Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag

Geraadpleegd op 09-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a, van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met negende lid, van de Wmg.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met brieven van 12 december 2012 (kenmerk MC-U-3147126), 16 juli 2014 (kenmerk 640237-123257-MC), 11 december 2014 (kenmerk 696542-130372-MC en 692617-129795-MC), 16 juni 2015 (kenmerk 776212-137548-MC) 30 juni 2015 (kenmerk 776198-137542-MC), 21 april 2017 (kenmerk 1123133-163202-MC), 29 september 2017 (kenmerk 1223399-167180-MC), 3 oktober 2017 (kenmerk 1223400-167181-MC), 25 juni 2020 (kenmerk 1662538-203164-PZo), 6 juli 2020 (kenmerk 1713658-207569-PZo), 27 september 2021 (kenmerk 3253869-1015137-PZO), 28 oktober 2021 (kenmerk 3266624-1017495-PZO) en 14 juni 2023 (kenmerk 3610431-1048165-PZo) ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven.

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG en het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (C(2011)9380) van toepassing.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • Besluit:

    Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.

  • Bijlage:

    Bijlage bij artikel 2 van het Besluit.

  • Beschikbaarheidbijdrage:

    Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

  • dbc-omzet (integrale tarieven) brandwondenzorg:

    De in het betreffende jaar gerealiseerde dbc’s en de daarbij gerealiseerde ic add-on’s.

  • IGJ:

    Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

  • Jaar t:

    Jaar t is het betreffende subsidiejaar waarop deze beleidsregel van toepassing is.

  • Minister:

    Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • Orgaancentrum:

    Instelling zoals bedoeld in artikel 24 van de Wet op de orgaandonatie. Hiermee wordt gedoeld op de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).

  • OTO:

    Opleiden, Trainen en Oefenen bij rampen en crises zoals vastgelegd op 16 oktober 2008 in het Convenant inzake Opleiden, trainen en oefenen ter voorbereiding van rampen en crises.

  • SEH-consult:

    Spoedeisende hulp contact op de seh-afdeling met code 190015 als bedoeld in de Regeling medisch-specialistische zorg.

  • Uniform kader:

    Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa.

  • Wbmv:

    Wet bijzondere medische verrichtingen.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Voor een aantal activiteiten en voorzieningen van zorgaanbieders is het niet mogelijk en/of wenselijk om deze rechtstreeks aan zorgproducten voor individuele consumenten toe te rekenen. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen. Doel van deze beleidsregel betreft het vaststellen van de wijze van bekostiging van deze activiteiten en voorzieningen, in aanvulling op de Beleidsregel ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het beschikbaar hebben en bekostigen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 3 tot en met 10, 15 en 16 van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. De volgende vormen van zorg komen in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage:

  • a. gespecialiseerde brandwondenzorg;

  • b. zorg door mobiel medisch team met helikopter;

  • c. spoedeisende hulp;

  • d. acute verloskunde;

  • e. post mortem uitname bij donoren van organen;

  • f. traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen;

  • g. zorg verleend door het calamiteitenhospitaal;

  • h. coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg;

  • i. zorg door mobiel medisch team met voertuig;

  • j. gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de landelijke kennis en expertisefunctie;

  • k. spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden;

  • l. post mortem uitname bij donoren van weefsel.

Artikel 4. Algemeen

1. Aangewezen vormen van zorg

Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 1 genoemde vormen van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage op aanvraag door zorgaanbieders vastgesteld.

2. Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage

Het Uniform kader omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa. In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in de onderhavige beleidsregel en bij de betreffende zorgfunctie. Er is één algemene uitzondering op het Uniform Kader welke is beschreven in art. 4.3.

3. Verlening

De zorgaanbieder dient vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar t een aanvraag voor verlening van een beschikbaarheidbijdrage in bij de NZa. Voor aanvragen die tijdig zijn ingediend, geldt een bevoorschotting van 100% van de beschikking.

Aanvragen die op of na 1 oktober van jaar t–1 worden ingediend, neemt de NZa tot en met 31 december van jaar t–1 in behandeling. De NZa kent bij deze aanvragen een aangepast voorschot toe van 85% aan de zorgaanbieder. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb kan de NZa hiervan afwijken.

Aanvragen die na 31 december van jaar t–1 worden ingediend, neemt de NZa niet in behandeling.

4. Dienst van algemeen belang

Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, tweede lid en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel, zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.

Artikel 5. Gespecialiseerde brandwondenzorg

1. Beschrijving zorg

Gespecialiseerde brandwondenzorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 9, van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg indien zij de in artikel 5, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren. Dat betekent dat voor de benodigde specifieke vaardigheden en personele inzet wordt aangesloten bij de Europese richtlijnen conform de nota van toelichting bij Onderdeel B, aanhef en onder 9.

3. Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel van toepassing op de procedure ten aanzien van de gespecialiseerde brandwondenzorg.

a. Hoogte beschikbaarheidbijdrage verlening

De verlening voor de zorgfunctie gespecialiseerde brandwondenzorg is gelijk aan de hoogte van de maximale beschikbaarheidbijdrage verleend in jaar t–1. Dit bedrag wordt naar jaar t geïndexeerd.

Op de maximale beschikbaarheidbijdrage voor de verlening (jaar t–1, geïndexeerd naar jaar t) worden de (verwachte) gerealiseerde dbc-omzet (integrale tarieven) door het brandwondencentrum en de bij deze dbc’s gerealiseerde IC add on’s voor jaar t in mindering gebracht.

b. Indexatie verlening

De maximale vastgestelde beschikbaarheidbijdrage uit jaar t–1 wordt als volgt geïndexeerd: De personele kosten met het prijsindexcijfer voor personele kosten; de materiële kosten met het prijsindexcijfer voor materiële kosten.

c. Hoogte beschikbaarheidbijdrage vaststelling

De uiteindelijke hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg wordt bepaald op basis van nacalculatie. Dat betekent dat de beschikbaarheidbijdrage afhankelijk is van de gerealiseerde kosten en opbrengsten en dus de verantwoorde gegevens van het desbetreffende brandwondencentrum. Daarnaast vraagt de NZa gegevens uit over de daadwerkelijke bezettingsgraad over het betreffende jaar.

d. Deadline vaststelling

In afwijking van het Uniform kader dient de zorgaanbieder vóór 1 juli na afloop van het subsidiejaar een aanvraag voor vaststelling van een beschikbaarheidbijdrage in bij de NZa.

e. Benchmarken

De NZa gaat de brandwondencentra op basis van de ingediende verantwoordingen benchmarken. Indien er significante afwijkingen zijn op bepaalde kostenposten wordt het desbetreffende brandwondencentrum door de NZa verzocht om daar een nadere toelichting met onderbouwing of bewijs op te geven.

