste lid, van het besluit de equivalente uitbreiding van zijn systeem voor het te doorkruisen gebied door de betreffende leidinglengte te vermenigvuldigen met:

    • a. 1, indien het door open terrein gaat;

    • b. 2,5, indien het door gesloten terrein met tegels gaat;

    • c. 7, indien het door gesloten terrein met asfalt gaat;

    • d. 3, indien het een watergang kruist;

    • e. 10, indien het een spoor- of snelweg kruist.

  • 2 Een distributiesysteembeheerder voor gas corrigeert bij de toepassing van artikel 3.27, eerste lid, van het besluit de equivalente uitbreiding van zijn systeem voor gas indien een reduceerstation benodigd is door:

    • a. 130 meter bij de uitbreiding van het distributiesysteem voor gas op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 40 m3 per uur ten behoeve van een klein aantal aangeslotenen met een kleine aansluiting;

    • b. 600 meter bij de uitbreiding van het distributiesysteem voor gas op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 2.500 m3 per uur ten behoeve van meer dan een klein aantal aangeslotenen met een kleine aansluiting.

Artikel 3.16. invoed- en afleverspecificaties gas

  • 1 Gas dat wordt ingevoed of afgeleverd op een aansluiting of systeemkoppeling, dan wel ingevoerd of uitgevoerd op een grenspunt, voldoet aan de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen waarden, waarbij:

    • a. H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel A opgenomen waarden;

    • b. G-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel B opgenomen waarden;

    • c. H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel C opgenomen waarden;

    • d. G-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling voldoet aan de in onderdeel D opgenomen waarden;

    • e. H-gas en L-gas dat op een grenspunt via het transmissiesysteem voor gas wordt ingevoerd of uitgevoerd, op dat grenspunt voldoet aan de in onderdeel E opgenomen waarden.

  • 2 Gas dat op het transmissie- of distributiesysteem voor gas wordt ingevoed of het transmissie- of distributiesysteem voor gas verlaat, is H-gas, G-gas of L-gas.

Afdeling 3.3. Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren

Artikel 3.17. faciliteren van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bij de administratieve afhandeling van de balancering

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-05-2026. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bepaalt voor elk door hem toegekend allocatiepunt de allocatiemethode.

  • 2 Afhankelijk van de methode, bepaald op grond van het eerste lid, wijst de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit per balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit energievolumes per onbalansverrekeningsperiode toe, door:

    • a. bij kleine aansluitingen met een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld meetgegevens te verzamelen en energievolumes te berekenen per allocatiepunt en deze gegevens te aggregeren per balanceringsverantwoordelijke; of

    • b. bij kleine aansluitingen energievolumes te berekenen per allocatiepunt en te aggregeren per balanceringsverantwoordelijke, ingeval:

      • 1°. de meetgegevens niet betrouwbaar of volledig zijn;

      • 2°. een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit, een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet functioneert of administratief is uitgeschakeld; of

      • 3°. van een onbemeten aansluiting.

    • c. bij grote aansluitingen en systeemkoppelingen de meetgegevens en de energievolumes per allocatiepunt te ontvangen; of

    • d. bij grote aansluitingen de energievolumes te berekenen en te aggregeren per balanceringsverantwoordelijke, indien de verstrekte meetgegevens en energievolumes voor een allocatiepunt niet betrouwbaar of volledig zijn.

  • 3 Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit verstrekt de energievolumes, bedoeld in het tweede lid, aan de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit.

  • 4 Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bepaalt de energievolumes voor de definitieve verrekening van de balancering:

    • a. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]

    • b. voor allocatiepunten behorende bij kleine aansluitingen met een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit, een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet functioneert of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld op basis van energievolumes die zijn berekend op basis van door een leverancier aangeleverde meetgegevens:

      • tenminste eenmaal per 12 maanden; of

      • bij een overstap van de aangeslotene naar een andere leverancier of een andere balanceringsverantwoordelijke;

    • c. Voor grote aansluitingen en systeemkoppelingen door de energievolumes per balanceringsverantwoordelijke partij te aggregeren op basis van de door de meetverantwoordelijke partij per allocatiepunt verstrekte meetgegevens en energievolumes.

  • 5 Een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit verstrekt de per balanceringsverantwoordelijke geaggregeerde energievolumes aan de transmissiesysteembeheerder elektriciteit.

  • 6 [Red: Dit lid is nog niet in werking getreden.]

Artikel 3.18. faciliteren van de distributiesysteembeheerder voor gas bij de administratieve afhandeling van de balancering

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-05-2026. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt voor elk door hem toegekend allocatiepunt de aansluitingcategorie.

  • 2 Afhankelijk van de aansluitingcategorie, bepaald op grond van het eerste lid, verstrekt de distributiesysteembeheerder voor gas de transmissiesysteembeheerder voor gas dagelijks gegevens uit zijn register ten behoeve van het stuursignaal voor gas.

  • 3 Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt de calorische waarden per systeemgebied, zoals vastgesteld op grond van de methoden en voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de wet, op basis van de ontvangen meetgegevens en gebruikt de calorische waarden voor de omzetting van meetgegevens naar energetische hoeveelheden. De distributiesysteembeheerder bepaalt na afloop van een maand de calorische omrekenfactor per systeemgebied.

  • 4 Een distributiesysteembeheerder voor gas stelt de calorische waarden en calorische omrekenfactor per systeemgebied, bedoeld in het derde lid, voor eenieder op toegankelijke wijze beschikbaar.

  • 5 Een distributiesysteembeheerder voor gas wijst energetische hoeveelheden per onbalansverrekeningsperiode toe aan de balanceringsverantwoordelijken, afhankelijk van de aansluitingcategorie, zoals bepaald op grond van het eerste lid, door:

    • a. voor allocatiepunten van kleine aansluitingen en grote aansluitingen als bedoeld in artikel 7.25 van de wet de energetische hoeveelheden te berekenen per balanceringsverantwoordelijke; of

    • b. voor allocatiepunten van andere grote aansluitingen de meetgegevens en energievolumes te ontvangen en de energetische hoeveelheden te berekenen.

  • 6 Een distributiesysteembeheerder voor gas verstrekt de energetische hoeveelheden, bedoeld in het vijfde lid, aan de transmissiesysteembeheerder voor gas.

  • 7 Een distributiesysteembeheerder voor gas bepaalt de energetische hoeveelheden voor de definitieve verrekening van de balancering:

    • a. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]

    • b. voor kleine aansluitingen met een meetinrichting zonder communicatiefunctionaliteit, een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet functioneert of een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is uitgeschakeld door energetische volumes te berekenen op basis van door een leverancier aangeleverde meetgegevens voor allocatiepunten:

      • 1°. tenminste eenmaal per twaalf maanden; of

      • 2°. bij een overstap van de aangeslotene naar een andere leverancier of een andere balanceringsverantwoordelijke;

    • c. voor grote aansluitingen door de energetische hoeveelheden per allocatiepunt per maand te berekenen op basis van de meetgegevens.

  • 8 Een distributiesysteembeheerder voor gas verstrekt de per combinatie van balanceringsverantwoordelijke en leverancier geaggregeerde energetische hoeveelheden, bedoeld in het zevende lid, aan de transmissiesysteembeheerder voor gas.

Afdeling 3.5. Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas

Artikel 3.22. datum overzicht leveringszekerheid van gas

De datum, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, van de wet is 15 september.

Artikel 3.23. inhoud overzicht leveringszekerheid van gas

  • 1 Het overzicht, bedoeld in artikel 3.66 van de wet, brengt zowel de vraagzijde als de aanbodzijde van de gasbalans in kaart. Daarbij worden tevens de verwachte import- en exportstromen betrokken.

  • 2 Bij de raming van de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, onderdelen a, c en d, en tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt gebruikgemaakt van de temperatuurscenario's, bedoeld in artikel 3.66, derde lid, van de wet.

  • 3 De benodigde capaciteit, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt geraamd op basis van de omstandigheden beschreven in artikel 5, eerste lid, van verordening 2017/1938. Daarbij wordt de benodigde capaciteit bepaald op grond van de laagste gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar.

  • 4 Het benodigde volume, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, van de wet, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een zeven dagen durende koude periode die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar.

  • 5 Het benodigde volume, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de wet, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een koude periode van dertig dagen die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar.

  • 6 Het benodigde volume, bedoeld in artikel 3.66, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de wet, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een periode van dertig dagen die representatief is voor gemiddelde winterse omstandigheden.

  • 7 In het overzicht van de vraag en vraagontwikkeling van hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, onderdelen a en d, tweede lid, onderdeel f en derde lid, onderdelen a en b, van de wet, wordt de vraag naar gas nader onderverdeeld in:

    • a. de verwachte binnenlandse gasvraag en de export per land;

    • b. ten aanzien van de binnenlandse vraag: onderscheid tussen de gasvraag van eindafnemers die zijn aangesloten op het transmissiesysteem voor gas, op een distributiesysteem voor gas en op een gesloten systeem;

    • c. ten aanzien van de eindafnemers die zijn aangesloten op het transmissiesysteem voor gas: onderscheid tussen de vraag van gascentrales en overige eindafnemers van gas.

  • 8 De benodigde hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, onderdeel c, van de wet, zien in ieder geval op de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas uitgedrukt in TWh die op 1 november van het volgende kalenderjaar dienen te zijn opgeslagen.

