Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
Centrum Zorg en Bouw/TNO: Expertisecentrum met betrekking tot specifieke deskundigheid op het gebied van bouw
van zorgvoorzieningen in Nederland. Het centrum is onderdeel van TNO. Vanaf 1 januari
2016 is het Centrum Zorg en Bouw opgenomen binnen het Innovatie Centrum Bouw.
-
forensische zorg: Forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg, voor zover gepaard gaand met verblijf.
-
geneeskundige ggz: Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, voor zover gepaard gaand met verblijf.
-
inventaris: Roerende medische en andere zaken die in en om het gebouw aanwezig zijn. Onder inventaris
wordt ook computerapparatuur en -programmatuur begrepen. Vervoermiddelen zijn geen
inventaris.
-
normatieve huisvestingscomponent (nhc): Een integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor nieuwbouw
en instandhouding. Deze vergoeding bestaat uit een jaarlijks geïndexeerde bijdrage
die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van een nieuwbouwvoorziening, de
rente-, afschrijvings- en instandhoudingsuitgaven te dekken.
-
normatieve inventariscomponent (nic): Een integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor investeringen
in inventaris. Deze normatieve vergoeding bestaat uit een jaarlijks geïndexeerde bijdrage
die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van inventaris, de rente en afschrijvingskosten
te dekken.
-
vermogenskostenvoet: De vermogenskostenvoet bestaat uit het gewogen gemiddelde van de financieringskosten
van zowel vreemd als eigen vermogen.
-
zorgaanbieder: De rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig geestelijke gezondheidszorg, forensische
zorg of langdurige zorg verleent.
Voor overige Wlz-gerelateerde begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden,
maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities
Wlz.
Artikel 2. Doel van de beleidsregel
Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa de normatieve
huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) bepaalt als onderdeel
van de integrale tarieven voor zorg geleverd door zorgaanbieders van geneeskundige
ggz, fz en/of zorg binnen de Wlz.
Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens
de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders voor zover het gaat om zorg met verblijf
en om het gedeelte dagbesteding in een volledig pakket thuis (vpt).
Deze beleidsregel is tevens van toepassing op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
(ggz) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet forensische zorg (Wfz) voor zover het gaat om verblijfsdagen en om het gedeelte dagbesteding in een
volledig pakket thuis.
Artikel 4. Uitgangspunten nhc
De in de integrale tarieven opgenomen nhc is berekend op basis van de door TNO opgestelde
investeringsbedragen, waarbij is uitgegaan van de onderstaande uitgangspunten:
-
1. Investeringsbedragen per zzpen verblijfsdag ggz en fz.
Voor de berekening van de nhc zijn investeringsbedragen bepaald die benodigd zijn
voor nieuwbouw en instandhouding van voorzieningen. Investeringen in inventaris maken
geen deel uit van deze bedragen.
-
2. Looptijd
Voor de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar
zonder renovatie.
-
3. Rente
De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investering financiert bedraagt
4,03% per 1 januari 2024.
-
4. Bouwtijd
Voor de bouwtijd is uitgegaan van een periode van 18 maanden, met uitzondering van
de beveiligingsniveaus 2, 3 en 4 forensische zorg, waar is uitgegaan van een periode
van 24 maanden.
-
5. Jaarlijkse instandhouding
Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde
opgenomen op jaarbasis.
-
6. Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen
Voor de onderdelen grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen geldt binnen
de nhc één component. Hierbij is de gemiddelde grondprijs in Nederland gehanteerd,
waaraan een component van 10% van de gemiddelde grondprijs is toegevoegd.
-
7. Indexering
De nhc wordt tot het volgende herijkmoment jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
-
8. Indexlening
Voor de berekening van de vergoeding van de huisvestingslasten door een normatieve
huisvestingscomponent (nhc) is gebruik gemaakt van de rekenmethode voor een zogenaamde
indexlening. Deze methode berekent eerst een gelijkblijvende vergoeding van de som
van de componenten aflossing, rente, jaarlijkse instandhouding en frictieleegstand
over de gekozen levensduur van het vastgoed. Vervolgens wordt de jaarlijkse nhc in
deze berekeningsmethodiek herberekend met een indexpercentage. De startbedragen worden
daardoor lager en de eindbedragen hoger. De contante waarde van deze vergoeding bij
de gekozen levensduur is daardoor in alle jaren gelijk.