f. Toerekening indirecte kosten

De NZa toetst per brandwondencentrum op welke wijze zij de indirecte kosten toerekenen aan het brandwondencentrum. De toerekening van het brandwondencentrum is bepalend voor de uiteindelijke hoogte van de indirecte kosten voor het brandwondencentrum. De methodiek van de weging die een zorgaanbieder vanaf 2015 toepast voor de toerekening van de indirecte kosten aan het brandwondencentrum (ten opzichte van de rest van het ziekenhuis) moet de komende jaren gelijk blijven (tot het eerst volgende kostenonderzoek) en mag gedurende die periode niet gewijzigd worden.

g. Bepaling dbc-omzet

Voor de bepaling van de dbc-omzet wordt uitgegaan van alle dbc’s die geleverd worden vanuit het brandwondencentrum en daarbij behorende IC add-ons. De gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en IC add-ons kennen een max-maximum tarief (tariefstructuur). De NZa zal bij de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor het bepalen van de omzet voor de gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en bijbehorende IC Add-ons uitgaan van het reguliere, basis maximumtarief, ongeacht de hoogte van het tarief dat in werkelijkheid is overeengekomen en/of gedeclareerd tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Voor de andere dbc’s zal de NZa de gecontracteerde tarieven hanteren.

Artikel 6. Zorg door mobiel medische team met helikopter

1. Beschrijving zorg

Zorg door mobiel medisch team (MMT’s) met helikopter als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage

2. Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage zorg door MMT met helikopter indien zij de in artikel 6, eerste lid genoemde vorm van zorg leveren.

3. Aantal zorgaanbieders

Op grond van het Besluit verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor zorg door MMT met helikopter aan vier zorgaanbieders.

4. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  • a. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabellen. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de bedragen jaarlijks worden geïndexeerd.

  • b. Voor de vergoeding wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende situaties die verband houden met de wijze waarop de brandwacht wordt geregeld op de standplaats van de MMT en de uitgevoerde taken door de Helicopter Landing Officer (HLO). De drie situaties zijn:

    • Situatie 1: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld 24/7 aanwezig is en geen HLO door het MMT wordt ingehuurd (voorheen standplaats B);

    • Situatie 2: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door het MMT wordt ingehuurd. De HLO is naast brandwacht ook chauffeur, is onderdeel van het team en telt mee voor de vergoeding van de dienstkleding (voorheen standplaats C);

    • Situatie 3: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door de MMT wordt ingehuurd. De HLO vervult alleen de taak van brandwacht, is geen onderdeel van het team en telt niet mee voor de vergoeding van de dienstkleding.

    Indien we onderscheid maken in de vergoedingsbedragen op basis van de situatie is dit toegelicht in de tabellen.

  • c. Helikopter, standplaats en voertuig

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    Helikopter

    Vaste kosten

    Vaste kosten uit het contract van de helikopter

    Werkelijke kosten

    Vlieguren

    Variabele kosten per vlieguur

    Werkelijke kosten

    Buitenlandse inzet

    Kosten van inzetten in Nederland door een buitenlandse helikopter worden op nacalculatie vergoed. De opbrengsten van buitenlandse inzetten worden in mindering gebracht.

    Werkelijke kosten -/- werkelijke opbrengsten

    Standplaats

    Externe locatie

    Kosten worden op nacalculatiebasis vergoed.

    Werkelijke kosten

    Voertuig

    Voertuigkosten

    Genormeerd

    € 30.694

    Brandstof

    Brandstof wordt op nacalculatiebasis vergoed.

    Werkelijke kosten

  • d. Personele inzet

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    Personele inzet

    per functie

    MMT-verpleegkundige

    Genormeerd

    € 876.581

    MMT-arts

    Genormeerd

    € 1.662.207

    Helicopter landing officer – alleen bij situatie 2 en 3

    Genormeerd

    € 504.455

    Ondersteunend personeel: chief nurse

    manager

    medisch coördinator

    secretariaat

    Genormeerd

    € 220.344

  • e. Opleidingen

    De vergoedingsbedragen van de opleidingen en stages van de teamleden MMT met helikopter zijn opgenomen in bijlage 2.

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Vergoeding kosten

    Opleidingen

    externe kostencomponent

    Initieel

    MMT-verpleegkundige – opleidingen (excl. stages)

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    MMT-verpleegkundige – stages

    n.v.t.

    Zie Bijlage 2

    MMT-arts – opleidingen (excl. stages)

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    MMT-arts – stages

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon per stage

    Zie Bijlage 2

    MMT-chauffeur

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    Vliegoperationele opleidingen Initieel

    MMT-verpleegkundige

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    Opleidingen externe kostencomponent Periodiek

    MMT-verpleegkundige opleidingen (excl. stages)

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    MMT-verpleegkundige – stages

    n.v.t.

    Zie Bijlage 2

    MMT-arts – opleidingen (excl. stages)

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    MMT-arts – stages

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon per stage

    Zie Bijlage 2

    MMT-chauffeur

    Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon

    Zie Bijlage 2

    Vliegoperationele opleidingen Periodiek

    MMT-verpleegkundige

    n.v.t.

    Zie Bijlage 2

    Opleidingen urencomponent

     

    Norm per opleiding per persoon

    Zie Bijlage 2

  • f. Overige directe kosten, overhead en overige opbrengsten

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    Dienstkleding

    Norm inclusief Helicopter landing officer – bij situatie 2

    Genormeerd

    € 26.718

    Norm exclusief Helicopter landing officer – bij situatie 1 en 3

    Genormeerd

    € 22.684

    Overige directe kosten

     

    Normatief bedrag voor de volgende kostenposten:

    • patiëntgebonden kosten

    • hotelmatige kosten

    • algemene materiële kosten

    • algemene personele kosten

    € 220.549

    Overhead

     

    Genormeerd

    € 453.428

    Overige opbrengsten

    Opbrengsten

    Nacalculatie – in mindering

    Werkelijke opbrengsten

  • g. Bloed, bloedproducten en ECMO

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    Bloed en bloedproducten

    Erytrocytenconcentraat (bloed)

    Vergoeding op basis van P × Q (gerealiseerd aantal verbruikte packaged cells)

    € 282

    Fibrinogeen

    (stollingsfactor)

    Vergoeding op basis van P × Q (gerealiseerd aantal verbruikte gram fibrinogeen)

    € 389

    Logistieke kosten

    Logistieke kosten voor wisselingen van bloed en bloedproducten.

    Werkelijke kosten

    Vanaf 2022 wordt de Extracorporeal membrane oxygenation, ofwel de Hart-long machine (ECMO) vergoed als onderdeel van de MMT met helikopter. De vergoeding geldt per jaar vanaf moment van ingebruikname. Voor het gebruik van ECMO wordt opleidingstijd vergoed. De initiële opleiding komt alleen in aanmerking voor vergoeding indien dit gaat om het eerste jaar waarin de ECMO in gebruik wordt genomen óf in het jaar wanneer een teamlid start bij een MMT.

