Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
cliënt:
verzekerde, als bedoeld in artikel 2.1.1 en artikel 2.1.2 Wlz, die op grond van een CIZ-indicatie zijn aanspraak op Wlz-zorg realiseert.
-
context:
cliëntsituatie en -omgeving.
-
consolidatieoverzicht:
het overzicht dat door de zorgaanbieder aan de nacalculatie-opgave 2026 moet worden
toegevoegd als de op te geven financiële gegevens onderdeel uitmaken van een consolidatie
en de zorgaanbieder bij de accountantscontrole in voornoemde opgave van die consolidatie
wil uitgaan. Het betreft een overzicht waarin de volgende gegevens staan vermeld:
-
• NZa-nummers van de desbetreffende zorgaanbieders;
-
• de namen van de zorgaanbieders die bij deze NZa-nummers behoren;
-
• de namen van de zorgkantoren die bij deze NZa-nummers behoren;
-
• de namen van de Wlz-uitvoerders die bij deze NZa-nummers behoren;
-
• het bedrag per NZa-nummer voor totaal gerealiseerde productie over 2026 alsmede een
geconsolideerd totaalbedrag;
-
• het bedrag per NZa-nummer voor de totaal financiële realisatie overige onderdelen
over 2026, alsmede een geconsolideerd totaalbedrag;
-
• indien van toepassing: toelichting;
-
• ondertekening door de zorgaanbieder die de nacalculatie-opgave indient.
-
crisis- en ondersteuningsteam (COT):
een team waarvan de hulp ingeroepen kan worden via de crisisregisseur ghz indien sprake
is van een crisis bij een cliënt. Een crisis- en ondersteuningsteam (COT) is een multidisciplinair
team, samengesteld uit ervaren professionals uit de sectoren verstandelijk gehandicaptenzorg
(vg) en de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Het COT richt zich op het aanvullen
van de kennis en expertise van een zorgaanbieder bij het omgaan met en voorkomen van
crisissituaties en biedt nazorg aan de zorgaanbieder. Het COT geeft verbeteradviezen
aan de zorgaanbieder waar de crisis plaatsvond om deze te versterken en de context
te verbeteren.
-
crisis waarop COT ingezet kan worden:
het COT kan alleen ingezet worden bij een crisis waarvoor binnen 48 uur een interventie
noodzakelijk is. Het gaat bij de inzet van het COT niet om een acute crisis. Een acute
crisis wordt gedefinieerd als een noodsituatie waar per direct een oplossing voor
moet komen.
-
crisisregisseur ghz:
de crisisregisseur is onafhankelijk en vervult in een regio de coördinerende rol voor
de crisisaanvragen. In geval van een crisis waarbij handelingsverlegenheid is ontstaan,
neemt de zorgaanbieder contact op met de crisisregisseur ghz van de regio. De crisisregisseur
ghz maakt de keuze voor inzet COT, crisisplaatsing of een combinatie hiervan.
-
declaratie:
rekening van de zorgaanbieder aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder voor de verrichte
zorgprestatie(s).
-
declaratieperiode:
een periode van vier weken of een kalendermaand waarover de zorgaanbieders de geleverde
zorg declareren, overeenkomstig de daartoe gemaakte afspraken met het zorgkantoor/de
Wlz-uitvoerder.
-
deeltijdverblijf (dtv):
verblijf in de instelling zonder behandeling gedurende gemiddeld 3½, 4, of 4½ etmalen
per week via een vast patroon binnen een tijdspanne van 14 etmalen.
-
gespecialiseerde zorg prestatie:
als gespecialiseerde zorg prestatie worden aangemerkt de in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven gespecialiseerde zorg Wlz 2026 vastgestelde prestaties.
-
instelling voor medisch specialistische zorg:
een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen, een organisatorisch
verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen,
of een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen, met uitzondering van
een instelling die binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende
zorg een deel van die zorg verleent, op het gebied van medisch specialistische zorg.
-
medisch specialistische zorg:
bij ministeriële regeling aangewezen zorg die door een arts wordt verleend en valt
binnen de bijzondere deskundigheid van artsen aan wie de bevoegdheid toekomt tot het
voeren van een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, met inbegrip van gespecialiseerde mondzorg zoals kaakchirurgen die plegen te bieden
en met uitzondering van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (ggz), generalistische
basis-ggz en forensische zorg.
-
modulaire prestatie:
als modulaire prestatie worden aangemerkt de in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven modulaire zorg 2026, vastgestelde prestaties.
-
nacalculatieformulier:
het formulier waarin de zorgaanbieder per NZa-nummer en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
de totaal financieel gerealiseerde productie en de totaal financiële realisatie van
de overige onderdelen invullen. Dit formulier bestaat uit de volgende onderdelen:
-
• nacalculatie productieafspraken;
-
• overige kosten en opbrengsten;
-
• onder-/overproductie;
-
• vragenlijst ‘Vragen en overige opmerkingen’ met indien nodig een toelichting;
-
• vragenlijst Controleprotocol met indien nodig een toelichting;
-
• overzicht.
-
nacalculatie-opgave:
de verstrekking door de zorgaanbieder (per NZa-nummer) en/of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
van gegevens en inlichtingen over de aanvaardbare kosten 2026. Deze opgave bestaat
uit de volgende onderdelen:
-
• een door de zorgaanbieder en/of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder ondertekend ondertekeningsdocument
‘Ondertekening Langdurige zorg nacalculatie 2026’;
-
• nacalculatie-formulier 2026;
-
• indien van toepassing: controleverklaring van de accountant;
-
• indien de controleverklaring betrekking heeft op een consolidatie waarvan de op te
geven gegevens en inlichtingen onderdeel uitmaken: het consolidatie-overzicht.
-
onderaanneming of uitbesteding:
er is sprake van onderaanneming of uitbesteding wanneer een door het zorgkantoor/de
Wlz-uitvoerder gecontracteerde zorgaanbieder de gecontracteerde zorg laat uitvoeren
door een andere zorgaanbieder.
-
ondertekeningsdocument:
document dat door de zorgaanbieder en/of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder aan de
nacalculatie-opgave wordt toegevoegd waarin een al dan niet elektronische handtekening
is opgenomen ter bevestiging van de volledigheid en juistheid van de nacalculatie-opgave.
-
penvoerder:
zorgaanbieder die verantwoordelijk is voor de registratie en declaratie van de ureninzet
van het COT. Deze zorgaanbieder regelt de inzet van het COT per geval. Per regio is
een penvoerder aangewezen.
-
rekenkundige methode:
de rekenkundige methode houdt in dat bedragen waarbij het derde cijfer achter de komma
vijf of hoger is, worden afgerond naar het naastliggende hogere bedrag in hele eurocenten.
Bedragen waarbij dit een vier of lager is, worden afgerond naar het naastliggende
lagere bedrag in hele eurocenten.
-
tweezijdige indiening van een nacalculatie-opgave:
van tweezijdige indiening van een nacalculatie-opgave is sprake als:
-
• zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder
en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;
-
• zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen
eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.
Een anders dan tweezijdig ingediende nacalculatie-opgave beschouwt de NZa als eenzijdig.
-
uur directe zorgverlening:
een uur directe zorgverlening is de directe contacttijd in uren tussen zorgaanbieder
en cliënt in de thuissituatie/werksituatie, alsmede de verplaatste directe contacttijd
in uren voor wat betreft de prestaties verpleging en verzorging zoals opgenomen in
de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2026.
-
verblijfscomponent:
prestatie voor het verblijf van een niet-geïndiceerde partner, vastgesteld in de Beleidsregel
prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis
2026 en de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2026.
-
verkeerde bed medisch specialistische zorg:
Een prestatie die in rekening wordt gebracht na de dag dat de noodzaak voor de klinische
opname in een instelling voor medisch-specialistische zorg is vervallen en een Wlz-indicatie
is afgegeven, terwijl de Wlz-zorg nog niet beschikbaar is. Voor nadere informatie,
alsmede de voorwaarden waaronder deze prestatie in rekening mag worden gebracht, wordt
verwezen naar de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven verkeerde bed Wlz
2026. Deze prestatie omvat ook genees-, verband en narcosemiddelen en klinisch-chemische
en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De prestatie wordt in rekening gebracht
zo lang de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg
verblijft, tot en met de dag dat de patiënt Wlz-zorg bij een Wlz-instelling of in
de thuissituatie ontvangt.
