Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten

[Regeling vervalt per 01-10-2030.]
Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 01-10-2025 t/m heden.

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 augustus 2025, nr. IENW/BSK-2025/217504, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten [KetenID WGK027847]

Hoofdstuk 1. Inhoudelijke bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • verklaring de-minimissteun: verklaring dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond;

  • verordening 2018/858: verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151).

Artikel 1.2. Doel van de subsidie

De verstrekking van subsidies op grond van deze regeling heeft als doel het aantal in Nederland gereden vrachtwagenkilometers in de logistieke keten structureel te verminderen.

Artikel 1.3. Subsidiabele activiteiten

De Minister kan, gelet op het doel bedoeld in artikel 1.2, subsidie verstrekken voor het uitvoeren van projecten bestaande uit de uitvoering van een plan om middels samenwerking in de logistieke keten kilometerreductie te bewerkstelligen.

Artikel 1.4. Aanvrager

  • 1 De subsidie kan worden aangevraagd door de in Nederland gevestigde penvoerder van een samenwerkingsverband waarin ten minste drie ondernemingen deelnemen die elk afzonderlijk zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

  • 2 Tot het samenwerkingsverband behoort ten minste één onderneming die actief is als:

    • a. transportbedrijf, te weten een onderneming die in opdracht van derden goederen vervoert;

    • b. verlader, te weten een onderneming die een transportbedrijf opdracht geeft tot het vervoeren van goederen; of

    • c. eigen vervoerder, te weten een onderneming met een eigen wagenpark waarvan het vervoeren van goederen niet het hoofddoel is, doch onderdeel vormt van de bedrijfsvoering.

Artikel 1.5. Subsidiabele kosten

  • 1 De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:

    • a. personeelskosten voor het uitvoeren van het project door direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen, werkzaam bij een deelnemer aan het samenwerkingsverband, berekend door het aantal uren dat deze personen ten behoeve van deze activiteiten maken te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60 waarin zowel de directe loonkosten als de daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen;

    • b. kosten derden, te weten andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd, bij het uitvoeren van het project.

  • 2 Het subsidiabele uurtarief bedraagt maximaal € 125 per uur exclusief btw indien kosten voor de inzet van externe personen worden opgevoerd als kosten derden.

Artikel 1.6. Niet-subsidiabele kosten

Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten van:

  • a. investeringen in aanschaf, huur, onderhoud of vervanging van onroerende zaken;

  • b. investeringen in de aanschaf, huur, onderhoud of vervanging van vervoermiddelen, te weten transportmiddelen, voertuigen of vaartuigen waarmee goederen kunnen worden getransporteerd.

Artikel 1.7. Hoogte subsidie

  • 1 De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000.

  • 2 Van de in aanmerking komende kosten betreft ten hoogste 50% kosten voor inzet van externe personen.

Artikel 1.9. Wijze van verdelen

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 1.10. Aanvraag

  • 1 Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 1.3 wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een aanvraagformulier zoals dat door de Minister is vastgesteld.

  • 2 De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend van 4 november 2025, 9:00 uur, tot en met 30 december 2025, 12:00 uur.

  • 3 Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:

    • a. naam en adres van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

    • b. contactpersoon met contactgegevens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

    • c. een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit;

    • d. een projectplan waarbij gebruik is gemaakt van het format projectplan dat op de website van RVO is geplaatst, en dat de daarin opgenomen onderdelen bevat;

    • e. de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van andere bestuursorganen voor dezelfde kosten of activiteiten;

    • f. een verklaring de-minimissteun voor elke deelnemer aan het samenwerkingsverband.

Artikel 1.11. Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

  • a. de te verstrekken subsidie lager is dan € 25.000;

  • b. uit het projectplan blijkt dat het aantal in Nederland te reduceren vrachtwagenkilometers structureel minder dan 15.000 per jaar bedraagt;

  • c. uit het projectplan blijkt dat de kilometerreductie geheel of gedeeltelijk plaatsvindt door vervoer te laten plaatsvinden door een andere modaliteit dan wegvervoer;

  • d. uit het projectplan niet blijkt dat het gebruik van deze regeling toegevoegde waarde heeft voor een bestaand samenwerkingsverband, of

  • e. een deelnemer aan het samenwerkingsverband reeds eerder een subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.

Artikel 1.12. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht het project binnen 12 maanden na de subsidieverlening af te ronden.

  • 2 De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger een eenmalige ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger op goede gronden kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 12 maanden.

  • 3 De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, betreft maximaal zes maanden.

Artikel 1.13. Voorschot

De Minister verstrekt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 90%.

Artikel 1.14. Subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk dertien weken nadat de activiteit is afgerond de aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat op de website van RVO wordt geplaatst.

  • 2 In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval een samenvatting van de resultaten van het project ten behoeve van openbare kennisdeling.

Hoofstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 2.1. Evaluatie

De Minister publiceert voor 1 oktober 2030 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 2.2. Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2025 en vervalt met ingang van 1 oktober 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.

Artikel 2.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

R. Tieman