    Onderdeel

    Deelpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    ECMO

    Aanschafkosten

    Aanschafkosten ECMO op basis van afschrijving in 10 jaar. Vast bedrag (naar rato vanaf ingebruikname) per jaar, per station. Bedrag wordt niet geïndexeerd.

    € 14.293

     

    Onderhoud- en servicekosten

    Onderhoud- en servicekosten per jaar. Deze kosten gelden vanaf het tweede jaar dat de ECMO in gebruik is (naar rato). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

    € 18.820

     

    Disposables

    (prijs per stuk)

    Vergoeding is op basis van P × Q (gerealiseerd aantal verbruikte disposables). Bedrag per disposable wordt jaarlijks niet geïndexeerd.

    € 6.083

    ECMO opleidingen Inititieel

    MMT-verpleegkundige

    Normbedrag per persoon

    € 2.020

     

    MMT-arts

    Normbedrag per persoon

    € 3.882

    ECMO opleidingen Periodiek

    MMT-verpleegkundige

    Normbedrag per persoon

    € 808

     

    MMT-arts

    Normbedrag per persoon

    € 1.553

Artikel 7. Spoedeisende hulp

1. Beschrijving zorg

Spoedeisende hulp (SEH) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 7, van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage SEH indien zij de in artikel 7, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • a. de SEH moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan een SEH;

  • b. de SEH moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de SEH te dekken;

  • c. de SEH moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De meest relevante analyse voor de beschikbaarheidbijdrage SEH jaar t betreft de bereikbaarheidsanalyse jaar t–1 die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht.

3. Procedure verlening

De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage SEH bestaat uit een aanvraagformulier. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium (sub b) genoemd in artikel 7, tweede lid. Het eerste criterium (sub a) uit artikel 7, tweede lid wordt getoetst op basis van signalen van de IGJ. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat een SEH voldoet aan de geldende (minimum)normen tenzij de IGJ dit bij de NZa aangeeft. De NZa zal voor afgifte van de verlening bij de IGJ de laatste stand van zaken opvragen. Indien gewenst zal een nadere onderbouwing van dit criterium middels een brief worden gevraagd.

4. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

Voorwacht:

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van de volgende personele inzet en bijbehorende salariskosten:

Norm

Fte

Prijspeil 2025

SEH-verpleegkundige

6,13

€ 108.055 per fte

SEH-arts of arts SEH

6,13

€ 216.869 per fte

De salariskosten van de SEH-verpleegkundige en de salariskosten van de SEH-arts of arts SEH zijn inclusief onregelmatigheidstoeslag (ort).

De personele kosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.

b. Kosten materieel en overhead

De NZa gaat uit van een totaal aan materiële kosten en overheadkosten van € 1.111.016,– (prijspeil 2025). De materiële kosten (€ 781.977,–) worden jaarlijks met het prijsindexcijfer voor de materiële kosten geïndexeerd. De overheadkosten (€ 329.040,–) worden conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten geïndexeerd.

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 186.709,– (prijspeil 2025). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

d. Opbrengsten SEH

De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. Opbrengsten die een SEH genereert, worden in mindering gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. De opbrengsten worden bepaald op basis van het totaal aantal unieke SEH-patiënten van de zorgaanbieder, gecorrigeerd met het afslagpercentage waarbij de volgende formule geldt:

afslagpercentage Q = 0,4047 * LN(totaal aantal unieke SEHpatiënten) – 3,5498

relevante Quniek = totaal aantal unieke patiënten * (1 – afslagpercentage Q)

Het unieke aantal SEH-patiënten betreft het aantal patiënten in het betreffende jaar. Eenzelfde SEH-patiënt met meerdere SEH-consulten per dag, telt mee als één unieke SEH-patiënt.

Het gecorrigeerde aantal unieke SEH-patiënten wordt vermenigvuldigd met de normatieve opbrengst per unieke SEH-patiënt van € 218,15 (prijspeil 2025). Indien de totale opbrengsten van de (gecorrigeerde) unieke SEH-patiënten hoger zijn dan het normbedrag voor de voorwacht, dan ontvangt de zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage ter hoogte van de achterwachtkosten (het normbedrag als bedoeld in sub e van dit artikel). De opbrengsten worden jaarlijks geïndexeerd conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten.

Achterwacht:

e. Kosten achterwacht

De NZa gaat uit van achterwachtkosten van € 993.655 (prijspeil 2025). De achterwachtkosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.

Artikel 8. Acute verloskunde

1. Beschrijving zorg

Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde indien zij de in artikel 8, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • de afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg;

  • de afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken;

  • de afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM. De meest relevante analyse voor de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde jaar t betreft de bereikbaarheidsanalyse jaar t–1 die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht.

3. Procedure verlening

De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde bestaat uit een aanvraagformulier. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 8, tweede lid. Het eerste criterium uit artikel 8, tweede lid wordt getoetst op basis van signalen van de IGJ. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat een afdeling voor acute verloskunde voldoet aan de geldende (minimum)normen tenzij de IGJ dit bij de NZa aangeeft. De NZa zal voor afgifte van de verlening bij de IGJ de laatste stand van zaken opvragen. Indien gewenst zal een nadere onderbouwing van het criterium middels een brief worden gevraagd.

4. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

a. Kosten personeel

Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 6,13 fte obstetrisch professional of 5,09 fte gynaecoloog. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,09 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,09 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. In de toelichting van de beleidsregel is hiervan een rekenvoorbeeld opgenomen.

Naast bovengenoemde personele inzet gaat de NZa uit van bijbehorende personele kosten:

Norm

Fte

Prijspeil 2025

Obstetrisch professional

6,13

€ 117.463 per fte

Gynaecoloog in loondienst

5,09

€ 242.239 per fte

Gynaecoloog vrijgevestigd

5,09

€ 359.698 per fte

De salariskosten voor de obstetrisch professional zijn inclusief onregelmatigheidstoeslag (ort). De personele kosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.

b. Kosten materieel en overhead

De NZa gaat uit van een totaal aan materiële kosten en overheadkosten van € 635.524,– (prijspeil 2025). De materiële kosten (€ 498.801,–) worden jaarlijks met het prijsindexcijfer materiële kosten geïndexeerd. De overheadkosten (€ 136.722,–) worden conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten geïndexeerd.

c. Kosten kapitaal

De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 119.097,– (prijspeil 2025). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.

d. Opbrengsten acute verloskunde

De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken binnen de reikwijdte van deze zorgfunctie. Dat wil zeggen dat de dbc omzet in mindering wordt gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. Indien de dbc omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de normbedragen, ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage.