-
verkeerde bed ggz:
Het verkeerde bed ggz is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting
omvat. Deze prestatie start op de dag dat de Wlz-indicatie is vastgesteld en loopt
af de dag voorafgaand aan de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij
een Wlz-zorgaanbieder of thuis. De prestatie kan worden gebruikt als er sprake is
van verplichte zorg vanuit de Wet zorg en dwang (Wzd).
-
verkeerde bed-dag:
een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting in een verkeerd bed
omvat.
-
verplaatste directe contacttijd:
directe contacttijd kan, maar hoeft niet plaats te vinden in de thuissituatie/werksituatie.
Indien directe contacttijd om efficiëntieredenen of om te voorkomen dat de zorgverlener
te laat komt bij de volgende cliënt wordt verplaatst naar kantoor of een andere locatie
spreken we over verplaatste directe contacttijd. Regelmatig komt het voor dat deze
werkzaamheden als ‘huiswerk’ op de route worden verzameld en (een deel hiervan) na
afloop van de route moeten gebeuren.
-
Wlz-uitvoerder:
de rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is en die zich overeenkomstig artikel 4.1.1 van de Wlz heeft aangemeld voor de uitvoering van de Wlz, daaronder begrepen de met toepassing van artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz door de Minister van VWS aangewezen uitvoerder.
-
zorgaanbieder:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent,
als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1°, Wmg.
-
zzp:
een zorgzwaartepakket bestaande uit een volledig pakket van verblijf en zorg dat aansluit
op de kenmerken van de cliënt en het soort zorg dat die cliënt nodig heeft, beschreven
in artikel 3.1.1 van de Wlz.
-
zzp-meerzorg:
zzp-meerzorg is een declarabele prestatie voor de bekostiging van zorg zoals bepaald
in artikel 3.1.1, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg en artikel 2.2 van de Regeling langdurige zorg.
De prestatie staat omschreven in de Beleidsregel prestatiebeschrijving en tarief zzp-meerzorg
Wlz.
Artikel 2. Doel van de regeling
Deze regeling beoogt inzichtelijke, rechtmatige declaraties te bevorderen en dubbele
declaraties te voorkomen. Tevens beoogt deze regeling aan te geven welke informatie
zorgaanbieders aan de NZa moeten verstrekken voor de definitieve vaststelling van
de aanvaardbare kosten Wlz.
Deze regeling is, met uitzondering van artikel 6, van toepassing op zorgaanbieders die zorg of een dienst leveren als omschreven bij
of krachtens de Wlz.
Deze regeling is, met uitzondering van de artikelen 4, 5, 7, 8 en 9, tevens van toepassing op instellingen voor medisch specialistische zorg die zorg
of een dienst leveren in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de
Wlz.
Artikel 4. Declaratievoorschriften Wlz-zorg
1. Wijze van declareren
Zorgaanbieders specificeren de declaratie als volgt:
-
A. Zorgaanbieders maken bij declaratie aan de zorgkantoren/Wlz-uitvoerders in de factuur
duidelijk zichtbaar welke prestaties in rekening worden gebracht en welk tarief daarbij
wordt gehanteerd. De declaratie van zzp-, vpt-, gespecialiseerde zorg, modulaire prestaties,
beveiligde zorg LZ niveau 2, beveiligde zorg LZ niveau 3, crisiszorg, klinisch intensieve
behandeling, logeren, verblijf niet geïndiceerde partner, coördinatiekosten levensloopaanpak
en alle toeslagen als bedoeld in artikel 6 en 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 vindt plaats op cliëntniveau.
Dit houdt in dat de declaratie bestaat uit een overzicht van het per cliënt geleverde
aantal eenheden, het daarbij gehanteerde tarief en het totaalbedrag per prestatie
per declaratieperiode.
-
B. In afwijking van artikel 4, eerste lid, onder a, vindt de declaratie van de geleverde
productie van een aantal prestaties plaats op prestatieniveau. Dit houdt in dat de
declaratie bestaat uit een overzicht van het geleverde aantal eenheden, het daarbij
gehanteerde tarief en het totaalbedrag per prestatie per declaratieperiode. Het betreft
de volgende prestaties:
-
1° De dagen waarop een door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder én zorgaanbieder aangemerkt
bed voor crisiszorg niet bezet is door een cliënt;
-
2° De dagen waarop een door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder én zorgaanbieder aangemerkt
bed voor beveiligde zorg Wlz niet bezet is door een cliënt. Voorwaarde is dat zorgkantoor/Wlz uitvoerder en zorgaanbieder
hier onderling nadere afspraken over maken;
-
3° Alle prestaties geleverd aan ernstig bedreigde personen die zijn opgenomen in het
stelsel van Bewaken en Beveiligen van het Openbaar Ministerie.
-
C. Hierbij geldt dat deze prestaties elkaar uitsluiten, in die zin dat zij alleen in
één van de categorieën sub 1°, sub 2° of sub 3° kunnen worden gedeclareerd.
-
D. Voor prestaties met declaratie eenheid van een uur geldt dat alleen de directe contacttijd
in uren tussen zorgverlener en cliënt (systeem) gedeclareerd kan worden.
-
E. Indien sprake is van prestaties gedurende een deel van een uur wordt het in rekening
te brengen tarief naar evenredigheid berekend. Indien er tussen het zorgkantoor/de
Wlz-uitvoerder en de zorgaanbieder geen schriftelijke overeenkomst bestaat over de
te hanteren werkwijze bij het afronden van de tijd van de geleverde prestaties, wordt
de tijd afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten. Het maakt daarbij
geen verschil of de zorgaanbieder voor de registratie en administratie via de methodiek
van ‘zorgplan = planning = realisatie, tenzij’ werkt. Wanneer de zorgverlener werkt
volgens het principe ‘zorgplan = planning = realisatie, tenzij’, kunnen de (gecorrigeerde)
planningen worden gebruikt ter verantwoording van de gedeclareerde zorg.
-
F. In aanvulling op artikel 4, eerste lid, onder d, kan voor een telefonisch consult
zoals beschreven in de prestatie behandeling so/arts VG (H335/H336) in bijlage 1 van
de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2026 in het geval
van meerdere telefonische contact(en) op dezelfde dag de prestatie voor dit doel maximaal
één keer per dag per cliënt worden gedeclareerd. Er dient een aantekening van elk
telefonisch contact te worden gemaakt in het cliëntendossier.
-
G. Zorgaanbieders die op basis van artikel 13, 14 en 15 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 declareren, moeten
aan de NZa kenbaar maken wat de feitelijke zorgvraag is van de cliënt en of deze overeenkomt
met de zorgbehoefte zoals die tot uiting komt in de indicatie.
2. Declaratie afwezigheidsdagen bij zzp of gespecialiseerde zorg
-
A. Zorgaanbieders declareren de prestaties voor zover deze daadwerkelijk zijn geleverd.
-
B. Voor de bekostiging van de prestaties zzp, verblijfscomponent-niet geïndiceerde partner,
crisiszorg vv & lvg, crisiszorg ghz, logeren, logeren zevmb, gespecialiseerde zorg,
klinisch intensieve behandeling (kib), beveiligde zorg LZ niveau 2 en beveiligde zorg
LZ niveau 3 en alle toeslagen als bedoeld in artikel 6 en 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 en de prestaties als
bedoeld in artikel 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven gespecialiseerde
zorg Wlz 2026 geldt als voorwaarde dat de cliënt aanwezig is in de instelling.
-
C. In afwijking van artikel 4, tweede lid, onder b, geldt voor afwezigheid het volgende:
Voor cliënten die aangewezen zijn op een zzp-prestatie of een prestatie gespecialiseerde
zorg komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken
tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:
-
1° De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een andere zorgaanbieder of op
een andere locatie van de zorgaanbieder binnen dezelfde rechtspersoon, en daar verblijft
voor:
-
a. Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling) waarbij de cliënt eerder alleen
Wlz-verblijf zonder behandeling ontving (zzp-exclusief behandeling).;
-
b. Revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven
in de Zvw1 en VV herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv9b) zoals omschreven
in de Wlz;
-
c. Gespecialiseerde ggz;
-
d. Medisch specialistische zorg.
Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is zoals bedoeld onder 1° naar
verwachting langer dan 91 dagen afwezig is, moet het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van
de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.
