Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
duurzaamheidscoördinator: coördinator die als taak heeft een mbo-instelling te ondersteunen bij het structureel
verankeren van duurzaamheid en circulariteit in de onderwijspraktijk;
-
fte: fulltime-equivalent;
-
Kaderbesluit:
Kaderbesluit subsidies I en M;
-
mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
-
SustainaBul MBO peer-review: coöperatieve ranking die laat zien hoever een instelling is in het verankeren van
duurzaamheid.
Artikel 2. Doel van de subsidie
De verstrekking van subsidies op grond van deze regeling heeft als doel het borgen
en versterken van duurzaamheid en circulariteit in mbo-instellingen middels de aanstelling
van een of meerdere duurzaamheidscoördinatoren.
Artikel 3. Subsidiabele activiteit
De Minister kan, gelet op artikel 2, op aanvraag van het bevoegd gezag van een mbo-instelling subsidie verstrekken voor
het invoeren of uitbreiden van de inzet van een of meer duurzaamheidscoördinatoren
die ten minste drie en ten hoogste drieënhalf jaar als duurzaamheidscoördinator voor
de aanvrager werkzaam zullen zijn, voor:
-
a. ten minste 0,6 fte per jaar, indien de aanvraag één duurzaamheidscoördinator betreft;
-
b. ten minste 0,3 fte per duurzaamheidscoördinator per jaar, indien de aanvraag meerdere
duurzaamheidscoördinatoren betreft, met dien verstande dat voor de aanvrager in elk
geval één duurzaamheidscoördinator werkzaam is voor ten minste 0,6 fte per jaar.
Artikel 4. Subsidiabele kosten
-
2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden berekend door een bedrag van € 110.000
per fte per jaar te vermenigvuldigen met het aantal fte waarvoor de aanvrager arbeidsovereenkomsten
als bedoeld in artikel 3 aangaat.
Artikel 5. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, met een maximum van
€ 285.000, voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3.
Artikel 6. Subsidieplafond
-
3 Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid, ontoereikend is om alle daarvoor
in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld
met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
-
4 Indien het subsidieplafond, bedoeld in tweede lid, ontoereikend is om alle daarvoor
in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld
met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.
Artikel 7. Wijze van verdelen
De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van binnenkomst
van de aanvragen.
-
2 De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend van 16 februari 2026, 9.00
uur, tot en met 16 oktober 2026, 12.00 uur.
Artikel 9. Afwijzingsgronden
In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien een mbo-instelling
reeds een subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.
Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger
-
2 De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat
de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 42 maanden.
De Minister verstrekt voorschotten volgens de volgende systematiek:
-
a. 15% van de verleende subsidie bij de subsidieverlening;
-
b. 25% van de verleende subsidie een jaar na subsidieverlening;
-
c. 25% van de verleende subsidie twee jaar na subsidieverlening;
-
d. 25% van verleende subsidie drie jaar na subsidieverlening.
Artikel 13. Subsidievaststelling
De Minister publiceert voor 1 januari 2032 een verslag over de doeltreffendheid en
de effecten van de subsidie in de praktijk.
Artikel 15. Inwerkingtreding en horizonbepaling
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang
van 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies
die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling.
Het projectplan voor de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator is een essentieel
onderdeel van uw aanvraag. De inhoudelijke beoordeling van uw voorstel vindt plaats
op basis van de informatie die u daar verschaft en de eventuele bijlagen waar u naar
verwijst.
Voor het projectplan geldt dat het beantwoorden van de daarin opgenomen vragen verplicht
is.
Vraag 1: Welke werkzaamheden gaat de duurzaamheidscoördinator concreet uitvoeren?
U kunt hiervoor gebruik maken van de in deze bijlage opgenomen lijst met werkzaamheden.
Daarbij dienen de werkzaamheden te passen binnen de rolomschrijving van de duurzaamheidscoördinator
en dienen werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de in deze bijlage opgenomen lijst
met werkzaamheden, naar aard en inhoud aan te sluiten bij de lijst met werkzaamheden.
Vraag 2: Wat is de globale planning van die werkzaamheden voor de duur van de projectperiode?
U kunt dit uitsplitsen voor de verschillende jaren van het project: welke werkzaamheden
verricht de duurzaamheidscoördinator in het eerste jaar en welke werkzaamheden komen
er in latere jaren van het project bij?
Vraag 3: Hoe beoogt u de voortzetting van de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator
na afloop van de projectperiode te borgen?
Hierbij dient u inzicht te geven in de manier waarop u borgt dat de werkzaamheden
van de duurzaamheidscoördinator na de projectperiode worden voortgezet, bijvoorbeeld
door het opstellen van een strategische visie voor de verdere integratie van duurzaamheid
binnen de school.
Indien er op de mbo-instelling nog geen duurzaamheidscoördinator is aangesteld, volstaat
een globaal overzicht en beschrijving van de werkzaamheden en een voorlopige planning.
De subsidieverlening zal dan de verplichting bevatten dat het projectplan binnen het
eerste jaar na aanstelling van een duurzaamheidscoördinator nader wordt uitgewerkt.