  • 9 De temperatuurscenario's, bedoeld in artikel 3.66, derde lid, onderdeel b, van de wet, omvatten ten minste een koudste, een gemiddelde en een warmste scenario op basis van temperatuurprofielen van de afgelopen 20 jaar. De transmissiesysteembeheerder voor gas geeft aan welk gasjaar als referentie dient voor deze specifieke temperatuurscenario's.

  • 10 Bij de berekening van de vraag naar gas gaat de transmissiesysteembeheerder voor gas ten minste uit van:

    • a. een systematiek van graaddagen, gebaseerd op het verschil tussen de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur en 14 °C, volgens de formule: D = Σ max[(14 – Teff),0]; en

    • b. temperatuurprofielen van de afgelopen 20 jaar op basis waarvan hij een verband legt tussen het aantal graaddagen en de vraag naar gas.

Afdeling 3.6. Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen

Artikel 3.24. kwaliteitsborgingssysteem

  • 1 Het door een transmissie- of distributiesysteembeheerder gehanteerde kwaliteitsborgingssysteem bestaat ten minste uit:

    • a. de voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen, plannen en procedures om het nagestreefde kwaliteitsniveau te bereiken en de beheersing te verbeteren;

    • b. de procedure voor het identificeren van verbetermaatregelen met betrekking tot het kwaliteitsborgingssysteem en het ontwikkelen, prioriteren en implementeren van verbetermaatregelen met betrekking tot het kwaliteitsborgingssysteem;

    • c. processen voor:

      • 1°. het beheer van de bedrijfsmiddelen;

      • 2°. de identificatie en beheersing van risico’s die een bedreiging vormen voor de kwaliteitsniveaus, waarbij tevens de prioritering van maatregelen voor het adresseren van deze risico’s betrokken wordt;

      • 3°. de beoordeling van de toestand van bedrijfsmiddelen;

    • d. het proces en de doelstellingen van beoordelingen door de directie en beoordelingen door de leiding van het meest betrokken bedrijfsonderdeel.

  • 2 De transmissie- of distributiesysteembeheerder monitort doorlopend de werking van het kwaliteitsborgingssysteem en past de plannen, processen en procedures waar noodzakelijk aan.

  • 3 De transmissie- of distributiesysteembeheerder evalueert de doeltreffendheid van het kwaliteitsborgingssysteem ten aanzien van het waarborgen van de kwaliteitsaspecten ten minste eenmaal per zes jaren. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wijzigt de transmissie- of distributiesysteembeheerder de plannen, processen en procedures.

Artikel 3.25. voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen

De voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, zijn ten minste:

  • a. het vaststellen en registreren van de benodigde gegevens voor het monitoren van de kwaliteitsniveaus;

  • b. het opstellen en toepassen van procedures voor het ontvangen en verwerken van meldingen van onderbrekingen en storingen;

  • c. het opstellen en toepassen van procedures voor het registreren van de gegevens die nodig zijn voor de kritische prestatie-indicatoren, waaronder:

    • 1°. de toedeling van verantwoordelijkheden binnen dat proces;

    • 2°. het waarborgen van de vakbekwaamheid van de bij de registratie betrokken personen;

    • 3°. het voorkomen van verlies of wijziging van de geregistreerde gegevens;

  • d. het bijhouden van een actueel en volledig bedrijfsmiddelenregister, alsmede het bijhouden van wijzigingen van het register, waarbij wijzigingen binnen twee maanden worden geregistreerd en de verwerkingstijd van deze wijzigingen wordt bijgehouden;

  • e. het bijhouden van wijzigingen in de toestand van de bedrijfsmiddelen ten opzichte van het vorige kwaliteitsplan;

  • f. het bijhouden van een register van actuele en toekomstige risico’s die een bedreiging vormen voor het realiseren van de nagestreefde kwaliteitsniveaus en het vaststellen van maatregelen om die risico’s te adresseren;

  • g. het opstellen en toepassen van maatregelen voor het veiligstellen en beëindigen van storingen en onderbrekingen;

  • h. het opstellen en toepassen van een plan voor het uit te voeren onderhoud en de daarvoor benodigde werkzaamheden.

Artikel 3.26. inhoud bedrijfsmiddelenregister

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas vermeldt in het bedrijfsmiddelenregister:

    • a. de materiaalsoort, de functie, de diameter en de lengte van een leiding;

    • b. het aanlegjaar van de leiding of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode waarin de leiding is gelegd;

    • c. de druk, gemeten in bar, waaronder een leiding gebruikt wordt;

    • d. in geval van een stalen leiding, de bekleding van de leiding en de vermelding of sprake is van kathodische bescherming van de leiding;

    • e. de stations en appendages, alsmede de datum van ingebruikneming of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode van ingebruikneming.

  • 2 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit vermeldt in het bedrijfsmiddelenregister:

    • a. het materiaal van de kern, het isolatiemateriaal en de diameter van de leiding;

    • b. het aanlegjaar van de leiding of, indien dat niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode waarin de leiding is aangelegd;

    • c. de vermelding van het spanningsniveau waarop een leiding functioneert;

    • d. de lengte van een leiding tussen twee schakelstations en de lengte van elk leidingsdeel van die leiding;

    • e. de transformatoren, spanningsruimtes, stationsvelden en schakel- en regelstations, alsmede de datum van ingebruikneming of, indien die niet bekend is, een gemotiveerde aanduiding van de periode van ingebruikneming.

Artikel 3.27. inhoud van het kwaliteitsplan

  • 1 Bij het beschrijven van de onderdelen, bedoeld in artikel 3.32, tweede lid, van het besluit, neemt de transmissie- of distributiesysteembeheerder in het kwaliteitsplan ten minste volgordelijk op:

    • a. de missie, visie en strategie met betrekking tot het beheersen van de kwaliteitsaspecten;

    • b. de kritische prestatie-indicatoren en streefwaardes, weergegeven per kwaliteitsaspect;

    • c. de realisatie per kalenderjaar ten aanzien van de kritische prestatie-indicatoren en streefwaardes ten opzichte van de vijf voorgaande jaren, waarbij de kritische prestatie-indicatoren, genoemd in de artikelen 3.28 en 3.29, apart worden weergegeven;

    • d. een weergave van de toestand van alle leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit of gas, waarbij:

      • 1°. de toestand wordt weergegeven ten opzichte van het vorige kwaliteitsplan;

      • 2°. onderscheid wordt gemaakt tussen bedrijfsmiddelen en, indien van toepassing, druk- of spanningsniveaus;

    • e. een vermelding van de actualiteit en volledigheid van het bedrijfsmiddelenregister, zoals voorgeschreven in artikel 3.25, onderdeel d;

    • f. de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s voor de kwaliteitsniveaus op de verschillende kwaliteitsaspecten die worden nagestreefd;

    • g. de bestaande en toekomstige organisatorische knelpunten voor de realisatie van de streefwaardes bij de verschillende kwaliteitsniveaus en kritische prestatie-indicatoren, waarbij de organisatorische knelpunten worden gerapporteerd op basis van de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s;

    • h. de bestaande en toekomstige fysieke knelpunten, beschreven op generieke wijze aan de hand van de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s waar vergelijkbare gebeurtenissen en situaties optreden en vergelijkbare objecten of onderdelen daarvan getroffen worden;

    • i. een beschrijving van de maatregelen voor het adresseren van de knelpunten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen organisatorische en fysieke knelpunten;

    • j. een beschrijving van de systematiek waarmee knelpunten worden geanalyseerd, waarbij wordt aangegeven hoe de systematiek zich verhoudt tot de gehanteerde systematiek voor de analyse van knelpunten, bedoeld in artikel 3.4;

    • k. de uitkomsten van de jaarlijkse beoordeling door de directie die vermeldt:

      • 1°. de voortgang ten aanzien van de realisatie van de gestelde streefwaarden, weergegeven per kritische prestatie-indicator;

      • 2°. welke factoren en knelpunten de voortgang belemmeren;

      • 3°. welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de voortgang te bespoedigen en welke strategische afwegingen hierbij zijn gemaakt;

      • 4°. de eventuele bijgestelde streefwaarden en kritische prestatie-indicatoren en de reden waarom deze zijn bijgesteld;

      • 5°. hoe het kwaliteitsmanagement functioneert;

    • l. de resultaten van de periodieke evaluatie van het kwaliteitsborgingssysteem, waarbij wordt beschreven op welke wijze de resultaten leiden tot eventuele aanpassingen van het kwaliteitsborgingssysteem.

  • 2 Indien een transmissiesysteembeheerder zowel beheerder is van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee als van een ander systeem, wordt in het kwaliteitsplan informatie over het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee zelfstandig weergegeven.

  • 3 Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder kritische prestatie-indicatoren hanteert in aanvulling op kritische prestatie-indicatoren die in de artikelen 3.28 en 3.29 zijn genoemd, beschrijft de transmissie- of distributiesysteembeheerder in het kwaliteitsplan op welke wijze de uitkomst van de belangrijkste indicatoren wordt berekend.