-
2° De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie of detentie. De dagen worden
alleen bekostigd indien de cliënt voor de vakantie of detentie reeds 14 dagen verbleef
bij de instelling.
Per kalenderjaar kunnen niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als gevolg van vakantie
of detentie worden bekostigd.
-
3° De dagen dat een cliënt die als leerling voor dagonderwijs staat ingeschreven en dit
onderwijs ook daadwerkelijk volgt tijdelijk afwezig is door vakantie. Er worden niet
meer afwezigheidsdagen bekostigd dan de wettelijke vakantieduur.
-
4° De maximaal twee aaneengesloten dagen dat een cliënt afwezig is in een periode van
zeven dagen (maandag tot en met zondag), voorheen weekendverlof.
-
D. De in artikel 4, tweede lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben geen betrekking
op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026, met uitzondering van
de toeslagen woonzorg ghz (Z978, Z979 en Z980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg
laag (Z975).
De in artikel 4, tweede lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben ook geen betrekking
op:
-
• afzonderlijk afgesproken dagbesteding;
-
• vervoer naar dagbesteding/dagbehandeling;
-
• afzonderlijk afgesproken behandeling;
3. Declaratie afwezigheidsdagen bij vpt
-
A. Zorgaanbieders declareren de prestaties voor zover deze daadwerkelijk zijn geleverd.
-
B. Voor de bekostiging van de prestaties vpt, dagbesteding, behandeling en alle toeslagen
als genoemd in deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de prestatie daadwerkelijk
geleverd is.
Dit houdt in dat afwezigheid niet wordt bekostigd. Onder afwezigheid wordt verstaan
dat de cliënt niet verblijft op zijn/haar woonadres.
-
C. In afwijking van artikel 4, derde lid, onder b, geldt voor afwezigheid het volgende:
Voor cliënten die aangewezen zijn op of als leveringsvorm hebben gekozen voor een
vpt-prestatie komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van
het afgesproken vpt-tarief met ingang van de eerste dag van afwezigheid van de cliënt:
-
1° De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een zorgaanbieder en daar verblijft
voor:
Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling);
Revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven
in de Zvw en VV herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv9b) zoals omschreven
in de Wlz;
Gespecialiseerde ggz of;
Medisch specialistische zorg.
Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is zoals bedoeld onder 1° naar
verwachting langer dan 91 dagen afwezig is moet het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van
de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.
-
2° De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie, tijdelijk verblijf bij
familie, logeren in verband met het ontlasten van de mantelzorger2, of detentie. De dagen worden alleen bekostigd indien de cliënt voorafgaand aan de
afwezigheidsperiode reeds 14 dagen zijn vpt-dagen ontving. Per kalenderjaar kunnen
niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als gevolg van bovengenoemde worden bekostigd,
met uitzondering van verblijf bij familie in de weekenden.
-
D. De in artikel 4, derde lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben geen betrekking op
de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026, met uitzondering van
de toeslagen woonzorg ghz (V978, V979 en V980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg
laag (V975).
De in artikel 4, derde lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben ook geen betrekking
op:
-
• afzonderlijk afgesproken dagbesteding;
-
• vervoer naar dagbesteding;
-
• afzonderlijk afgesproken behandeling.
4. Declaratie afwezigheidsdagen bij dtv
-
A. Zorgaanbieders declareren de prestaties voor zover deze daadwerkelijk zijn geleverd.
-
B. Voor de bekostiging van zorg via dtv geldt als voorwaarde dat de cliënt aanwezig is
in de instelling.
-
C. In afwijking van artikel 4, tweede lid, onder b, geldt voor afwezigheid het volgende:
Voor cliënten die in deeltijd verblijven, komen de volgende dagen in aanmerking voor
bekostiging ter hoogte van het afgesproken tarief met ingang van de eerste volledige
dag van afwezigheid van de cliënt:
-
1° De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een andere zorgaanbieder of op
een andere locatie van de zorgaanbieder binnen dezelfde rechtspersoon, en daar verblijft
voor:
-
• Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling);
-
• Revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven
in de Zvw en VV herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv9b) zoals omschreven
in de Wlz;
Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is zoals bedoeld onder 1° naar
verwachting langer dan 91 dagen afwezig is, moet het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van
de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.
-
2° De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie of detentie. Er geldt een
ander maximum aantal te declareren afwezigheidsdagen bij deeltijdverblijf. Dit maximum
is afhankelijk van het aantal dagen dat een cliënt volgens het vaste patroon in deeltijd
verblijft:
-
• 3,5 dag 12 afwezigheidsdagen
-
• 4 dagen 14 afwezigheidsdagen
-
• 4,5 dag 16 afwezigheidsdagen
-
3° De dagen dat een cliënt die als leerling voor dagonderwijs staat ingeschreven en dit
onderwijs ook daadwerkelijk volgt tijdelijk afwezig is door vakantie.
-
D. De in artikel 4, vierde lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben geen betrekking
op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026, met uitzondering van
de toeslagen woonzorg ghz (Z978, Z979 en Z980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg
laag (Z975).
De in artikel 4, tweede lid, onder c, genoemde voorwaarden hebben ook geen betrekking
op:
-
• afzonderlijk afgesproken dagbesteding;
-
• vervoer naar dagbesteding/dagbehandeling;
-
• afzonderlijk afgesproken behandeling.
5. Onderaanneming of uitbesteding
-
A. Indien sprake is van onderaanneming of uitbesteding wordt de prestatie alleen in rekening
gebracht door de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder voor de
betreffende prestatie is gecontracteerd. De zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming
uitvoert of aan wie de zorgverlening is uitbesteed, mag noch een afzonderlijke prestatie
noch een deel van de prestatie in rekening brengen aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
De zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming uitvoert of aan wie de zorgverlening
is uitbesteed levert aan de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
voor de betreffende prestatie is gecontracteerd de daarvoor benodigde persoonsgegevens
aan.
-
B. In afwijking van artikel 4, vierde lid, onder a, geldt voor zorgaanbieders die tandheelkundige
zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz leveren aan cliënten die verblijf en behandeling ontvangen van dezelfde zorgaanbieder
waar de cliënt verblijft, dat zij de Wlz-prestaties voor tandheelkundige zorg direct
in rekening mogen brengen aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder. Ook als sprake is
van onderaanneming of uitbesteding.
6. Deeltijdverblijf (dtv)
Zorgaanbieders die op basis van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven
zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 deeltijdverblijf declareren, moeten
voldoen aan de volgende voorwaarden:
-
– Dtv kan geleverd worden aan cliënten met een Wlz-indicatie vv-4 t/m vv-8, vg-3 t/m
vg-8, lg-2, lg-4 t/m lg-7, zg-aud-2 t/m zg-aud-4, zg-vis-2 t/m zg-vis-5.
-
– Dtv kan alleen geleverd worden indien er sprake is van een gemiddeld vast en structureel
patroon van verblijf in een instelling en thuis. Hierbij moet de tijdspanne benoemd
worden waarin het patroon zich moet voordoen.
-
– De toegestane omvang van dtv is 3½, 4 of 4½ etmalen per week. De bekostigingssystematiek
in de langdurige zorg kent geen halve etmalen. Daarom wordt dtv bezien over een periode
van 14 etmalen (in een periode van 14 etmalen gaat het dan om gemiddeld 7, 8 of 9
etmalen).
-
– Dtv omvat zzp-prestaties exclusief behandeling. Om declaratie van dtv mogelijk te
maken, zijn aparte codes beschikbaar gesteld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026. Als dtv wordt gedeclareerd,
moeten die codes worden gebruikt/vermeld. De specifieke behandeling kan via de mpt-prestaties
gedeclareerd worden indien nodig.
-
– Dtv kan niet gecombineerd worden met mutatiedagen.
-
– In de ghz-sector en ggz wonen wordt dagbesteding zowel tijdens het dtv als tijdens
de mpt-etmalen thuis bekostigd uit het mpt via de H8xx-codes (ghz) en de codes H001G-H005G
(ggz wonen) voor dagbesteding, en de codes H881-H887 (ghz) en H410-H416 (ggz wonen)
voor vervoer van en naar de dagbesteding.