De opbrengsten worden bepaald op basis van het aantal gerealiseerde dbc-producten acute verloskunde. De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. Deze verloskunde-dbc’s maken deel uit van het vrije segment. Voor de bepaling van de omzet van acute verloskunde wordt daarbij uitgegaan van het gemiddelde tarief van de ziekenhuizen uit het kostenonderzoek 2023 voor de verloskunde-dbc’s.

Jaarlijks worden de gemiddelde tarieven van de betreffende verloskunde dbc’s aangepast naar het actuele prijspeil dat voor dat jaar geldt. De bedragen worden geïndexeerd met het geldende indexcijfer voor de kostenbedragen van (dbc)zorgproducten. Deze indexcijfers publiceert de NZa op haar website. De resultaten worden doorgevoerd in de kolom ‘Bedrag beleidsregel (prijspeil 2025)’ in de tabel ‘Zorgproducten Acute verloskunde met percentage en bedragen’ in bijlage 1.

Artikel 9. Post mortem uitname bij donoren van organen (PMD)

1. Beschrijving zorg

Post mortem orgaanuitname bij donoren (PMD) zoals bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3a van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage PMD indien zij de in artikel 9, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij een overeenkomst met de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS) hebben gesloten.

3. Aantal aanbieders

De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage conform de aanwijzing van 29 september 2017 (kenmerk 1223399-167180-MC) aan drie zorgaanbieders.

4. Verlening

De verlening wordt vastgesteld op het bedrag van de verlening in t–1 (2025) plus indexatie. In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage post mortem orgaanuitname compleet indien bij de aanvraag het contract met de NTS is gevoegd.

5. Vaststelling

De betrokken zorgaanbieders dienen ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage de volgende gegevens te registreren per uitname:

1. Datum van uitname (ingeven als dd-mm-jj)

2. Donor ziekenhuis

3. Tijdstip definitieve melding

4. Tijdstip vertrek ZUT

5. Tijdstip aanvang uitname

6. Tijdstip einde uitname

7. Tijdstip afronding in UMC

8. Aantal chirurgen

9. Aantal aios

10. Gedoneerde organen: hart – ja/nee

11. Gedoneerde organen: longen – ja/nee

12. Gedoneerde organen: darm- ja/nee

13. Gedoneerde organen: lever – ja/nee

14. Gedoneerde organen: pancreas – ja/nee

15. Gedoneerde organen: nieren – ja/nee

16. Geen uitname reden

6. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De beschikbaarheidbijdrage vergoedt de personele en materiële kosten van het zelfstandige uitnameteam (ZUT), inclusief huisvestingskosten en overhead.

Het ZUT is 7 × 24 uur beschikbaar en bestaat uit twee chirurgen, waarvan een gecertificeerd uitnamechirurg, een anesthesioloog, een anesthesiemedewerker, twee OK-assistenten, perfusiemedewerker ten behoeve van de machinepreservatie nieren en een OK transplantatiecoördinator.

De maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage per team is als volgt opgebouwd:

Onderdeel

Deelpost

Omschrijving

Kosten (ultimo 2025)

Personele inzet

per functie

Chirurgen

6,42 fte

€ 1.892.589

 

Anesthesiologen

3,26 fte

€ 923.630

 

Anesthesiemedewerkers

4,78 fte

€ 489.016

 

Operatieassistenten

8,97 fte

€ 918.447

 

Transplantatiecoördinatoren

4,90 fte

€ 579.891

 

Management

0,93 fte

€ 206.497

 

Secretariaat

1,03 fte

€ 75.377

Machinepreservatie nieren (incl. perfusiemedewerker)

Logistieke kosten

Werkelijke kosten

 

Kosten preservatie (disposables en machine)

Werkelijke kosten

Materiaalkosten ZUT

 

€ 379.579

Huisvesting

 

€ 59.360

Overhead

 

€ 813.593

Indien van de bovenstaande fte’s wordt afgeweken zal de beschikbaarheidbijdrage hiervoor worden aangepast. De zorgaanbieder dient in dat geval bij de vaststelling de ingeroosterde fte van het ZUT team op te geven. Hierbij worden de bovenstaande fte’s als maximum gehanteerd.

Ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage levert de zorgaanbieder de gerealiseerde kosten van de machinepreservatie nieren aan.

De hoogte van het bedrag voor de machinepreservatie nieren betreft de kosten van de perfusie, voor zover die betrekking hebben op de materiaalkosten van de machines en de personeelskosten van de perfusiemedewerker. Onder de logistieke kosten vallen de transportkosten van de perfusiemedewerker nieren en het vervoer van de niermachine naar het donatieziekenhuis en vanaf het transplantatieziekenhuis. De vervoerskosten van de organen vallen buiten de beschikbaarheidbijdrage.

Van het normbedrag voor materiaalkosten ZUT wordt alleen afgeweken indien er een significante stijging van het totale aantal landelijke uitnamen plaatsvindt. Er is sprake van een significante stijging indien er een toename van twee maal de standaardafwijking boven het gemiddeld aantal uitnamen in de periode 2013–2017 is. In deze periode bedroeg het gemiddeld aantal uitnamen 268 per jaar, met een dubbele standaardafwijking van 30 uitnamen. Derhalve is er bij een landelijke stijging naar 298 uitnamen per jaar sprake van een significante stijging en daarmee een herberekening van de materiaalkosten door de NZa aan de orde.

De indexatie van de bovenstaande bedragen gaat als volgt:

  • De personeelskosten zijn in 2017 vastgesteld en worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index.

  • De materiaalkosten ZUT worden jaarlijks aangepast met de materiële index.

  • De overhead per fte stijgt met de cao door middel van de personele index, de overhead per m2 en de huisvestingskosten stijgen met de materiële index.

  • De huisvesting wordt niet geïndexeerd.

Artikel 10. Traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen

1. Beschrijving van de zorg

Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5, sub b van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

3. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De beschikbaarheidbijdrage voor OTO is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan OTO worden besteed.

a. Vaste componenten

  • 1 Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage OTO gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 249.467 (prijspeil ultimo 2025) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties, zie tabel 2 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam.

  • 2 Materiële kosten en overhead: de aanbieder ontvangt een vast bedrag van € 106.769 (prijspeil ultimo 2025) ter dekking van de materiële kosten en overhead.

  • 3 Convenantspartners: Daarnaast gaan we uit van een vaste vergoeding van € 720.066 (prijspeil ultimo 2025) voor de convenantspartners, opgebouwd uit gemiddeld genomen 6 huisartsenposten (HAP’s), 6 ziekenhuizen (locaties met SEH), 2 regionale ambulance voorzieningen (RAV’s) en 2 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’s).

b. Flexibele component

  • 4 Indien de aanbieder meer convenantpartners in het netwerk bedient dan de aantallen genoemd in artikel 3, sub a onder 3, ontvangt de aanbieder een extra normatief bedrag per soort convenantpartner die zij meer bedient.

