Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Regeling erkenningen wegverkeer

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • APK-keurmeester: natuurlijk persoon aan wie de bevoegdheid, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van het besluit is verleend;

  • besluit: Besluit erkenningen wegverkeer;

  • bevoegdheid APK-keurmeester: bevoegdheid bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van het besluit;

  • bevoegdheid LPG-technicus: bevoegdheid bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit;

  • blanco-kentekenplaat: plaat, gebaseerd op een halffabricaat als bedoeld in de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000, die geschikt is voor het produceren van een kentekenplaat;

  • Dienst Wegverkeer: dienst, genoemd in artikel 4a van de wet;

  • erkenning voor specifieke handelingen: erkenning als bedoeld in artikel 4aud, eerste lid, van de wet;

  • folie: folie geschikt voor het produceren van gele, lichtblauwe, lichtgroene of witte kentekenplaten volgens de modellen in de bijlage van de Regeling kenteken en kentekenplaten;

  • fabrikantenkeurmerk: door de fabrikant van de kentekenplaat aan te brengen merk volgens model M. 3 in de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten;

  • foliefabrikant: bedrijf met een erkenning foliefabrikant;

  • foliefabrikantwaarmerk: door de foliefabrikant aan te brengen waarmerk als bedoeld in bijlage 5 van de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000;

  • handelsregister: handelsregister, genoemd in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • hologram: hologram als bedoeld in artikel 2 van de Regeling kentekens en kentekenplaten;

  • kentekenplaat: een plaat die bestemd is om te worden gebruikt als kentekenplaat;

  • kentekenplaatfabrikant: bedrijf met een erkenning kentekenfabrikant;

  • keuringsplaats: perceel of enkele kadastraal aangrenzende percelen waarop een erkend bedrijf de keuring verricht met daarop een keuringsruimte. De ruimte kan bestaan uit één of meer besloten ruimten gelegen in één gebouw, dan wel in verscheidene belendende of nagenoeg belendende gebouwen, bedoeld om deel uit te maken van een keuringsplaats;

  • lamineercode: lamineercode als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten;

  • lamineerder: bedrijf met een erkenning lamineerder;

  • lamineerderswaarmerk: door de lamineerder aan te brengen waarmerk als bedoeld in bijlage 8 van de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000;

  • LPG-technicus: natuurlijk persoon aan wie de bevoegdheid, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit is verleend;

  • ombouwverklaring: bewijs volgens een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model dat de seriematige wijziging in de goedkeuring van een voertuig conform hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen is uitgevoerd;

  • seriematige wijziging: op een seriematige manier aangebrachte wijziging in de goedkeuring van voertuigen als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen;

  • wet: Wegenverkeerswet 1994;

  • wijziging in de goedkeuring van voertuigen: wijziging als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

Hoofdstuk 2. Basiserkenning

Artikel 2. Inschrijving handelsregister

Een rechtspersoon of de onderneming van de natuurlijke persoon die niet in Nederland is gevestigd en een basiserkenning uitsluitend aanvraagt met het oog op het verkrijgen van de erkenning foliefabrikant, de erkenning lamineerder of de erkenning wijziging goedkeuring voertuigen overlegt een met een bewijs van inschrijving in het handelsregister gelijkwaardig document, afgegeven in het land van vestiging.

Artikel 3. Termijn overleggen VOG

Het erkende bedrijf overlegt op verzoek van de Dienst Wegverkeer overeenkomstig artikel 4auc, tweede lid, van de wet binnen zes weken een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee maanden, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat als gevolg van:

  • a. een rechterlijke veroordeling;

  • b. de toetreding van een nieuw lid tot het bestuur van de onderneming; of

  • c. berichten en meldingen die doen vermoeden dat er in relatie tot de erkenning strafbare feiten zijn begaan.

Hoofdstuk 3. Erkenningen voor specifieke handelingen

§ 3.1. Algemeen

Artikel 4. Bedrijfsgegevens

  • 1 De natuurlijke persoon of rechtspersoon, inclusief alle vestigingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, is blijkens het handelsregister gevestigd in Nederland.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de erkenningen foliefabrikant, lamineerder en wijziging goedkeuring voertuigen.

  • 3 Een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen meldt wijzigingen in de bedrijfsactiviteit of in de bedrijfsgegevens onmiddellijk schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer voor zover deze wijzigingen van belang kunnen zijn voor de erkenning.

Artikel 5. Kenbaarheid erkende bedrijf

Vanaf de buitenkant van een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant gepubliceerde wijze kenbaar dat een erkenning is verleend.

Artikel 6. Communicatie langs elektronische weg

  • 1 Als in het kader van een erkenning voor specifieke handelingen communicatie met de Dienst Wegverkeer is voorgeschreven, vindt deze communicatie plaats langs elektronische weg, waarbij de digitale identiteit van het erkende bedrijf verifieerbaar is.

  • 2 Het erkende bedrijf maakt daarbij alleen gebruik van de door de Dienst Wegverkeer toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.

  • 3 Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de handelingen die door of namens hem worden verricht.

  • 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid, bedoeld in artikel 4aue, eerste lid, van de wet.

Artikel 7. Correctiemelding

Als een erkend bedrijf een onjuistheid constateert binnen de kaders van de erkenning, wordt dat binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn gemeld aan de Dienst Wegverkeer op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

Artikel 8. Aanvraag- en erkenningseisen

  • 1 De Dienst Wegverkeer kan bij de aanvraag voor een erkenning voor specifieke handelingen toetsen of de aanvrager aan de eisen en voorwaarden voor de erkenning kan voldoen.

  • 2 Het erkende bedrijf voldoet bij voortduring aan de eisen en voorwaarden die gelden voor de aanvrager.

§ 3.2. Erkenning bedrijfsvoorraad

Artikel 9. Aanvrager

  • 1 Een erkenning bedrijfsvoorraad kan op aanvraag worden verleend aan:

    • a. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een onderneming waar voertuigen bedrijfsmatig worden verkocht, verhuurd, verleaset of gedemonteerd;

    • b. Domeinen Roerende Zaken van het Ministerie van Financiën;

    • c. een verzekeringsmaatschappij;

    • d. een gemeente;

    • e. een waterschap.

  • 2 De aanvrager van de erkenning als bedoeld onder c, beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2.36, eerste lid, of 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

  • 3 Het erkende bedrijf beschikt over een of meer terreinen niet zijnde een weg waarop de bedrijfsvoorraad wordt gestald.

Artikel 10. Eisen en voorwaarden erkenning

  • 1 Voertuigen die bestemd zijn voor demontage betreffen bromfietsen die gedurende een periode van ten hoogste vier aaneengesloten weken worden of zijn opgenomen in de bedrijfsvoorraad.

  • 2 Voor voertuigen die in de bedrijfsvoorraad worden opgenomen geldt voor de kentekenplaten het volgende:

    • a. het erkende bedrijf neemt bij de opname van een voertuig in zijn bedrijfsvoorraad de bijbehorende kentekenplaten in ontvangst en bewaart ze bij het voertuig zolang dit voertuig in de bedrijfsvoorraad is opgenomen;

    • b. wanneer het een voertuig betreft met één of meerdere ontbrekende kentekenplaten waarvoor de Dienst Wegverkeer heeft bepaald dat met het voertuig niet op de weg mag worden gereden met betrekking tot de artikel 51a, derde lid, onderdeel d, van de wet bedoelde eis, geldt de inname- en bewaarplicht alleen voor de bij het voertuig aanwezige kentekenplaten. Het erkende bedrijf voorziet het voertuig alsnog van de benodigde kentekenplaten wanneer het verbod voor rijden op de weg wordt opgeheven of wanneer het voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf, behalve wanneer het voertuig in de bedrijfsvoorraad van een ander erkend bedrijf wordt opgenomen;

    • c. voor zover het een voertuig betreft dat werd gebruikt voor taxivervoer met kentekenplaten met een lichtblauwe achtergrond, dienen deze kentekenplaten omgewisseld te worden voor kentekenplaten met een gele achtergrond of kentekenplaten met een donkerblauwe achtergrond, als bedoeld in artikel 3 van de Regeling kentekens en kentekenplaten als het voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf;

    • d. voor zover het een voertuig betreft dat direct na inschrijving in de bedrijfsvoorraad is opgenomen, voorziet het erkende bedrijf het voertuig binnen drie werkdagen na opname in bedrijfsvoorraad van de bij het voertuig behorende kentekenplaten, of eerder als het voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf.

  • 3 De erkenning geldt uitsluitend voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 4 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat met voertuigen die nog niet zijn ingeschreven of niet zijn tenaamgesteld in het kentekenregister, alsmede met voertuigen die in de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf zijn opgenomen, geen gebruik wordt gemaakt van de weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf opgegeven handelaarskenteken.

  • 5 Voertuigen kunnen uitsluitend in de bedrijfsvoorraad zijn opgenomen zolang de erkenning bedrijfsvoorraad niet is ingetrokken voor onbepaalde tijd. Ingeval de erkenning bedrijfsvoorraad voor onbepaalde tijd wordt ingetrokken, houden de voertuigen binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn op te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

  • 6 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen in zijn importeursvoorraad bij overdracht worden tenaamgesteld, tenzij de overdracht op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad plaatsvindt zonder dat het voertuig wordt tenaamgesteld.

  • 7 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen die in zijn bedrijfsvoorraad staan bij verkoop, lease of verhuur ophouden te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

  • 8 Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

§ 3.3. Erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden

Artikel 11. Aanvrager

Bij de aanvraag wordt door de aanvrager zekerheid gesteld aan de Dienst Wegverkeer voor een bedrag ter grootte van de geschatte omzet van de te verlenen tenaamstellingen en schorsingen over twee maanden.

Artikel 12. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Het erkende bedrijf heeft:

    • a. in de eerste twee jaar na verlening van de erkenning in ten minste 80% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners een loket waar een aanvraag voor tenaamstelling of schorsing van voertuigen kan worden gedaan;

    • b. vanaf twee jaar na verlening van de erkenning in tenminste 90% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners een loket;

    • c. in de gemeenten waarin het bedrijf geen loket heeft, een loket in een naastliggende gemeente.

  • 2 In de bedrijfsvoering van het erkende bedrijf is een kwaliteitsmanagementsysteem geïmplementeerd. De wijze waarop het kwaliteitsmanagementsysteem is geïmplementeerd, wordt omschreven in een kwaliteitshandboek. In het kwaliteitsmanagementsysteem wordt in ieder geval invulling gegeven aan de gestelde voorschriften van het eerste, zesde, zevende, negende, tiende en elfde lid. Het erkende bedrijf handelt overeenkomstig het kwaliteitshandboek.

  • 3 Het erkende bedrijf meldt wijzigingen in het kwaliteitshandboek onmiddellijk aan de Dienst Wegverkeer voor zover deze van belang kunnen zijn voor de erkenning.

  • 4 Elk loket van het erkende bedrijf is minimaal vijf dagen per week gedurende ten minste drie aaneengesloten uren voor het publiek geopend.

  • 5 Het erkende bedrijf meldt veiligheidsincidenten met betrekking tot digitale communicatie onmiddellijk aan de Dienst Wegverkeer.

  • 6 De gegevens die het erkende bedrijf verwerkt dan wel waarin het inzage heeft, worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van de tenaamstelling en de schorsing van voertuigen.

  • 7 Het erkende bedrijf zorgt voor unieke identificatie van de medewerkers op de werkplek waar de tenaamstelling of schorsing wordt uitgevoerd, waarbij het vereiste beveiligingsniveau op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze wordt vastgesteld.

  • 8 Het erkende bedrijf stuurt informatie aan de Dienst Wegverkeer waaruit het loket blijkt waar de tenaamstelling of schorsing is aangevraagd.

  • 9 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat het personeel van het erkende bedrijf voldoende is opgeleid in identiteitsvaststelling en documentherkenning.

  • 10 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat er richtlijnen voor medewerkers zijn met betrekking tot het veilig gebruik van applicaties, wachtwoorden, de herkenning en melding van veiligheidsincidenten en de vernietiging van documenten met gevoelige informatie na het afronden van processen.

  • 11 In afwijking van artikel 5 is vanaf de buitenkant van elk loket van het erkende bedrijf op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze zichtbaar dat hier tenaamstellingen en schorsingen van voertuigen kunnen worden verricht.

Artikel 13. Rapport van de registeraccountant

Het erkende bedrijf overlegt jaarlijks op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen datum over het voorafgaande kalenderjaar een door een registeraccountant opgesteld rapport, waaruit blijkt dat het voldoet aan de eisen van artikel 12 van deze regeling.

§ 3.4. Erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad

Artikel 14. Aanvrager

Een erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een onderneming waar handelsactiviteiten met betrekking tot voertuigen worden verricht.

Artikel 15. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Een aanvraag om een tenaamstelling namens een natuurlijk persoon door het erkende bedrijf vindt plaats nadat het erkende bedrijf heeft vastgesteld dat de identiteit van de natuurlijk persoon overeenstemt met het door deze persoon overgelegde rijbewijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten, door middel van een door de natuurlijk persoon ondertekende verklaring met de volgende gegevens:

    • a. de naam en het adres van de betreffende natuurlijk persoon namens wie tenaamstelling door het erkende bedrijf wordt aangevraagd,

    • c. het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen,

    • d. de naam en het RDW-bedrijfsnummer van het erkende bedrijf dat de aanvraag indient, en

    • e. de handtekening van de betreffende natuurlijk persoon.