-
– In de vv-sector wordt dagbesteding bekostigd via een combinatie van zzp’s inclusief
dagbesteding en mpt:
-
○ De dagbesteding die de cliënt tijdens het dtv ontvangt, wordt bekostigd uit het zzp
inclusief dagbesteding.
-
○ De dagbesteding die de cliënt tijdens het verblijf in de thuissituatie ontvangt, wordt
vanuit het mpt bekostigd. Declaratie van dagbesteding en vervoer in geval van dtv
gaat via de volgende prestaties:
|
Dagbesteding en vervoer ghz en ggz wonen
(etmalen thuis en etmalen instelling)1
|
Dagbesteding en vervoer vv
(etmalen thuis)2
|
Dagbesteding en vervoer vv
(etmalen instelling)2
|
|
H8xx-codes (dagbesteding ghz)
H881-H887 (vervoer ghz)
H001G-H005Gcodes (dagbesteding, ggz wonen)
H410-H416 codes (vervoer dagbesteding ggz wonen)
|
Dagbesteding en vervoer vv: H8xx-codes
|
Dagbesteding vv: onderdeel van zzp-tarief
Vervoer vv: Z9010 of Z9011
|
1 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties voor de gehandicaptenzorg
uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2026.
2 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestatie vv uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven modulaire zorg 2026.
7. Overbruggingszorg sglvg en lvg
Zorgaanbieders die op basis van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven
zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 overbruggingszorg sglvg en lvg
declareren moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
-
– De overbruggingszorg kan alleen worden toegekend aan cliënten die een sglvg- of lvg-indicatie
hebben gehad en vervolgens zijn geherindiceerd naar een andere Wlz-indicatie. Overbruggingszorg
kan alleen worden gedeclareerd indien er na de herindicatie nog geen passende plaats
beschikbaar is voor de betreffende cliënt.
-
– De overbruggingszorg geldt vanaf de dag dat de sglvg- of lvg-indicatie afloopt tot
aan de dag dat de cliënt verhuist naar een passende Wlz-instelling.
8. Vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling in de gehandicaptenzorg
Zorgaanbieders maken voor het declareren van vervoer naar en van de dagbesteding in
de gehandicaptenzorg gebruik van de Tabel prestatiecategorieën vervoer dagbesteding/dagbehandeling
ghz conform artikel 6 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten
en volledig pakket thuis 2026 en de prestatiebeschrijving in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven modulaire zorg 2026. Afhankelijk van de cliënt- en vervoerskenmerken valt
het vervoer van een cliënt in één van de categorieën C0 tot en met C6.
Afwijkingsmogelijkheid
Zorgaanbieder en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in individuele gevallen af
te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan om twee redenen:
-
1. Meer maatwerk
De huidige indeling in zeven prestatiecategorieën sluit aan bij de huidige praktijk.
Er kunnen echter situaties zijn dat het tarief voor de toepasbare categorie te hoog
of te laag is. Indien er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor
in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in bovengenoemde
tabel staat weergegeven. Met deze vrijheid om in afstemming met het zorgkantoor cliënten
in een andere categorie te plaatsen, kan de vergoeding nog beter aansluiten bij de
situatie van individuele zorgaanbieders. Een overeengekomen afwijking moet beargumenteerd
worden vastgelegd.
-
2. Minder administratie bij wisselende afstanden of vervoermiddelen
Een zorgaanbieder kan, om de administratieve last zo gering mogelijk te houden, de
volgende werkwijze hanteren:
-
– bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als
verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar
toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die
daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen
dagen/weken steeds in de administratie bij te houden;
-
– bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van
vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze
van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen.
Een zorgaanbieder moet het vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert.
9. Beleidsregelwaarden in- of exclusief behandeling vv en ghz
Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling, zoals vermeld
in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig
pakket thuis 2026, af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties
die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire
zorg 2026. Deze behandelprestaties kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten
(beleidsregelwaarde zzp exclusief behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties)
daarvan niet de maximale beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt.
10. Gespecialiseerde zorg declareren met toeslagen
De prestaties gespecialiseerde zorg kunnen alleen in combinatie met de toeslagen genoemd
in de Beleidsregel zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026 worden gedeclareerd
indien de toeslagen geen relatie hebben tot de aandoening van de doelgroep.
11. Cliëntgebonden consultatie en advies gespecialiseerde zorg
De prestaties cliëntgebonden consultatie en advies (CCA) kunnen ingezet worden aanvullend
op zorg geleverd via een zzp-prestatie. Hierbij is sprake van:
-
– CCA wordt ingezet voor het beantwoorden van een zorgvraag van een individuele cliënt.
Er is tijdelijk inzet vanuit een expertisecentrum nodig bij een situatie waarbij een
cliënt onvoldoende baat heeft bij de reeds ingezette zorg. De inzet van een expertisecentrum
is nodig om stabilisatie van de situatie te bewerkstellingen en eventuele opname of
verhuizing te voorkomen.
-
– Het betreft een inzet van zorgverleners ten behoeve van de zorg aan een cliënt die
niet in een expertisecentrum verblijft.
-
– De inzet van CCA is alleen mogelijk voor een cliënt met een Wlz-indicatie die verblijft
in een instelling en waarbij sprake is van de ziekte van Huntington, het syndroom
van Korsakov, D-zep of GP+ en waarbij de cliënt voldoet aan de in artikel 7.1 tot en met 7.5 van deze beleidsregel onder doelgroep beschreven kenmerken van de cliënt.
-
– CCA kan alleen geleverd worden door een expertisecentrum indien het expertisecentrum
ook gespecialiseerde zorg met verblijf biedt zoals beschreven in artikel 7.1 tot en met 7.5 van deze beleidsregel.
-
– Een traject duurt niet langer dan 6 maanden en de inzet bedraagt maximaal 32 uur,
exclusief de reistijd van de zorgverlener, per cliënt. Wanneer meerdere expertisecentra
CCA bieden aan dezelfde cliënt mag dit gezamenlijk niet meer dan 32 uur per cliënt
zijn.
-
– De volgende uren kunnen worden gedeclareerd:
-
• de uren dat een zorgverlener directe zorg verleent bij de zorgaanbieder voor cliëntgebonden
consultatie en advies;
-
• de tijd voor interventie/advies via beeld of telefonisch contact met de zorgverleners;
-
– Onderstaande declaratiecodes kunnen alleen in rekening worden gebracht indien de prestatie
door de één van de daarachter genoemde beroepsgroepen is geleverd:
CCA1: Specialist ouderengeneeskunde al dan niet in opleiding, basisarts.
CCA2: Arts VG al dan niet in opleiding, basisarts.
CCA3: Basis-, GZ-, of klinisch-psycholoog, orthopedagoog, psychodiagnostisch medewerker,
vaktherapeut, HBO-gedragsdeskundige (sph-er, maatschappelijk werker, facttherapeut),
agoog.
CCA4: Fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, diëtist.
CCA5: Verpleegkundig specialist, physician assistant.
CCA6 Verpleegkundige niveau 5 – 6.
CCA7 Verpleegkundige, verzorgende niveau 3 – 4.
CCA8 Psychiater, neuroloog, klinisch geriater, allen al dan niet in opleiding.
12. Reistoeslag zorgverlener gespecialiseerde zorg
De prestatie reistoeslag zorgverlener (CCAR) omvat de reiskosten en reistijd van een
zorgverlener die consultatie en advies levert aan een cliënt op een ander adres dan
de locatie van de zorgverlener.
Hierbij geldt:
13. Coördinatiekosten levensloopaanpak
Levensloopaanbieders die de prestatie coördinatiekosten levensloopaanpak leveren kunnen
deze prestatie alleen declareren bij een zorgkantoor indien en voor zover cliënten
met een Wlz-indicatie zijn geïncludeerd in de regeling Ketenveldnorm levensloopfunctie
en beveiligde intensieve zorg èn levensloopaanbieders afspraken hebben gemaakt met
een zorgkantoor. De levensloopaanbieder kan deze prestatie declareren zolang een cliënt
is geïncludeerd in de regeling.
Er kunnen geen declaraties plaatsvinden voor cliënten die niet of niet meer aangemerkt
worden als geïncludeerden. Deze prestatie kan per cliënt niet meer dan één maal per
dag worden gedeclareerd, ongeacht waar de cliënt verblijft en ongeacht of de cliënt
reguliere Wlz-zorg ontvangt.