Artikel 3.28. kritische prestatie-indicatoren elektriciteit

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit beschrijft ten minste de volgende kritische prestatie-indicatoren in het kwaliteitsplan:

    • a. bij het kwaliteitsaspect veiligheid: het aantal voorvallen waardoor nadelige gevolgen voor de mens of het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan, onderscheidend naar de ernst;

    • b. bij het kwaliteitsaspect betrouwbaarheid van het systeem: de jaarlijkse duur, gemiddelde duur en frequentie van onderbrekingen van het transport van elektriciteit van ten minste vijf seconden;

    • c. bij het kwaliteitsaspect productkwaliteit: het aantal door de transmissie- of distributiesysteembeheerder vastgestelde overschrijdingen van op grond van artikel 3.121 van de wet goedgekeurde methoden of voorwaarden voor spanningskwaliteit;

    • d. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van de dienstverlening: de gemiddelde jaarlijkse duur van de periode tussen het aanvragen en het in gebruik geven van een aansluiting, onderscheidend naar systeemvlak waarop de aansluitingen zijn gerealiseerd;

    • e. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van meetdata en het beheer daarvan: de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de verzamelde meetdata.

  • 2 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit maakt bij de beschrijving van de indicatoren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, steeds onderscheid tussen:

    • a. onderbrekingen die de transmissie- of distributiesysteembeheerder ten minste drie werkdagen van tevoren heeft aangekondigd; en

    • b. overige onderbrekingen.

  • 3 De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit berekent de jaarlijkse duur van onderbrekingen als volgt: Σ (GA × T) / TA, waarbij:

    • a. GA het aantal getroffen aansluitingen betreft;

    • b. T de tijdsduur betreft, in minuten tussen de aanvang en beëindiging van de onderbreking;

    • c. TA het totale aantal aansluitingen betreft; en

    • d. Σ de sommatie betreft over alle onderbrekingen in het desbetreffende jaar.

  • 4 De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit berekent de gemiddelde duur van onderbrekingen als volgt: Σ (GA × T) / Σ GA, waarbij:

    • a. GA het aantal getroffen aansluitingen betreft;

    • b. T de tijdsduur betreft, in minuten tussen de aanvang en beëindiging van de onderbreking; en

    • c. Σ de sommatie betreft over alle onderbrekingen in het desbetreffende jaar.

  • 5 De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit berekent de frequentie van onderbrekingen als volgt: Σ GA / TA, waarbij:

    • a. GA het aantal getroffen aansluitingen betreft;

    • b. TA het totale aantal aansluitingen betreft; en

    • c. Σ de sommatie betreft over alle onderbrekingen in het desbetreffende jaar.

  • 6 De transmissie- of distributiesysteembeheerder bepaalt:

    • a. het aantal getroffen aansluitingen en het totale aantal aansluitingen op basis van het totale aantal aansluitingen op 1 januari van het jaar waarin de onderbreking plaatsvond op het transmissie- of distributiesysteem waar de onderbreking heeft plaatsgevonden en, indien van toepassing, een verbonden transmissie- of distributiesysteem met een gelijk of lager spanningsniveau;

    • b. de aanvang van een onderbreking als het moment van ontvangst van de eerste melding van de onderbreking, of, indien dat eerder is, het moment van vaststelling van de onderbreking door de transmissie- of distributiesysteembeheerder.

Artikel 3.29. kritische prestatie-indicatoren gas

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas beschrijft ten minste de volgende kritische prestatie-indicatoren in het kwaliteitsplan:

    • a. bij het kwaliteitsaspect betrouwbaarheid: de jaarlijkse duur, gemiddelde duur en frequentie van onderbrekingen van het transport van gas waarbij de druk in het transmissie- of distributiesysteem dermate laag is dat een aangesloten installatie niet werkt;

    • b. bij het kwaliteitsaspect veiligheid:

      • 1°. het aantal door de transmissie- of distributiesysteembeheerder vastgestelde lekken in het transmissie- of distributiesysteem, bestaande uit:

        • i. lekken waardoor nadelige gevolgen ontstaan voor mens of milieu; en

        • ii. overige lekken;

      • 2°. de gemiddelde jaarlijkse aanrijdtijd voor een acute systeemstoring;

      • 3°. het aantal voorvallen waardoor nadelige gevolgen voor de mens of het milieu zijn ontstaan of dreigden te ontstaan;

      • 4°. het aantal voorvallen dat een grootschalige ontruiming of een grootschalige onderbreking van het transport van gas veroorzaakt;

    • c. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van de dienstverlening: de gemiddelde jaarlijkse duur van de periode tussen het aanvragen en het in gebruik geven van een aansluiting;

    • d. bij het kwaliteitsaspect kwaliteit van meetdata en het beheer daarvan: de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de verzamelde meetdata.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid beschrijft een transmissiesysteembeheerder voor gas de volgende kritische prestatie-indicatoren in het kwaliteitsplan bij het kwaliteitsaspect veiligheid:

    • a. het aantal lekken in de aansluitingen;

    • b. het aantal onderbrekingen van het transport van gas waarbij de druk in het transmissie- of distributiesysteem zo laag is dat een aangesloten installatie niet werkt, met uitzondering van onderbrekingen die aan de afnemer kunnen worden toegerekend;

    • c. de gemiddelde duur van het veiligstellen van een acute systeemstoring.

  • 3 Artikel 3.28, tweede tot en met zesde lid, is van toepassing op de beschrijving van de kritische prestatie-indicatoren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  • 4 De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas berekent de gemiddelde jaarlijkse aanrijdtijd als volgt: Σ (TR) / S, waarbij:

    • a. TR de aanrijdtijd bij een acute systeemstoring betreft, in minuten vanaf het tijdstip van ontvangst van de melding van een acute systeemstoring tot het tijdstip van aankomst op de locatie van de acute systeemstoring;

    • b. S het totale aantal acute systeemstoringen betreft; en

    • c. Σ de sommatie betreft over alle acute systeemstoringen in het desbetreffende jaar.

  • 5 De transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas berekent de gemiddelde duur van het veiligstellen van een acute systeemstoring als volgt: Σ (TV) / S, waarbij:

    • a. TV de tijdsduur betreft, in minuten tussen de aanvang van de acute systeemstoring en het moment waarop geen onmiddellijk gevaar meer bestaat voor personen of objecten;

    • b. S het totale aantal acute systeemstoringen betreft; en

    • c. Σ de sommatie betreft over alle acute systeemstoringen in het desbetreffende jaar.

Artikel 3.30. moment voorleggen ontwerpkwaliteitsplan

Een ontwerpkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, van het besluit wordt voorgelegd uiterlijk op de eerste dag na 1 januari van een oneven kalenderjaar die niet een zaterdag of een zondag is.

Artikel 3.31. meldingen van voorvallen bij gassystemen

Bij een melding als bedoeld in artikel 3.36, tweede lid, van het besluit vermeldt de transmissie- of distributiesysteembeheerder:

  • a. de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;

  • b. de ten gevolge van het voorval vrijgekomen gassen, alsmede hun eigenschappen en de hoeveelheden die zijn vrijgekomen;

  • c. de aard en de ernst van de gevolgen voor de mens of het milieu van het voorval;

  • d. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;

  • e. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om te voorkomen dat het voorval zich nogmaals kan voordoen.

Artikel 3.32. registratie en openbaarmaking van onderbrekingen en voorvallen

  • 1 Bij een registratie als bedoeld in artikel 3.36, vijfde lid, van het besluit registreert de transmissie- of distributiesysteembeheerder, transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee of beheerder van een gesloten systeem:

    • a. een uniek nummer per registratie;

    • b. de datum en het tijdstip van de melding;

    • c. de locatie, de aard, de oorzaak en het aantal getroffen aansluitingen;

    • d. de datum en het tijdstip van aanvang en beëindiging;

    • e. het spannings- of drukniveau van het deel van het systeem waar de onderbreking of het voorval zich heeft voorgedaan;

    • f. of de veiligheid van personen of objecten door het voorval of de onderbreking onmiddellijk in gevaar is geweest.

  • 2 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas of beheerder van een gesloten systeem voor gas registreert in geval van een waarneming de wijze waarop die waarneming is gedaan.

  • 3 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee maakt onderbrekingen bekend via het internet.

  • 4 Bij de toepassing van het eerste, lid, onderdelen a tot en met e, en het derde lid, maakt de betreffende systeembeheerder steeds onderscheid tussen:

    • a. onderbrekingen die de transmissie- of distributiesysteembeheerder ten minste drie werkdagen van tevoren heeft aangekondigd; en

    • b. overige onderbrekingen.

Artikel 3.33. calamiteitenplan

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder beschikt over een calamiteitenplan waarin de volgende onderdelen in ieder geval aan bod komen:

    • a. de visie, uitgangspunten en strategie met betrekking tot crisismanagement;

    • b. de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van crisismanagers;

    • c. de crisisorganisatie;

    • d. de besluitvormingsstructuur;

    • e. de wijze van alarmering en opschaling van activiteiten;

    • f. interne en externe communicatieafspraken.

  • 2 De transmissie- of distributiesysteembeheerder stemt het calamiteitenplan af met de hulpverlenende diensten die bij calamiteiten over het algemeen worden ingeschakeld.

Afdeling 3.7. Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders

Artikel 3.34. voorstel voor tarieven

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor zijn tarieven als bedoeld in artikel 3.110, eerste lid, van de wet.

  • 2 Indien een transmissie- of distributiesysteembeheerder niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, een voorstel voor zijn tarieven aan de Autoriteit Consument en Markt zendt, stelt de Autoriteit Consument en Markt de tarieven voor deze systeembeheerder uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 3.110 van de wet.