  • 2 Ten behoeve van het opmaken van de verklaring als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement of de machtiging als bedoeld in artikel 25a, derde lid, onder b, of artikel 28a, derde lid onder b, van het Kentekenreglement neemt het erkende bedrijf de legitimatiegegevens over.

  • 3 Een aanvraag om een tenaamstelling namens een rechtspersoon vindt plaats nadat het erkende bedrijf heeft vastgesteld dat de identiteit van een tekenbevoegde van rechtspersoon overeenstemt met het door de tekenbevoegde van de rechtspersoon overgelegde rijbewijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten, door middel van een door de tekenbevoegde ondertekende machtiging als bedoeld in artikel 25a, derde lid onder b, of artikel 28a, derde lid onder b, van het Kentekenreglement met de volgende gegevens:

    • a. de naam van de rechtspersoon,

    • b. unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;

    • c. het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen,

    • d. de naam en het RDW-bedrijfsnummer van het erkende bedrijf die de aanvraag indient, en

    • e. de handtekening van de persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt indien de machtiging niet digitaal is ondertekend door de persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt.

  • 4 Ten behoeve van het opmaken van de machtiging als bedoeld in artikel 25a, derde lid onder b, of artikel 28a, derde lid onder b, van het Kentekenreglement neemt het erkende bedrijf de legitimatiegegevens over.

  • 5 Als een voertuig dat is tenaamgesteld in de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf en ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad ten behoeve van de natuurlijke of rechtspersoon zelf, zijn het eerste tot en met vierde lid niet van toepassing.

  • 6 Als door de Dienst Wegverkeer niet positief op de aanvraag wordt beslist, verwijst het erkende bedrijf de aanvrager naar de Dienst Wegverkeer.

  • 7 De erkenning geldt voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 8 Het erkende bedrijf beschikt over een goed afsluitbare voorziening, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten moeten worden bewaard.

  • 9 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat het personeel van het erkende bedrijf, dat betrokken is bij de tenaamstelling een opleidingsmodule van de Dienst Wegverkeer met betrekking tot identiteitsvaststelling en documentherkenning heeft gevolgd.

  • 10 De verklaring, bedoeld in het artikel 25a, tweede lid, van het Kentekenreglement en artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement, of een machtiging als bedoeld in artikel 25a, derde lid, onder b en artikel 28a, derde lid, onder b, van het Kentekenreglement worden bewaard in een afsluitbare voorziening als bedoeld in het achtste lid en door het erkende bedrijf vernietigd wanneer ten minste een en ten hoogste twee jaren zijn verstreken sinds de dag van tenaamstelling. De bewaarplicht is niet van toepassing indien de verklaring digitaal met een door de Dienst Wegverkeer te bepalen authenticatiemiddel is ondertekend.

  • 11 Het erkende bedrijf verwerkt de gegevens uitsluitend voor de tenaamstelling van voertuigen.

  • 12 Het erkende bedrijf meldt veiligheidsincidenten rondom de digitale communicatie bij de Dienst Wegverkeer.

  • 13 Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

§ 3.5. Erkenning inschrijven zonder onderzoek

Artikel 16. Aanvrager

  • 1 Een erkenning inschrijven zonder onderzoek kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een onderneming die bedrijfsmatig nieuwe en ongebruikte voertuigen fabriceert of invoert.

  • 2 Het erkende bedrijf beschikt over een of meer terreinen, niet zijnde een weg, waarop de ingeschreven en niet ingeschreven voertuigen kunnen worden gestald.

Artikel 17. Eisen en voorwaarden aan erkenning

  • 1 Het erkende bedrijf is, voor zover van toepassing op de voertuigen of de categorie voertuigen waarvoor inschrijving wordt gevraagd, in het bezit van:

    • a. de toestemming, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;

    • b. een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst ten behoeve van de afdracht van de door het bedrijf verschuldigde afvalbeheerbijdrage voor autowrakken, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder c, van de wet, dan wel een instemming als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit beheer autowrakken.

  • 2 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen in zijn importeursvoorraad bij overdracht worden tenaamgesteld, tenzij de overdracht op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad plaatsvindt.

  • 3 Het erkende bedrijf vraagt alleen inschrijving van voertuigen aan die:

    • a. nog niet eerder in gebruik zijn genomen;

    • b. conform zijn aan een type met een geldige nationale dan wel Europese typegoedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet en waarbij alle certificaten van overeenstemming aanwezig zijn; en

    • c. die volledig afgebouwd zijn conform het certificaat van overeenstemming.

  • 4 Het erkende bedrijf draagt zorg voor een correcte afdracht van de verschuldigde belasting van personenauto’s en motorrijwielen;

  • 5 Het erkende bedrijf voldoet de verschuldigde afvalbeheerbijdrage voor autowrakken, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder c, van de wet, dan wel neemt maatregelen waarop de instemming, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit beheer autowrakken van toepassing is;

  • 6 Het erkende bedrijf verstrekt de door de Dienst Wegverkeer te bepalen voertuiggegevens die overeen dienen te komen met het voertuig en de voertuiggegevens op het certificaat van overeenstemming.

  • 7 Het erkende bedrijf toont op verzoek van de Dienst Wegverkeer binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn de voertuigen waarvoor inschrijving is aangevraagd, alsmede de daarbij behorende certificaten van overeenstemming indien deze niet op grond van artikel 36 en 37 van Verordening (EU) nr. 2018/858 reeds digitaal zijn aangeleverd aan de Dienst Wegverkeer.

  • 8 De erkenning geldt uitsluitend voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 9 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat met voertuigen die nog niet zijn ingeschreven in het kentekenregister, alsmede met voertuigen die in de importeursvoorraad van het erkende bedrijf zijn opgenomen, geen gebruik wordt gemaakt van de weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf afgegeven handelaarskenteken.

  • 10 Het erkende bedrijf verstrekt de door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens en aanvullende informatie met betrekking tot het voertuig waarvoor een inschrijving wordt aangevraagd.

  • 11 Het erkende bedrijf stuurt op verzoek van de Dienst Wegverkeer op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze na inschrijving het certificaat van overeenstemming naar de Dienst Wegverkeer.

§ 3.6. Erkenning inschrijven met onderzoek

Artikel 18. Aanvrager

  • 1 Een erkenning inschrijven met onderzoek kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een onderneming waar bedrijfsmatig aanvragen voor de inschrijving van voertuigen worden ingediend.

  • 2 De aanvrager van de erkenning beschikt over een of meer terreinen niet zijnde een weg waarop de niet ingeschreven voertuigen en ingeschreven voertuigen tot het moment van overdracht na inschrijving worden gestald.

Artikel 19. Eisen en voorwaarden aan erkenning

  • 1 Het erkende bedrijf beschikt over een goed afsluitbare voorziening, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten moeten worden bewaard.

  • 2 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen in zijn importeursvoorraad bij overdracht worden tenaamgesteld, tenzij de overdracht plaatsvindt op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad.

  • 3 Alvorens tot het indienen van de aanvraag tot inschrijving wordt overgegaan, stelt het erkende bedrijf vast dat de gegevens op het originele volledige buitenlandse kentekenbewijs overeenkomen met het voertuig waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd.

  • 4 Het erkende bedrijf:

    • a. vraagt alleen een inschrijving aan voor door de Dienst Wegverkeer te bepalen voertuigsoorten;

    • b. verstrekt de door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens en aanvullende informatie met betrekking tot het voertuig waarvoor een inschrijving wordt aangevraagd;

    • c. stuurt op verzoek van de Dienst Wegverkeer op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en binnen een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde termijn na inschrijving het buitenlands kentekenbewijs naar de Dienst Wegverkeer;

    • d. bewaart het originele buitenlandse kentekenbewijs in de afsluitbare voorziening tot het moment waarop de documenten aan de Dienst Wegverkeer worden gestuurd.

  • 5 De erkenning geldt uitsluitend voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 6 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat er met de voertuigen in zijn importeursvoorraad, bedoeld in artikel 18, tweede lid, geen gebruik wordt gemaakt van de weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf afgegeven handelaarskenteken.

§ 3.7. Erkenning handelaarskenteken

Artikel 20. Aanvrager

Een erkenning handelaarskenteken kan op aanvraag worden verleend aan:

  • a. een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad;

  • b. een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek;

  • c. een erkend bedrijf inschrijven met onderzoek; of

  • b. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een onderneming, waar voertuigen bedrijfsmatig voor derden worden hersteld, bewerkt of gereinigd.

Artikel 21. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Bij het verlenen van de erkenning wordt aan het erkende bedrijf het handelaarskentekenbewijs voor de opgegeven categorieën bedoeld in artikel 3 van het Kentekenreglement verstrekt.

  • 2 Het erkende bedrijf kan op aanvraag en tegen betaling meerdere handelaarskentekenbewijzen verkrijgen.

  • 3 De erkenning geldt uitsluitend voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 4 Een handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt voor de categorie waarvoor het is opgegeven.

  • 5 Het erkende bedrijf handelaarskenteken bewaart het handelaarskentekenbewijs en de bijbehorende handelaarskentekenplaten als die niet gebruikt worden in een goed afsluitbare voorziening op het adres van de vestiging waaraan de erkenning is toegekend, die naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt.

  • 6 Indien een handelaarskentekenbewijs dan wel een handelaarskentekenplaat verloren is geraakt of teniet is gegaan, dient het erkende bedrijf dit onmiddellijk te melden aan de Dienst Wegverkeer.

  • 7 Degene aan wie de erkenning handelaarskenteken is verleend, vernietigt de handelaarskentekenplaten onmiddellijk nadat de erkenning is ingetrokken of nadat het handelaarskentekenbewijs ongeldig is verklaard dan wel is verloren of tenietgegaan.

  • 8 Het handelaarskenteken mag uitsluitend voor de bedrijfsactiviteiten gebruikt worden voor voertuigen die:

    • a. nog niet zijn ingeschreven;

    • b. behoren tot een importeursvoorraad;

    • c. behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven;

    • d. ter bewerking, reiniging of herstel aan degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven ter beschikking zijn gesteld.

  • 9 Wanneer gebruik wordt gemaakt van het handelaarskenteken, is het niet toegestaan om goederen of personen te vervoeren, tenzij dit aantoonbaar gebeurt in het kader van beproeving van aan het voertuig verrichte of te verrichten werkzaamheden. In dat geval moeten de goederen op het adres, waar deze zijn ingeladen, ook worden uitgeladen en personen moeten op het adres waar ze zijn ingestapt ook weer uitstappen.

  • 10 Bij een motorrijtuig of een aanhangwagen voorzien van een handelaarskentekenplaat, dient het bijbehorende kentekenbewijs aanwezig te zijn.

  • 11 Het erkende bedrijf heeft het handelaarskenteken verzekerd op grond van artikel 13, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

  • 12 Het erkende bedrijf, bedoeld in artikel 7, aanhef en onder a, van het besluit, beschikt op zijn vestiging bedoeld in het derde lid over een overdekte en behoorlijk af te sluiten ruimte waar onder alle weersomstandigheden werkzaamheden voor het herstellen, bewerken en reinigen van een voertuig plaats kunnen vinden.

Artikel 22. Bezitten handelaarskentekenplaten

  • 1 Het is de houder van een handelaarskenteken met de lettercombinatie FH, HA, HF of HH toegestaan om maximaal vijf bijbehorende kentekenplaten te hebben. Daarbij is het enkel toegestaan:

    • a. van de modellen 27.11, 27.12 en 27.14 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ten hoogste twee kentekenplaten per model te hebben; en

    • b. van het model 27.13 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ten hoogste één kentekenplaat te hebben.

  • 2 Het is de houder van een handelaarskenteken met de lettercombinatie OA of LH toegestaan om over één bijbehorende kentekenplaat van het model 27.11, één van het model 27.12 en één van het model 27.13 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten te beschikken.

  • 3 Het is de houder van een handelaarskenteken met de lettercombinatie HC toegestaan te beschikken over één bijbehorende kentekenplaat van het model 30.5, één van het model 30.6, en één van het model 31.5 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

§ 3.8. Erkenning demontage

Artikel 23. Aanvrager

  • 1 Een erkenning demontage kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die exploitant is van een onderneming waar volgens het handelsregister bedrijfsmatig activiteiten met betrekking tot het demonteren van motorrijtuigen en aanhangwagens worden uitgevoerd.

  • 2 De aanvrager van de erkenning heeft voor elke vestiging:

    • a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.153 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.186 van het Besluit activiteiten leefomgeving voor het demonteren van voertuigen; of

    • c. als er geen vergunning als bedoeld in onderdeel a of b vereist is, een melding als bedoeld in artikel 4.574, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving gedaan.

Artikel 24. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Het erkende bedrijf meldt slechts voertuigen aan die voor demontage bestemd zijn. Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de demontage.

  • 2 De erkenning geldt voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 3 Het erkende bedrijf vernietigt de aanwezige kentekenplaten behorende bij het voor demontage afgemelde voertuig bij aankomst op het terrein van het erkende bedrijf, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen na de melding.

  • 4 Het erkende bedrijf registreert bij de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld tevens hoeveel kentekenplaten hij heeft vernietigd.