    Soort convenantpartner

    Normatieve vergoeding per partner

    (prijspeil ultimo 2025)

    HAP

    € 10.304

    Ziekenhuis (locaties met SEH)

    € 52.577

    RAV

    € 109.006

    GGD

    € 62.384

4. Procedure verlening en vaststelling

  • a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage OTO op basis van het aantal en soort convenantpartners in het netwerk in het jaar t–2.

  • b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage OTO vast op basis van het definitieve aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december) in het netwerk over het subsidiejaar t.

  • c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t–2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag.

    Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.

5. Indexatie

  • 1 Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten.

  • 2 Voor indexering van de overige componenten wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten.

Artikel 11. Zorg verleend door het calamiteitenhospitaal

1. Beschrijving van de zorg

Het betreft zorg verleend als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 4, van de Bijlage.

2. Criteria voor verstrekking

Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal indien zij:

  • a. De in artikel 11, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en

  • b. Een convenant hebben gesloten met de Staat der Nederlanden tot het beschikbaar houden van deze vorm van zorg.

De beoordeling van de beschikbaarheidbijdrage vindt – naast het gestelde in de beleidsregel – plaats op basis van het Convenant Calamiteitenhospitaal, gesloten tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

3. Verlening

a. Procedure verlening

  • 1. In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal compleet indien bij de aanvraag het bedrijfsplan inclusief begroting is gevoegd.

  • 2. Bij de aanvraag tot verlening omschrijft de zorgaanbieder voor welke activiteiten en voorzieningen de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten en voorzieningen zijn.

b. Beoordeling verlening

  • 1. Kosten komen alleen voor vergoeding middels de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    • De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of;

    • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie).

  • 2. Bij de verlening worden alleen de vaste kosten van de beschikbaarheidbijdrage vergoed.

4. Vaststelling

a. Procedure vaststelling

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling compleet indien het jaarverslag bij de aanvraag tot vaststelling is gevoegd. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op het gebruik van het calamiteitenhospitaal, uitgesplitst naar scenario, verzoeker, het aantal opgenomen slachtoffers en het aantal dagen per openstelling.

b. Beoordeling aanvraag vaststelling

  • 1. In het aanvraagformulier voor de vaststelling omschrijft de aanbieder de voorzieningen en activiteiten, waaronder:

    • het aantal openstellingen;

    • de duur per openstelling;

    • het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend;

    • investeringen gedurende het jaar;

  • 2. In het aanvraagformulier voor de vaststelling geeft de aanbieder de gerealiseerde kosten op van de omschreven activiteiten.

  • 3. De aanbieder kan btw-kosten met terugwerkende kracht vanaf 2015 opgeven in de aanvraag tot vaststelling. De btw-kosten worden alleen opgevoerd in de vaststellingsaanvraag als de btw-aangifte van een subsidiejaar volledig is afgerond en niet eerder al is opgegeven. In de vaststellingsaanvraag voegt de aanbieder in ieder geval de volgende stukken toe:

    • btw-factuur van het betreffende subsidiejaar;

    • berekening btw-kosten;

    • schriftelijke afspraken met de Belastingdienst over de btw.

5. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  • a. Het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage is bestemd voor de instandhouding van het Calamiteitenhospitaal. De hoogte van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 2.167.375 (prijspeil ultimo 2025) en wordt gebaseerd op de volgende posten:

    Groep

    Omschrijving

    Bedrag (euro)

    Prijspeil 2025

    Voorbereiding

    en preparatie

    3,0 fte poortartsen, 30 dagen per jaar

    31.609

    3,0 fte seh-verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

    27.870

    1,2 fte ic-verpleegkundigen (divisie vitale functies) 30 dagen per jaar

    17.587

    3,0 fte ic-verpleegkundigen (CMH), 30 dagen per jaar

    43.464

    9 fte verpleegkundigen, 30 dagen per jaar

    74.252

    0,5 fte arts-coördinator (infectieziekten), 30 dagen per jaar

    11.570

    Algemene opleidingskosten personeel

    64.946

    Personeel instandhouding

    Dagelijkse leiding en personeel CMH en UMCU (6 fte)

    547.937

    SLA’s nullijnen

    Vitale functies (ondersteuning bedrijfsbureau)

    57.730

    Radiologie, anesthesie, hygiëne

    72.163

    Directie Raad van Bestuur

    101.028

    Directie P&O

    14.433

    Directie Informatievoorziening en Financiën

    28.865

    Facilitair Bedrijf

    115.460

    Materieel

    Materiële kosten en verbruiksgoederen

    167.085

    Onderhoud infrastructuur en instrumenten

    113.548

    Regulier Onderhoud

    314.032

    Kapitaallasten

    461.914

    Afschrijving apparatuur

    556.949

    Algemeen

    Nutsvoorziening (water, elektriciteit)

    111.390

     

    Communicatie en informatie delen

    41.771

     

    Projecten informatievoorziening

    41.771

    Totaal

    Bijdrage Ministerie van Defensie

    Beschikbaarheidbijdrage NZa

    3.017.375

    850.000

    2.167.375

  • b. Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is bestemd voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling. Dit deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden (prijspeil ultimo 2025):

    Aantal slachtoffers

    T/m 25

    T/m 100

    T/m 200

    Vergoeding (euro)

    75.049

    131.336

    199.169

    De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario.

  • c. De beschikbaarheidbijdrage wordt als volgt geïndexeerd. De personele kosten (voorbereiding en preparatie, personeel instandhouding en SLA’s nullijnen) worden geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor personele kosten. De materiële kosten (algemeen en materieel -met uitzondering van de kapitaallasten) met het prijsindexcijfer voor materiële kosten. De kapitaallasten en de btw-kosten worden niet geïndexeerd. Indien blijkt bij de vaststelling dat de kosten met betrekking tot kapitaallasten significant afwijken van het normbedrag wordt beoordeeld of dit normbedrag aanpassing behoeft.

    Voor wat betreft kapitaallasten is er sprake van een significante afwijking indien er in een jaar een investering is gerealiseerd hoger dan € 230.000. Het normbedrag van € 461.914 (prijspeil 2025) wordt in dat geval tot aan de eerstvolgende herijking verhoogd met 10% van het meerdere boven de € 230.000.

Artikel 12. Coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg

1. Beschrijving van de zorg

Acute zorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5, sub a van de Bijlage.