Artikel 3.35. voorstel aan gezamenlijke transmissie- en distributiesysteembeheerders voor methoden of voorwaarden

  • 1 De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas, de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, of tenminste een derde van de distributiesysteembeheerders voor elektriciteit of gas kan de overige transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit, onderscheidenlijk voor gas, verzoeken om een gezamenlijk voorstel te doen tot wijziging van de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de wet, onder opgave van de redenen voor een dergelijke wijziging.

  • 2 De transmissie- en distributiesysteembeheerders voor elektriciteit, indien relevant met de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, of de transmissie- en distributiesysteembeheerders voor gas zenden een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twaalf weken na de dag waarop een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan.

Artikel 3.36. termijn zienswijzen op voorstel ACM voor methoden of voorwaarden

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.120, derde lid, onderdeel b, van de wet een ontwerp voor wijziging van de methoden en voorwaarden opstelt, stelt zij de transmissie- of distributiesysteembeheerders voor elektriciteit of gas, indien relevant de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en de relevante representatieve organisaties van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken binnen twaalf weken na de dag waarop dat ontwerp aan hen is toegezonden.

Artikel 3.37. opschorting beslistermijn bij eis ACM tot wijziging voorstel voor methoden of voorwaarden

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.121, derde lid, van de wet eist dat de aan haar voorgelegde methoden of voorwaarden worden gewijzigd, is artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, onverminderd de toepassing van beslistermijnen bij of krachtens verordening 2024/1789, verordening 2019/943 of andere bindende Europese rechtshandelingen.

Afdeling 3.8. Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders

Artikel 3.38. voorstel berekeningsmethode tarieven LNG-beheerder

  • 1 Een LNG-beheerder zendt een door hem opgesteld voorstel voor de berekeningsmethode voor de tarieven als bedoeld in artikel 3.115, eerste lid, van de wet, of voor methoden en voorwaarden als bedoeld in artikel 3.123, eerste lid, van de wet, onverwijld ter goedkeuring aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 2 Indien de Autoriteit Consument en Markt goedkeuring onthoudt aan de berekeningsmethode voor de tarieven of de methoden of voorwaarden, stelt de LNG-beheerder zo spoedig mogelijk een aangepast voorstel daarvoor op met inachtneming van de aanwijzingen in de beslissing van de Autoriteit Consument en Markt en zendt dit aangepaste voorstel wederom onverwijld ter goedkeuring aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 3 De LNG-beheerder stelt de berekeningsmethode voor de tarieven of de methoden en voorwaarden vast en deze treden niet eerder in werking dan nadat het besluit tot goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt in werking is getreden.

Afdeling 3.9. Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders

Artikel 3.39. aantonen kredietwaardigheid kleinere distributiesysteembeheerders

  • 1 Een distributiesysteembeheerder met een jaaromzet van ten hoogste € 500 miljoen voldoet aan de financiële ratio’s voor het aantonen van zijn kredietwaardigheid, bedoeld in artikel 3.41, derde lid, van het besluit, indien:

    • a. het quotiënt van enerzijds het bedrijfsresultaat voor rente en belasting en anderzijds de bruto rentelasten ten minste 1,7 bedraagt;

    • b. het quotiënt van enerzijds de som van de netto winst uit gewone bedrijfsuitoefening, afschrijvingen, amortisatie, latente belastingen, overige kostenposten waarvoor geen kasgeld noodzakelijk is, en anderzijds de bruto rentelasten ten minste 2,5 bedraagt;

    • c. het quotiënt van enerzijds de som van de netto winst uit gewone bedrijfsuitoefening, afschrijvingen, amortisatie, latente belastingen, overige kostenposten waarvoor geen kasgeld noodzakelijk is en anderzijds de totale schuld ten minste 0,11 bedraagt; en

    • d. het quotiënt van enerzijds de totale schuld en anderzijds de som van de totale schuld en het eigen vermogen inclusief minderheidsbelangen en preferente aandelen ten hoogste 0,7 bedraagt.

  • 2 Indien de distributiesysteembeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek neemt deze in de berekening, bedoeld in het eerste lid, tevens de financiële verplichtingen op van tot de groep behorende rechtspersonen en vennootschappen die ten laste kunnen komen van de distributiesysteembeheerder.

  • 3 De jaaromzet, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd met de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

  • 4 De distributiesysteembeheerder verstrekt jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt een toelichting met betrekking tot de in de komende vijf jaren voorziene ontwikkeling van de quotiënten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.40. afzonderlijke boekhouding systeembeheerders

  • 1 Een transmissie- of distributiesysteembeheerder, transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, interconnectorsysteembeheerder, LNG-beheerder of gasopslagbeheerder publiceert uiterlijk op 1 oktober na afloop van het boekjaar:

    • a. een volledig jaarverslag, inclusief jaarrekening, op basis van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of

    • b. een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant, met ten minste de volgende informatie:

      • 1°. een winst-en-verliesrekening;

      • 2°. een overzicht van het totaalresultaat;

      • 3°. een balans;

      • 4°. een kasstroomoverzicht;

      • 5°. een mutatieoverzicht van het eigen vermogen;

      • 6°. een toelichting op de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, bijzondere of omvangrijke transacties en gebeurtenissen, de financiering, waaronder rentedragende leningen, gebeurtenissen na balansdatum en de winstbestemming.

  • 2 In aanvulling op het jaarverslag of financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, publiceert een transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, uiterlijk op 1 oktober na afloop van het boekjaar de volgende informatie:

    • a. de winst- en verliesrekening, waaronder het bedrijfsresultaat, exclusief financiële baten en lasten, belastingen en resultaten van niet-geconsolideerde deelnemingen, voor:

      • 1°. het totaal van de activiteiten, en

      • 2°. de activiteiten onderverdeeld naar de verschillende onderdelen van de taakuitoefening op het gebied van elektriciteit of gas, met een toelichting daarop;

    • b. voor een transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, een verklaring dat de financiële verhouding ten opzichte van de infrastructuurbedrijven waarmee hij een groep vormt voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 3.22 van de wet; en

    • c. indien dit niet in het jaarverslag of het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen:

      • 1°. een verslag van de ontwikkelingen van de investeringen in zijn systemen;

      • 2°. een verslag van de ontwikkelingen van de betrouwbaarheid van zijn systemen;

      • 3°. een analyse van de financiële toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten.

Afdeling 3.10. Overige taken en verplichtingen systeembeheerders

Artikel 3.41. actieve openbaarmaking gegevens door transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder

  • 1 De transmissiesysteembeheerder en, indien zij over deze gegevens beschikken, de distributiesysteembeheerders dragen gezamenlijk zorg voor het dagelijks zo nauwkeurig mogelijk beschikbaar stellen van gegevens over het aandeel hernieuwbare elektriciteit en het gehalte aan broeikasgasemissies van de op het Nederlandse grondgebied geleverde elektriciteit in tijdsintervallen die ten minste overeenkomen met de onbalansverrekeningsperiode, waar mogelijk inclusief prognoses.

  • 2 De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit draagt zorg voor het dagelijks publiceren van de dynamische referentieprijs.

  • 3 De bewerking en verrijking van de gegevens door de transmissie- of distributiesysteembeheerder, genoemd in het eerste en het tweede lid, dienen gericht te zijn op het voor gebruikers op een toegankelijke wijze beschikbaar stellen waarbij de gebruiker de mogelijkheid van hergebruik en machine-uitleesbaarheid heeft.

Artikel 3.42. opstellen verslag over de geraamde flexibiliteitsbehoeften

De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit stelt het verslag op over de geraamde flexibiliteitsbehoeften, bedoeld in artikel 19 sexies, eerste lid, van verordening 2019/943 en verzendt dit aan de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 3.43. toegang gasopslagsystemen

  • 1 Toegang tot een gasopslagsysteem is noodzakelijk voor de voor leveringszekerheid benodigde flexibiliteit, bedoeld in artikel 3.47, derde lid, van het besluit, indien:

    • a. het gasopslagsysteem een seizoensopslag is;

    • b. het geheel of gedeeltelijk vullen van het gasopslagsysteem noodzakelijk is voor het realiseren van de op grond van artikel 6bis van verordening 2017/1938 vastgestelde verplichte vuldoelen of het door de minister vastgestelde vuldoel, bedoeld in artikel 3.47, tweede lid, van het besluit; en

    • c. de niet gecontracteerde of niet benutte opslagcapaciteit van het opslagsysteem niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen wordt aangeboden, of redelijkerwijs voorzien is dat deze opslagcapaciteit in het volgende opslagjaar niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen zal worden aangeboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het gedeelte van een gasopslagsysteem dat gebruikt wordt als strategische opslag als bedoeld in artikel 2, onderdeel 29, van verordening 2017/1938.

Afdeling 3.11. Ontheffingen nieuwe systemen

Artikel 3.44. ontheffingen nieuwe systemen

  • 1 Dit artikel is van toepassing op de procedure voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.128, eerste lid, of artikel 3.129, eerste lid, van de wet.

  • 2 De minister motiveert een besluit tot verlening of weigering van een ontheffing ten minste aan de hand van de aspecten, genoemd in artikel 78, eerste lid, derde alinea, en negende lid, onderdelen a tot en met e, van verordening 2024/1789.

  • 3 De minister kan aan een ontheffing voorwaarden verbinden ter uitvoering van artikel 78, eerste lid, derde alinea, en zesde lid, derde alinea, van verordening 2024/1789.