  • 5 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de voertuigen die afgemeld zijn voor demontage geen gebruik maken van de weg.

§ 3.9. Erkenning export

Artikel 25. Aanvrager

Een erkenning export kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die exploitant is van een onderneming waar volgens het handelsregister bedrijfsmatig activiteiten worden verricht met betrekking tot het exporteren van tenaamgestelde voertuigen of daaraan gerelateerde handelingen ten behoeve van export, waardoor deze gerechtigd is aan de Dienst Wegverkeer te melden dat een voertuig dat in het kentekenregister is geregistreerd, voorgoed buiten Nederland wordt gebracht.

Artikel 26. Eisen en voorwaarden aan erkenning

  • 1 De erkenning geldt voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

  • 2 Het erkende bedrijf beschikt op zijn vestiging, bedoeld in het eerste lid over een goed afsluitbare voorziening, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten kunnen worden opgeborgen.

  • 3 In geval van diefstal van op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten doet het erkende bedrijf daarvan aangifte bij een van de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.

  • 4 Het erkende bedrijf bewaart de blanco kentekenbewijzen deel II van de voor export afgemelde voertuigen in de voorziening, bedoeld in het tweede lid.

  • 5 Bij de melding dat het voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, dient het erkende bedrijf in door de Dienst Wegverkeer bepaalde gevallen de lamineercodes van de kentekenplaten van het voertuig op te geven.

  • 6 Het erkende bedrijf neemt voorafgaand aan de melding voor export de kentekenplaten in van het voertuig en maakt de ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 7 Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de ingenomen kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen voor het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig betrekking hebben.

  • 8 Als de kentekenplaten of een deel van de kentekenplaten als gevolg van diefstal niet aanwezig zijn bij het voertuig:

    • a. zijn het vijfde tot en met zevende lid niet van toepassing;

    • b. legt de aanvrager een afschrift van het proces-verbaal over waaruit blijkt dat de kentekenplaten van het voertuig gestolen zijn; en

    • c. bewaart het erkende bedrijf het afschrift, bedoeld in onderdeel b, gedurende een termijn van minimaal één jaar maar maximaal twee jaar in de voorziening, bedoeld in het tweede lid.

  • 9 Als één of meerdere kentekenplaten niet aanwezig zijn bij een voertuig waarvoor de Dienst Wegverkeer heeft bepaald dat hiermee niet op de weg mag worden gereden met betrekking tot de in artikel 51a, derde lid, onderdeel d, van de wet bedoelde eis, zijn het derde tot en met vijfde lid niet van toepassing voor de kentekenplaten die niet meer aanwezig zijn.

  • 10 In geval van vermissing of diefstal van blanco kentekendelen II doet het erkende bedrijf, onder opgave van de nummers, daarvan onmiddellijk mededeling aan de Dienst Wegverkeer.

  • 11 Het erkende bedrijf stuurt een digitale kopie van het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II aan de Dienst Wegverkeer en vernietigt het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II daarna onmiddellijk.

  • 12 Bij beëindiging van de erkenning stuurt het erkende bedrijf de blanco kentekenbewijzen delen II binnen een termijn van een week terug aan de Dienst Wegverkeer.

  • 13 Aan een op grond van artikel 23k van het Besluit voertuigen bestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

  • 14 Het erkende bedrijf handelt conform de Regeling tenaamstelling en kentekenbewijzen.

  • 15 De uitoefening van de erkenning heeft slechts plaats vanaf het adres van de vestiging waaraan de erkenning is toegekend.

Artikel 27. Verstrekken blanco documenten door de Dienst Wegverkeer

Ten behoeve van het melden dat voertuigen voorgoed buiten Nederland worden gebracht, verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf blanco documenten om te worden gebruikt als kentekenbewijzen deel II welke bij de melding door het erkende bedrijf worden aangemaakt en verstrekt.

§ 3.10. Erkenning foliefabrikant

Artikel 28. Aanvrager

De erkenning foliefabrikant kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die volgens het handelsregister of gelijkwaardig buitenlands register exploitant is van een productieplaats die geschikt is voor het fabriceren van folie die geschikt is voor de productie van kentekenplaten.

Artikel 29. Aanvraag

De aanvrager van een erkenning overlegt bij de aanvraag een testrapport van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling, waaruit blijkt dat de aanvrager folie kan produceren die geschikt is voor de productie van kentekenplaten overeenkomstig de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

Artikel 30. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de folie bij de productie van folie en bij de levering aan een erkend bedrijf lamineerder voldoet aan de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

  • 2 Het erkende bedrijf beschikt over een goed afsluitbare ruimte, welke voldoende bescherming biedt om beschadiging, diefstal of achteruitgang van de folie te voorkomen, waarin de folie bewaard moet worden.

  • 3 In geval van diefstal van folie stelt het erkende bedrijf de Dienst Wegverkeer hiervan onmiddellijk op de hoogte.

  • 4 Folie wordt uitsluitend afgeleverd aan erkende lamineerders.

  • 5 Bij de aflevering is de folie voorzien van een document, waarin in ieder geval is vermeld:

    • a. de hoeveelheid en de soort folie, onderverdeeld naar kleur en model;

    • b. de datum van levering;

    • c. de naam en het adres van de foliefabrikant; en

    • d. de naam en het adres van het erkende bedrijf lamineerder.

  • 6 Van het in het zesde lid bedoelde document wordt gedurende twee jaren een afschrift bewaard.

  • 7 Het erkende bedrijf foliefabrikant levert op verzoek van de Dienst Wegverkeer een rapport van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling, waaruit blijkt dat door het erkende bedrijf geproduceerde, folie geschikt is voor de productie van kentekenplaten die voldoen aan de eisen, gesteld in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

  • 8 De uitoefening van de erkenning heeft slechts plaats vanaf de productieplaats waaraan de erkenning is toegekend.

§ 3.11. Erkenning lamineerder

Artikel 31. Aanvrager

  • 1 De erkenning lamineerder kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die volgens het handelsregister of gelijkwaardig buitenlands register exploitant is van een productieplaats die geschikt is voor het fabriceren van blanco kentekenplaten.

  • 2 De productieplaats van de aanvrager is gevestigd in de Europese Unie of in een staat die partij is bij het Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

Artikel 32. Aanvraag

De aanvrager van een erkenning overlegt bij de aanvraag een testrapport van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling, waaruit blijkt dat de aanvrager blanco-kentekenplaten kan produceren die voldoen aan de eisen gesteld in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

Artikel 33. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 De uitoefening van de erkenning heeft slechts plaats vanaf de productieplaats waaraan de erkenning is toegekend.

  • 2 Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de blanco-kentekenplaten bij levering aan een erkend bedrijf kentekenplaatfabrikant voldoen aan de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

  • 3 Het erkende bedrijf beschikt op de productieplaats over een goed afsluitbare ruimte, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden worden bewaard.

  • 4 Het erkende bedrijf neemt enkel folie in ontvangst van een erkend bedrijf foliefabrikant.

  • 5 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat folie die het in bezit heeft niet beschadigt of achteruitgaat en dat de blanco kentekenplaten in goede staat worden afgeleverd op de plaats van bestemming.

  • 6 In afwachting van gebruik of aflevering maakt het erkende bedrijf gebruik van aangewezen afsluitbare opslag- of voorraadruimten om beschadiging, diefstal of achteruitgang van folie en blanco-kentekenplaten te voorkomen.

  • 7 Het erkende bedrijf voorkomt gebruik van folie en blanco-kentekenplaten voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld.

  • 8 In geval van diefstal van folie of blanco-kentekenplaten doet het erkende bedrijf daarvan onmiddellijk aangifte bij een van de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen of bij bevoegde personen in het land van vestiging. Het erkende bedrijf stelt de Dienst Wegverkeer hiervan onmiddellijk op de hoogte en deelt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal of een gelijkwaardig buitenlands document.

  • 9 Het erkende bedrijf kan aangeven waar door hem in ontvangst genomen folie, hologrammen en blanco-kentekenplaten die nog niet zijn afgeleverd, zich bevinden.

  • 10 Folie die in het bezit is van het erkende bedrijf, is voorzien van een foliefabrikantwaarmerk, indien een dergelijk waarmerk is voorgeschreven en is vergezeld van een document van de foliefabrikant dat tenminste de volgende gegevens bevat:

    • a. naam en adres van de foliefabrikant;

    • b. datum van afgifte; en

    • c. hoeveelheid en soort van de folie, onderverdeeld naar kleur en model.

  • 11 Folie die niet aan de eisen van het achtste lid voldoet wordt binnen een week na constatering door het erkende bedrijf vernietigd.

  • 12 Indien het erkende bedrijf de afgekeurde folie vernietigt, wordt daarvan door het erkende bedrijf een rapport opgemaakt en bewaard, dat tenminste bevat:

    • a. de naam en adres van de betrokken foliefabrikant;

    • b. de hoeveelheid en de soort folie, onderverdeeld naar kleur en model;

    • c. de datum van levering;

    • d. het in achtste lid bedoelde document; en

    • e. de reden van afkeuring.

  • 13 Blanco-kentekenplaten die niet aan de eisen voldoen worden binnen een week na constatering vernietigd. Van de vernietiging wordt onmiddellijk een rapport opgemaakt dat in ieder geval de volgende gegevens per kentekenplaat bevat:

    • a. de lamineercode indien deze is voorgeschreven;

    • b. het model en, indien van toepassing, de kleur van de blanco-kentekenplaat, en

    • c. de naam en adres van de fabrikant van de folie.

  • 14 Blanco-kentekenplaten worden uitsluitend afgegeven aan erkende kentekenplaatfabrikanten.

  • 15 Voorafgaand aan de levering van blanco-kentekenplaten, die voorzien zijn van een lamineercode, meldt het erkende bedrijf bij de Dienst Wegverkeer, op door deze dienst te bepalen wijze, ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 70b, eerste lid, van de wet, de volgende gegevens:

    • a. de lamineercodes;

    • b. de hoeveelheid blanco-kentekenplaten;

    • c. het model, en indien van toepassing de kleur, van de blanco-kentekenplaten; en

    • d. de kentekenplatenfabrikant aan wie de blanco-kentekenplaten worden geleverd.

  • 16 Het erkende bedrijf bewaart de volgende bescheiden gedurende een termijn van twee jaar:

    • a. de documenten, bedoeld in het achtste lid;

    • b. de rapporten, bedoeld in het tiende lid; en

    • c. de rapporten, bedoeld in het elfde lid.

  • 17 Op verzoek van de Dienst Wegverkeer stelt het erkende bedrijf een gedeelte van de door het erkende bedrijf in ontvangst genomen folie voor onderzoek ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer.

  • 18 Op verzoek van de Dienst Wegverkeer legt het erkende bedrijf een testrapport over met betrekking tot een of meer door de Dienst Wegverkeer aan te wijzen blanco-kentekenplaten van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling waaruit blijkt dat de blanco-kentekenplaten voldoen aan de eisen, gesteld in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

Artikel 34. Eisen en voorwaarden voor doorleveren blanco-kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf mag, in afwijking van artikel 33, twaalfde lid, blanco-kentekenplaten die hij zelf gemaakt heeft doorleveren aan een ander erkend bedrijf lamineerder. Deze blanco-kentekenplaten zijn bij die levering, indien van toepassing, voorzien van het hologram, en van het lamineerderswaarmerk van het erkende bedrijf dat de blanco-kentekenplaten levert.

  • 2 De doorgeleverde blanco-kentekenplaten worden, indien van toepassing, bij de levering door het erkende bedrijf dat levert, voorzien van de lamineercode van het erkende bedrijf lamineerder aan wie wordt geleverd.

  • 3 Het erkende bedrijf dat levert, registreert bij de levering de:

    • a. hoeveelheid en de soort blanco-kentekenplaten, onderverdeeld naar kleur en model;

    • b. lamineercodes, indien een lamineercode is voorgeschreven;

    • c. datum van levering; en

    • d. naam en het adres van het erkende bedrijf aan wie is geleverd.

  • 4 Het erkende bedrijf aan wie wordt geleverd registreert bij de inontvangstneming van die kentekenplaten:

    • a. de gegevens, bedoeld in artikel, derde lid, onder a, b en c, en

    • b. de naam en het adres van het erkende bedrijf dat heeft geleverd.

  • 5 Als blanco-kentekenplaten zijn doorgeleverd, worden deze niet opnieuw doorgeleverd aan een ander erkende bedrijf lamineerder.

  • 6 De registraties, bedoeld in het derde en vierde lid, worden gedurende twee  jaar op de productieplaats bewaard.

§ 3.12. Erkenning kentekenplaatfabrikant

Artikel 35. Aanvrager

Een erkenning kentekenplaatfabrikant kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een productieplaats die geschikt is voor het fabriceren van kentekenplaten worden uitgevoerd.

Artikel 36. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

  • 1 Op de in artikel 12, eerste lid, van het besluit genoemde productieplaats:

    • a. is een overdekte en behoorlijk af te sluiten en goed verlichte ruimte die is voorzien van een passende verwarming;

    • b. is een goed afsluitbare ruimte, welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak, diefstal en brand biedt, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden worden afgesloten en bewaard. In de ruimte worden de blanco-kentekenplaten en kentekenplaten gescheiden van elkaar afgesloten en bewaard;

    • c. zijn middelen, waaronder ten minste een matrijzenset, een pers, een apparaat waarmee een keurmerk kan worden aangebracht en een hotprintmachine of verfwals. Deze middelen zijn deugdelijk en in goede staat van onderhoud.

