Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Regeling monitoring beschikkingen persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2026

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling monitoring beschikkingen persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2026

Gelet op de artikelen 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van informatieverstrekking voor de monitoring van zorguitgaven.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor overige begrippen wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling beoogt het stellen van regels over de informatie die Wlz-uitvoerder/zorgkantoren als genoemd in artikel 3 van deze regeling moeten aanleveren ten behoeve van het monitoren van de bedragen uit de verleningsbeschikkingen voor persoonsgebonden budget (pgb) en de uitgaven aan individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen.

Deze gegevens worden gebruikt om te bepalen in hoeverre de beschikbare regionale ruimten voor pgb’s toereikend zijn om de toegekende budgetten aan de budgethouders te bekostigen en in hoeverre het mogelijk is om nog budgetten toe te kennen aan aspirant budgethouders.

Voor de individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen worden de gegevens gebruikt om te bepalen of de uitgaven hiervan passen binnen de door VWS gestelde landelijke ruimte.

Deze regels hebben betrekking op de inhoud van de informatie zelf, de wijze waarop deze moet worden aangeleverd en de termijnen waarbinnen dat moet.

Artikel 4. Te verstrekken informatie pgb 2026

Zorgkantoren als bedoeld in artikel 1 zijn voor het budgetjaar 2026 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave op budgethouderniveau te verstrekken. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • zorgkantoornummer dat bij de budgethouder hoort;

  • geboortejaar budgethouder;

  • het zorgprofiel waarvoor de budgethouder is geïndiceerd;

  • het zorgprofiel dat is toegewezen aan de budgethouder;

  • wel of niet begeleiding groep;

  • het totaalbedrag toegekend budget pgb-Wlz, indien mogelijk gespecificeerd in:

    • Persoonlijke verzorging (PV), Verpleging (VP), Begeleiding (BG), Huishoudelijke hulp (HH) en (tijdelijk) verblijf;

    • Wooninitiatief(WI)-toeslag;

    • Budgetgarantie;

    • Meerzorgtoeslag;

    • Persoonlijk assistentie budget;

    • Extra kosten thuis;

    • Combinatie pgb/mpt (aftrekpost);

    • Bedrag overig;

  • Ingangsdatum van de pgb-subsidie;

  • Einddatum van de pgb-subsidie;

  • Bedrag reservering (zowel 2026 als 2027).

Op basis hiervan monitort de NZa of het totaalbedrag aan pgb-verleningsbeschikkingen past binnen het vastgestelde kader pgb.

Deze gegevens worden verder gebruikt voor verdiepende analyses.

Artikel 5. Indieningstermijnen en compleetheid van de te verstrekken informatie pgb 2025 en 2026

  • 1 De opgave zoals bedoeld in artikel 4 moet maandelijks ingediend worden via Vektis bij de NZa, met als peildatum de laatste dag van de maand. De opgave moet worden ingediend voor de 15e van de opvolgende maand.

  • 2 Zorgkantoren zijn verplicht de NZa via Vektis uiterlijk 15 maart 2026 een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van het totale bedrag aan pgb’s over het jaar 2025.

  • 3 Uiterlijk 15 maart 2027 levert het zorgkantoor via Vektis de NZa de eindstand van de verleningsbeschikkingen aan pgb’s over het jaar 2026 op.

Artikel 6. Te verstrekken informatie individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2025 en 2026

  • 1 Zorgkantoren, als bedoeld in artikel 1, zijn voor het budgetjaar 2026 verplicht om in dat jaar maandelijks een opgave te verstrekken van de uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen van de voorgaande kalendermaand, met een onderverdeling in mobiliteitshulpmiddelen en persoonsgebonden hulpmiddelen. Bij de mobiliteitshulpmiddelen wordt onderscheid gemaakt tussen rolstoelen, scootmobielen en aangepaste fietsen, wandelwagens/buggy’s of autostoeltjes.

    Indien er sprake is van uitgaven voor individueel aangepaste digitale spraakhulpmiddelen, dient dit apart op het formulier inzichtelijk gemaakt te worden. De opgave moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand.

  • 2 Zorgkantoren zijn verplicht de NZa uiterlijk 15 maart 2026 een definitieve (werkelijke) opgave te verstrekken van de uitgaven van individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen over het jaar 2025.

  • 3 Voor de opgaven bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel moet gebruik worden gemaakt van het formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste hulpmiddelen 2026’ (werkblad ‘Hulpmiddelen’) dat de NZa beschikbaar stelt.

  • 4 De opgave zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel is compleet, indien deze het volgende onderdeel bevat:

    • het volledig ingevulde digitale formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste hulpmiddelen 2025’ met het totaalbedrag uitgaven aan individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen met als peildatum de laatste dag van een maand.

  • 5 De opgave bedoeld in het tweede lid van dit artikel is compleet indien deze het volgende onderdeel bevat:

    • het totaalbedrag uitgaven individueel aangepaste hulpmiddelen over het jaar 2025.

Artikel 7. Wijze van verstrekking

Pgb-gegevens 2026

De zorgkantoren leveren de pgb-gegevens 2026 maandelijks via Vektis aan de NZa.

Gegevens individueel aangepaste hulpmiddelen 2026

Het formulier ‘Informatieuitvraag Individueel aangepaste hulpmiddelen 2026’ is beschikbaar gesteld op de website van de NZa (www.nza.nl). Zorgkantoren/Wlz-uitvoerders dienen de in artikel 6 bedoelde informatie aan te leveren via het NZa-uitwisselportaal en dit te melden per e-mail aan info@nza.nl.

Artikel 8. Gebrekkige aanlevering

  • 1 Van een gebrekkige aanlevering is sprake indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie onjuist, onvolledig, niet, of niet tijdig wordt aangeleverd.

  • 2 Van een onjuiste of onvolledige aanlevering is sprake, indien de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde informatie weliswaar binnen de geldende indieningstermijnen is verstrekt, maar niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de eisen die hieraan in deze regeling zijn gesteld.

    Bij een onjuiste of onvolledige aanlevering stelt de NZa de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor ten minste eenmaal in de gelegenheid alsnog binnen een nader te stellen termijn over te gaan tot aanlevering van de juiste en volledige informatie. Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie na herhaaldelijk verzoek onjuist of onvolledig is aangeleverd, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg. Voor deze gevallen wordt dan een separaat en nader in te vullen handhavingstraject vastgesteld. Daarbij wordt ook bepaald in welk geval welk handhavingsinstrument (zoals aanwijzing, boete, last onder dwangsom) wordt ingezet.

  • 3 Van een niet tijdige aanlevering is sprake wanneer na het verstrijken van de geldende indieningstermijnen alsnog een aanlevering van de in de artikelen 4, 5 en 6 genoemde informatie is ontvangen. Bij de beoordeling of sprake is van een niet tijdige aanlevering, is niet relevant of de informatie onjuist, onvolledig of compleet is.

    Indien de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde informatie niet of niet tijdig is ontvangen, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg.

Artikel 9. Overschrijding pgb-kader 2026

Indien een Wlz-uitvoerder/zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader 2026 te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking zoals beschreven in deze regeling.

Artikel 11. Toepasselijkheid voorafgaande regeling, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande regeling

De Regeling monitoring beschikkingen persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2025, met kenmerk NR/REG-2519, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgkantoren/Wlz-uitvoerders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Ingevolge artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet, zal de regeling in de Staatscourant worden geplaatst.

De regeling ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling monitoring beschikkingen persoonsgebonden budget en uitgaven individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen 2026.

Nederlandse Zorgautoriteit,

G.J.C.M. Engwirda-Kromwijk

voorzitter Raad van Bestuur