Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling

[Regeling vervalt per 01-01-2031.]
Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 10 november 2025, nr. IENW/BSK-2025/274529, houdende vaststelling van regels voor subsidie ter stimulering van inzet van duurzaamheidscoördinatoren 2026–2029 (Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling) [KetenID WGK028158]

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • duurzaamheidscoördinator: coördinator die als taak heeft een mbo-instelling te ondersteunen bij het structureel verankeren van duurzaamheid en circulariteit in de onderwijspraktijk;

  • fte: fulltime-equivalent;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • SustainaBul MBO peer-review: coöperatieve ranking die laat zien hoever een instelling is in het verankeren van duurzaamheid.

Artikel 2. Doel van de subsidie

De verstrekking van subsidies op grond van deze regeling heeft als doel het borgen en versterken van duurzaamheid en circulariteit in mbo-instellingen middels de aanstelling van een of meerdere duurzaamheidscoördinatoren.

Artikel 3. Subsidiabele activiteit

De Minister kan, gelet op artikel 2, op aanvraag van het bevoegd gezag van een mbo-instelling subsidie verstrekken voor het invoeren of uitbreiden van de inzet van een of meer duurzaamheidscoördinatoren die ten minste drie en ten hoogste drieënhalf jaar als duurzaamheidscoördinator voor de aanvrager werkzaam zullen zijn, voor:

  • a. ten minste 0,6 fte per jaar, indien de aanvraag één duurzaamheidscoördinator betreft;

  • b. ten minste 0,3 fte per duurzaamheidscoördinator per jaar, indien de aanvraag meerdere duurzaamheidscoördinatoren betreft, met dien verstande dat voor de aanvrager in elk geval één duurzaamheidscoördinator werkzaam is voor ten minste 0,6 fte per jaar.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

  • 1 Kosten van de werkgever voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3, komen in aanmerking voor subsidie.

  • 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden berekend door een bedrag van € 110.000 per fte per jaar te vermenigvuldigen met het aantal fte waarvoor de aanvrager arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 3 aangaat.

Artikel 5. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, met een maximum van € 285.000, voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3.

Artikel 6. Subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 798.000 voor mbo-instellingen die op 1 september 2025 zijn ingeschreven voor deelname aan de SustainaBul MBO peer-review.

  • 2 Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 1.197.000 voor mbo-instellingen die op 1 september 2025 niet zijn ingeschreven voor deelname aan de SustainaBul MBO peer-review.

  • 3 Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.

  • 4 Indien het subsidieplafond, bedoeld in tweede lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.

  • 5 Bij ministerieel besluit kan het subsidieplafond worden verhoogd of kan worden besloten tot een nadere openstelling.

Artikel 7. Wijze van verdelen

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1 Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3 wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een aanvraagformulier zoals dat door de Minister is vastgesteld.

  • 2 De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend van 16 februari 2026, 9.00 uur, tot en met 16 oktober 2026, 12.00 uur.

  • 3 Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:

    • a. het aantal fte waarvoor de aanvrager arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 3 aangaat;

    • b. een onderbouwing waaruit blijkt dat de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3, leidt tot additionele fte voor duurzaamheidscoördinatie ten opzichte van de situatie bij het begin van de aanvraagperiode;

    • c. een projectplan voor de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator gedurende de projectperiode, waarbij de vragen opgenomen in de bijlage bij deze regeling worden beantwoord en waarbij geldt dat:

      • i. de werkzaamheden passen binnen de in de bijlage opgenomen rolomschrijving; en

      • ii. de werkzaamheden op de lijst met werkzaamheden staan die is opgenomen in de bijlage, of daar naar aard en inhoud bij aansluiten.

Artikel 9. Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien een mbo-instelling reeds een subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.

Artikel 10. Subsidieverstrekking

De regels, bedoeld in artikel 15, derde lid, van het Kaderbesluit, inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 zijn van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 In aanvulling op de artikelen 17 tot en met 20 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht:

    • a. binnen zes maanden na de subsidieverlening een arbeidsovereenkomst aan te gaan of uit te breiden met de duurzaamheidscoördinator waarvoor subsidie is ontvangen;

    • b. tot aan het einde van de projectperiode deel te nemen aan de SustainaBul MBO peer-review, vanaf:

      • i. 1 september 2026 indien de arbeidsovereenkomst, bedoeld in onderdeel a, uiterlijk 1 september 2026 is afgesloten; of

      • ii. 1 september 2027 indien de arbeidsovereenkomst, bedoeld in onderdeel a, na 1 september 2026 is afgesloten;

    • c. in de jaarlijkse voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 20 van het Kaderbesluit, een toelichting te geven op de deelname aan de SustainaBul MBO peer-review waaruit blijkt welke acties in verband met deze deelname zijn verricht en welke verbeterpunten dit heeft opgeleverd;

    • d. het project af te ronden binnen 42 maanden na het aangaan of uitbreiden van de arbeidsovereenkomst bedoeld in onderdeel a en uiterlijk op 30 juni 2030.