  • 2 Het erkende bedrijf produceert geen platen die onvoldoende te onderscheiden zijn van officiële kentekenplaten.

Artikel 37. Bescherming van blanco-kentekenplaten en kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf draagt zorg voor een zodanige behandeling van blanco-kentekenplaten en kentekenplaten dat beschadiging of achteruitgang wordt voorkomen. Deze zorg strekt zich uit tot en met de afgifte van de kentekenplaten.

  • 2 Het erkende bedrijf voorkomt gebruik van blanco-kentekenplaten en kentekenplaten voor een ander doel dan waarvoor deze zijn bestemd.

  • 3 In geval van diefstal van blanco-kentekenplaten en kentekenplaten doet het erkende bedrijf daarvan aangifte bij een van de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen. Het erkende bedrijf stelt de Dienst Wegverkeer hiervan onmiddellijk op de hoogte en deelt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal.

Artikel 38. Vindplaats blanco-kentekenplaten en nog niet afgeleverde kentekenplaten

Het erkende bedrijf kan te allen tijde aangeven waar in ontvangst genomen blanco-kentekenplaten en de kentekenplaten die nog niet zijn afgeleverd, zich bevinden.

Artikel 39. Voorschriften productie

De uitoefening van de erkenning heeft slechts plaats vanaf de productieplaats waaraan de erkenning is toegekend.

Artikel 40. Ontvangst blanco-kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf neemt uitsluitend blanco-kentekenplaten in ontvangst van een erkende lamineerder, die zijn voorzien van het door de lamineerder aangebrachte lamineerderswaarmerk, indien dat is voorgeschreven. Het erkende bedrijf meldt, ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 70b, eerste lid, van de wet, bij de Dienst Wegverkeer binnen één week na de ontvangst van blanco-kentekenplaten die op grond van de Regeling kentekens en kentekenplaten voorzien zijn van een lamineercode, dat de blanco-kentekenplaten zijn ontvangen, op een door deze dienst te bepalen wijze.

  • 2 Een erkend bedrijf mag geen blanco-kentekenplaten doorleveren aan een ander erkend bedrijf kentekenplaatfabrikant of een erkend bedrijf lamineerder, tenzij hiervoor door de Dienst Wegverkeer toestemming is verleend.

Artikel 41. Eindcontrole en afgekeurde blanco-kentekenplaten of kentekenplaten

  • 1 Alvorens het erkende bedrijf overgaat tot aflevering van kentekenplaten controleert hij of deze voldoen aan de in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 gestelde eisen.

  • 2 Het erkende bedrijf maakt de blanco-kentekenplaten en kentekenplaten die beschadigd zijn, dan wel niet aan de eisen van de Regeling kentekens en kentekenplaten of de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 voldoen, binnen één week na constatering onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 3 Het erkende bedrijf meldt, ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 70b, eerste lid, van de wet, onmiddellijk het onbruikbaar maken van blanco-kentekenplaten en kentekenplaten die voorzien zijn van een lamineercode aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 42. Bewaarplicht afgekeurde blanco-kentekenplaten of kentekenplaten

Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de afgekeurde blanco-kentekenplaten of kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 41, derde lid, betrekking hebben.

Artikel 43. Afgifte kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf controleert bij de afgifte van de kentekenplaat dat het kenteken op de kentekenplaat overeenkomt met het kenteken zoals gemeld aan de Dienst Wegverkeer en met het kentekenbewijs, indien dat getoond moet worden.

  • 2 Het erkende bedrijf geeft kentekenplaten, bedoeld in artikel 41, eerste lid, slechts af conform de Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten.

  • 3 Onverminderd het tweede lid, geeft het erkende bedrijf kentekenplaten volgens het model 18.2A tot en met 18.2E van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten slechts af indien blijkens het kentekenregister toestemming is verleend voor het voeren van kentekenplaten volgens dat model.

  • 4 Onverminderd het tweede lid, geeft het erkende bedrijf donkerblauwe kentekenplaten slechts af indien aan de voorwaarden wordt voldaan volgens artikel 3, tweede lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten.

  • 5 Indien de Dienst Wegverkeer meldt dat er geen kentekenplaten mogen worden afgegeven, geeft het erkende bedrijf geen kentekenplaten voor het desbetreffende kenteken af.

  • 6 Bij de afgifte van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.17E, 30.7 en 30.8 voorziet het erkende bedrijf de kentekenplaten van een maandaanduiding. Aangeduid wordt het nummer van de lopende maand. Indien de afgifte plaatsvindt na de zevende dag van de lopende maand, wordt aangeduid het nummer van de lopende of de volgende maand.

Artikel 44. Aantal af te geven kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf geeft bij de afgifte van kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.14, 27.30A tot en met 27.31E, 30.1A tot en met 30.6 en 31.1 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten per kenteken:

    • a. één kentekenplaat af voor een motorrijtuig op twee of drie wielen met of zonder zijspanwagen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine;

    • b. twee kentekenplaten af voor een motorrijtuig op meer dan drie wielen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine;

    • c. één kentekenplaat af voor een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine, en

    • d. één kentekenplaat af voor een aanhangwagen.

  • 2 Indien een handelaarskentekenbewijs voor een motorrijtuig op twee of drie wielen met of zonder zijspanwagen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine, of voor een motorrijtuig op meer dan drie wielen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine wordt overgelegd, worden in afwijking van het eerste lid, ten minste één en ten hoogste vijf kentekenplaten afgegeven, met dien verstande dat van de modellen 27.11, 27.12 en 27.14 per model ten hoogste twee kentekenplaten worden afgegeven, en van model 27.13, ten hoogste één kentekenplaat wordt afgegeven.

  • 3 In afwijking van het eerste lid mogen per handelaarskentekenbewijs voor aanhangwagens ten hoogste drie bijbehorende handelaarskentekenplaten worden afgegeven, waarvan ten hoogste één per model van de modellen 27.11, 27.12 en 27.13.

  • 4 In afwijking van het eerste lid mogen per handelaarskentekenbewijs voor bromfietsen ten hoogste drie bijbehorende handelaarskentekenplaten worden afgegeven, waarvan ten hoogste één per model van de modellen 30.5, 30.6 en 31.5.

  • 5 In afwijking van het eerste lid mogen per handelaarskentekenbewijs voor een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine ten hoogste drie bijbehorende kentekenplaten worden afgegeven, waarvan ten hoogste één per model van de modellen 27.11, 27.12 en 27.13.

Artikel 45. Omwisseling van kentekenplaten met lamineercode

  • 1 In geval van omwisseling van kentekenplaten met een lamineercode mogen deze kentekenplaten worden afgegeven met hetzelfde kenteken en, indien aanwezig, dezelfde duplicaatcode.

  • 2 Het erkende bedrijf geeft de nieuwe kentekenplaten af nadat hij de om te wisselen kentekenplaten in ontvangst heeft genomen en heeft geregistreerd overeenkomstig artikel 48, eerste lid.

  • 3 In afwijking van artikel 44, eerste lid, mag voor een kenteken ingeval van omwisseling ten hoogste het aantal kentekenplaten worden afgegeven dat aan om te wisselen kentekenplaten in ontvangst is genomen.

  • 4 Het erkende bedrijf maakt de omgewisselde kentekenplaten binnen één dag onbruikbaar door deze doormidden te knippen. Het erkende bedrijf meldt de lamineercodes aan de Dienst Wegverkeer zoals bedoeld in artikel 48, eerste lid en bewaart de twee helften van de kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen betrekking hebben.

  • 5 In geval van omwisseling van kentekenplaten volgens de modellen 27.11 tot en met 27.14, 30.5, 30.6 en 31.5 dienen de af te geven kentekenplaten van hetzelfde model te zijn als de ingenomen kentekenplaten.

Artikel 46. Omwisseling van kentekenplaten in verband met taxigebruik of beëindiging daarvan

Bij omwisseling van kentekenplaten in verband met het voorgenomen gebruik van het voertuig als taxi dan wel in verband met de beëindiging van zodanig gebruik, is artikel 45 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de omwisseling slechts kan plaatsvinden per twee kentekenplaten.

Artikel 47. Vervanging van kentekenplaten met lamineercode

  • 1 Het erkende bedrijf voorziet bij vervanging, de kentekenplaten met een lamineercode van een door de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf gemelde duplicaatcode.

  • 2 Dit artikel is niet van toepassing op kentekenplaten van het model 18.2 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

  • 3 Handelaarskentekenplaten van de modellen 27.11 t/m 27.14, 30.5, 30.6 en 31.5 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten worden niet vervangen.

Artikel 48. Registratie in verband met afgifte

  • 1 Het erkende bedrijf meldt bij de afgifte van kentekenplaten, die voorzien behoren te zijn van een lamineercode, bij de Dienst Wegverkeer, ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 70b van de wet, de volgende gegevens:

    • a. het betrokken kenteken;

    • b. indien dat bewijs moet worden overgelegd: het documenttype, het nummer en het land van afgifte van het legitimatiebewijs van degene die de kentekenplaten in ontvangst neemt;

    • d. de lamineercodes van de afgegeven kentekenplaten

    • e. indien van toepassing: dienstenpasnummer en bedrijfsnummer of door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens;

    • f. de lamineercodes en indien van toepassing modellen en kleuren van de om te wisselen kentekenplaten, indien deze moeten zijn voorzien van een lamineercode;

    • g. indien de kentekenplaten zijn voorzien van een duplicaatcode: de duplicaatcode; en

    • h. de reden voor afgifte.

  • 2 Indien de lamineercode niet meer in zijn geheel aanwezig is op de kentekenplaat, mag, in afwijking van het eerste lid onder f, als de Dienst Wegverkeer hiervoor toestemming verleent, de melding zonder lamineercode worden gedaan.

Artikel 49. Doorleveren kentekenplaten

  • 1 Het erkende bedrijf mag kentekenplaten, niet zijnde blanco-kentekenplaten, volgens de modellen 1.1 tot en met 18.2E, 27.11, 27.12, 27.14, 27.30A tot en met 27.31E en kentekenplaten met de tekens van de modellen C1, indien uitgevoerd in kunststof, C2 en C3 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten, uitsluitend doorleveren aan een ander erkende bedrijf kentekenplaatfabrikant.

  • 2 Kentekenplaten zijn bij doorlevering, indien van toepassing, reeds voorzien van een duplicaatcode. Zij zijn niet voorzien van een merk als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten.

  • 3 Bij doorlevering als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 43, tweede, derde en vijfde lid, 44, 45, eerste lid, 46, en 47 van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Het erkende bedrijf meldt voorafgaand aan de doorlevering van kentekenplaten die voorzien behoren te zijn van een lamineercode, aan de Dienst Wegverkeer, ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 70b van de wet, de volgende gegevens:

    • a. de betrokken kentekens en, indien aanwezig, de duplicaatcodes;

    • b. de lamineercodes;

    • c. de hoeveelheid kentekenplaten;

    • d. de reden voor doorlevering;

    • e. de kentekenplaatfabrikant aan wie de kentekenplaten worden doorgeleverd.

  • 5 Het erkende bedrijf levert geen kentekenplaten door aan een ander erkend bedrijf, indien de Dienst Wegverkeer meldt dat er geen kentekenplaten mogen worden geleverd.

Artikel 50. Ontvangen doorgeleverde kentekenplaten

  • 1 Kentekenplaten die zijn doorgeleverd, mogen niet opnieuw worden doorgeleverd.

  • 2 Het erkende bedrijf aan wie de kentekenplaten zijn geleverd, dient de geleverde kentekenplaten bij afgifte te voorzien van een keurmerk als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten.

Artikel 51. Afgifte op andere locatie dan de productieplaats

  • 1 Het afgeven van kentekenplaten op een andere locatie dan de productieplaats, in afwijking van artikel 36, derde lid, mag uitsluitend worden verricht door een erkend bedrijf kentekenplaatfabrikant.

  • 2 Bij levering als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 43 tot en met 47 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 45, tweede lid.

  • 3 Voorafgaand aan de afgifte van kentekenplaten die voorzien behoren te zijn van een lamineercode, op een andere locatie dan de productieplaats, meldt het erkende bedrijf bij de Dienst Wegverkeer, op een door deze dienst te bepalen wijze, de volgende gegevens:

    • a. de betrokken kentekens en, indien aanwezig, de duplicaatcodes;

    • b. de lamineercodes, en;

    • c. de reden van afgifte.

  • 4 Het erkende bedrijf levert geen kentekenplaten op een andere locatie dan de productieplaats als de Dienst Wegverkeer meldt dat er geen kentekenplaten mogen worden geleverd.

  • 5 Op de dag van de afgifte van kentekenplaten op een andere locatie dan de productieplaats doet het erkende bedrijf de melding, bedoeld in artikel 48, eerste lid.