  • 4 Een ontheffing treedt in werking de dag nadat:

    • a. de goedkeuring van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 78, tiende lid, van verordening 2024/1789, is bekendgemaakt; of

    • b. het besluit tot aanpassing aan een wijzigingsverzoek van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 78, tiende lid, van verordening 2024/1789 is bekendgemaakt.

  • 5 De minister doet in de Staatscourant mededeling van een verleende ontheffing en van een besluit tot aanpassing aan een wijzigingsverzoek van de Europese Commissie.

Afdeling 3.12. Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee

Artikel 3.45. windsnelheid

  • 1 Voor het bepalen van de windsnelheid, bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit, wordt gebruik gemaakt van metingen van de volgende meetstations:

    Windenergiegebied

    Meetstation zee

    Meetstation land

    Borssele

    Europlatform, Goeree, Vlakte

    Vlissingen

    Hollandse Kust Zuid

    Europlatform, Goeree, IJmuiden Ver, OWEZ

    Hoek van Holland, IJmuiden

    Hollandse Kust Noord

    IJmuiden Ver, K-13

    IJmuiden, De Kooy

  • 2 Indien de op grond van artikel 3.48 bepaalde windrichting tussen 0 en 180 graden is, wordt alleen gebruik gemaakt van de gegevens van meetstations op zee.

  • 3 Indien met betrekking tot de windsnelheid sprake is van onvoldoende beschikbaarheid van gegevens als bedoeld in artikel 3.51, wordt de windsnelheid bepaald op basis van metingen van de windsnelheid door één of meerdere LiDAR-systemen binnen of nabij het desbetreffende windenergiegebied.

Artikel 3.46. nadere regels windsnelheid

  • 1 Voor het bepalen van de windsnelheid worden de windsnelheidsmetingen op basis van artikel 3.45 verticaal geëxtrapoleerd tot de ashoogte van een windpark door middel van de volgende formule:

    Bijlage 273697.png

    , waarin

    VAH = de berekende windsnelheid op de ashoogte van een windpark [m/s];

    Vref = de 10 minuten gemiddelde gemeten windsnelheid [m/s];

    hHH = de ashoogte van een windpark boven gemiddeld zeeniveau [m];

    href = de hoogte boven gemiddeld zeeniveau waarop de windsnelheid is gemeten [m];

    α = 0,10 voor meetstations op zee en 0,16 voor meetstations op land.

  • 2 De verticaal geëxtrapoleerde windsnelheden worden horizontaal geïnterpoleerd naar de locatie van het desbetreffende windpark. Daarbij worden de geëxtrapoleerde windsnelheden gewogen naar de afstanden tussen de meetstations en de locatie van het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee op zee waarop het desbetreffende windpark is aangesloten, volgens de onderstaande formule:

    Bijlage 273698.png

    , waarin

    VHWP = de windsnelheid op ashoogte van een windpark;

    nws = het aantal gebruikte meetstations;

    VAHi = de naar ashoogte van een windpark geëxtrapoleerde windsnelheid gemeten op meetstation i;

    Di = de afstand tussen meetstation i en het centrum van het windpark.

Artikel 3.47. productieprofiel

Het productieprofiel van een windpark, bedoeld in artikel 3.51, tweede en vierde lid, van het besluit, wordt bepaald door het geleverde vermogen van het windpark per windsnelheidsklasse van 0,5 meter per seconde tussen:

  • a. de windsnelheid waarboven een windturbine of windpark elektriciteit begint te genereren en

  • b. de windsnelheid waarboven een windturbine of windpark uitschakelt om schade door een te hoge snelheid van de rotor te voorkomen, per windrichtingssector van 30 graden.

Artikel 3.48. windrichting

  • 1 De windrichting wordt bepaald op basis van metingen van de windrichting door één of meerdere LiDAR-systemen die zijn gesitueerd binnen of nabij het desbetreffende windenergiegebied.

  • 2 Indien op basis van het eerste lid onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, wordt de windrichting bepaald op basis van metingen van de windrichting van de meetstations, genoemd in artikel 3.45, eerste lid.

Artikel 3.49. nadere regels windrichting

Voor het bepalen van de windrichting worden de op basis van artikel 3.48 gemeten windrichtingen horizontaal geïnterpoleerd naar de locatie van het centrum van het desbetreffende windpark. Daarbij worden de gemeten windrichtingen gewogen naar de afstanden tussen de meetstations en de locatie van het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee waarop het desbetreffende windpark is aangesloten, volgens de onderstaande formule:

Bijlage 273699.png

, waarin

ΦWPL = de windrichting voor de windparklocatie;

nws = het aantal gebruikte meetstations;

Φi = de windrichting gemeten op meetstation i;

Di = de afstand tussen meetstation i en het centrum van het windpark.

Artikel 3.50. LiDAR-systeem

  • 1 Het LiDAR-systeem wordt bediend door en is in beheer van een ter zake kundige partij die geen belangen heeft ten aanzien van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee of de daarop aangesloten windparken.

  • 2 De ruwe meetgegevens, de daarop uitgevoerde correcties en bewerkingen en de uiteindelijk verkregen meetwaarden van de windsnelheid en windrichting van het LiDAR-systeem zijn openbaar toegankelijk.

Artikel 3.51. onvoldoende gegevens

Er is sprake van onvoldoende gegevens om de gemiste elektriciteitsproductie vast te stellen als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit indien:

  • a. van minder dan twee meetstations meetgegevens van de windsnelheid of windrichting beschikbaar zijn gedurende de periode waarin het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was, waarbij er per meetstation voor ten minste 95% van de tijd dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was meetgegevens van de windsnelheid dan wel windrichting beschikbaar zijn;

  • b. voor minder dan 95% van de tijd dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was meetgegevens van de windsnelheid of de windrichting door een LiDAR-systeem beschikbaar zijn.

Artikel 3.52. gemiste elektriciteitsproductie bij onvoldoende gegevens

Indien sprake is van onvoldoende gegevens als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit wordt de gemiste elektriciteitsproductie bepaald volgens de onderstaande formule:

Bijlage 273700.png

, waarin

Everlies = de gemiste elektriciteitsproductie [MWh];

Ejaar = de gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsproductie, dit is het product van het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie voor een gegeven combinatie van locatie en installatie voor de opwekking van elektriciteit voor de productie van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50% en het geïnstalleerde vermogen van het windpark [MWh];

Hruai = het aantal uren in maand i dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet of verminderd beschikbaar was [uur];

Hrmaand i = het totale aantal uren in maand i [uur];

Eim = de elektriciteitsproductie in maand i, als percentage van de totale jaarlijkse elektriciteitsproductie [MWh], volgens de onderstaande tabel:

kalendermaand

Percentage van de jaarlijkse elektriciteitsproductie

Januari

10,40%

Februari

8,83%

Maart

8,86%

April

7,48%

Mei

8,12%

Juni

6,63%

Juli

6,11%

Augustus

6,97%

September

6,76%

Oktober

9,81%

November

8,71%

December

11,33%

Artikel 3.53. bepaling hoeveelheid elektriciteit windparken op interconnector

De hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee getransporteerd kan worden voor windparken die tevens zijn ontsloten door middel van een interconnector, wordt bepaald door de beschikbare transportcapaciteit op die interconnector in mindering te brengen op de hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan worden getransporteerd, bedoeld in artikel 3.51, vierde lid van het besluit.

Hoofdstuk 4. Uitvoering, toezicht en handhaving

Afdeling 4.1. Uitvoering en toezicht

Artikel 4.1. aanwijzen minister als bevoegde instantie

  • 3 De minister is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens verordening 2019/943, een besluit te nemen inzake de aanpassing van de voor Nederland geldende biedzone, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van verordening 2019/943.

Artikel 4.2. toezicht op de naleving en bestuurlijke boetes gedelegeerde verordening 2024/1366 (cyberbeveiliging)

De artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 26, 27, 28, tweede en derde lid, 29, zesde lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste en tweede lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, 38, eerste, derde, vierde en zesde tot en met negende lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 40, vierde lid, 41, vijfde tot en met tiende en dertiende tot en met zestiende lid, 43, eerste tot en met vierde lid, 44, eerste lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid en 48, tiende lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366 zijn aangewezen voorschriften als bedoeld in de artikelen 5.17, eerste lid, onderdeel b, en 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 5.21, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

Artikel 4.3. analyse leveringszekerheid en voorzieningszekerheid

  • 1 De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit heeft de taak een nationale beoordeling van de toereikendheid van de elektriciteitsvoorziening als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van verordening 2019/943 te verrichten en hiervan een verslag op te stellen.

  • 2 Het verslag wordt jaarlijks opgesteld overeenkomstig artikel 24, eerste en derde lid, van verordening 2019/943 en wordt gepubliceerd op een website van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit.

Artikel 4.4. melding wijziging zeggenschap LNG en productie elektriciteit

  • 1 Een melding tot wijziging van zeggenschap als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet geschiedt uiterlijk vier maanden voor de datum van de voorgenomen wijziging.

  • 2 Een melding als bedoeld in artikel 6.3, eerste of tweede lid, van de wet wordt ingediend door middel van het formulier dat is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

  • 3 De termijn voor het nemen van een beschikking, bedoeld in artikel 6.3, derde lid, van de wet is vier maanden na de melding.

  • 4 Indien na een melding blijkt dat er sprake is van een buitenlandse directe investering die valt binnen de reikwijdte van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79), kan de termijn, bedoeld in het derde lid, met ten hoogste drie maanden verlengd worden.