  • 2 De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 42 maanden.

  • 3 De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, betreft maximaal zes maanden.

Artikel 12. Voorschot

De Minister verstrekt voorschotten volgens de volgende systematiek:

  • a. 15% van de verleende subsidie bij de subsidieverlening;

  • b. 25% van de verleende subsidie een jaar na subsidieverlening;

  • c. 25% van de verleende subsidie twee jaar na subsidieverlening;

  • d. 25% van verleende subsidie drie jaar na subsidieverlening.

Artikel 13. Subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk dertien weken nadat het project is afgerond een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een formulier zoals dat door de Minister is vastgesteld.

  • 2 In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval:

    • a. een bestuurdersverklaring waaruit blijkt dat de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 3, heeft geleid tot additionele fte voor duurzaamheidscoördinatie ten opzichte van de situatie bij het begin van de aanvraagperiode;

    • b. een samenvatting van de resultaten van het project ten behoeve van openbare kennisdeling waaruit blijkt:

      • i. welke werkzaamheden de duurzaamheidscoördinator heeft verricht gedurende de projectperiode;

      • ii. hoe de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator na afloop van de projectperiode zijn geborgd.

    • c. een verslag waaruit blijkt welke acties zijn verricht naar aanleiding van de deelname aan de SustainaBul MBO peer-review en de daaruit voortgekomen verbeterpunten.

Artikel 14. Evaluatie

De Minister publiceert voor 1 januari 2032 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 15. Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu,

A.A. Aartsen

Bijlage bij artikel 8, derde lid, onderdeel c, van de Tijdelijke mbo-verduurzamingsregeling

Het projectplan voor de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator is een essentieel onderdeel van uw aanvraag. De inhoudelijke beoordeling van uw voorstel vindt plaats op basis van de informatie die u daar verschaft en de eventuele bijlagen waar u naar verwijst.

Voor het projectplan geldt dat het beantwoorden van de daarin opgenomen vragen verplicht is.

Vraag 1: Welke werkzaamheden gaat de duurzaamheidscoördinator concreet uitvoeren?

U kunt hiervoor gebruik maken van de in deze bijlage opgenomen lijst met werkzaamheden. Daarbij dienen de werkzaamheden te passen binnen de rolomschrijving van de duurzaamheidscoördinator en dienen werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de in deze bijlage opgenomen lijst met werkzaamheden, naar aard en inhoud aan te sluiten bij de lijst met werkzaamheden.

Vraag 2: Wat is de globale planning van die werkzaamheden voor de duur van de projectperiode?

U kunt dit uitsplitsen voor de verschillende jaren van het project: welke werkzaamheden verricht de duurzaamheidscoördinator in het eerste jaar en welke werkzaamheden komen er in latere jaren van het project bij?

Vraag 3: Hoe beoogt u de voortzetting van de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator na afloop van de projectperiode te borgen?

Hierbij dient u inzicht te geven in de manier waarop u borgt dat de werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator na de projectperiode worden voortgezet, bijvoorbeeld door het opstellen van een strategische visie voor de verdere integratie van duurzaamheid binnen de school.

Indien er op de mbo-instelling nog geen duurzaamheidscoördinator is aangesteld, volstaat een globaal overzicht en beschrijving van de werkzaamheden en een voorlopige planning. De subsidieverlening zal dan de verplichting bevatten dat het projectplan binnen het eerste jaar na aanstelling van een duurzaamheidscoördinator nader wordt uitgewerkt.

Rolomschrijving van een duurzaamheidscoördinator

De inzet van de duurzaamheidscoördinator draagt indirect bij aan de taken van het bestuur en de onderwijsinstelling, met name op het gebied van kwaliteit, strategisch beleid en de toekomstige ontwikkeling van de onderwijsorganisatie. De duurzaamheidscoördinator speelt een essentiële rol in de verdere integratie van duurzaamheid en circulariteit binnen het onderwijs, wat kan bijdragen aan het bereiken van bredere institutionele en strategische doelstellingen.