In het proces van de coördinatiekosten levensloopfunctie wordt door de Zorg- en Veiligheidshuizen
de datum inclusie vastgelegd. Daar vindt ook de controle op de Wlz indicatie plaats.
De levensloopaanbieder die de coördinatie gaat leveren, krijgt een bevestiging van
de datum inclusie plus het bestaan van de Wlz-indicatie.
Artikel 5. Administratie- en declaratievoorschriften zzp-meerzorg
1. Administratievoorschriften zzp-meerzorg
-
A. Zzp-meerzorg is een prestatie die per dag wordt geadministreerd en gedeclareerd. De
prestatie is beschreven in de Beleidsregel prestatiebeschrijving en tarief zzp-meerzorg
Wlz.
-
B. De administratieve organisatie van de zorgaanbieder die meerzorg levert, dient zo
ingericht te zijn dat een audit mogelijk is.
-
C. Voor elke prestatie zzp-meerzorg die door een zorgaanbieder aan een zorgkantoor/Wlz-uitvoerder
gedeclareerd is, moet te allen tijde te herleiden zijn op welke manier het gedeclareerde
tarief is bepaald.
-
D. Voor de NZa en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder is hierbij per cliënt inzichtelijk:
-
a. De in het zorgplan vastgestelde doelen;
-
b. De directe kosten om de meerzorg in groepsverband of op individueel niveau mogelijk
te maken per dag;
-
c. De indirecte kosten om de meerzorg in groepsverband of op individueel niveau mogelijk
te maken per dag;
-
d. Het bedrag voor zzp-meerzorg dat per jaar is afgesproken;
-
e. Het afgesproken zzp-meerzorg tarief per dag.
2. Declaratievoorschriften zzp-meerzorg
-
a. De zorgaanbieder declareert alleen zzp-meerzorg indien de prestatie is geadministreerd
volgens de door de NZa vastgestelde administratievoorschriften.
-
b. Zorgaanbieders declareren zzp-meerzorg voor zover deze is geleverd met uitzondering
van het volgende:
De zzp-meerzorg is bedoeld als aanvulling op het zorgprofiel en wordt gedeclareerd
bovenop de prestaties zzp, vpt, gespecialiseerde zorg, mpt, beveiligde zorg LZ niveau
2, beveiligde zorg LZ niveau 3, klinisch intensieve behandeling of crisiszorg. Indien
en voor zover uit artikel 4 van deze regeling blijkt dat de zzp, vpt, gespecialiseerde zorgprestatie of mpt voor
een aantal dagen in het jaar niet gedeclareerd kan worden, kan ook de zzp-meerzorg
niet worden gedeclareerd. Zzp-meerzorg kan wel worden gedeclareerd wanneer in plaats
van een zzp, vpt of mpt een prestatie crisiszorg, beveiligde zorg LZ niveau 2, beveiligde
zorg niveau 3 of klinisch intensieve behandeling wordt gedeclareerd.
Voor zzp-meerzorg geldt, conform artikel 4, tweede lid, onder c van deze regeling, het volgende:
Voor cliënten die aangewezen zijn op een zzp-prestatie komen de volgende dagen in
aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken tarief met ingang van de
eerste dag van afwezigheid van de cliënt:
-
1° De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een andere zorgaanbieder of op
een andere locatie van de zorgaanbieder binnen dezelfde rechtspersoon, en daar verblijft
voor:
-
– Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling) waarbij de cliënt eerder alleen
Wlz-verblijf zonder behandeling ontving (zzp-exclusief behandeling);
-
– revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven
in de Zvw en vv herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv9b) zoals omschreven
in de Wlz;
-
– gespecialiseerde ggz;
-
– medisch specialistische zorg.
Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is zoals bedoeld onder 1° naar
verwachting langer dan 91 dagen afwezig is, moet het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van
de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.
-
2° De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie of detentie. De dagen worden
alleen bekostigd indien de cliënt voor de vakantie of detentie reeds 14 dagen verbleef
bij de instelling. Per kalenderjaar kunnen niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als
gevolg van vakantie of detentie worden bekostigd.
-
3° De dagen dat een cliënt die als leerling voor dagonderwijs staat ingeschreven, en
dit onderwijs ook daadwerkelijk volgt, tijdelijk afwezig is door vakantie. Er worden
niet meer afwezigheidsdagen bekostigd dan de wettelijke vakantieduur.
-
4° De maximaal twee aaneengesloten dagen dat een cliënt afwezig is in een periode van
zeven dagen (maandag tot en met zondag), voorheen weekendverlof.
-
c. Indien de daadwerkelijke zorgverlening en bijbehorende kosten structureel in grote
mate afwijken van de geplande zorg en kosten, wordt ook het afgesproken zzp-meerzorg
tarief bijgesteld in overeenstemming met de structureel daadwerkelijk geleverde zorg.
Dit bijgestelde zzp-meerzorg tarief wordt dan gedeclareerd.
-
d. Als er meerzorg wordt gedeclareerd, is het niet mogelijk om ook andere toeslagen in
rekening te brengen, tenzij er sprake is van de toeslag kdc (Z983). De kosten waarvoor
de toeslagen ter dekking zijn, worden onder de kosten van meerzorg opgenomen in de
tariefberekening.
-
e. Het is niet toegestaan om voor één cliënt op één dag meer dan éénmaal een zzp-meerzorg
in rekening te brengen.
-
f. Het tarief dat een zorgaanbieder in rekening brengt voor zzp-meerzorg wordt berekend
door het jaarbedrag voor meerzorg zoals met het zorgkantoor afgesproken, te delen
door 365. Dit tarief is ten hoogste gelijk aan het door de NZa in de tariefbeschikking
genoemde bedrag (maximum tarief) voor die prestatie. Het tarief wordt afgerond volgens
de rekenkundige methode zoals omschreven in artikel 1.
-
g. Zorgaanbieders maken bij declaratie in de factuur het zzp-meerzorg dat in rekening
wordt gebracht duidelijk zichtbaar en welk tarief daarbij wordt gehanteerd. De declaratie
van zzp-meerzorg vindt plaats op cliëntniveau. Dit houdt in dat de declaratie bestaat
uit een overzicht van het per cliënt geleverde aantal dagen zzp-meerzorg en het gehanteerde
zzp-meerzorg tarief.
Artikel 6. Declaratievoorschrift Verkeerde bed Wlz
1. Wijze van declareren verkeerde bed medisch specialistische zorg
-
a. De vergoeding kan in rekening worden gebracht na de dag dat de noodzaak voor de klinische
opname in een instelling voor medisch-specialistische zorg is vervallen en het CIZ
een Wlz-indicatie (als bedoeld in artikel 3.2.3. van de Wet langdurige zorg) heeft vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in de instelling voor medisch specialistische
zorg moet blijven. Het noodgedwongen verblijf ontstaat doordat er nog geen plek bij
een Wlz-zorgaanbieder beschikbaar is of de Wlz-zorg nog niet thuis geleverd kan worden.
-
b. Een vergoeding voor het ‘Verkeerde bed’ is niet van toepassing op cliënten die voorafgaand
aan de opname in de instelling voor medisch specialistische zorg, zorg met verblijf
ontvingen op grond van de Wlz.
-
c. Deze cliënten kunnen immers terugkeren naar hun Wlz-verblijfsaanbieder.
-
d. Er kan zich een situatie voordoen waarin een cliënt vanwege een nieuwe, zwaardere
Wlz-herindicatie niet kan terugkeren naar zijn Wlz-verblijfsaanbieder, omdat die Wlz-aanbieder
de desbetreffende zorg niet levert. Voor elke dag dat er – in het uiterste geval –
nog geen plek bij een andere Wlz-instelling (dat wil zeggen: andere rechtspersoon)
beschikbaar is en de cliënt noodgedwongen in de instelling voor medisch specialistische
zorg moet blijven, mag de prestatie verkeerde bed worden gedeclareerd.
-
e. De vergoeding kan wel in rekening worden gebracht wanneer een cliënt, die voorafgaand
aan de opname vpt of mpt ontving, na beëindiging van de indicatie gedwongen in de
instelling voor medisch specialistische zorg dient te blijven doordat het verlenen
van zorg thuis niet meer als verantwoordelijk wordt gezien.
-
f. Het tarief dat in rekening mag worden gebracht, is een integraal tarief.