  • 5 De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de minister op grond van artikel 5.22 van de wet verzoekt om aanvullende informatie, tot de dag waarop de verzochte informatie is verstrekt.

  • 6 Een melding gaat vergezeld van de gegevens en bescheiden, bedoeld in paragraaf 6 van het meldingsformulier.

  • 7 Een melding wordt gedaan:

    • a. per post op het volgende adres:

      Ministerie van Klimaat en Groene Groei

      t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen

      Postbus 20401

      2500 EK Den Haag, of

    • b. door persoonlijke overhandiging op werkdagen tussen 8.00 uur en 17.00 uur op het volgende adres:

      Ministerie van Klimaat en Groene Groei

      t.a.v. Bureau Toetsing Investeringen

      Bezuidenhoutseweg 73

      2594 AC Den Haag.

Afdeling 4.2. Verstrekken gegevens markttoezicht levering

Artikel 4.5. verstrekken gegevens aan de ACM voor markttoezicht levering

  • 1 Een vergunninghouder verstrekt per type leveringsovereenkomst die hij aanbiedt aan huishoudelijk eindafnemers en micro-ondernemingen de volgende gegevens aan de Autoriteit Consument en Markt:

    • a. de handelsnaam waaronder de leveringsovereenkomst wordt aangeboden;

    • b. de naam en kenmerken van de aangeboden leveringsovereenkomst;

    • c. indien van toepassing, de categorie van huishoudelijk eindafnemers of micro-ondernemingen aan wie de leveringsovereenkomst wordt aangeboden;

    • d. de voor de aangeboden leveringsovereenkomst geldende leveringsprijs;

    • e. de voor de aangeboden leveringsovereenkomst geldende voorwaarden, waaronder, indien van toepassing, overige voor de levering in rekening te brengen kosten;

    • f. de periode waarvoor de aangeboden leveringsprijs en voorwaarden gelden;

    • g. indien van toepassing, de voor teruggeleverde elektriciteit geldende vergoedingen en, indien van toepassing, de voor teruglevering in rekening te brengen kosten;

    • h. gegevens over bij de aangeboden leveringsovereenkomst geldende kortingen of beloningen;

    • i. de verkoopkanalen die worden gebruikt voor het aanbieden van de leveringsoverkomst.

  • 2 Een vergunninghouder stelt de Autoriteit Consument en Markt onverwijld op de hoogte van iedere wijziging ten aanzien van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en ieder nieuw type leveringsovereenkomst die hij aanbiedt aan huishoudelijk eindafnemers en micro-ondernemingen.

  • 3 Een vergunninghouder verstrekt aan de Autoriteit Consument en Markt iedere aan huishoudelijke eindafnemers en micro-ondernemingen met een doorlopende leveringsovereenkomst voorgestelde wijziging van of nieuw aanbod voor de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met h.

Afdeling 4.3. Overige bepalingen

Artikel 4.6. retributies minister

  • 1 Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwijzing als:

    • a. transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 1.782;

    • b. transmissiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 1.782;

    • c. distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet, is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 1.782;

    • e. distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de wet, is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 1.782.

  • 2 Voor de behandeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 3.127 van de wet is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 31.590.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1. inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van:

  • a. de artikelen 3.17, vierde lid, onderdeel a, en zesde lid, en 3.18, zevende lid, onderdeel a, die in werking treden op 1 mei 2026;

  • b. de artikelen 2.36, 2.40 en 2.41 die in werking treden op 1 juli 2026.

's-Gravenhage, 9 november 2025

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

S.Th.M. Hermans

Bijlage 1. bedoeld in artikel 3.16, eerste lid

Onderdeel A. H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

   

Standaardbandbreedte

49,9–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

   

LNG-systeem bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

5–30

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

HTL in LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 0,001

mol% daggemiddeld

 

HTL in rest van Nederland

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

≤ 2,5

mol%

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2900

mg/m3(n)

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Waterstofgehalte

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

 

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte voor odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar1 gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar1 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3 (n)

1 De alarmerende werking van geodoriseerd gas dient te allen tijde adequaat te zijn.

Onderdeel B. G-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

43,46–44,411, 2

MJ/m3(n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Waterdauwpunt

in RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

 

in distributiesysteem voor gas

≤ –10

°C (bij 8 bar(a))

Temperatuur

in RTL en HTL

5–30

°C

 

in distributiesysteem voor gas3

5–20

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

 

in HTL

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤10,34

mol%

in HTL

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

 

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

 

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte5 (odorant)

In HTL Flevoland, bedoeld in Figuur 5, ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos6 gas

0

 

in RTL: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3 (n)

1 De Wobbe-index van het in te voeden gas dient gedurende ten minste 50% van de tijd boven de ondergrens te liggen. Er mag maximaal 200 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding (een waarde onder de ondergrens) tussen de 0,2 en 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 12 uren mag voorkomen. Er mag maximaal 10 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding van meer dan 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 60 uren mag voorkomen. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden. De waarden voor de Wobbe-index dienen altijd boven de absolute ondergrens van 42,96 MJ/m3 (n) en onder de absolute bovengrens van 44,91 MJ/m3 (n) te zijn onafhankelijk van de meetfrequentie. Deze absolute grenzen gelden voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2).

2 Overschrijdingen (een waarde boven de bovengrens) zijn toegestaan als zij binnen een verdeling rond de grenswaarde liggen met een standaarddeviatie van maximaal 0,1 MJ/m3(n).

3 Een andere invoedtemperatuur wordt geaccepteerd indien de invoeder aantoont dat de gebruikte materialen in de leidingen tegen de afwijkende temperatuur bestand is en het gas in de aansluitleiding van de invoeder zal opwarmen of afkoelen zodat het gas bij de afsluiter van het aansluitpunt met het distributiesysteem voor gas een temperatuur tussen de 5 en 20 °C heeft bereikt. Dit kan berekend worden met de methode uit het KIWA-rapport ‘Eisen aan Groen Gas invoedtemperatuur’ van 2 augustus 2012.

4 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2 bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van 10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en 10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

Waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

In RTL-leidingen die op grenspunten uitkomen mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten. Bij invoeding op aansluitingen waarvan het gas wordt gedistribueerd via gedeelten van het distributiesysteem voor gas waar grondwater in het gas terechtkomt, mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten.

5 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

6 Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van het odorant na odorisatie niet meer goed waarneembaar is of niet het juiste geurkenmerk waargenomen wordt.

Gas wordt in afwijking van deze bijlage op een distributiesysteem voor gas ingevoed indien dit zonder aanvullende inspanning van de distributiesysteembeheerder voor gas leidt tot aflevering van G-gas dat voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit op een aansluiting als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D.

Onderdeel C. H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

   

Standaardbandbreedte

47–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende ondergrens (Wobbe-index)

 

Gassysteem Delfzijl, bedoeld in figuur 1

48,6

MJ/m3(n)

Gassysteem Eemshaven, bedoeld in figuur 1

47,2

MJ/m3(n)

Gassysteem ZO Drenthe, bedoeld in figuur 2

49

MJ/m3(n)

Gassysteem IJmond, bedoeld in figuur 4

49,3

MJ/m3(n)

De provincie Limburg

49

MJ/m3(n)

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Groningen

48,3

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

 

Gassysteem Westgas/Waalhaven, bedoeld in figuur 3

57,5

MJ/m3(n)

Gassysteem Maasmond, bedoeld in figuur 3

56

MJ/m3(n)

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

     

Waterdauwpunt1

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ –8

°C (bij 25 bar(a))

Rest Nederland

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat1

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

 

Rest Nederland

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofmonoxide

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 1,5

mol%

Rest Nederland

≤ 2.900

mg/m3(n)

Koolstofdioxidegehalte

Subsysteem Oude Pekela, bedoeld in figuur 6

≤ 3,2

mol%

Rest Nederland

≤ 2,5

mol%

Waterstofgehalte

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 40

mol%

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Pathogene microben1

≤ 500

aantal/m3(n)

Stofdeeltjes1 met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte vóór odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3(n)

1 Indien de systeembeheerder de aansluiting beheert.

Onderdeel D. G-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index1

43,46–44,41

MJ/m3 (n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Waterdauwpunt3

In RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

 

In distributiesysteem voor gas

≤ –104

°C (bij 8 bar(a))

Gascondensaat3

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij een gasopslagsysteem in Norg in de gemeente Noordenveld en bij een gasopslagsysteem in Grijpskerk in de gemeente Zuidhorn

≤ 0,0005

mol% daggemiddeld

 

Bij andere gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

 

Andere punten

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxidegehalte

RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 10,35

mol%

HTL in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland

≤ 8

mol%

HTL in de rest van Nederland

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL3

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

 

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

 

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)6

In HTL Flevoland, bedoeld in figuur 5: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos gas

≤ 2

mg/m3

in RTL: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3(n)

Leveringsdruk bij 25-mbar-aansluitingen (RNB-net)

23,4–327

mbar (o)

1 De Wobbe-index mag afwijken op basis van de toegestane variaties in de invoeding als opgenomen in voetnoten 1 en 2 bij bijlage 1, onderdeel B.