Coördinatie traumazorg, regionaal overleg acute zorgketen, patiëntenspreiding alsmede inzicht in capaciteit en druk op de zorg:

Het gaat hierbij om:

  • het organiseren van de beschikbaarheid en bereikbaarheid van traumazorg in instellingen voor medisch specialistische zorg;

  • het onderhouden en ontwikkelen van het traumazorgnetwerk en de kenniscentrumfunctie voor traumazorg alsmede het uitvoeren van activiteiten gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de traumazorg.

  • het uitvoeren van de activiteiten, omschreven in de artikelen 8A.2 en 8A.3 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz;

  • het, ten behoeve van de beschikbaarheid van de acute zorg, verkrijgen en bieden van zoveel mogelijk inzicht in de actuele en toekomstige capaciteit van zorgaanbieders en druk op de zorg, in de eigen regio en, samen met de andere traumacentra, in alle regio’s gezamenlijk;

  • het coördineren van de spreiding en plaatsing van patiënten binnen de eigen regio alsmede het coördineren van de spreiding van patiënten tussen verschillende regio’s en zo nodig en mogelijk in het buitenland, als de beschikbaarheid van de acute zorg in één of meerdere regio’s onder druk staat;

  • het coördineren van het vervoer van patiënten die bovenregionaal of internationaal gespreid worden.

2. Criteria voor verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorgketen (CTR) indien zij de in artikel 12, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.

3. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De beschikbaarheidbijdrage voor CTR is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan CTR worden besteed.

a. Vaste componenten

  • 1. Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage CTR gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 1.752.229 (prijspeil ultimo 2025) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties van de vijf traumaregio’s die in 2022 en 2023 alleen de basisvergoeding ontvangen, zie tabel 5 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam.

  • 2. Materiële kosten en overhead: het netwerk ontvangt een vast bedrag van € 596.452 (prijspeil ultimo 2025) ter dekking van de materiële kosten en overhead.

  • 3. Vergoeding van kosten via de netwerken: het netwerk ontvangt een vast bedrag van totaal € 539.481 (prijspeil ultimo 2025) ter dekking van kosten vergoeding via de netwerken. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van kosten van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) € 256.219, het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) € 116.481 en het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) € 166.782. De vergoedingen voor kosten die via de netwerken verlopen zijn geoormerkt. De vergoeding mag dus niet worden gebruikt ter dekking van andere kosten.

b. Flexibele componenten

Het basisteam kan worden aangevuld bij gebleken extra complexiteit of omvang van de traumaregio. De variabelen waarmee een uitbreiding toegekend kan worden op omvang zijn: convenantpartners, inwoners en traumaregistraties.

  • 1. Inwoners en convenantpartners: voor deze variabelen wordt er uitgebreid met fte’s secretariële ondersteuning en beleidsmedewerkers naar rato van het aantal fte per functie in het basisteam. De extra fte’s zijn niet cumulatief maar moeten worden gezien als twee aparte uitkomsten. Scoort een netwerk bij één van deze variabelen complexiteitsniveau 1 en bij de andere variabele complexiteitsniveau 2, dan gaan we uit van complexiteitsniveau 2 en de daarbij horende aanvulling in fte op het basisteam.

    Convenantpartners1

    Aantal

    Aanvulling in fte

    Uitsplitsing in fte

    Vergoeding (prijspeil ultimo 2025)

    Basisteam

    Tot 20

    nvt

    Nvt

    nvt

    Complexiteitsniveau 1

    20–30

    2,90

    0,80

    secretariële ondersteuning,

    € 359.880

    2,10 beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 2

    30–40

    4,90

    1,40

    secretariële ondersteuning

    € 606.175

    3,50 beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 3

    40–50

    6,90

    2,00

    secretariële ondersteuning

    € 852.470

    4,90

    beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 4

    50–60

    8,90

    2,60

    secretariële ondersteuning

    € 1.098.764

    6,30

    beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 5

    >60

    10,90

    3,20

    secretariële ondersteuning

    € 1.345.058

    7,70

    beleidsmedewerker

    1 HAPS, ziekenhuizen, GGD en RAV

    Inwoners

    Aantal

    Aanvulling in fte

    Uitsplitsing in fte

    Vergoeding (prijspeil ultimo 2025)

    Basisteam

    Tot 1,5 miljoen

    nvt

    Nvt

    Nvt

    Complexiteitsniveau 1

    1,5–2,0 miljoen

    2,90

    0,80

    secretariële ondersteuning

    € 359.880

    2,10 beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 2

    2,0–2,5 miljoen

    4,90

    1,40

    secretariële ondersteuning

    € 606.175

    3,50 beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 3

    2,5–3,0 miljoen

    6,90

    2,00

    secretariële ondersteuning

    € 852.470

    4,90

    beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 4

    3,0–3,5 miljoen

    8,90

    2,60

    secretariële ondersteuning

    € 1.098.764

    6,30

    beleidsmedewerker

    Complexiteitsniveau 5

    >3,5 miljoen

    10,90

    3,20

    secretariële ondersteuning

    € 1.345.058

    7,70

    beleidsmedewerker

  • 2. Traumaregistraties: voor de variabele traumaregistratie wordt er uitgebreid met fte data-functionaris.

    Traumaregistraties

    Aantal

    Aanvulling in fte

    Vergoeding

    Prijspeil ultimo 2025

    Basisteam

    Tot 6.500

    Geen

    Geen

    Complexiteitsniveau 1

    6.500 – 8.500

    0,25

    27.513

    Complexiteitsniveau 2

    >8.500

    0,50

    55.025

4. Procedure verlening en vaststelling

  • a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage CTR op basis van de volgende gegevens in het netwerk in het jaar t–2:

    • het aantal en soort convenantpartners; en

    • het aantal inwoners; en

    • het aantal traumaregistraties.

  • b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage CTR vast op basis van de volgende definitieve gegevens in het netwerk over het subsidiejaar t:

    • het aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december); en

    • het aantal inwoners (peildatum 1 januari); en

    • het totaal aantal traumaregistraties in het subsidiejaar.

  • c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t–2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag.

    Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.

5. Indexatie

  • a. Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten.

  • b. Voor indexering van materiële kosten en overhead in de vaste component wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten.

  • c. Voor indexering van de vergoeding van de kosten via de netwerken in de vaste component wordt een verhouding aangehouden van 50% van de index voor personele kosten en 50% van de index voor de materiële kosten.

  • d. De complexiteitsniveaus en extra bedragen voor de traumaregistratie hebben vanuit het kostenonderzoek een materieel deel en een personeel deel, waarop ook de materiële index en personele index op worden toegepast.

Artikel 13. Zorg door mobiel medische teams met voertuig

1. Beschrijving zorg

Zorg door mobiel medische teams (MMT’s) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage.

2. Aantal aanbieders

De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage voor Zorg door MMT’s met voertuig aan twee zorgaanbieders, verdeeld over Utrecht en Enschede.

3. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabel. De hoogte van bepaalde genormeerde kostenposten hangt samen met de zorgaanbieder. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de bedragen jaarlijks worden geïndexeerd.

Onderdeel

Zorgaanbieder

Toelichting

Prijspeil 2025 (euro)

Personele kosten

per inzet

Beide

Vast bedrag voor inzet van het team per inzet

1.362

Personele overhead kosten

Enschede

Normatieve vergoeding voor ondersteunend personeel van Enschede

49.428

Utrecht

Normatieve vergoeding voor ondersteunend personeel van Utrecht

35.962

Vaste kosten team en voertuig

Beide

Normatief bedrag voor de volgende kostenposten:

• verzekering team;

• inbouw communicatie en navigatie apparatuur;

• inbouw en onderhoud van patiëntgebonden apparatuur;

• verzekering voertuig;

• onderhoudskosten;

• dienstkleding;

• stallingskosten;

• verbruiksgoederen.

22.152

Opleidingen en oefeningen team

Enschede

Afrekenen op werkelijke kosten met een maximum norm. Opgesplitst in kosten en tijdbesteding voor opleidingen en oefeningen van Enschede

71.717

Utrecht

Afrekenen op werkelijke kosten met een maximum norm. Opgesplitst in kosten en tijdbesteding voor opleidingen en oefeningen van Utrecht

51.206

Brandstof

Beide

Brandstof wordt op nacalculatie vergoed

Werkelijke kosten

Artikel 14. Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis en expertisefunctie

1. Beschrijving van de zorg

Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie als bedoeld in onderdeel B, aanhef 10 van de bijlage en aangevuld met het bepaalde in de aanwijzing van de Minister.

2. Criteria verstrekking

Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage indien zij de in artikel 14, eerste lid van deze beleidsregel beschreven vorm van zorg levert en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • De aanbieder levert derdelijns psychotraumazorg aan mensen met complexe psychotraumaklachten, die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ernstige incidenten, geweld, of misbruik, waarvoor een landelijke kennisinfrastructuur noodzakelijk is;

  • De aanbieder bezit de landelijke kennis- en expertisefunctie voor derdelijns en gespecialiseerde psychotraumazorg;

  • De aanbieder borgt of ontwikkelt de expertise voor het bieden van psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en vertaalt deze expertise in specifiek behandelaanbod.

3. Procedure

In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 14, vierde lid en 14, vijfde lid is bepaald, van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie.

4. Beoordeling aanvraag verlening

a. Aanvraagformulier

In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg, voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.

b. Activiteiten

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de volgende activiteiten met een maximale hoogte aan vergoeding per activiteit of activiteitengroep:

Activiteiten

 

(max.) hoogte beschikbaarheidbijdrage (prijspeil 2025, euro)

Derdelijns centrum functie

 

973.240

Productontwikkeling, zorginnovatie

864.804

3.055.918

Experimentele behandelingen

312.697

Wetenschappelijk onderzoek

1.878.417

Opleiding en onderwijs

 

1.049.708

Bestuurlijk coördinerende rol

 

449.800

Totaal

 

5.528.666

Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde afbakening, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.

Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking.

c. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 5.528.666 (prijspeil ultimo 2025), waarbij de zes onderliggende activiteiten/activiteitengroep ook aan een maximum gebonden zijn.

Indien de aanvraag de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage uitgaat afgewezen. Hetzelfde geldt als de aanvraag de maximale hoogte van één van de activiteiten/activiteitengroep, zoals opgenomen in bovenstaand tabel, overschrijdt. Ook in dat geval wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van die activiteit uitgaat afgewezen.

Voor de indexering van deze bijdrage geldt dat de toe te passen index het gewogen gemiddelde is van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85% loonkosten en 15% materiële kosten.

Artikel 15. Spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden

1. Beschrijving zorg

Spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

2. Criteria verstrekking

De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Fryslân kan in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden indien zij de in artikel 15, eerste lid genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:

  • a. 7x24 uur beschikbaarheid van een ambulancehelikopter;

  • b. spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter is noodzakelijk om een dreigende verslechtering te voorkomen ten opzichte van de thans bestaande landelijke situatie, uitgaande van gevoeligheid voor de zogenaamde 45-minuten bereikbaarheidsnorm als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.

3. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  • a. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kostenposten in onderstaande tabel.

    Onderdeel

    Kostenpost

    Toelichting

    Prijspeil 2025

    Helikopter

    Vaste kosten

    Op basis van

    contract helikopter (inclusief piloot)

    Werkelijke kosten

    Vlieguren

    Aantal vlieguren vermenigvuldigd met een bedrag gebaseerd op een aantal kostencomponenten, waaronder:

    • het bedrag per vlieguur

    • de luchtverkeersleidings-kosten (ATC)

    • de landingsgelden

    • de brandstofkosten

    Werkelijke kosten

    Opbrengsten/kortingsposten

    Nacalculatie – in mindering

    Werkelijke opbrengsten

    Standplaats

    Helikopter op externe locatie (kosten huur, dienstverlening en nutsvoorzieningen)

    Normbedrag

    € 122.767

    Kapitaallasten

    Afschrijving inventaris

    Afschrijving inventaris waarbij in principe een afschrijftermijn van 5 jaar geldt

    Werkelijke kosten

    Dienstkleding

    Kosten voor o.a. kleding, schoeisel, helmen en beschermingsmiddelen

    Normbedrag

    € 16.340

    Overige kosten

    Reiskosten, patiëntgebonden kosten, hotelmatige kosten en indirecte kosten

    Normbedrag

    € 102.924

    Overhead

     

    Normbedrag

    € 121.766

    Personele inzet

    Teamleden

    Ambulanceverpleegkundige

    Normbedrag

    € 759.397

    Ambulancechauffeur of navigator (HCM)

    Normbedrag

    € 745.379

         

    Personele inzet

    Ondersteunend personeel

    Manager

    Normbedrag

    € 119.942

    Opleidingen

    Initieel

    Initiële opleidingskosten (incl. verletkosten)

    Normbedrag per nieuw opgeleide HCM

    € 34.481

    Opleidingen

    periodiek

    Periodieke opleidingskosten (alleen kosten opleiden, excl. verletkosten)

    Normbedrag

    € 149.527

  • b. Als de kosten uit de tabel tevens betrekking hebben op andere activiteiten dan de in artikel 15, eerste lid genoemde vorm van zorg, dan geeft de zorgaanbieder ook de opbrengsten van de overige activiteiten op in de aanvraag tot vaststelling. Deze opbrengsten worden in mindering gebracht op de beschikbaarheidbijdrage.

Artikel 16. Post mortem uitname bij donoren van weefsel (PMW)

1. Beschrijving zorg

  • a. Post mortem weefseluitname bij donoren zoals bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3b van de Bijlage.