§ 3.13. Erkenning APK

§ 3.13.1. Algemeen

Artikel 52. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • adviespunt: in het kader van een keuring geconstateerd te verwachten gebrek;

  • afkeurpunt: in het kader van een keuring geconstateerd gebrek;

  • anonieme keuring: keuring als bedoeld in artikel 86a van de wet;

  • bevoegdheidspas: pas als bedoeld in artikel 111;

  • Regelgeving APK: via de website van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakte Regelgeving Algemene Periodieke Keuring die door de Dienst Wegverkeer is vastgesteld en geldig is op het moment van de keuring;

  • erkenning APK: erkenning om keuringsrapporten af te geven voor motorrijtuigen en aanhangwagens, als bedoeld in artikel 14 van het besluit;

  • exameninstantie: door de Minister aangewezen instantie als bedoeld in artikel 115 van de wet;

  • keuring: periodieke keuring als bedoeld in artikel 75 van de wet;

  • keuringseisen: op de desbetreffende voertuigcategorie toepasselijke permanente eisen in de Regeling voertuigen;

  • keuringsinstelling: keuringsinstelling als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen;

  • landbouw- en bosbouwtrekkers: landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen met een maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/h;

  • lichte voertuigen: motorrijtuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van minder dan of gelijk aan 3.500 kg;

  • onderzoeksgerechtigde: erkende onderneming of instelling als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen;

  • reparatiepunt: in het kader van een keuring gerepareerd gebrek;

  • reparatieadviespunt: in het kader van een keuring geconstateerd gebrek ten aanzien van de controlepunten opgenomen in bijlage 1;

  • resultaat van de keuring: goedkeuring dan wel afkeuring, alsmede eventuele adviespunten, reparatieadviespunten, reparatiepunten, afkeurpunten en opmerkingen inzake de uitvoering van de keuring;

  • spelingsdetector: inrichting om de wielophanging te controleren zonder de as op te tillen;

  • steekproef: steekproefsgewijze herkeuring als bedoeld in artikel 86 van de wet;

  • voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen: nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van Verordening (EU) 2019/631, die met ingang van 1 januari 2021 zijn geregistreerd en die zijn uitgerust met boordinstrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik overeenkomstig artikel 4 bis van Verordening (EU) 2017/1151;

  • werkelijke gegevens: gegevens, als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392;

  • zware voertuigen: motorrijtuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg.

§ 3.13.2. Aanvrager

Artikel 53. Aanvrager

  • 1 Een erkenning APK kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor één of meer in Nederland gevestigde keuringsplaatsen.

  • 2 Een erkenning APK kan worden verleend voor het afgegeven van keuringsrapporten voor:

    • a. zware voertuigen;

    • b. lichte voertuigen; of

    • c. landbouw- en bosbouwtrekkers.

  • 3 Een erkenning APK kan ook met beperkingen worden verleend, waaronder in ieder geval voor het uitsluitend afgeven van keuringsrapporten voor:

    • a. motorrijtuigen dan wel aanhangwagens;

    • b. motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een elektrische ontsteking;

    • c. motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een compressie-ontsteking die wel dan wel niet is voorzien van een roetfilter;

    • d. motorrijtuigen die wel dan wel niet zijn voorzien van een druklucht-remsysteem;

    • e. motorrijtuigen met een beperkte voertuiglengte; of

    • f. motorrijtuigen behorende tot het eigen wagenpark.

Artikel 54. Economische eenheid

  • 1 Als een erkenning wordt of is verleend voor het eigen wagenpark en een andere rechtspersoon of andere rechtspersonen in een zodanig verband tot een erkend bedrijf staan dat er sprake is van één economische eenheid, kunnen alle voertuigen van de desbetreffende economische eenheid worden beschouwd als voertuigen van het eigen wagenpark.

  • 2 Bij een erkenning, als bedoeld in het eerste lid, doet de exploitant onder opgave van de naam en het adres van die rechtspersoon of rechtspersonen, terstond na de verlening van de erkenning schriftelijk opgave hiervan aan de Dienst Wegverkeer. Het verband moet bij de Dienst Wegverkeer worden aangetoond door middel van een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel of een accountantsverklaring.

§ 3.13.3. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

§ 3.13.3.1. Gebouw en uitrusting

Artikel 55. Keuringsruimte

  • 1 De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming.

  • 2 De inrichting en afmetingen van de keuringsruimte zijn zodanig dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor de erkenning is verleend, in deze ruimte kunnen worden opgesteld zodat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn.

  • 3 Als een keuringsruimte bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen met verbrandingsmotor met een elektrische ontsteking en motorrijtuigen met een compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

  • 4 Als een keuringsruimte bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig die bestaat uit:

    • a. een afzuigventilator met voldoende capaciteit voor de te keuren voertuigen;

    • b. een afvoersysteem dat voorkomt dat uitlaatgassen in de keuringsruimte terecht kunnen komen;

    • c. een systeem dat ervoor zorgt dat de uitlaatgassen die door de roetmeter gaan eveneens worden afgevoerd, en

    • d. afvoerkanalen die bovenstaande onderdelen met elkaar verbinden waardoor de uitlaatgassen direct naar buiten worden afgevoerd.

  • 5 In afwijking van het vierde lid is in de keuringsruimte die uitsluitend is bestemd voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

  • 6 In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd.

  • 7 In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, geschikt voor het raadplegen van het kentekenregister, het afmelden van voertuigen en het bewaren van steekproefcontrolerapporten. In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, ten behoeve van het afdrukken van keuringsrapporten.

  • 8 Gezamenlijk gebruik van een keuringsruimte door meerdere erkende bedrijven is niet toegestaan.

Artikel 56. Inspectieput en hefinrichting

  • 1 In de keuringsruimte is een doelmatige inspectieput of hefinrichting aanwezig. Deze is geschikt voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning is verleend en is voorzien van een doelmatige verlichting. Wanneer niet duidelijk blijkt wat het draagvermogen van een hefinrichting is, wordt hiervoor door de fabrikant of een onafhankelijk instituut een verklaring overgelegd. Het erkende bedrijf stelt in dat geval deze verklaring op aanvraag ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer. Het draagvermogen wordt zichtbaar op de hefinrichting aangebracht.

  • 2 De inspectieput en de hefinrichting zijn zodanig uitgevoerd dat de APK-keurmeester in staat is de onderkant van een voertuig nagenoeg over de hele lengte rechtopstaand te inspecteren. Dit houdt in dat in een keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van:

    • a. zware voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,35 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,35 meter;

    • b. lichte voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,65 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,55 meter.

  • 3 De hefinrichting kan ten minste vier wielen van het voertuig ondersteunen. Een met steunpoten gecombineerde hefinrichting voldoet niet aan deze eis.

  • 4 De hefinrichting is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

  • 5 In afwijking van het eerste lid, hoeft er geen inspectieput of hefinrichting aanwezig te zijn in de keuringsruimte die uitsluitend wordt gebruikt voor APK landbouw- en bosbouwtrekkers. Indien in de keuringsruimte een inspectieput of hefinrichting aanwezig is, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing.

Artikel 57. Aangewezen plaats voor controle afstelling dimlichten en mistvoorlichten

  • 1 In de keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen is een aangewezen plaats aanwezig ten behoeve van de controle van de afstelling van dimlichten en mistvoorlichten. Deze aangewezen plaats is duidelijk gemarkeerd in de keuringsruimte en is voorzien van:

    • a. een horizontale vlakke vloer van voldoende afmetingen waarop gelijktijdig zowel het te keuren voertuig als het koplamptestapparaat kan worden geplaatst;

    • b. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop gelijktijdig het koplamptestapparaat en het te keuren voertuig kan worden geplaatst; of

    • c. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop het te keuren voertuig kan worden geplaatst met voor de hefinrichting een horizontale vlakke vloer of rails. De vloer of de rails bevinden zich in hetzelfde horizontale vlak als de hefinrichting. De rails bevinden zich haaks op de rijplaten van de hefinrichting.

  • 2 Als het koplamptestapparaat is ontworpen voor uitsluitend gebruik op rails moeten deze rails aanwezig zijn en zich in hetzelfde horizontale vlak als de vloer of hefinrichting bevinden.

  • 3 De keuringsruimte voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers is geschikt voor de controle van de afstelling van de dimlichten, bedoeld in artikel 113 van bijlage VIII bij de Regeling voertuigen.

§ 3.13.3.2. Apparatuur keuringsruimte

Artikel 58. Apparatuur algemeen

In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

  • a. een doelmatige krik die voldoende draagvermogen heeft om van de voertuigen van de groep waarvoor de erkenning is verleend, de wielen van de voorste as gelijktijdig en de wielen van de achterste as afzonderlijk op zodanige wijze te kunnen heffen, dat deze vrij kunnen draaien;

  • b. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;

  • c. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van:

    • i. ten minste 12,00 meter voor het afgeven van keuringsbewijzen voor lichte voertuigen;

    • ii ten minste 20,00 meter voor het afgeven van keuringsbewijzen voor zware voertuigen of landbouw- of bosbouwtrekkers.

    Als een erkend bedrijf uitsluitend keuringsbewijzen afgeeft voor voertuigen met een beperkte lengte, heeft de meetband tenminste dezelfde lengte als de toegestane voertuiglengte;

  • d. een doelmatige schuifmaat die is voorzien van een meetstift voor dieptemeting;

  • e. basisgereedschap voor de controle op het vastzitten van nagels en bouten en andere verbindingen, te weten een set steek- en ringsleutels, schroevendraaiers en een hamer, alsmede een bolkophamertje voor de controle op corrosie;

  • f. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;

  • g. hulpmiddelen om speling in voertuigonderdelen zichtbaar te maken, zoals een bandijzer, wielbewegingsapparaat of een koevoet;

  • h. een rollenremtestbank of platenremtestbank, die voldoet aan de in artikel 64 gestelde eisen. Voor APK landbouw- en bosbouwtrekkers is een rollenrembanktest of een zelfregistrerende remvertragingsmeter aanwezig. Voor APK zware voertuigen is in elk geval een rollenremtestbank aanwezig. Het draagvermogen van een rollenremtestbank of platenremtestbank is voldoende voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning wordt of is verleend;

  • i. een doelmatige bandenprofieldieptemeter, met verende meetstift en een meetnauwkeurigheid van 0,1 mm.

Artikel 59. Apparatuur voor specifieke groep voertuigen

Naast de in artikel 58 genoemde apparatuur is, afhankelijk van de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt of is verleend, tevens de volgende apparatuur aanwezig die voldoet aan de in artikel 60 gestelde eisen:

  • a. voor zware voertuigen en lichte voertuigen:

    • 1°. een koplamptestapparaat;

    • 2°. een pedaalkrachtmeter; deze is niet verplicht in geval van een vóór 1 maart 2000 afgegeven erkenning voor het eigen wagenpark en in geval van een erkenning die uitsluitend geldt voor het keuren van voertuigen die zijn voorzien van een druklucht-remsysteem;

    • 3°. een apparaat om LPG-, CNG- of LNG-lekkages op te sporen;

    • 4°. een universele toerenteller; en

    • 5°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden;

  • b. voor zware voertuigen:

    • 1°. twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten;

    • 2°. een stalen rei met een lengte van ten minste 0,90 m;

    • 3°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; en

    • 4°. een spelingsdetector;

  • c. voor lichte voertuigen:

    • 1°. een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem;

    • 2°. een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface, ten behoeve van het uitlezen van de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer.

  • d. voor landbouw- en bosbouwtrekkers:

    • 1°. de apparatuur genoemd in onderdeel a, onder 1°, 2° en 3°;

    • 2°. de apparatuur genoemd in onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°;

    • 3°. een hydraulische manometer met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor hydraulische aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in hydraulische remsystemen kan worden gemeten;

  • e. voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een roetmeter en olietemperatuurmeter;

  • f. voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een deeltjesteller;

  • g. voor motorrijtuigen die zijn voorzien van een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een uitlaatgastester met lambda-bepaling;

  • h. voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een vangmuilkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1°.

  • i. voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een schotelkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°.

Artikel 60. Eisen aan apparatuur

  • 1 Ten aanzien van roetmeters, deeltjestellers, manometers, pedaalkrachtmeters, rollenremtestbanken, platenremtestbanken, remvertragingsmeters en uitlaatgastesters met lambda-bepaling, beschikt een erkend bedrijf over:

    • a. een geldig certificaat van eerste keuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen dan wel, in geval van uitlaatgastesters met lambda-bepaling, de documenten als bedoeld in artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen; of

    • b. een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen dan wel, in geval van uitlaatgastesters met lambda-bepaling, een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen indien de documenten als bedoeld in artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen langer dan twaalf maanden geleden zijn afgegeven.

  • 2 Het certificaat van eerste keuring en het certificaat van herkeuring zijn afgegeven door een keuringsinstelling dan wel een onderzoeksgerechtigde.

  • 3 Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde meetmiddelen beschikt de aanvrager van een erkenning over een handleiding in de Nederlandse taal als bedoeld in artikel 8.3.6 van de Regeling voertuigen.

  • 4 Een koplamptestapparaat voldoet aan artikel 8.4.110 van de Regeling voertuigen en is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal, waarin ten minste vermeld is een procedure voor het gebruik van het koplamptestapparaat.

  • 5 De in artikel 55, derde lid, bedoelde afzuiginstallatie ten behoeve van de roetmeting is voorzien van een goedkeuring, afgegeven door een keuringsinstelling.

  • 6 Een niet in de roetmeter geïntegreerde toerenteller voldoet aan artikelen 8.4.15 en 8.4.16 van de Regeling voertuigen en is voorzien van:

    • a. CE-markering met een aanvullende metrologische markering; en

    • b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de toerenteller.