3 Indien de systeembeheerder voor gas de aansluiting beheert.

4 Met uitzondering van netten met een druk lager dan of gelijk aan 200 mbar(o).

5 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) als het gas voor ten minste 99 mol% bestaat uit methaan, koolstofdioxide, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van

10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en

10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

6 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

7 Een leveringsdruk van 40 mbar (o) wordt toegestaan als de maximale incidentele druk (MIP) gemeten aan de uitgang van de gasmeterbeugel. De maximale werkdruk (MOP) is daarbij 32 mbar (o) van een 30 mbar (o) lage-druk-gasdistributienet.

Onderdeel E. Grenspunten L-gas en H-gas

Grenspunten L-gas: Uitvoer

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

België via grenspunt Hilvarenbeek

44,9–46,9

MJ/m3(n)

België overig

42,7–46,9

MJ/m3(n)

Duitsland via grenspunt Zevenaar en Winterswijk

43,6–46,8

MJ/m3(n)

Duitsland overig

42,7–46,8

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

≤ 0,5

mol%

Koolstofdioxide

≤ 3

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Odorant THT (indien geodoriseerd)

10–40

mg/m3(n)

Temperatuur

0–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Grenspunten H-gas: Invoer en Uitvoer

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

Zie onder tabel grensstations

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

in RTL

≤ 0,5

mol%

 

in HTL

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxide

≤ 2,5

mol%

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Aflevertemperatuur

5–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Wobbe-index H-gas grensstations en naastgelegen gasopslagsystemen: Invoer en Uitvoer

Land

Grensstation

Invoer/Uitvoer

Wobbe-index [MJ/m3 (n)]

België

’s Gravenvoeren

Uitvoer

49,3

55,7

België

Obbicht

Uitvoer

49,3

55,7

België

Zelzate

Invoer en Uitvoer

49,2

55,7

België

Zandvliet

Uitvoer

49,2

55,7

Duitsland

Oude Statenzijl

Invoer en Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Vlieghuis

Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Bocholtz

Uitvoer

49,3

55,7

Verenigd Koninkrijk

Julianadorp (BBL)

Invoer en Uitvoer

49,3

54,23

Figuur 1, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273701.png
Gassysteem Delfzijl

Figuur 2, bedoeld onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273702.png
Gassysteem ZO Drenthe

Figuur 3, bedoeld in onderdeel A – H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273703.png
Gassysteem Maasmond, LNG-systeem, of HTL in LNG-systeem, gassysteem Westgas/Waalhaven en Raffinaderijgas-systeem

Figuur 4, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273704.png
Gassysteem IJmond

Figuur 5, bedoeld in onderdeel B – G-gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel D – G-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273705.png
HTL Flevoland

Figuur 6, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273706.png
Subsysteem Oude Pekela

Figuur 7, bedoeld in onderdeel A – gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273707.png
Waterstofgehalte en Maasvlaktesysteem

Bijlage 2. bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c

Etiket stroometikettering

Energiebronnen

Percentage van elke energiebron in de totale brandstofmix van de leverancier

Kolen

 

Overige vast fossiel

 

Ruwe olie

 

Petroleumproducten

 

Overig olie

 

Aardgas

 

Kolen afgeleid gas

 

Industriële restgassen

 

Procesgas

 

Overig gas fossiel

 

Hernieuwbare energiebronnen

 

Wind

 

Zonne-energie

 

Waterkracht

 

Biomassa

 

Bijlage 3. bedoeld in artikel 4.4, tweede lid

Meldingsformulier Energiewet

*Indien u de afgelopen 5 (vijf) jaar informatie heeft verstrekt op grond van de Energiewet artikel 6.3, kunt u volstaan met enkel de beantwoording van onderstaande vragen voor zover de gevraagde informatie is gewijzigd ten opzichte van de eerdere verstrekte informatie.

1. Begripsbepaling

In dit formulier wordt verstaan onder:

  • doelonderneming: doelonderneming als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames;

  • meldingsplichtige:

    • a) verwerver;

    • b) doelonderneming;

  • nationale veiligheid: nationale veiligheid als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames;

  • verwerver: verwerver als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames;

  • verwervingsactiviteit: verwervingsactiviteit als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames.

2. Beschrijving van de verwervingsactiviteit

2.1. Samenvatting

Geef een beknopte samenvatting van de verwervingsactiviteit, waarin u in ieder geval vermeldt:

  • a) de verwerver die voornemens is zeggenschap te verkrijgen of te vergroten in een onderneming als bedoeld in artikel 6.3 van de Wet (de doelonderneming);

  • b) de betreffende doelonderneming;

  • c) de sector waarin deze onderneming acteert: LNG of elektriciteitsproductie;

  • d) de aard van de transactie ingevolge welke zeggenschap (bv. fusie, overname, uitgifte of gemeenschappelijke onderneming) wordt verkregen; en

  • e) de vorm waarin zeggenschap wordt verkregen (bv. aandelen of stemovereenkomst).

3. Informatie over de verwerver, de groep, de doelonderneming en hun vertegenwoordigers

3.1. Informatie over de verwerver

Vermeld voor de partij die het voornemen heeft zeggenschap in een doelonderneming te verkrijgen of te vergroten (de verwerver):

  • 3.1.1 Naam en adres van de verwerver;

  • 3.1.2 De EU-lidstaten waar de verwerver (al dan niet via groepsmaatschappijen) actief is;

  • 3.1.3 Naam, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en functie van een bevoegd contactpersoon;

  • 3.1.4 Adres van de aanmeldende verwerver waar documenten en met name besluiten van de Minister van Economische Zaken, met vermelding van naam, telefoonnummer en e-mailadres van een persoon op dit adres die gemachtigd is de te betekenen stukken in ontvangst te nemen.

3.2. Informatie over de groep waar de verwerver deel van uitmaakt

  • 3.2.1 Geef een overzicht van alle productie-installaties voor elektriciteit, ondernemingen die de productie-installatie beheren, LNG-installaties of LNG-bedrijven in Nederland waarin de verwerver en/of andere leden van de groep waar de verwerver deel van uitmaakt, reeds zeggenschap hebben.

  • 3.2.2 Geef voor elk van de groepsleden aan op welke wijze en op welke grond zeggenschap wordt uitgeoefend in de betreffende productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf.

  • 3.2.3 Geef de naam en geboortedatum van de uiteindelijk belanghebbende bij de verwerver in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: WWFT). Beschrijf de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de uiteindelijk belanghebbenden met betrekking tot de verwerver.

3.3. Benoeming van vertegenwoordiger

Wanneer een vertegenwoordiger namens de verwerver een melding ondertekent, moet deze de bevoegdheid tot vertegenwoordiging schriftelijk aantonen. Deze schriftelijke machtiging vermeldt de naam en functie van de persoon of personen die een dergelijke bevoegdheid verlenen en het bewijs van hun bevoegdheid om deze machtiging te verlenen.

Vermeld voor de vertegenwoordiger die bevoegd is om namens de verwerver te handelen (zie hierna vraag 5 – mee te zenden documenten), de volgende contactgegevens en vermeld ook wie hij vertegenwoordigt:

  • 3.3.1 Naam van de vertegenwoordiger;

  • 3.3.2 Adres van de vertegenwoordiger;

  • 3.3.3 Naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van de persoon met wie contact dient te worden opgenomen, en

  • 3.3.4 Adres van de vertegenwoordiger (zo mogelijk in Nederland) waaraan alle correspondentie kan worden gezonden en waar alle stukken kunnen worden bezorgd.

3.4. Informatie over de doelonderneming waarin de zeggenschap wijzigt

Vermeld voor de doelonderneming waarin de verwerver de zeggenschap wijzigt of waarover de verwerver significantie invloed verkrijgt of vergroot:

  • 3.3.5 Naam, adres, contactpersoon, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de doelonderneming;

  • 3.3.6 Rechtsvorm van deze partij;

  • 3.3.7 Statutaire (hoofd)zetel;

  • 3.3.8 Registratie bij Kamer van Koophandel;

  • 3.3.9 De EU-lidstaten waar deze partij actief is;

  • 3.3.10 Geef voor een doelonderneming, aan of het gaat om:

    • a) Een LNG-systeem of een onderneming die eigenaar is van een LNG-systeem; of

    • b) Een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van in totaal meer dan 100 MW of een onderneming die een of meer productie-installaties met een nominaal elektrisch vermogen van in totaal meer dan 100 MW beheert.

  • 3.3.11 Geef aan op welke productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf de wijziging betrekking heeft.

4. Informatie over de voorgenomen verwerving of wijziging van zeggenschap

4.1. Beschrijf de aard van de wijziging van zeggenschap

  • 4.1.1 Beantwoord of de aard van de verwervingsactiviteit betrekking heeft op:

    • a) een investering in een doelonderneming die leidt tot wijziging van zeggenschap in die onderneming;

    • b) het fuseren van twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen tot een doelonderneming;

    • c) het tot stand brengen van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, indien deze onderneming een doelonderneming zal zijn;

    • d) de splitsing van een doelonderneming;

    • e) het verwerven van een deel van de vermogensbestanddelen van een doelonderneming, indien deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren als productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf;

    • f) andere rechtshandelingen dan die als bedoeld onder a tot en met e, die tot gevolg hebben dat een of meer personen, of een of meer ondernemingen, zeggenschap verwerven in een doelonderneming; en

    • g) de verkrijging van goederen, bedoeld in artikel 1 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek onder algemene titel als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van Boek 3 van dat Wetboek, met uitzondering van een fusie of splitsing, van een doelonderneming.