-
9. Bezettingspercentage
In de volgende tabel wordt per afzonderlijke prestatie aangegeven welk bezettingspercentage
wordt gehanteerd bij de berekening van de nhc. Dit leidt tevens tot de in de onderstaande
tabel vermelde percentuele correcties op de nhc. De correctie op de nhc wordt berekend
over de nhc, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding.
|
Soort nhc
|
Bezettingspercentage
|
Correctie
|
|
ggz
|
|
|
|
Verblijfscategorie A
|
86%
|
14%
|
|
Verblijfscategorie B
|
89%
|
11%
|
|
Verblijfscategorie C
|
90%
|
10%
|
|
Verblijfscategorie D
|
93%
|
7%
|
|
Verblijfscategorie E
|
89,5%
|
10,5%
|
|
Verblijfscategorie F
|
95,5%
|
4,5%
|
|
Verblijfscategorie G
|
90,5%
|
9,5%
|
|
Verblijfscategorie H
|
89,4%
|
10,6%
|
| |
|
|
|
fz
|
|
|
|
Beveiligingsniveau 1
|
89%
|
11%
|
|
Beveiligingsniveau 2
|
94%
|
6%
|
|
Beveiligingsniveau 3
|
94%
|
6%
|
|
Beveiligingsniveau 4
|
94%
|
6%
|
| |
|
|
|
Wlz, g-ggz en fz
|
|
|
|
Zzp prestaties
|
97%
|
3%
|
|
KIB-volw.
|
97%
|
3%
|
|
Logeren Wlz
|
75%
|
25%
|
|
Deeltijdverblijf
|
75%
|
25%
|
-
10. Verduurzaming vastgoed en brandveiligheid
De investeringsbedragen zijn vanaf 1 januari 2019 verhoogd vanwege aangescherpte eisen
in het kadervan duurzaamheid.
Voor de geneeskundige ggz en de forensische zorg bedraagt de verhoging eenmalig 4,1%
over het investeringsbedrag exclusief grond.
Voor de langdurige zorg is eerder besloten deze extra investeringsmiddelen (€ 120
miljoen) gespreid over een periode van 30 jaar (2019 tot 2049) toe te voegen aan de
nhc. Daarom worden de investeringsbedragen, exclusief grond, vanaf 2019 jaarlijks
verhoogd met 0,18%. Dit resulteerde in een jaarlijkse verhoging van de nhc met 0,16%
vanaf 2019 tot en met 2023. In 2024 is de resterende geplande verhoging van € 100
miljoen (voor 2024 tot 2049) naar voren gehaald en toegevoegd aan de nhc, conform
de Meerjarige voorlopige Kaderbrief Wlz (2023–2028) met kenmerk 3609771-1049564-LZ.
Dit resulteerde in een eenmalige structurele verhoging van de nhc per 2024 met 3,25%.
Vanaf 2026 worden voor de ggz, fz en langdurige zorg per prestatie de investeringsbedragen
(exclusief grondkosten) verhoogd met 15% wegens wijzigingen in wet- en regelgeving
met betrekking tot duurzaamheid en brandveiligheid.
Artikel 5. Uitgangspunten nic
De nic is alleen van toepassing op de zzp-prestaties en op de vpt-prestaties met dagbesteding.
Bij de bepaling van de hoogte van de nic hanteert de NZa de volgende uitgangspunten:
-
1. Rente
De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investeringen in inventaris financiert
bedraagt 4,03% per 1 januari 2024.
-
2. Bezettingspercentage
De nic is enkel van toepassing op de zzp-prestaties, zorg via dtv, vpt-prestaties
met dagbesteding, KIB-volw. en Logeren Wlz. Voor de bezettingspercentages wordt aangesloten
bij bovenstaande tabel.
-
3. Indexering
De nic wordt geïndexeerd op grond van de indexatie van de materiële kosten. Deze component
bevat het definitieve percentage jaar t-1 en het voorschotpercentage jaar t. De aanpassing
van de materiële kosten in jaar t is gebaseerd op gegevens uit de tabel ‘Middelen
en bestedingen’ van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau
(CPB) van het jaar t. Deze aanpassing bestaat uit:
-
– een structurele doorwerking in jaar t van het uit het CEP blijkende verschil tussen
de voor- en eindcalculatie van het jaar t-1;
-
– een 100% voorcalculatie van het voorlopige CEP-indexcijfer voor het jaar t.
Artikel 6. Integraal tarief
De nhc en nic zijn een onlosmakelijke deel van het gehele integrale tarief.
Binnen de Wlz geldt de nhc voor de zzp-prestaties en voor het gedeelte dagbesteding in een volledig
pakket thuis (vpt) in de Wlz. Binnen de Wlz geldt een nic geldt alleen voor de zzp-prestaties,
zorg via dtv, vpt-prestaties met dagbesteding, KIB-volw. en logeren Wlz.
De nhc geldt in de ggz (Zvw) en fz voor de verblijfsdagen en voor het gedeelte dagbesteding in een volledig pakket
thuis (vpt). De werkelijke kosten van inventaris wordt binnen de ggz (Zvw) en fz vergoed
als onderdeel van het tarief voor de verblijfsdag. Voor zover het gaat om vpt-prestaties
met dagbesteding is er een nic.
Het integrale tarief kan worden gedeclareerd op basis van de (tarief)beschikking en
de regelgeving die geldt voor de betrokken sector.