-
g. Het tarief dat op grond van de Prestatie en tariefbeschikking‘Verkeerde bed Wlz 2026’ in rekening wordt gebracht, is een maximumtarief.
-
h. De Prestatie en tariefbeschikking‘Verkeerde bed Wlz 2026’ is niet van toepassing op zorgprestaties die in het kader van onderlinge dienstverlening
door de ene zorgaanbieder aan de andere zorgaanbieder in rekening worden gebracht.
-
i. Zorgaanbieders maken bij declaratie aan zorgkantoren/Wlz-uitvoerders in de factuur
duidelijk inzichtelijk welke prestatie in rekening wordt gebracht en welk tarief daarbij
wordt gehanteerd. De declaratie vindt plaats op cliëntniveau. Het declaratieoverzicht
bestaat uit een overzicht met het aantal geleverde dagen zorg per cliënt, het daarbij
behorende gehanteerde tarief en het totaalbedrag per declaratieperiode.
-
j. Wanneer er sprake is van onderaanneming of uitbesteding wordt de prestatie alleen
in rekening gebracht door de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
voor de betreffende prestatie is gecontracteerd als bedoeld in artikel 7 (Tarifering
onderlinge dienstverlening Wlz) van de Beleidsregel bekostigingscyclus Wlz 2026. De
zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming uitvoert of aan wie de zorgverlening is
uitbesteed levert aan de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
voor de betreffende prestatie is gecontracteerd de daarvoor benodigde persoonsgegevens
aan. De zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming uitvoert of aan wie de zorgverlening
is uitbesteed, mag noch een afzonderlijke prestatie noch een deel van de prestatie
in rekening brengen aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
2. Wijze van declareren verkeerde bed ggz
-
a. De vergoeding kan in rekening worden gebracht voor cliënten waarbij geen sprake is
(geweest) van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) als omschreven bij of
krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).
-
b. De vergoeding voor het verkeerde bed ggz kan in rekening worden gebracht vanaf de
dag dat het CIZ een Wlz-indicatie (als bedoeld in artikel 3.2.3. van de Wet langdurige zorg), niet zijnde een ggz-b of ggz wonen Wlz-indicatie, heeft vastgesteld en de cliënt
noodgedwongen in een instelling die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert,
opgenomen moet blijven. Het noodgedwongen verblijf ontstaat doordat er nog geen plek
bij een Wlz-zorgaanbieder beschikbaar is of de Wlz-zorg nog niet in de thuissituatie
geleverd kan worden.
-
c. De vergoeding kan wel in rekening worden gebracht wanneer een cliënt, die voor de
opname een volledig pakket thuis (vpt) of het modulair pakket thuis (mpt) ontving,
gedwongen in een instelling die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert dient
te blijven doordat het verlenen van zorg thuis niet meer als verantwoord wordt gezien.
-
d. Het tarief is een integraal tarief.
-
e. Het tarief dat op grond van de Prestatie en tariefbeschikking‘Verkeerde bed Wlz 2026’ in rekening wordt gebracht, is een maximumtarief.
-
f. De Prestatie en tariefbeschikking‘Verkeerde bed Wlz 2026’ is niet van toepassing op zorgprestaties die in het kader van onderlinge dienstverlening
door de ene zorgaanbieder aan de andere in rekening worden gebracht.
-
g. Zorgaanbieders maken bij declaratie aan zorgkantoren/Wlz-uitvoerders in de factuur
duidelijk inzichtelijk welke prestatie in rekening wordt gebracht en welk tarief daarbij
wordt gehanteerd. De declaratie vindt plaats op cliëntniveau. Het declaratieoverzicht
bestaat uit een overzicht met het aantal geleverde dagen zorg per cliënt, het daarbij
behorende gehanteerde tarief en het totaalbedrag per declaratieperiode.
-
h. Wanneer er sprake is van onderaanneming of uitbesteding wordt de prestatie alleen
in rekening gebracht door de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
voor de betreffende prestatie is gecontracteerd als bedoeld in artikel 7 (Tarifering
onderlinge dienstverlening Wlz) van de Beleidsregel bekostigingscyclus Wlz 2026. De
zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming uitvoert of aan wie de zorgverlening is
uitbesteed levert aan de zorgaanbieder die door het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
voor de betreffende prestatie is gecontracteerd de daarvoor benodigde persoonsgegevens
aan. De zorgaanbieder die de zorg in onderaanneming uitvoert of aan wie de zorgverlening
is uitbesteed, mag noch een afzonderlijke prestatie noch een deel van de prestatie
in rekening brengen aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
Artikel 7. Administratie- en declaratievoorschriften inzet crisis- en ondersteuningsteam
(COT)
1. Administratievoorschriften COT advies
-
a. COT advies is een prestatie per uur. De prestatie wordt beschreven in de Beleidsregel
prestatiebeschrijving en tarieven crisis en ondersteuningsteam (COT) 2026.
-
b. De penvoerende zorgaanbieder dient de volgende gegevens over de COT inzet inzichtelijk
te maken:
-
A. het aantal uren beschikbaar zijn per discipline zonder oproep voor COT advies;
-
B. het aantal uren inzet COT advies per discipline per traject en in totaal;
-
C. het aantal oproepen voor COT advies;
-
D. de doorlooptijd per traject (datum aanvang COT advies tot en met datum afsluiting
COT advies);
-
E. de kosten die betrekking hebben op de inzet van COT.
2. Declaratievoorschriften COT advies
-
a. De inzet van een COT is alleen mogelijk voor cliënten met een Wlz-indicatie met een
vg grondslag die intramuraal verblijven of thuis verblijven en die bij een crisisregisseur
ghz zijn aangemeld voor een crisisplaatsing.
-
b. De inzet van het COT duurt maximaal 13 weken. Gedurende deze periode neemt de ureninzet
van het COT af. Deze periode kan eenmalig worden verlengd met maximaal 13 weken na
expliciete toestemming van de crisisregisseur ghz. Na deze periode is het wenselijk
dat een COT voor nazorg, implementatie en borging gedurende maximaal 6 maanden af
en toe contact blijft houden met het team waar advies aan is gegeven. Voor de verlengingsperiode
en de periode van nazorg maakt het COT afspraken met de crisisregisseur ghz over de
duur en de ureninzet.
-
c. De declaratie van COT advies prestaties vindt plaats op cliëntniveau. Dit houdt in
dat de declaratie bestaat uit een overzicht van het per cliënt geleverde aantal eenheden,
het daarbij gehanteerde tarief en het totaalbedrag per prestatie per declaratieperiode.
-
d. Indien sprake is van een deel van een uur wordt het in rekening te brengen tarief
naar evenredigheid berekend. Indien er tussen het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder en
de zorgaanbieder geen schriftelijke overeenkomst bestaat over de te hanteren werkwijze
bij het afronden van de tijd van de geleverde prestaties, wordt de tijd afgerond op
het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten.
-
e. De leidinggevende vervult in het COT niet de rol van hiërarchisch leidinggevende,
maar is adviseur voor het management van de zorgaanbieder waarvoor de hulp van het
COT is ingeroepen.
-
f. Beschikbaarheid en reiskosten van het COT mogen niet gedeclareerd worden. Deze moeten
betaald worden uit de te declareren COT prestaties.
-
g. De inzet van de crisisregisseur ghz kan niet onder de prestaties en de tarieven van
het COT gedeclareerd worden.
-
h. Het zorgkantoor heeft per regio een contract met één zorgaanbieder die optreedt als
penvoerder van het COT en verantwoordelijk is voor de registratie en declaratie van
de ureninzet van het COT. Alleen de penvoerder mag de uren inzet van het COT declareren.
-
i. De volgende uren kunnen worden gedeclareerd:
-
a. de uren dat het crisisondersteuningsteam daadwerkelijk aanwezig is bij de zorginstelling
voor interventie/advies;
-
b. de tijd voor interventie/advies via telefonisch contact tussen crisisondersteuningsteam
en de zorginstelling;
-
c. de tijd van multidisciplinair overleg.
-
j. De zorgaanbieder is verplicht bij einde inzet COT een melding einde zorg te doen bij
het zorgkantoor.
Artikel 8. Administratieve organisatie en interne controle Wlz-zorgaanbieders
1. Vastlegging van de zorgprestaties
-
a. De vastlegging van de zorgprestaties in de administratie van de leverende zorgaanbieder
is volledig, juist en actueel. Een adequate audit trail dient gewaarborgd te zijn.
-
b. De registratie van de productie vindt plaats door de zorgadministratie op basis van
de productieregistratie van de zorgafdelingen. Aan zorgaanbieders die registreren
en declareren volgens het principe van ‘zorgplan = planning = realisatie, tenzij’
wordt een verantwoording van uren gevraagd door middel van de (gecorrigeerde) planning).
Er hoeft dan geen feitelijk geleverde minuteninzet opgenomen te worden in het zorgplan,
de voortgangsrapportage of op welke wijze dan ook.
-
c. De zorgaanbieder legt voor het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder de noodzakelijke Wlz-registratiegegevens
vast, conform de landelijk geldende standaarden voor het elektronisch berichtenverkeer
in de Wlz, de informatiestandaard Wlz (iWlz).
2. Gegevens in het cliëntdossier
De zorgaanbieder neemt de volgende gegevens van de individuele cliënt op in het cliëntdossier:
-
• NAW-gegevens;
-
• burgerservicenummer;
-
• indicatiebesluit;
-
• verwijzing zorgkantoor/Wlz-uitvoerder;
-
• verzekeringsgegevens;
-
• datum geplande aanvang zorgverlening;
-
• datum aanvang zorgverlening;
-
• afdeling/behandelaar;
-
• zorgplan/zorgzwaarte;
-
• omvang en aard geleverde zorgprestaties;
-
• mutaties in de zorgverlening.
3. Vastlegging van onderaanneming c.q. uitbesteding
De zorgaanbieder legt vast of, en zo ja, in welke mate er sprake is van onderaanneming
c.q. uitbesteding van Wlz-zorg. De zorgaanbieder verstrekt deze informatie aan het
zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
In het kader van onderaanneming c.q. uitbesteding is de opdrachtgevende zorgaanbieder
er voor verantwoordelijk dat de uitvoerende zorgaanbieder beschikt over een volledige,
juiste en actuele administratie met betrekking tot de zorg die door de uitvoerende
zorgaanbieder is geleverd. Op verzoek van de opdrachtgevende zorgaanbieder, de NZa
en/of de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor zal de uitvoerende zorgaanbieder de administratie
met betrekking tot de geleverde zorg te allen tijde inzichtelijk kunnen maken.
In het kader van onderaanneming c.q. uitbesteding is de opdrachtgevende zorgaanbieder
er voor verantwoordelijk dat de administratieve organisatie zodanig ingericht is,
dat te allen tijde een audit-trail mogelijk is met betrekking tot de zorg die door
de uitvoerende zorgaanbieder is geleverd.
4. Interne controle
-
A. De zorgaanbieder voert een interne controle uit op de gevoerde administratie. De zorgaanbieder
zorgt ervoor dat de uitgevoerde werkzaamheden met voldoende controletechnische functiescheiding
worden uitgevoerd. Een medewerker die betrokken is bij planning, uitvoering en evaluatie
van controles heeft geen directe betrokkenheid bij de primaire registratie van de
productie en bij declaraties die gecontroleerd worden. De controle richt zich op de
vereisten zoals die in deze regeling met betrekking tot de verplichte administratie
zijn gesteld.
-
B. De interne controlefunctie omvat de controle op:
-
a.
-
b.
-
2° het gedeclareerde tarief, waarbij wordt vastgesteld dat dit tarief overeenkomt met
het door partijen contractueel overeengekomen tarief en dat dit tarief binnen de grenzen
blijft van het door de NZa in de tariefbeschikking vastgelegde bedrag(en), tariefsoort
of berekeningswijze voor die prestatie.
-
C. De interne controle moet zijn gebaseerd op een risico-analyse waarbij wordt getoetst
in hoeverre de risico's door de interne beheersing zijn afgedekt. Aanvullende controles
moeten worden verricht op posten waar nog een resterend risico aanwezig is.
-
D. De zorgaanbieder moet bij de uitvoering van zijn controle rekening houden met een
betrouwbaarheid van 95% en een nauwkeurigheid van 99%. Bij de uitvoering van de controle
of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk aan de cliënt is geleverd en of deze zorg,
gelet op de indicatie, voor de cliënt passend is, kan worden volstaan met een nauwkeurigheid
van 95%. De hantering van deze percentages kan naast kwantitatief ook kwalitatief
onderbouwd worden.
-
E. De controleaanpak, uitgevoerde controlewerkzaamheden, controlebevindingen, ondernomen
vervolgacties en opvolging hiervan, worden periodiek gerapporteerd aan de bestuurder.
In het geval geen separate interne controle afdeling/functionaris aanwezig is bij
de zorgaanbieder, dient de zorgaanbieder ervoor te zorgen dat de uitgevoerde werkzaamheden
met voldoende controletechnische functiescheiding wordt uitgevoerd. Ook moet er een
aantoonbare vastlegging aanwezig zijn van de ondernomen vervolgacties en de opvolging
hiervan.
-
F. Artikel 8, vierde lid, is niet van toepassing op zelfstandige zorgverleners zonder
personeel.
Artikel 9. Informatieverstrekking en verplichtingen definitieve vaststelling aanvaardbare
kosten Wlz
1. Te verstrekken informatie; nacalculatie-opgave
Zorgaanbieders en /of het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder verstrekken per NZa-nummer
de NZa vóór 1 juni 2026 de hierna genoemde gegevens en inlichtingen:
-
A. De zorgaanbieder dient een ingevuld nacalculatieformulier 2026 in. Bij tweezijdige
indiening hoeft het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder het nacalculatieformulier geen eigen
nacalculatieformulier in te dienen. Bij eenzijdige indiening zal (ook) het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder
een nacalculatieformulier invullen. In dat laatste geval dienen zowel zorgaanbieder
als zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een eigen nacalculatieformulier in;
-
B. Bij een tweezijdige nacalculatie-opgave 2026 moeten zowel de zorgaanbieder als het
zorgkantoor/Wlz-uitvoerder een ondertekeningsdocument indienen. Ook bij een eenzijdige
nacalculatie-opgave moet ieder haar eigen ondertekeningsdocument indienen. Elk ondertekeningsdocument
moet voorzien zijn van een handtekening van een persoon die bevoegd is te tekenen.
Het ondertekeningsdocument van de zorgaanbieder moet ook worden gewaarmerkt door de
accountant (zoals hierna verder geregeld).
-
C. Bij enkele onderdelen van de nacalculatie-opgave is eenzijdige indiening niet mogelijk.
Voor de volgende onderdelen geldt dat de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder
de nacalculatie-opgave op die onderdelen tweezijdig moeten indienen:
-
• de prestaties/tarieven extreme kosten van zorggebonden materiaal, extreme kosten van
geneesmiddelen, inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing eenpersoonswoning, inrichtingskosten
bij gedwongen verhuizing meerpersoonswoning, een en ander zoals geregeld in de Beleidsregel
overige kosten Wlz 2026;
-
• de prestatie/tarief vergoeding kosten BRMO-uitbraak zoals geregeld in de Beleidsregel
BRMO-uitbraak;
In de hierna in deze regeling genoemde gevallen, verstrekt de zorgaanbieder een door
de accountant ondertekende controleverklaring bij de nacalculatie-opgave 2026;
In de hierna in deze regeling genoemde gevallen, verstrekt de zorgaanbieder een consolidatie-overzicht.
2. Wijze van informatieverstrekking
De nacalculatie-opgave 2026 wordt aangeleverd via het (digitale) aanvragenportaal
van de NZa. De gegevens en inlichtingen worden verstrekt met gebruikmaking van de
in dat portaal door de NZa ter beschikking gestelde stukken.
De gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt op de wijze als geregeld in dit
artikel van deze regeling en het Controleprotocol nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders.
3. Controleverklaring
De zorgaanbieder geeft een accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep opdracht tot het uitvoeren van een accountantsonderzoek naar de betrouwbaarheid en
nauwkeurigheid van de nacalculatie-opgave 2026. In gevallen waarin uit te voeren onderzoek
van de financiële verantwoording op basis van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG moet worden verricht door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent
ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld
in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, geldt dat ook voor genoemde opdracht en controleverklaring. De zorgaanbieder draagt
er zorg voor dat de accountant een controleverklaring afgeeft bij het ondertekeningsdocument
2026 van de zorgaanbieder.