  • 4.1.2 Indien de verwerver ter zake de voorgenomen transactie, dan wel het beheer van de doelonderneming in onderling overleg met een of meer derden handelt, welke derde(n) geen functionarissen of professioneel adviseurs van de verwerver zijn of van de groep waarvan de doelonderneming na de voorgenomen transactie deel van uitmaakt: omschrijf met welke personen in onderling overleg wordt gehandeld, waar dit uit bestaat en verstrek de documenten waarin de afspraken met betrekking tot het onderling overleg zijn vastgelegd en geef de naam, adres en contactgegevens van de personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld.

4.2. Informatie over de eigendomsstructuur en -verhoudingen van de meldingsplichtigen

  • 4.2.1 Omschrijf de wervingsactiviteit en wijziging van zeggenschap. Ga hierbij in op:

    • a) de verwerver die voornemens is zeggenschap te verkrijgen over het betreffende LNG-systeem of productie-installatie, bedoeld in 3.4.6 van dit formulier;

    • b) het betreffende LNG-systeem of de productie-installatie, bedoeld in 3.4.6 van dit formulier;

    • c) de aard van de transactie ingevolge welke zeggenschap (bv. fusie, overname, uitgifte of gemeenschappelijke onderneming) wordt verkregen; en

    • d) de vorm waarin zeggenschap of significantie invloed wordt verkregen (bv. aandelen of stemovereenkomst).

  • 4.2.2 Beschrijf de huidige en beoogde eigendoms- en zeggenschapsstructuur na de totstandbrenging van de wijziging van zeggenschap. Geef dit tevens weer in een organogram.

  • 4.2.3 Vermeld de datum of de geplande datum van voltooiing van de wijziging van zeggenschap. Vermeld daarbij op welke data naar verwachting de belangrijke gebeurtenissen zullen plaatsvinden die gericht zijn op het tot stand brengen van de wijziging van zeggenschap.

5. Overige informatie die noodzakelijk is voor de beoordeling van risico’s voor de nationale veiligheid

5.1. Vragen over de verwerver en iedere partij die middels de verwerver de zeggenschap verkrijgt in de doelonderneming

Verstrek voor (i) de verwerver die het voornemen heeft om zeggenschap te verkrijgen in de doelonderneming, (ii) iedere partij die middels de voorgenomen transactie zeggenschap verkrijgt in de doelonderneming, en (iii) de feitelijk leidinggevenden van deze partijen, de volgende informatie:

  • 5.1.1 Is de betreffende (rechts-)persoon onderworpen aan beperkende maatregelen krachtens:

    • 1. hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties,

    • 2. artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en/of

    • 3. de Sanctiewet 1977

  • 5.1.2 Heeft de betreffende (rechts-)persoon ooit een strafbaar feit begaan dat voorkomt in bijlage 3 van de Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames?

  • 5.1.3 In welke landen is de betreffende (rechts-)persoon gevestigd?

  • 5.1.4 Is de betreffende (rechts-)persoon verplicht samen te werken met de overheid van een land waarin die (rechts-)persoon gevestigd is, welke samenwerking verder gaat dan de medewerking aan een regelgeving handhavende overheid die in een vrijemarkteconomie gebruikelijk is? Zo ja, geef een toelichting.

  • 5.1.5 Heeft een staat, of een onderdeel daarvan, een direct of indirect eigendomsbelang en/of zeggenschap in de verwerver? Zo ja, vermeld dan de betreffende staat en beschrijf de aard en omvang van zijn belang en/of zeggenschap in de verwerver.

  • 5.1.6 Heeft een niet-Nederlandse staat, of een onderdeel daarvan, op grond van de wet of anderszins in een situatie van normale bedrijfsvoering (dus niet in insolventie of bewind) instrumenten waarmee zij de besluitvorming van de verwerver kan beïnvloeden, welke instrumenten niet van fiscale aard zijn? Zo ja, gelieve deze te specificeren.

  • 5.1.7 Is een van de uiteindelijk belanghebbenden van de verwerver een politiek prominente persoon, dan wel familielid of persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon, in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme?

  • 5.1.8 Geef een overzicht van de acquisities van ondernemingen wereldwijd gedurende de afgelopen vijf jaar.

  • 5.1.9 Is in de afgelopen vijf jaar met betrekking tot een van de ondernemingen in de groep van de verwerver of faillissement of uitstel van betaling aangevraagd? Zo ja, geef een korte toelichting.

  • 5.1.10 Vermeld van de ondernemingen in de groep van de verwerver elke grootschalige schending van de privacyregels die zich in de afgelopen vijf jaar heeft voorgedaan.

  • 5.1.11 Vermeld van de ondernemingen in de groep van de verwerver elke verstoring van de continuïteit van dienstverlening die zich in de afgelopen vijf jaar heeft voorgedaan.

  • 5.1.12 Heeft de verwerver de afgelopen vijf jaar een boete of een waarschuwing van de daarvoor bevoegde autoriteiten gekregen ten aanzien van de exploitatie of het beheer van het bedrijfs- of continuïteitsproces in de betreffende productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf?

  • 5.1.13 Hoe is de financiële solvabiliteit of anderszins de financiële stabiliteit van de verwerver in relatie tot de noodzakelijke financiële slagkracht voor het verrichten van de noodzakelijke investeringen ten bate van continuïteit en weerbaarheid van de doelonderneming? Geef u daarbij aan ter zake de verwerver en de groep waarin deze in het afgelopen boekjaar verbonden is geweest, wat de betreffende geconsolideerde en enkelvoudige financiële ratio’s of verhoudingsgetallen zijn geweest? Verstrek in ieder geval de liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit ratio’s en gegevens omtrent gebudgetteerde, geplande of noodzakelijke investeringen en de herkomst van de middelen voor die investeringen.

5.2. Vragen over de voorgenomen wijziging van zeggenschap

  • 5.2.1 Beschrijf de economische motieven voor de wijziging van zeggenschap.

  • 5.2.2 In het geval de wijziging van zeggenschap wordt verkregen door middel van een openbaar bod: heeft dit bod de steun van de bestuurs- of toezichthoudende organen van de doelonderneming?

  • 5.2.3 Vermeld de waarde van de transactie waarbij de zeggenschap wordt verkregen (de aankoopprijs of de waarde van alle betrokken activa, naargelang het geval).

  • 5.2.4 Beschrijf de financiering van de transactie en de bron(nen) ervan.

  • 5.2.5 Deze beschrijving moet tevens de namen van alle financiële instellingen omvatten die bij de transactie betrokken zijn, ook in hun eventuele rol als adviseurs of een financierder of financieringsagent voor de transactie.

  • 5.2.6 Verstrek een overzicht van financieringsafspraken met financiële instellingen, inclusief de afspraken met betrekking tot zekerheidsrechten opgenomen in de betreffende zekerheidsdocumenten, voor zover deze zekerheidsrechten een wijziging van zeggenschap kunnen behelzen.

5.3. Bijzondere informatie

  • 5.3.1 Zijn er nog andere feiten of omstandigheden die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de risico’s voor de nationale veiligheid? Zo ja, vermeld om welke feiten en omstandigheden het gaat.

  • 5.3.2 Geef aan of de verwerver beschikt over een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 van de Wet financieel toezicht en/of artikel 5:32d Wet financieel toezicht? Zo ja, dan wordt u verzocht deze mee te zenden met de melding.

6. Mee te zenden documenten

Verstrek de volgende documenten bij de melding:

  • 6.1 Een exemplaar van de definitieve of meest recente versie van alle stukken op grond waarvan de wijziging van zeggenschap tot stand komt, hetzij bij overeenkomst tussen de partijen bij de wijziging van zeggenschap, hetzij door verwerving van een belang dat zeggenschap verleent, tenzij de wijziging tot stand komt door middel van gestanddoening van een openbaar overnamebod.

  • 6.2 In het geval van een openbaar overnamebod, een exemplaar van het biedingsbericht waarmee het bod wordt uitgebracht en een eventueel zogenaamd merger protocol; indien een van deze stukken op het tijdstip van de aanmelding niet beschikbaar is, moet het zo spoedig mogelijk worden overgelegd en uiterlijk op het tijdstip waarop het biedingsbericht aan de aandeelhouders beschikbaar wordt gesteld.

  • 6.3 Een exemplaar van het meest recente jaarverslag en jaarrekening van de verwerver die het voornemen heeft om zeggenschap te verkrijgen of te vergroten in de doelonderneming en van iedere partij die middels de verwerver zeggenschap in de doelonderneming verkrijgt (voor zover niet in dezelfde groep als de verwerver verbonden), voor zover niet al ingevolge de melding van de concentratie bij de ACM verstrekt.

  • 6.4 Een schriftelijk bewijsstuk, waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de aangewezen contactpersoon of -personen blijkt. Deze vraag heeft zowel betrekking op functionarissen van de betrokken partijen als op externe adviseurs, zoals advocaten.

  • 6.5 In het geval er een verkrijging onder algemene titel bij een erfenis is waarbij een overgang van zeggenschap optreedt: een verklaring van erfrecht. Indien er geen verklaring beschikbaar is, geef aan de naam en contactgegevens van de notaris waar deze kan worden opgevraagd.

  • 6.6 Eventueel: verklaring van geen bezwaar (zie hiervoor bij 5.3.2).

7. Ondertekening

Ondergetekende verklaart namens de verwerver dat dit formulier naar waarheid is ingevuld.

Plaats en datum:

Naam:

Handtekening: