Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Beleidsregel afwijken onderwijstijd funderend onderwijs en verlenen ontheffingen WEC 2025

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Beleidsregel van de Inspecteur-Generaal van het onderwijs van 15 oktober 2025, nr. 51880053, houdende regels over het instemmen met afwijking van het verplichte minimum aantal uren onderwijstijd in de WPO, WEC en WVO 2020 alsmede het verlenen van ontheffing voor de toelatingsleeftijd en het uitschrijven van een 20+ leerling als bedoeld in de WEC en ontheffing voor de duur van de stage als bedoeld in het Onderwijskundig besluit WEC (Beleidsregel afwijken onderwijstijd funderend onderwijs en verlenen ontheffingen WEC 2025)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de inspectie gebruik maakt van haar bevoegdheid om:

  • a. op grond van een ingediende aanvraag afwijken onderwijstijd in te stemmen met afwijking van het verplichte minimum aantal uren onderwijstijd voor een individuele leerling;

  • b. Op grond van een ingediende aanvraag afwijken toelatingsleeftijd toe te staan dat een kind in het speciaal onderwijs eerder wordt toegelaten dan de wettelijke toelatingsleeftijd;

  • c. op grond van een ingediende aanvraag ontheffing 20+leerling ontheffing te verlenen van het wettelijk voorschrift dat leerlingen het voortgezet speciaal onderwijs moeten verlaten aan het einde van het schooljaar waarin de leeftijd van 20 jaar bereikt is, en

  • d. op grond van een ingediende aanvraag maximale duur stage ontheffing te verlenen van het voorschrift dat de duur van de stage gedurende de cursusduur gemiddeld ten hoogste 50 procent bedraagt van het aantal uren waarin onderwijs wordt verzorgd.

Artikel 3. Aanvraag

  • 1 Een aanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt door het bevoegd gezag bij de inspectie ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch aanvraagformulier in het Internet Schooldossier (ISD).

  • 2 Een aanvraag kan eerst worden ingediend nadat de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of als de leerling meerderjarig is en handelingsbekwaam, de leerling, heeft ingestemd met het indienen van een aanvraag.

  • 3 Het bevoegd gezag verstrekt na ontvangst van een beschikking op de aanvraag onverwijld een afschrift daarvan te verstrekken aan de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of, als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, aan de leerling.

  • 4 Het bevoegd gezag stuurt in ieder geval de volgende gegevens met de aanvraag mee:

    • a. de naam en de geboortedatum van de leerling voor wie de aanvraag wordt ingediend;

    • b. de instellingscode, de naam en het adres van de school of instelling waar de leerling staat ingeschreven; en

    • c. ingangsdatum van de periode waarvoor een aanvraag wordt ingediend.

  • 5 Het bevoegd gezag dient een aanvraag tijdig in. Een aanvraag is tijdig ingediend als de aanvraag via het ISD is ingediend:

    • a. aanvraag afwijken onderwijstijd: op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b. aanvraag maximale duur stage en een aanvraag afwijken toelatingsleeftijd: acht weken voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c. aanvraag ontheffing 20+: uiterlijk 31 juli van het schooljaar waarin de leerling de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt.

  • 6 Een aanvraag afwijken onderwijstijd die niet tijdig is ingediend, maar die binnen een termijn van zes weken na de in de aanvraag opgenomen ingangsdatum is ingediend, wordt in behandeling genomen.

Artikel 4. Afwijking onderwijstijd

  • 1 Het bevoegd gezag kan een aanvraag afwijken onderwijstijd indienen bij de inspectie voor een individuele leerling die:

    • a. staat ingeschreven op een school of instelling ressorterend onder het bevoegd gezag,

    • b. niet of niet langer is vrijgesteld van geregeld schoolbezoek als bedoeld in artikel 5 dan wel artikel 11 van de Leerplichtwet 1969, en

    • c. vanwege lichamelijke en/of psychische redenen tijdelijk geheel of gedeeltelijk niet aan het volledige onderwijsprogramma op een schoollocatie kan deelnemen.

  • 2 Het bevoegd gezag verklaart bij de aanvraag dat een ontwikkelingsperspectief voor de leerling is vastgesteld dat voldoet aan de wettelijke vereisten alsmede de voorwaarden gesteld in het vierde lid. Daarnaast stuurt het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, de volgende gegevens mee met de aanvraag:

    • a. het aantal uren per dag en per week waarvoor gedurende het betreffende schooljaar afwijking van de vastgestelde urennormen wordt aangevraagd;

    • b. indien met de aanvraag een afwijking van 20 uur of meer per week wordt aangevraagd: een korte samenvatting van de wijze waarop de school toewerkt naar uitbreiding van het aantal uren dat de leerling onderwijs op school volgt; en

    • c. indien van toepassing, dat voor een eerder schooljaar afwijken van onderwijstijd is aangevraagd voor de leerling.

  • 3 Een aanvraag afwijken onderwijstijd wordt toegekend, indien:

    • a. de leerling vanwege lichamelijke of psychische redenen niet het onderwijsprogramma op school kan volgen en de leerling extra ondersteuning in de vorm van afwijking van de onderwijstijd nodig heeft; en

    • b. voor de leerling een ontwikkelingsperspectief is vastgesteld overeenkomstige de wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 40a WPO, artikel 41a WEC of artikel 2.44 WVO 2020, en wordt voldaan aan het vierde lid.

  • 4 In het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief is opgenomen:

    • a. dat een aanvraag afwijken onderwijstijd wordt ingediend;

    • b. een onderbouwing waaruit blijkt dat het afwijken van de vastgestelde urennorm voor de leerling vanwege medische of psychische redenen noodzakelijk is alsmede een afweging waaruit blijkt dat er geen alternatieven op de locatie van de school mogelijk zijn;

    • c. een beschrijving waaruit de afwijking van het programma van de leerling bestaat;

    • d. welke uren per dag en per week de leerling het onderwijsprogramma niet op school kan volgen;

    • e. voor welke periode binnen het lopende schooljaar deze afwijking geldt;

    • f. indien de leerling het onderwijsprogramma gedeeltelijk niet op school kan volgen: welk deel van het onderwijsprogramma de leerling nog wel op school volgt;

    • g. welke ondersteuning en begeleiding aan de leerling wordt geboden gedurende de uren dat de leerling geen onderwijsprogramma op een schoollocatie volgt; en

    • h. op welke wijze de school concreet en planmatig toewerkt naar uitbreiding van het aantal uren dat de leerling onderwijs op school volgt.

Artikel 5. Aanvraag maximale duur stage

  • 1 Een aanvraag kan slechts worden ingediend voor een leerling van 14 jaar of ouder.

  • 2 Een aanvraag maximale duur stage bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat ontheffing noodzakelijk is.

  • 3 Het bevoegd gezag stuurt in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, de volgende gegevens mee met de aanvraag:

    • een afschrift van de stageovereenkomst als bedoeld in artikel 9 Onderwijskundig besluit WEC;

    • een beschrijving van de aard van de werkzaamheden;

    • de beoogde ontheffingsomvang per schooljaar;

    • een overzicht van het aantal weken stage voor elk van de schooljaren waarin de leerling voorafgaande aan de aanvraag al daadwerkelijk stage heeft gelopen; en

    • indien de onderbouwing van de aanvraag mede gebaseerd is op verklaringen van derde: de verklaringen van derden.

  • 4 Een aanvraag kan worden toegekend indien genoegzaam is komen vast te staan dat:

    • a. ontheffing van het maximaal aantal uren stage noodzakelijk is voor het afronden van de stage door de leerling; en

    • b. de werkzaamheden in verhouding staan tot de mogelijkheden van de leerling.

Artikel 6. Afwijking toelatingsleeftijd

  • 1 Een aanvraag afwijken toelatingsleeftijd is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt dat afwijking van de toelatingsleeftijd noodzakelijk is.

  • 2 Het bevoegd gezag stuurt in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, de volgende gegevens mee met de aanvraag:

    • a. een plan van aanpak waaruit blijkt welk aanbod de school de leerling biedt om te voorzien in een ononderbroken ontwikkeling van de leerling en dat volgt uit de noodzaak van de vervroegde toelating; en

    • b. indien de onderbouwing van de aanvraag mede gebaseerd is op een verklaring van een derde: de verklaring van een derde.

  • 3 Een aanvraag kan worden toegekend indien:

    • a. het moment van toelating niet gelegen is op meer dan 26 weken voorafgaand aan de toelatingsleeftijd als bedoeld in artikel 39, eerste lid, WEC;

    • b. genoegzaam is vast komen te staan dat eerdere toelating noodzakelijk is in het belang van de ontwikkeling van de leerling; en

    • c. het aanbod dat de school de leerling biedt bijdraagt aan een ononderbroken ontwikkeling van de leerling en volgt uit de noodzaak van de vervroegde toelating.

  • 4 De inspectie kan bij zijn afweging bijzondere omstandigheden betrekken.

Artikel 7. Aanvraag ontheffing 20+ leerling

  • 1 Een aanvraag kan ingediend worden voor een leerling in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, WEC of het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b, WEC.

  • 2 Een aanvraag ontheffing 20+ leerling is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt dat een voortgezet verblijf op school noodzakelijk is ter voltooiing van de opleiding of van een op verhoging van de arbeidsgeschiktheid gerichte behandeling van een leerling.

  • 3 Indien het een leerling in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs betreft, bevat de aanvraag ook een toelichting waaruit blijkt dat de leerling gerede kans heeft alsnog de opleiding te voltooien bij het eerstvolgende eindexamen.

  • 4 Indien de aanvraag ziet op een leerling in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel wordt in de onderbouwing uiteengezet wat de redenen zijn voor het voortzetten op school van de opleiding of behandeling afgezet tegen de alternatieve mogelijkheden van de leerling.

  • 5 Indien het een leerling in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel betreft, bevat de aanvraag ook een toelichting op de aard van de behandeling. Deze toelichting bevat ten minste de naam en functie van de behandelaar, de doelstelling van de behandeling, een inhoudelijke beschrijving van het programma en de tijdsinvestering van de leerling.

  • 6 Een aanvraag kan worden toegekend indien:

    • a. sprake is van voortgezet verblijf op school; en

    • b. voldoende gebleken is dat dit verblijf:

      • voor een leerling in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs wenselijk is ter voltooiing van zijn opleiding; of

      • voor een leerling in het arbeidsmarkt gerichte uitstroomprofiel wenselijk is ter voltooiing van een op verhoging van zijn arbeidsmarktgeschiktheid gerichte behandeling.

  • 7 Indien de inspecteur na ontvangst van de aanvraag het nodig acht, kan hij op grond van artikel 39, vijfde lid, WEC een rapport opvragen van de commissie voor de begeleiding dan wel aan de commissie van onderzoek. De commissie kan de betrokken leerling hiertoe aan een onderzoek onderwerpen.

Artikel 8. beschikking en looptijd

  • 1 De inspecteur besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 Een beschikking op een aanvraag afwijken onderwijstijd en een aanvraag ontheffing 20+ wordt verleend voor de duur van een schooljaar. De verkregen beschikking loopt af aan het einde van het schooljaar waarvoor de beschikking is afgegeven.

  • 3 Een beschikking op een aanvraag afwijken toelatingsleeftijd wordt verleend voor de duur dat de leerling de wettelijke toelatingsleeftijd nog niet heeft bereikt.

  • 4 Een beschikking op een aanvraag maximale duur stage wordt verleend voor de in de aanvraag opgenomen periode.

Artikel 9. Intrekking beleidsregel en overgangsrecht

Het Besluit vaststelling beleidsregel inzake het instemmen met afwijking verplichte aantal uren onderwijs wordt ingetrokken, met dien verstande dat de rechten en verplichtingen die op grond van dat besluit, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze beleidsregel in werking treedt, tot stand zijn gekomen in stand blijven.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel afwijken onderwijstijd funderend onderwijs en verlenen ontheffingen WEC 2025.

De Inspecteur-Generaal van het Onderwijs,

A. Oppers