Rolomschrijving van een duurzaamheidscoördinator
De inzet van de duurzaamheidscoördinator draagt indirect bij aan de taken van het
bestuur en de onderwijsinstelling, met name op het gebied van kwaliteit, strategisch
beleid en de toekomstige ontwikkeling van de onderwijsorganisatie. De duurzaamheidscoördinator
speelt een essentiële rol in de verdere integratie van duurzaamheid en circulariteit
binnen het onderwijs, wat kan bijdragen aan het bereiken van bredere institutionele
en strategische doelstellingen.
De inzet van een duurzaamheidscoördinator op instellingsniveau betreft primair het
structureel in de onderwijspraktijk verankeren van duurzaamheid en circulariteit.
Een duurzaamheidscoördinator stimuleert initiatieven en zet ze in gang, afgestemd
op de specifieke behoeften en vraag van de instelling, met als doel de instelling
toekomstbestendiger te maken. De duurzaamheidscoördinator is een aanjager binnen de
instelling, krijgt verantwoordelijkheid om verder met duurzaamheid aan de slag te
gaan en heeft mandaat om duurzame initiatieven te bedenken, te coördineren en te borgen
in de verschillende lagen van een onderwijsinstelling. Hierbij valt te denken aan
het bestuurlijk niveau, managementniveau en operationeel niveau. Op basis van de scope
en verantwoordelijkheden van de functie is het wenselijk een duurzaamheidscoördinator
aan te stellen in schaal 11 of hoger (CAO mbo).
Voor de breedte van duurzaamheid hanteert de duurzaamheidscoördinator de Sustainable
Development Goals (SDG’s).1 De zeventien doelen zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen en vraagstukken rondom
extreme armoede, (gender)ongelijkheid en klimaatverandering. Naast de SDG’s richt
de duurzaamheidscoördinator zich ook op het toepassen van circulariteit volgens de
R-ladder.2 In de context van de onderwijspraktijk kan dit op verschillende manieren worden geïntegreerd,
zoals afvalrecycling, circulair inkopen of het stimuleren van circulair gedrag bij
medewerkers en studenten. De Whole School Approach3 is daarbij een raamwerk dat ruimte biedt om vanuit diverse invalshoeken na te denken
over duurzaamheid, daar waar passend bij de behoefte en vraag van een school.
De werkzaamheden zijn erop gericht dat de duurzaamheidscoördinator na afloop van de
projectperiode heeft gezorgd voor een stevige basis voor de structurele borging van
duurzaamheid en circulariteit binnen de onderwijspraktijk. Daarbij zijn duurzaamheid
en circulariteit ten minste geïntegreerd in de visie en het strategisch koersplan
van de school, waardoor er voor de komende jaren duidelijke richting is voor het beleid
van de instelling op deze onderwerpen.
Lijst met werkzaamheden
Een verplicht onderdeel van de duurzaamheidscoördinator is het jaarlijks deelnemen
aan de SustainaBul MBO peer-review en de daarbij horende werkzaamheden. Daarnaast
volgt hieronder een lijst van werkzaamheden die door een duurzaamheidscoördinator
uitgevoerd kunnen worden. Deze lijst dient als voorbeeld en is niet uitputtend. De
aanvrager stelt zelf een projectplan op met de geplande werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator
binnen de projectperiode, passend bij de vraag en behoefte van de instelling.
Opties. Een duurzaamheidscoördinator:
-
• Stimuleert en draagt bij aan de integrale verankering van duurzaamheid in de instellingsplannen,
visie en strategisch koersplan;
-
• Coördineert projecten gericht op duurzaamheid en circulariteit en maakt een jaarplanning
voor duurzaamheidsinitiatieven;
-
• Zorgt voor het monitoren van het jaarplan op duurzaamheid en circulariteit, stelt
dit vast, stuurt op de voortgang en legt resultaten vast;
-
• Brengt duurzaamheid en circulariteit in beleidsvoorstellen en lopende zaken;
-
• Houdt zich bezig met wettelijke verplichtingen en landelijke ontwikkelingen in het
onderwijs omtrent duurzaamheid en circulariteit;
-
• Is de schakel tussen docenten, schoolleiding, facilitair management en het schoolmanagement
en fungeert als sparringpartner voor medewerkers die aan duurzaamheid en circulariteit
werken;
-
• Ondersteunt duurzaamheids- en circulariteitsinitiatieven en verbindt top-down beleid
met bottom-up initiatieven;
-
• Brengt succesfactoren en uitdagingen van scholen onder de aandacht van bestuurders;
-
• Stimuleert de professionalisering van personeel op het gebied van duurzaamheid en
circulariteit;
-
• Signaleert en benut kansen voor duurzaamheid en circulariteit, zowel intern als extern;
-
• Verkent subsidiemogelijkheden en dient aanvragen in namens de instelling;
-
• Deelt inspiratie en informatie over duurzaamheid en circulariteit tussen scholen en/of
binnen de instelling;
-
• Zorgt voor interne en externe communicatie om de zichtbaarheid van duurzaamheid en
circulariteit te verhogen;
-
• Onderhoudt contacten met relevante netwerken voor kennisdeling en inspiratie;
-
• Werkt samen met externe organisaties op lokaal, regionaal en landelijk niveau;
-
• Faciliteert en ondersteunt een door mbo-studenten geleid duurzaamheidsplatform (zoals
een Green Office) binnen de mbo-instelling.