  • 7 Een olietemperatuurmeter voldoet aan artikelen 8.4.20, 8.4.21 en 8.4.22 van de Regeling voertuigen en is voorzien van:

    • a. een CE-markering met een aanvullende metrologische markering, voor zover het een elektronische olietemperatuurmeter betreft, en

    • b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de olietemperatuurmeter.

  • 8 Een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem moet:

    • a. over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker) beschikken;

    • b. kunnen communiceren met het in het voertuig aanwezige emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem en minimaal de modus 03 ondersteunen;

    • c. de volgende protocollen ondersteunen:

      • i. ISO 9141-2;

      • ii. ISO/DIS 11519-4 PWM dan wel SAE J1850 PWM;

      • iii. ISO/DIS 11519-4 VPW dan wel SAE J1850 VPW;

      • iv. ISO/DIS 14230-4; en

      • v. ISO/DIS 15765-4.

    • d. de status van de in het voertuig aanwezige waarschuwingsinrichting (MIL) kunnen weergeven;

    • e. de status van de readiness-test kunnen weergeven;

    • f. de aanwezige fouten in de in ISO 15031-6 vastgestelde codering kunnen weergeven;

    • g. voorzien zijn van CE-markering;

    • h. voorzien zijn van een handleiding in de Nederlandse taal waarin ook de ondersteunde communicatieprotocollen zijn beschreven. Indien de communicatieprotocollen niet zijn beschreven in de handleiding mogen deze zijn beschreven in een bij het uitleesapparaat behorende fabrikantenverklaring.

  • 9 Een spelingsdetector is uitgerust met twee elektrisch bediende platen, die in tegenovergestelde richting kunnen bewegen, zowel in de lengte- als in de dwarsrichting, waarvan:

    • a. de beweging door de bediener vanuit de controlepositie kan worden beheerst,

    • b. de bewegingsruimte in de lengte- en in de dwarsrichting ten minste 95 mm is,

    • c. bewegingssnelheid in de lengte- en in de dwarsrichting 5 tot 15 cm/s bedraagt.

  • 10 Een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface zoals bedoeld in artikel 59, onderdeel c:

    • a. beschikt over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker);

    • b. is voorzien van CE-markering;

    • c. is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal; en

    • d. kan verbinding maken met het door de Dienst Wegverkeer opgegeven protocol benodigd voor de overdracht van de uitgelezen werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer.

  • 11 De in dit artikel genoemde documenten en markeringen zijn steeds aanwezig in de keuringsruimte.

  • 12 Wijzigingen ten aanzien van de in dit artikel genoemde apparatuur en ten aanzien van de afgifte van een certificaat van herkeuring of goedkeuring worden terstond gemeld aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 61. Deugdelijkheid en goede staat apparatuur

De apparatuur, bedoeld in de artikelen 58 en 59, is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

§ 3.13.3.3. Inrichting

Artikel 62. Kenbaarheid erkend bedrijf APK

De eis van kenbaarheid van het erkende bedrijf, bedoeld in artikel 5, geldt niet voor keuringsplaatsen waarvan in het erkenningsbesluit is vastgelegd dat de erkenning alleen geldt voor voertuigen die behoren tot het eigen wagenpark.

Artikel 63. Verplaatsing apparatuur

  • 1 Na verwijdering van de rollenremtestbank of de platenremtestbank van zijn fundering waaraan hij was bevestigd teneinde te worden herplaatst op dezelfde plaats of een andere plaats, wordt wederom een certificaat van eerste keuring dan wel herkeuring afgegeven en is de verzegeling aan de fundering aangebracht.

  • 2 Na verplaatsing van de nulemissie-eenheid naar een andere keuringsplaats, moet wederom een certificaat van eerste keuring, dan wel herkeuring worden afgegeven.

§ 3.13.3.4. Voorschriften ten aanzien van de rapportage aan de Dienst Wegverkeer

Artikel 64. Doorgeven tellerstand

Aan een op grond van artikel 23k van het Besluit voertuigen bestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer door middel van de voorziening, bedoeld in artikel 55, zevende lid.

Artikel 65. Uitlezen voertuigidentificatienummer en werkelijke gegevens gebruik

  • 1 Het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens van voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen worden uitgelezen en verstrekt aan de Dienst Wegverkeer, tenzij:

    • a. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of

    • b. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden.

  • 2 Het uitlezen en verstrekken van het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens vindt plaats gedurende een periode van maximaal 15  jaar en vangt aan vanaf de datum waarop de werkelijke gegevens voor het eerst aan het Europees Milieuagentschap worden gerapporteerd.

§ 3.13.3.5. Voorschriften administratie en bescheiden

Artikel 66. Administratie en bescheiden

  • 1 Van het steekproefcontrolerapport wordt ten minste gedurende twee  jaar een afschrift bewaard. Op dit afschrift worden geen wijzigingen aangebracht.

  • 2 Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de genoemde bescheiden en de controlelijsten desgevraagd onverwijld aan een functionaris van de Dienst Wegverkeer ter inzage gegeven of ter inzage opgestuurd.

  • 3 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de aan hem ten behoeve van datacommunicatie verstrekte code niet toegankelijk is voor onbevoegden.

  • 4 De Regelgeving APK alsmede de vereiste certificaten en handleidingen zijn goed geordend aanwezig.

  • 5 Het erkende bedrijf vermeldt op de factuur bij afgifte van een keuringsrapport het door hem ingevolge artikel 4aug van de wet, aan de Dienst Wegverkeer verschuldigde tarief.

  • 6 Foutief ingevulde of onbruikbaar geworden afdrukken van keuringsrapporten worden vernietigd.

§ 3.13.3.6. Doorgeven wijzigingen

Artikel 67. Wijzigingen

  • 1 Indien zich wijzigingen voordoen in de samenstelling van de economische eenheid als bedoeld in artikel 54 worden deze door het erkende bedrijf schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld.

  • 2 Indien als gevolg van een wijziging, als bedoeld in artikel 4, de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning APK is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten van het systeem als bedoeld in artikel 75 en eventuele opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon.

  • 3 Wijziging en uitbreiding van een erkenning is niet mogelijk indien de erkenning op grond van artikel 4auh van de wet is ingetrokken.

§ 3.13.4. Voorschriften keuringen

§ 3.13.4.1. Algemene keuringsvoorschriften

Artikel 68. Algemene keuringsvoorschriften

  • 1 Keuringen worden slechts verricht door een APK-keurmeester in de keuringsruimte waarvoor de erkenning geldt.

  • 2 In de keuringsruimte worden slechts keuringen verricht van voertuigen waarvoor de erkenning geldt.

  • 3 Het erkende bedrijf stelt een actuele versie van de Regelgeving APK beschikbaar aan de APK-keurmeester.

  • 4 De keuring wordt verricht in een keuringsruimte met behulp van de vereiste apparatuur, genoemd in paragraaf 3.13.3.2. Van deze eis kan worden afgeweken indien volgens de wijze van keuren zoals vermeld in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen een rij- of remproef buiten de keuringsruimte wordt uitgevoerd, mits de buitentemperatuur binnen het temperatuurgebied van de verplichte apparatuur ligt.

  • 5 Bij de keuring wordt het voertuig tevens gecontroleerd aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen reparatieadviespunten.

§ 3.13.4.2. Voorschriften keuring, steekproef en anonieme keuring

Artikel 69. Keuring

  • 1 Als bij een erkend bedrijf een keuringsrapport wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats.

  • 2 Er wordt geen keuring verricht voordat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van:

    • a. het voor het voertuig opgegeven kenteken;

    • b. het identificatienummer van het ter keuring aangeboden voertuig; en

    • c. de datum eerste toelating van het voertuig.

  • 3 Als in het kentekenregister of op het kentekenbewijs bij bijzonderheden is vermeld ‘Taxi, zie goedkeuringsdocument’ of ’OV-auto, zie goedkeuringsdocument’, wordt er geen keuring verricht voordat door de aanvrager het goedkeuringsdocument als bedoeld in artikel 3.15, tweede en derde lid, van de Regeling voertuigen is overgelegd.

  • 4 Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuringsrapport wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien:

    • a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn;

    • b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister;

    • c. blijkens het kentekenregister de beperkte inschrijvingsduur van de tenaamstelling verstreken is, waardoor de tenaamstelling ingevolge artikel 51a, vijfde lid, van de wet, is vervallen.

  • 5 Als het voertuig is voorzien van een kenteken bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers, wordt er geen keuring verricht voordat door de aanvrager de voor het voertuig afgegeven kentekencard, dan wel het kentekenbewijs is overgelegd.

  • 6 In geval van een aanvraag voor een keuringsrapport voor voertuigen waarbij het om technische redenen als bedoeld in artikel 58, vijfde lid, van bijlage VIII van de Regeling voertuigen, niet mogelijk is het voertuig op een rollenremtestbank of platenremtestbank te remmen, dient een deugdelijke, goed functionerende remvertragingsmeter in de keuringsruimte aanwezig te zijn, waarvoor een geldig certificaat van eerste keuring of herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen is afgegeven.

Artikel 70. Resultaat van de keuring en keuringsrapport

  • 1 Het resultaat van elke keuring wordt door de APK-keurmeester schriftelijk vastgelegd op het keuringsrapport. Onmiddellijk na de keuring wordt het resultaat door de APK-keurmeester gemeld aan de Dienst Wegverkeer.

  • 2 Voor dit keuringsrapport wordt gebruikgemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model keuringsrapport, dat bekend is gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 71. Afmelden voertuig en afgegeven keuringsrapport

  • 1 Na afloop van elke keuring wordt het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid in acht genomen voordat een keuringsrapport wordt afgegeven aan de aanvrager van een keuring.

  • 2 Het voertuig wordt na authenticatie door de APK-keurmeester bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens:

    • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas van de APK-keurmeester;

    • b. het kenteken van het voertuig;

    • c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten;

    • d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen kilometerstand van het voertuig;

    • e. het resultaat van de keuring;

    • f. ten aanzien van de voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen, de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer, tenzij:

      • 1°. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of

      • 2°. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden.

  • 3 Na acceptatie van de afmelding wordt weergegeven:

    • 1°. de transactiecode en het tijdstip van de afmelding;

    • 2°. indien het voertuig is goedgekeurd: tevens een nieuwe vervaldatum;

    • 3°. indien het voertuig aan een steekproef moet worden onderworpen: tevens de einde wachttijd van de steekproef;

  • 4 Op het keuringsrapport wordt schriftelijk vermeld:

    • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en het bepaalde in de onderdelen b en c;

    • b. de afgelezen kilometerstand indien het voertuig is voorzien van een kilometerteller;

    • c. het resultaat van de keuring;

    • d. de transactiecode, en uitsluitend indien de schriftelijke invulling rechtstreeks plaatsvindt uit het door de Dienst Wegverkeer bijgehouden kentekenregister de tekst ‘afdruk RDW’;

    • e. indien het voertuig is goedgekeurd de vervaldatum, waarbij de maand van de vervaldatum voluit in letters is geschreven;

    • f. indien het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen de einde wachttijd van de steekproef;

    • g. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van het erkende bedrijf.

  • 5 Voordat hij het keuringsrapport ondertekent, gaat de APK-keurmeester na of het rapport volledig is ingevuld.

  • 6 Een APK-keurmeester meldt niet meer dan vier voertuigen per zestig minuten af.

  • 7 Het keuringsrapport wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven als het voertuig niet aan een steekproef wordt onderworpen.

  • 8 Als het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, deelt het erkende bedrijf dit aan de aanvrager mede en houdt het erkende bedrijf het keuringsrapport onder zich voor een periode van ten hoogste negentig minuten, vanaf het tijdstip van afmelding.

Artikel 72. Aantal steekproeven

Het aantal voertuigen, bedoeld in artikel 86, eerste lid, van de wet, dat na een verrichte keuring steekproefsgewijs aan een herkeuring wordt onderworpen, bedraagt ten minste zevenentwintig van elke duizend voertuigen.

Artikel 73. Verplichtingen bij een steekproef

  • 1 Er worden gedurende negentig minuten na het tijdstip van afmelding geen wijzigingen aangebracht in de staat van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen. Er worden met betrekking tot een dergelijk voertuig ook geen metingen verricht.

  • 2 Het erkende bedrijf wijst de eigenaar of houder van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen erop dat deze verplicht is het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden.

  • 3 Voorafgaande aan de steekproefherkeuring wordt het keuringsrapport door het erkende bedrijf of de APK-keurmeester aan de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer overhandigd. Als artikel 69, derde lid, van toepassing is, overhandigt het erkende bedrijf of de APK-keurmeester ook het in dat artikellid bedoelde goedkeuringsdocument.

  • 4 Aan een steekproef wordt alle medewerking verleend en de terzake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen worden in acht genomen. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:

    • a. bij uitsluiting de APK-keurmeester die het voertuig aan een keuring heeft onderworpen, aanwezig is vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan en zelf feitelijke assistentie verleent bij het uitvoeren van de steekproef;

    • b. het voertuig niet van de keuringsruimte wordt verwijderd gedurende de steekproef;

    • c. de desbetreffende ruimte en apparatuur gedurende de steekproef beschikbaar worden gesteld.

  • 5 Als bij de steekproef wordt vastgesteld dat het voertuig niet voldoet aan de keuringseisen, het voertuig onterecht is af- of goedgekeurd, het keuringsrapport onjuist of onvolledig is ingevuld of indien wordt geconstateerd dat de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen, wordt door de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer een steekproefcontrolerapport opgemaakt dat door deze wordt ondertekend alsmede door de APK-keurmeester.