De inzet van een duurzaamheidscoördinator op instellingsniveau betreft primair het structureel in de onderwijspraktijk verankeren van duurzaamheid en circulariteit. Een duurzaamheidscoördinator stimuleert initiatieven en zet ze in gang, afgestemd op de specifieke behoeften en vraag van de instelling, met als doel de instelling toekomstbestendiger te maken. De duurzaamheidscoördinator is een aanjager binnen de instelling, krijgt verantwoordelijkheid om verder met duurzaamheid aan de slag te gaan en heeft mandaat om duurzame initiatieven te bedenken, te coördineren en te borgen in de verschillende lagen van een onderwijsinstelling. Hierbij valt te denken aan het bestuurlijk niveau, managementniveau en operationeel niveau. Op basis van de scope en verantwoordelijkheden van de functie is het wenselijk een duurzaamheidscoördinator aan te stellen in schaal 11 of hoger (CAO mbo).

Voor de breedte van duurzaamheid hanteert de duurzaamheidscoördinator de Sustainable Development Goals (SDG’s).1 De zeventien doelen zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen en vraagstukken rondom extreme armoede, (gender)ongelijkheid en klimaatverandering. Naast de SDG’s richt de duurzaamheidscoördinator zich ook op het toepassen van circulariteit volgens de R-ladder.2 In de context van de onderwijspraktijk kan dit op verschillende manieren worden geïntegreerd, zoals afvalrecycling, circulair inkopen of het stimuleren van circulair gedrag bij medewerkers en studenten. De Whole School Approach3 is daarbij een raamwerk dat ruimte biedt om vanuit diverse invalshoeken na te denken over duurzaamheid, daar waar passend bij de behoefte en vraag van een school.

De werkzaamheden zijn erop gericht dat de duurzaamheidscoördinator na afloop van de projectperiode heeft gezorgd voor een stevige basis voor de structurele borging van duurzaamheid en circulariteit binnen de onderwijspraktijk. Daarbij zijn duurzaamheid en circulariteit ten minste geïntegreerd in de visie en het strategisch koersplan van de school, waardoor er voor de komende jaren duidelijke richting is voor het beleid van de instelling op deze onderwerpen.

Lijst met werkzaamheden

Een verplicht onderdeel van de duurzaamheidscoördinator is het jaarlijks deelnemen aan de SustainaBul MBO peer-review en de daarbij horende werkzaamheden. Daarnaast volgt hieronder een lijst van werkzaamheden die door een duurzaamheidscoördinator uitgevoerd kunnen worden. Deze lijst dient als voorbeeld en is niet uitputtend. De aanvrager stelt zelf een projectplan op met de geplande werkzaamheden van de duurzaamheidscoördinator binnen de projectperiode, passend bij de vraag en behoefte van de instelling.

Opties. Een duurzaamheidscoördinator:

  • Stimuleert en draagt bij aan de integrale verankering van duurzaamheid in de instellingsplannen, visie en strategisch koersplan;

  • Coördineert projecten gericht op duurzaamheid en circulariteit en maakt een jaarplanning voor duurzaamheidsinitiatieven;

  • Zorgt voor het monitoren van het jaarplan op duurzaamheid en circulariteit, stelt dit vast, stuurt op de voortgang en legt resultaten vast;

  • Brengt duurzaamheid en circulariteit in beleidsvoorstellen en lopende zaken;

  • Houdt zich bezig met wettelijke verplichtingen en landelijke ontwikkelingen in het onderwijs omtrent duurzaamheid en circulariteit;

  • Is de schakel tussen docenten, schoolleiding, facilitair management en het schoolmanagement en fungeert als sparringpartner voor medewerkers die aan duurzaamheid en circulariteit werken;

  • Ondersteunt duurzaamheids- en circulariteitsinitiatieven en verbindt top-down beleid met bottom-up initiatieven;

  • Brengt succesfactoren en uitdagingen van scholen onder de aandacht van bestuurders;

  • Stimuleert de professionalisering van personeel op het gebied van duurzaamheid en circulariteit;

  • Signaleert en benut kansen voor duurzaamheid en circulariteit, zowel intern als extern;

  • Verkent subsidiemogelijkheden en dient aanvragen in namens de instelling;

  • Deelt inspiratie en informatie over duurzaamheid en circulariteit tussen scholen en/of binnen de instelling;

  • Zorgt voor interne en externe communicatie om de zichtbaarheid van duurzaamheid en circulariteit te verhogen;

  • Onderhoudt contacten met relevante netwerken voor kennisdeling en inspiratie;

  • Werkt samen met externe organisaties op lokaal, regionaal en landelijk niveau;

  • Faciliteert en ondersteunt een door mbo-studenten geleid duurzaamheidsplatform (zoals een Green Office) binnen de mbo-instelling.