De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat een accountant zijn opdracht uitvoert op
de wijze zoals beschreven in dit artikel 9 van deze regeling en het bij deze regeling
behorende Controleprotocol nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders. Object van
onderzoek is het ondertekeningsdocument van de zorgaanbieder. In het Controleprotocol
nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders zijn onder meer regels opgenomen over
het object van accountantsonderzoek.
De zorgaanbieder stelt de nacalculatie-opgave 2026 met de daarvan deel uitmakende
controleverklaring beschikbaar aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder via het aanvragenportaal.
4. Consolidatie-overzicht
Voor zover bij de nacalculatie-opgave een controleverklaring van een accountant moet
worden gevoegd, kan een zorgaanbieder ervoor kiezen om de nacalculatie-opgave te voorzien
van een consolidatie-overzicht. In dat geval geldt niet het ondertekeningsdocument
van de zorgaanbieder als object van accountantsonderzoek, maar het consolidatie-overzicht.
Ten behoeve van de controleverklaring van de accountant, kan een zorgaanbieder op
twee manieren consolideren en dat tot uitdrukking brengen in het consolidatie-overzicht:
-
a. consolideren per Wlz-uitvoerder van de financiële gegevens van meerdere NZa-nummers
tezamen;
-
b. consolideren van de financiële gegevens van alle NZa-nummers tezamen die in de jaarrekening
van de zorgaanbieder zijn verwerkt, dan wel zijn verwerkt in een andere (geconsolideerde)
jaarrekening waarvan de financiële gegevens van de zorgaanbieder deel uitmaken. Bij
de bepaling welke NZa-nummers al dan niet geconsolideerd worden, hanteert de zorgaanbieder
als basis de (geconsolideerde) jaarrekening, waarin de financiële gegevens uit de
nacalculatie-opgaven in het resultaat zijn verwerkt. Voorwaarde hierbij is dat deze
(geconsolideerde) jaarrekening is of wordt voorzien van een controleverklaring. Dit
kan betekenen dat bij een zorgaanbieder verschillende scenario’s mogelijk zijn met
betrekking tot consolidatie. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid van controleverklaringen
bij onderdelen van dezelfde zorgaanbieder en het feit of sprake is van meerdere Wlz-uitvoerders.
Of en tot welk niveau ten behoeve van de controleverklaring wordt geconsolideerd,
is aan de zorgaanbieder en zijn accountant.
Voor beide opties geldt dat als de zorgaanbieder voor consolideren kiest, al haar
NZa-nummers moeten worden geconsolideerd. Het is niet mogelijk om één of meerdere
NZa-nummers niet op te nemen in het consolidatie-overzicht.
5. Bij accountantscontrole gevonden fouten en onzekerheden
De zorgaanbieder verwerkt in haar financiële- en zorgadministratie en/of in de nacalculatie-opgave
alle bij de accountantscontrole geconstateerde fouten en onzekerheden op de wijze
zoals beschreven in het Controleprotocol nacalculatie-opgave 2026 Wlz-zorgaanbieders.
6. Waarmerking door accountant van de nacalculatie-opgave
Als de zorgaanbieder op basis van dit artikel een controleverklaring moet verstrekken,
moet de gehele nacalculatie-opgave 2026 worden gewaarmerkt door de accountant als
bedoeld in het derde lid.
De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de waarmerking door de accountant wordt uitgevoerd
op de wijze zoals beschreven in het bij deze regeling behorende Controleprotocol nacalculatie-opgave
2026 Wlz-zorgaanbieders.
De zorgaanbieder moet een gewaarmerkte versie van de nacalculatie-opgave 2026 beschikbaar
hebben. Daarvan uitgezonderd is het ondertekeningsdocument van het zorgkantoor/de
Wlz-uitvoerder.
De door de accountant gewaarmerkte versie van het ondertekeningsdocument van de zorgaanbieder
moet altijd naar de NZa worden gestuurd. De overige gewaarmerkte delen van de nacalculatie-opgave
stuurt de zorgaanbieder uitsluitend op verzoek aan de NZa.
7. Zorgaanbieder met nul productie
Bij zorgaanbieders met een totaal financieel gerealiseerde productie van nul en waarbij
de totaal financiële realisatie overige onderdelen ook nul bedraagt, geldt dat zij
voor 1 juni 2026 een nacalculatie-opgave 2026 (nulopgave) bij de NZa moeten indienen.
Deze zorgaanbieders hoeven geen controleverklaring bij de nacalculatie 2026 te overleggen.
Bovendien hoeft de gehele nacalculatie-opgave 2026 en eventuele toelichting behorende
bij de nacalculatie-opgave 2026 niet te worden beoordeeld en gewaarmerkt door een
accountant.
De verplichte aanlevering van een nacalculatieopgave bij nul productie vervalt als
ten tijde van de herschikking reeds een nulopgave is ingediend en door de NZa conform
nulopgave is beschikt.
8. Te verstrekken informatie door zelfstandige zorgverleners zonder personeel
Voor zelfstandige zorgverleners zonder personeel geldt dat zij voor 1 juni 2026 wel
een nacalculatie-opgave 2026 bij de NZa moeten indienen, maar dat zij geen controleverklaring
bij de nacalculatie-opgave hoeven te overleggen. In zoverre vindt de controle van
de totaal financieel gerealiseerde productie 2026 alleen plaats door het zorgkantoor/de
Wlz-uitvoerder.
Bovendien hoeft de gehele nacalculatie-opgave 2026 en eventuele toelichting(en) behorende
bij de nacalculatie-opgave 2026, niet te worden beoordeeld en gewaarmerkt door een
accountant.
9. Te verstrekken informatie in geval van faillissement zorgaanbieder
-
A. Afwijking datum uiterste indiening
Indien de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder uitspreekt en een curator
benoemt, kan de NZa de uiterste indieningstermijn van de nacalculatie-opgave 2026
tweemaal verlengen (uitstel van indiening verlenen). De NZa doet dit uitsluitend op
basis van een schriftelijk verzoek van een failliete zorgaanbieder, van de curator
van de failliete zorgaanbieder of van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder.
-
B. Afwijking vereiste gegevens en inlichtingen
Voor de definitieve vaststelling van de aanvaardbare kosten Wlz 2026 kan de NZa afwijken van de in artikel 9, eerste lid van deze regeling genoemde
vereiste gegevens en inlichtingen.
10. Overige informatie
-
A. Te verstrekken andere gegevens en inlichtingen
In een specifiek verzoek om informatie als bedoeld in artikel 61 Wmg kan de NZa bepalen welke andere gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt
voor de definitieve vaststelling van de aanvaardbare kosten Wlz 2026 voor de in artikel 1 bedoelde zorgaanbieders.
-
B. Gebruik eigen informatie
Wanneer een zorgaanbieder de gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste
lid, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt aan de NZa, kan de NZa op grond
van artikel 69 Wmg eigen informatie gebruiken om over te gaan tot definitieve vaststelling van de aanvaardbare
kosten Wlz 2026 voor de desbetreffende zorgaanbieder.
11. Controle door zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en door haar te verstrekken informatie
Het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder controleert de door de zorgaanbieder ingevulde nacalculatie-opgave
2026. Waar nodig corrigeert het zorgkantoor /de Wlz-uitvoerder die opgave.
Artikel 11. Toepasselijkheid voorafgaande regeling, bekendmaking, inwerkingtreding
en citeertitel
Toepasselijkheid voorafgaande regeling
De Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking
Wlz 2025 met kenmerk NR/REG-2516c blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten)
van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regelingen vielen en die zijn
aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.
Inwerkingtreding / Bekendmaking
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van
artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet.
De regeling ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.
Voorbehoud
Deze regeling wordt door de NZa vastgesteld onder voorbehoud van een toekomstige wijziging
van de Rlz, waarbij coördinatiekosten levensloopaanpak wordt toegevoegd aan artikel 2.2, eerste lid, van de Rlz, met ingang van 1 januari 2026.
Indien er naar aanleiding van voornoemde besluitvorming nog aanpassingen dienen plaats
te vinden in de regeling, zal de NZa een gewijzigde regeling vaststellen. Dit betekent
dat indien de NZa geen regeling heeft vastgesteld die de voorliggende vervangt, de
voorliggende regeling onverkort van toepassing is.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften
en informatieverstrekking Wlz 2026.