Artikel 74. Voertuig dat keuringsruimte verlaat tijdens steekproef

  • 1 Als de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen met het betreffende voertuig de keuringsruimte verlaat, wordt dit onverwijld door de APK-keurmeester aan de Dienst Wegverkeer gemeld. Een eventuele goedkeuring van het betreffende voertuig wordt door de Dienst Wegverkeer ingetrokken en dat voertuig kan niet meer worden afgemeld.

  • 2 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen in het geval, bedoeld in het eerste lid, op de hoogte is gesteld van de verplichting om een nieuwe aanvraag van een keuringsrapport bij de Dienst Wegverkeer in te dienen.

§ 3.13.5. Toezicht

Artikel 75. Bonus- en strafpunten

  • 1 De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op het erkende bedrijf of de APK-keurmeester een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 2 Als een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning of een keuringsbevoegdheid wordt gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 76. Anonieme keuringen

De Dienst Wegverkeer kan steekproefsgewijs anonieme keuringen uitvoeren door middel van het ter keuring aanbieden van een voertuig, in het kader van het toezicht op de erkenning en het verrichten van keuringen.

Artikel 77. Reikwijdte wijziging, schorsing of intrekking erkenning

  • 1 Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in artikel 4auh, zesde lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt.

Artikel 78. Wijziging, schorsing of intrekking voor bepaalde groep voertuigen

De in artikel 4auh, zesde lid van de wet bedoelde wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning kan, als de erkenningseis of het erkenningsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt blijven tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen.

§ 3.14. Erkenning wijziging goedkeuring voertuigen

Artikel 79. Begripsbepalingen

  • werkplaats: perceel of enkele kadastraal aangrenzende percelen waarop een erkend bedrijf wijziging goedkeuring voertuigen zijn werkzaamheden verricht met daarop een werkruimte. De werkruimte kan bestaan uit één of meer besloten ruimten gelegen in één gebouw, dan wel in verscheidene belendende of nagenoeg belendende gebouwen, bedoeld om deel uit te maken van een werkplaats.

§ 3.14.1. Aanvrager van de erkenning

Artikel 80. Aanvrager

  • 1 Een erkenning wijziging goedkeuring voertuigen kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een of meer ondernemingen waar bedrijfsmatig wijzigingen in de goedkeuring van geregistreerde voertuigen worden uitgevoerd.

  • 2 De aanvrager dient te beschikken over:

    • a. Een goedgekeurd rapport van de Dienst Wegverkeer waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende in staat is seriematige wijzigingen in voertuigen uit te voeren.

    • b. Ten minste één door de Dienst Wegverkeer afgegeven geldige toestemming voor een seriematige wijziging van voertuigen.

§ 3.14.2. Eisen aan de erkenning

§ 3.14.2.1. Seriematige wijziging

Artikel 81. Seriematige wijziging

  • 1 De erkenning is alleen geldig voor de seriematige wijzigingen waarvoor toestemming is verleend door de Dienst Wegverkeer.

  • 2 Een erkend bedrijf heeft tenminste één geldige toestemming voor een seriematige wijziging.

Artikel 82. Elementen seriematige wijziging

  • 1 Een aanvraag voor een seriematige wijziging bevat de volgende elementen:

    • a. het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;

    • b. het merk van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;

    • c. indien beschikbaar, de handelsbenaming van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;

    • d. de voertuigcategorie van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;

    • e. naam en adres van het erkende bedrijf; en

    • f. een omschrijving van de seriematige wijziging, waaronder in ieder geval:

      • 1°. overige relevante voertuiggegevens van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;

      • 2°. de wijziging die wordt aangebracht, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

  • 2 Een seriematige wijziging kan meerdere voertuigtypes, merknamen of handelsbenamingen bevatten, mits een basisvoertuig dat wordt gebruikt bij die seriematige wijziging is typegoedgekeurd op grond van de dezelfde goedkeuringscertificaten of testrapporten.

Artikel 83. Verlening toestemming seriematige wijziging

  • 1 Voordat toestemming, als bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, wordt verleend, stelt het erkende bedrijf één of meerdere voertuigen van het voertuigtype waarop een seriematige wijziging betrekking heeft en waarvoor toestemming wordt aangevraagd, ter beoordeling beschikbaar aan de Dienst Wegverkeer. Een toestemming wordt verleend als de ter beschikking gestelde exemplaren voldoen aan de eisen van wijziging in de goedkeuring van voertuigen uit hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

  • 2 Bij het verlenen van toestemming krijgt de seriematige wijziging een uniek WGV-nummer.

§ 3.14.2.2. Eisen aan de werkplaats

Artikel 84. Werkplaats

  • 1 Het erkende bedrijf beschikt over een werkplaats bestemd voor de uitvoering van de werkzaamheden.

  • 2 Op de werkplaats is een ruimte die, afhankelijk van de in de erkenning opgenomen voertuigcategorie, voorzien is van een doelmatige inspectieput of hefinrichting, die geschikt is voor deze gewijzigde voertuigen, en van doelmatige verlichting.

  • 3 De ruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming.

  • 4 Op de werkplaats kan de administratie behoorlijk worden uitgevoerd.

Artikel 85. Apparatuur

  • 1 In de ruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

    • a. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;

    • b. basisgereedschap voor de uitvoering van de wijzigingen aan voertuigen; en

    • c. alle noodzakelijke apparatuur en meetmiddelen voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor elke seriematige wijziging waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, is verleend.

  • 2 De apparatuur is deugdelijk, verkeert in een goede staat van onderhoud en is, indien noodzakelijk, voorzien van geldige ijkcertificaten afgegeven door een geaccrediteerd meetinstituut.

§ 3.14.2.3. Erkenningsvoorschriften

Artikel 86. Maatregelen en procedures voor effectieve controle

  • 1 Het erkende bedrijf beschikt over een adequaat systeem van maatregelen en procedures voor een effectieve controle van de werkzaamheden om zeker te stellen dat de uitvoering van de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend, overeenstemmen met hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

  • 2 Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor het invoeren van en het op peil houden van het kwaliteitssysteem.

  • 3 Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de aan de erkenning verbonden voorschriften en het nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de voorschriften wordt voldaan.

Artikel 87. Technische verandering in seriematige wijziging

Wanneer een erkend bedrijf voornemens is een technische verandering aan te brengen in de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend, moet deze hiervan vooraf melding doen aan de Dienst Wegverkeer. De Dienst Wegverkeer beoordeelt vervolgens of er voor de seriematige wijziging opnieuw toestemming, als bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, dient te worden verkregen door het erkende bedrijf.

Artikel 88. Uitvoeren van wijzigingen in goedkeuring voertuig

Het erkende bedrijf dient voor elk gewijzigd voertuig vast te stellen dat aangebrachte wijzigingen, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen, geheel overeenstemmen met de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend.

Artikel 89. Ombouwverklaring

  • 1 Als een wijziging als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen is aangebracht wordt voor elk gewijzigd voertuig een ombouwverklaring, conform het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model, compleet en volledig ingevuld.

  • 2 De ombouwverklaring wordt onmiddellijk na de wijziging aan de Dienst Wegverkeer toegezonden.

§ 3.14.2.4. Administratie

Artikel 90. Administratie

  • 1 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat:

    • a. de relevante regelgeving, voorschriften, specificaties en documentatie betreffende de toe te passen materialen en onderdelen binnen het erkende bedrijf beschikbaar en toegankelijk zijn voor het personeel;

    • b. de administratie doelmatig en deugdelijk is, waardoor voldoende inzicht wordt geboden in de verschillende fasen die het voertuig tijdens en na fabricage van de wijziging doorloopt, en

    • c. de administratie omtrent geproduceerde wijzigingen in de goedkeuring van voertuigen ten minste 10 jaar beschikbaar blijft.

§ 3.15. Erkenning gasinstallaties

Artikel 91. Begripsbepalingen

  • 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    • keuring: keuring als bedoeld in artikel 98 van de wet;

    • keuringseisen: voor de desbetreffende voertuigcategorie geldende goedkeuringseisen als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet;

    • opnamekaart gasinstallatie: bewijs volgens een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model dat de gasinstallatie overeenkomstig deze regeling is gekeurd;

    • Regelgeving keuring gasinstallatie: editie van het boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie of de via de website van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakte Regelgeving keuring gasinstallatie die door de Dienst Wegverkeer is vastgesteld en geldig is op het moment van de keuring;

    • steekproef: steekproefsgewijze herkeuring.

  • 2 Artikel 1.3 van de Regeling voertuigen is van overeenkomstige toepassing.

§ 3.15.1. Aanvrager erkenning gasinstallaties

Artikel 92. Aanvrager erkenning

Een erkenning gasinstallaties kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die exploitant is van een of meer keuringsplaatsen.

§ 3.15.2. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

§ 3.15.2.1. Keuringsruimte en uitrusting

Artikel 93. Keuringsruimte

  • 1 In de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties is artikel 55, eerste, tweede, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorziening die conform het zevende lid aanwezig is ten behoeve van afdrukken van keuringsrapporten, wordt gebruikt ten behoeve van het afdrukken van opnamekaarten gasinstallatie.

  • 2 In de in het eerste lid bedoelde ruimte is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen en andere gassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

Artikel 94. Inspectieput of hefinrichting

Op de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties zijn de artikelen 56, eerste, tweede en vierde lid, en 57 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester, bedoeld in artikel 56, wordt verstaan: LPG-technicus.

§ 3.15.2.2. Apparatuur

Artikel 95. Apparatuur keuringsruimte

  • 1 In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

    • a. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;

    • b. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van voldoende lengte;

    • c. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;

    • d. een koplamptestapparaat;

    • e. een universele toerenteller;

    • f. een uitlaatgastester met lambda-bepaling;

    • g. een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm koolwaterstoffen gedetecteerd kan worden; en

    • h. basisgereedschap voor de keuring van de inbouw van een gasinstallatie.

  • 2 Op de apparatuur zijn de artikelen 60, eerste tot en met zesde lid, en 61 van toepassing.

§ 3.15.2.3. Algemene voorschriften

Artikel 96. Erkenningsvoorschriften

  • 1 Het erkende bedrijf verricht de keuring van gasinstallaties met inachtneming van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen en maakt gebruik van de in artikel 95 vermelde apparatuur.

  • 2 De keuring van gasinstallaties vindt slechts plaats in de keuringsruimte waarvoor de erkenning is verleend.

  • 3 Keuringen worden slechts verricht door een LPG-technicus in de keuringsruimte waarvoor de erkenning geldt.

  • 4 De Regelgeving keuring gasinstallatie wordt door het erkende bedrijf beschikbaar gesteld aan de LPG-technicus.

Artikel 97. Doorgeven tellerstand

Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

§ 3.15.3. Voorschriften met betrekking tot de keuring

Artikel 98. Aanwezigheid documenten

  • 1 De LPG-technicus controleert alvorens hij aan zijn werkzaamheden begint of hij de beschikking heeft over de Regelgeving keuring gasinstallatie.

  • 2 Bij keuring van:

    • a. een G3-installatie is de G3-fabrikantenverklaring aanwezig;

    • b. een installatie volgens VN/ECE-reglement 115 is de inbouwhandleiding en een afschrift van de VN/ECE-goedkeuring aanwezig.

Artikel 99. Keuringsvoorschriften

  • 1 Als bij het erkende bedrijf een keuring van een gasinstallatie wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats.

  • 2 Er wordt geen keuring verricht voordat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van:

    • a. het voor het voertuig opgegeven kenteken;

    • b. het voertuigidentificatienummer van het ter keuring van de gasinstallatie aangeboden voertuig.

  • 3 Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuring van een gasinstallatie wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen als:

    • a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn;

    • b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister;

    • c. in geval van een tenaamstelling met een beperkte geldigheidsduur als bedoeld in artikel 40a van het Kentekenreglement, de tenaamstelling is vervallen;

    • d. het aantal cilinders van de motor in het voertuig niet overeenkomt met het aantal cilinders vermeld in het kentekenregister.

  • 4 Als het raadplegen van de voertuiggegevens als gevolg van een storing in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk, als bedoeld in artikel 55, zevende lid, niet mogelijk is, wordt niet tot keuring van de gasinstallatie overgegaan.

  • 5 Indien het voertuig is voorzien van kentekenplaten dient het kenteken vermeld op de kentekenplaten overeen te komen met het kenteken zoals vermeld in het kentekenregister. Is dit niet het geval, dan wordt de aanvrager van de keuring doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.

  • 6 Het voertuigidentificatienummer dient zonder demontage van onderdelen van de gasinstallatie leesbaar te zijn. Is dit niet mogelijk, dan wordt de aanvrager doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.

Artikel 100. Controle op lekkage

Het voertuig wordt onmiddellijk na binnenkomst in de keuringsruimte op lekkage gecontroleerd.

Artikel 101. Keuringsvereisten

  • 1 Tijdens de keuring van de gasinstallatie wordt met gebruikmaking van de apparatuur, als bedoeld in artikel 99, vastgesteld of het voertuig, inclusief de gasinstallatie, voldoet aan de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.

  • 2 Indien in het kentekenregister het veld van de datum eerste toelating niet is gevuld dan geldt de dag van keuring als datum eerste toelating voor de toepassing van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.

Artikel 102. Afmelden

  • 1 Na afloop van elke keuring, als bedoeld in artikel 99, wordt het bepaalde in het tweede tot en met zesde lid in acht genomen, alvorens de opnamekaart gasinstallatie af te geven aan de aanvrager.

  • 2 Het voertuig wordt na authenticatie door de LPG-technicus bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens:

    • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas van de LPG-technicus;

    • b. het kenteken van het voertuig;

    • c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten;

    • d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen tellerstand;

    • e. als de keuring van de gasinstallatie de inbouw van een LPG-installatie betreft:

      • 1°. het merk en typegoedkeuringsnummer van de LPG-installatie;

      • 2°. de totale inhoud van de aanwezige LPG-tanks.

  • 3 Op de opnamekaart gasinstallatie moet schriftelijk worden vermeld:

    • a. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a tot en met e;

    • b. als het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, het einde van de wachttijd van de steekproef;

    • c. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van het erkende bedrijf;

    • d. de transactiecode.

  • 4 Voordat de opnamekaart gasinstallatie wordt ondertekend, wordt door de LPG-technicus nagegaan of de opnamekaart gasinstallatie volledig is ingevuld.

  • 5 De opnamekaart gasinstallatie wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven indien de gasinstallatie niet aan een steekproef wordt onderworpen.

  • 6 Voor de opnamekaart gasinstallatie wordt gebruikt gemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model opnamekaart gasinstallatie, zoals bekend gemaakt in de Staatscourant.

§ 3.15.4. Toezicht

Artikel 103. Toezicht

  • 1 In het kader van het toezicht kan de Dienst Wegverkeer steekproefsgewijs een herkeuring uitvoeren van de in het voertuig aangebrachte gasinstallatie.

  • 2 Op steekproeven zijn artikel 73 en 74 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester wordt verstaan: LPG-technicus, en onder ‘keuringsrapport’ wordt verstaan: ‘opnamekaart’.

    • a. De tweede zin van het derde lid van artikel 73 is niet van toepassing.

  • 3 Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in artikel 4auh, zesde lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.

  • 4 In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt.

Artikel 104. Bonus- en strafpunten

  • 1 De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op een erkend bedrijf een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 2 Als een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning wordt gewijzigd of ingetrokken.

  • 3 Indien als gevolg van een wijziging, als bedoeld in artikel 4, de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning gasinstallaties is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten en de opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon.

§ 3.16. Erkenning voorbehoud en verplichtingen

Artikel 105. Aanvrager

Een erkenning voorbehoud en verplichtingen kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die zich volgens het handelsregister richt op lease of financiering van voertuigen.

Artikel 106. Eisen en voorwaarden

  • 1 Een erkend bedrijf vraagt de Dienst Wegverkeer onmiddellijk de aantekeningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, door te halen wanneer de instemming, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit is komen te vervallen en maakt, in geval het gaat om een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, de tenaamstellingscode onmiddellijk kenbaar aan de kentekenhouder.

  • 2 Wanneer het erkende bedrijf namens een rechtspersoon het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad heeft verzocht de aanvraag voor de tenaamstelling in te dienen, blijkt uit een daartoe strekkende bepaling in de lease- of financieringsovereenkomst dat de rechtspersoon toestemming heeft gegeven om het voertuig op naam te krijgen.

Artikel 107. Tijdelijk document

Een erkend bedrijf kan een tijdelijk document aanvragen voor de voertuigen die het op naam heeft, of voertuigen die het in eigendom heeft waarover een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, in het kentekenregister is opgenomen. Zolang deze aantekening in het kentekenregister is opgenomen, wordt het tijdelijk document enkel gezonden aan het erkende bedrijf.

Hoofdstuk 4. Bevoegdheden

§ 4.1. Eisen en voorwaarden aan bevoegdheden

Artikel 108. Bevoegdheden APK-keurmeester en LPG-technicus

  • 1 Een bevoegdheid APK-keurmeester kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een:

    • a. diploma keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen;

    • b. diploma keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen; of

    • c. diploma keurmeester landbouw- en bosbouwtrekkers.

  • 2 Een bevoegdheid APK-keurmeester wordt uitsluitend verleend voor het afgeven van keuringsrapporten voor de groep motorrijtuigen en aanhangwagens waarvoor een natuurlijk persoon een diploma, als bedoeld in het eerste lid, bezit.

  • 3 Een bevoegdheid LPG-technicus kan worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een diploma LPG-technicus.

  • 4 Een bevoegdheid APK-keurmeester is twee jaar geldig en kan telkens met twee  jaar worden verlengd. Een bevoegdheid LPG-technicus is vier jaar geldig en kan telkens met vier jaar worden verlengd.

Artikel 109. Examen diploma APK-keurmeester en LPG-technicus

  • 1 Een diploma als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en een diploma als bedoeld in artikel 108, derde lid, wordt verleend na het met goed gevolg afleggen van het examen voor het betreffende diploma.

  • 2 De Dienst Wegverkeer bepaalt aan welke voorwaarden is voldaan voordat kan worden deelgenomen aan een examen. Deze voorwaarden worden in de Staatscourant bekendgemaakt.

  • 3 Een examen wordt afgenomen overeenkomstig een reglement als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onder e.

Artikel 110. Verlenging bevoegdheid APK-keurmeester en LPG-technicus

  • 1 Een natuurlijk persoon aan wie een bevoegdheid APK-keurmeester is verleend, legt iedere twee jaar een toets af voor de verlenging van de bevoegdheid APK-keurmeester.

  • 2 Een natuurlijk persoon aan wie een bevoegdheid LPG-technicus is verleend, legt iedere vier jaar een toets af voor de verlenging van de bevoegdheid LPG-technicus.

  • 3 Een toets, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt afgenomen overeenkomstig een reglement als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onder e.

  • 4 Afhankelijk van het resultaat van een toets als bedoeld in het eerste lid wordt de bevoegdheid APK-keurmeester verlengd met de termijn, genoemd in artikel 108, vierde lid, dan wel niet verlengd. Afhankelijk van het resultaat van een toets als bedoeld in het tweede lid, wordt de bevoegdheid LPG-technicus verlengd voor de termijn, genoemd in artikel 108, vierde lid, dan wel niet verlengd.

Artikel 111. Bevoegdheidspas

  • 1 Als bewijs voor een bevoegdheid APK-keurmeester of een bevoegdheid LPG-technicus wordt door de Dienst Wegverkeer een bevoegdheidspas verstrekt, behorende bij de betreffende bevoegdheid, overeenkomstig een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model.

  • 2 De APK-keurmeester en LPG-technicus geven op verzoek van de aanvrager van een keuringsrapport, onderscheidenlijk een keuring, als bedoeld in §3.15, zijn bevoegdheidspas ter inzage.

Artikel 112. Datacommunicatie

De APK-keurmeester en de LPG-technicus dragen er zorg voor dat zij bij datacommunicatie met de Dienst Wegverkeer gebruikmaken van een door die Dienst voorgeschreven authenticatiemethode en dat een ander niet namens hen de datacommunicatie kan verrichten.

§ 4.2. Toezicht op bevoegdheden

Artikel 113. Sancties bevoegdheid

  • 1 De in artikel 4auh, zesde lid, van de wet bedoelde intrekking van de bevoegdheid APK-keurmeester kan worden beperkt tot een intrekking voor het keuren van een bepaalde groep voertuigen, als de keuringsbevoegdheidseis, het keuringsbevoegdheidsvoorschrift of het keuringsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van de desbetreffende groep.

  • 2 Bij een intrekking kan worden bepaald dat een toets moet worden afgelegd bij de exameninstantie alvorens de bevoegdheid opnieuw kan worden gebruikt.

  • 3 Het erkende bedrijf namens wie de bevoegde persoon optreedt is verantwoordelijk voor de handelingen in het kader van de erkenning van de bevoegde persoon.

Artikel 114. Schorsing bevoegdheid

  • 1 Als er sprake is van een situatie waarin een APK-keurmeester of LPG-technicus niet voldoet aan een of meer keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften, terwijl die situatie op korte termijn kan worden hersteld, kan, in plaats van intrekking van de betreffende bevoegdheid, overgegaan worden tot schorsing van die bevoegdheid voor een termijn van ten hoogste twaalf weken.

  • 2 Wordt binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aangetoond dat wederom aan de keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften wordt voldaan, dan volgt alsnog intrekking van de betreffende bevoegdheid.

§ 4.3. Exameninstantie APK-keurmeester en LPG-technicus

Artikel 115. Aanwijzing exameninstantie

Het exameninstituut IBKI van de Stichting VAM is de exameninstantie voor de examens, bedoeld in artikel 109, eerste lid, en de toetsen, bedoeld in artikel 110, eerste en tweede lid.

Artikel 116. Taken exameninstantie

  • 1 De exameninstantie is belast met het:

    • a. afnemen van de examens, bedoeld in artikel 109;

    • b. afgeven van een diploma als bedoeld, in artikel 108, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en derde lid;

    • c. afnemen van een toets als bedoeld in artikel 110, eerste en tweede lid, en het afgeven van een afschrift van het resultaat van deze toets;

    • d. afnemen van een toets, als bedoeld in artikel 113, tweede lid, en het afgeven van een afschrift van het resultaat van deze toets;

    • e. na goedkeuring door de Dienst Wegverkeer vaststellen van een reglement, als bedoeld in de artikelen 109, derde lid, en 110, derde lid;

    • f. vaststellen van de tarieven voor de voornoemde taken.

  • 2 De exameninstantie is verder met betrekking tot het afnemen van de examens, bedoeld in artikel 109 en de toetsen, bedoeld in artikel 110, belast met het:

    • a. geven van voorlichting en bekendheid aan het examen;

    • b. vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats;

    • c. toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen;

    • d. factureren van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, aan een deelnemer; en

    • e. registreren van individuele en algemene resultaten van de examens;

    • f. behandelen van bezwaar tegen de uitslag van een examen of toets.

Artikel 117. Eisen aan exameninstantie

De exameninstantie voldoet aan de volgende eisen:

  • a. de exameninstantie is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement in acht;

  • b. de exameninstantie neemt afdoende maatregelen om fraude, voor, tijdens en na het examen te voorkomen.

Hoofdstuk 6. Wijziging en intrekking van andere ministeriële regelingen

Artikel 119. Wijziging Aanwijzing keuringsinstelling meetmiddelen Voertuigreglement

[Red: Wijzigt de Aanwijzing keuringsinstelling meetmiddelen Voertuigreglement.]

Artikel 120. Wijziging Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008

[Red: Wijzigt de Regeling gegevensverstrekking kentekenregister 2008.]

Artikel 121. Wijziging Regeling gegevensverstrekking uit het rijbewijzenregister

[Red: Wijzigt de Regeling gegevensverstrekking uit het rijbewijzenregister.]

Artikel 122. Wijziging Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet

[Red: Wijzigt de Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet.]

Artikel 123. Wijziging van de Regeling kentekens en kentekenplaten

[Red: Wijzigt de Regeling kentekens en kentekenplaten.]

Artikel 124. Wijziging Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten

[Red: Wijzigt de Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten.]

Artikel 125. Wijziging Regeling schorsing geldigheid tenaamstelling

[Red: Wijzigt de Regeling schorsing geldigheid tenaamstelling.]

Artikel 127. Wijziging Regeling taken Dienst Wegverkeer

[Red: Wijzigt de Regeling taken Dienst Wegverkeer.]

Artikel 128. Wijziging Regeling tenaamstelling en kentekenbewijzen

[Red: Wijzigt de Regeling tenaamstelling en kentekenbewijzen.]

Artikel 131. Intrekking andere ministeriële regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • a. Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten;

  • b. Erkenningsregeling foliefabrikanten;

  • c. Erkenningsregeling lamineerders;

  • d. Regeling erkenning bedrijfsvoorraad;

  • e. Regeling erkenning exportdienstverlening;

  • f. Regeling erkenning tenaamstelling;

  • g. Regeling aanpassing voertuigen;

  • i. Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK;

  • j. Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen.

Hoofdstuk 6*. Slotbepalingen

Artikel 132. Overgangsrecht

De datum waarop de verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 186c, derde lid onderdeel a, van de wet, wordt overlegd, wordt door de Dienst Wegverkeer bepaald.

Artikel 133. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard (Stb. 2023, 195) in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

R. Tieman

Bijlage 1. behorende bij artikel 68, vijfde lid

Reparatieadviespunten bij APK
 

Adviespunt

Wijze van keuren

1.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem, gordelspansysteem of gordelkrachtbegrenzing-systeem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het airbagsysteem, gordelspansysteem of gordelkrachtbegrenzingsysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

2.

Onderdelen van motorvoertuigen en aanhangwagens, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behalve water geen overmatige vloeistoflekkage vertonen.

Visuele controle, terwijl het voertuig, met uitzondering van een landbouw- of bosbouwtrekker, zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. In geval van overmatige vloeistoflekkage behalve water, wordt dit vermeld op het keuringsrapport.

3.

De waarschuwingsinrichting van het stabilisatiecontrolesysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het stabilisatiecontrolesysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

4.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het controlesysteem voor de bandenspanning niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

5.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat de elektronische stuurbekrachtiging niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

6.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het antiblokkeersysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

7.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het elektronisch remsysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.