  • b. Uitgangspunt voor de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage is dat deze de noodzakelijke exploitatiekosten voor de postmortale weefseluitname omvat om uiterlijk 24 uur na overlijden van de donor landelijk beschikbaar te zijn, ervoor te zorgen dat binnen 24 uur na overlijden (circulatiestilstand) gestart wordt met de uitnameprocedure van weefsels, en dat die uitgenomen weefsels direct worden getransporteerd naar een weefselbank.

2. Criteria verstrekking

Een uitname-organisatie, die een overeenkomst heeft gesloten met het orgaancentrum om met uitnameteams zorg te dragen voor alle postmortale uitnames van weefsel bij donoren in Nederland, kan bij de NZa een beschikbaarheidbijdrage aanvragen.

3. Hoogte beschikbaarheidbijdrage

  • a. De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vergoeding voor posten die zijn omschreven in de brief ‘Actualisatie Kaders en uitgangspunten beschikbaarheidsbijdrage weefseluitname’ van het Ministerie van VWS’ (kenmerk 1744747-210154-GMT). Deze posten zijn te onderscheiden in de hoofdcategorieën: personeel, materiaal, vervoer, overhead en kapitaallasten.

  • b. De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vast en een variabel deel. Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vergoedingsbedrag per soort uitname voor personeel en materieel. Het vergoedingsbedrag voor vervoer en materieel is voor alle soorten uitnamen gelijk gesteld op € 419,10 (prijspeil 2025) per donor. Dit vergoedingsbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd tegen de materiële index.

    De vergoedingsbedragen voor het uitnameteam variëren met de duur van de procedure en met de samenstelling en omvang van het uitnameteam per soort uitname. Voor de gevallen dat er ter plaatste blijkt dat een donor toch niet geschikt is, gelden er separate vergoedingsbedragen. Deze zijn meestal lager omdat de duur van de uitnameprocedure korter is.

    De vergoedingsbedragen uitnameteam per type uitname (prijspeil 2025) staan in onderstaande tabel:

    Variabel

    Bedrag per donor

    Bedrag bij afwijzing donor

    Oogweefsel

    € 673,79

    € 673,79

    Huid

    € 843,11

    € 843,11

    Hartklep

    € 1.514,77

    € 1.402,35

    Bot

    € 3.171,13

    € 2.040,35

    Oogweefsel + bot

    € 3.312,47

    € 2.040,35

    Oogweefsel + hartklep

    € 1.627,20

    € 1.402,35

    Oogweefsel + hartklep + bot

    € 4.014,85

    € 2.435,41

    Oogweefsel + huid

    € 910,02

    € 843,11

    Oogweefsel + huid + bot

    € 3.524,50

    € 2.040,35

    Oogweefsel + huid + hartklep

    € 1.795,84

    € 1.627,20

    Hartklep + bot

    € 3.856,91

    € 2.277,47

    Huid + bot

    € 3.383,15

    € 2.040,35

    Huid + hartklep

    € 1.683,42

    € 1.627,20

    Afwijzing weefsel

    € 474,56

     

    De bovenstaande bedragen worden jaarlijks met de personele index geïndexeerd, met uitzondering van de component maaltijdenvergoeding (zijnde € 21,00 per donor). Voor maaltijdvergoeding wordt de materiële index gehanteerd.

  • c. Het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bestaat uit de volgende kosten (prijspeil 2025):

    Vast

    Bedrag

    Personeelskosten

    € 1.102.983,94

    Overhead

    € 503.062,88

    Kapitaal

    € 152.682,00

    De indexatie van de bovenstaande bedragen gaat als volgt:

    • De personeelskosten worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index.

    • De overhead wordt jaarlijks geïndexeerd met de materiële index.

4. Verlening

  • a. In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage post mortem weefseluitname compleet indien bij de aanvraag het contract met de NTS is gevoegd.

  • b. De NTS stelt ten behoeve van de verwachte volume van uit te nemen weefsels een volumebrief op, uitgesplitst naar de combinaties, als bedoeld in de tabel van artikel 16, derde lid, onder b. Deze volumebrief moet worden toegevoegd aan de aanvraag tot verlening.

5. Vaststelling

a. Procedure vaststelling

In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage post mortem weefseluitname compleet indien bij de aanvraag de volgende stukken zijn gevoegd:

  • 1. Een schriftelijke bevestiging van de NTS waarin staat dat met betrekking tot de uitvoering van taken rond het uitnemen van genoemde typen weefsels de functie conform contract is uitgeoefend. In deze bevestiging staan tevens de werkelijke aantallen uitgenomen weefsels, uitgesplitst naar de combinaties, als bedoeld in de tabel van artikel 16, derde lid, onder b; Deze brief moet aan de aanvraag tot vaststelling worden toegevoegd.

  • 2. Jaarrekening;

  • 3. Controleverklaring bij de jaarrekening;

  • 4. Een verantwoordingsoverzicht van de gerealiseerde kosten voor de verzelfstandiging met aansluiting naar de jaarrekening.

b. Beoordeling vaststelling

  • 1. De materiële kosten worden op basis van nacalculatie vergoed, op basis van het bedrag per donor.

  • 2. Als de variabele kosten voor het uitnameteam op basis van gerealiseerde aantallen uitnamen hoger zijn dan verleend, dan wordt het hogere bedrag volledig vergoed op basis van nacalculatie.

  • 3. Voor het bepalen van het definitieve vergoedingsbedrag van het uitnameteam in de vaststelling moet het vergoedingsbedrag van de kosten van het uitnameteam bij de verlening opnieuw worden berekend op basis van het definitieve prijspeil dat gebruikt wordt bij de vaststelling. Alleen als de vergoeding van het uitnameteam van de verlening (prijspeil vaststelling) groter is dan de vergoeding van het uitnameteam van de vaststelling, wordt het vergoedingsbedrag van het uitnameteam van de vaststelling op een andere manier berekend. Hiervoor wordt 14,30% van het verschil tussen het vergoedingsbedrag van het uitnameteam van de verlening(prijspeil vaststelling) en het vergoedingsbedrag van het uitnameteam van de vaststelling in mindering gebracht op het vergoedingsbedrag van het uitnameteam van de verlening (prijspeil vaststelling). Dit bedrag vervangt het oorspronkelijk berekende bedrag van het uitnameteam van de vaststelling en wordt gebruikt voor de berekening van de beschikbaarheidbijdrage van de vaststelling.

Artikel 17. Intrekken/Vervallen oude beleidsregels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag wordt de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag, met kenmerk BR/REG-25108, ingetrokken.

Artikel 18. Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De ‘Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-25108 blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Artikel 20. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’.

Bijlage 1. Zorgproducten acute verloskunde met percentage en bedragen

Bijlage bij artikel 8, vierde lid, sub d.

Zorgproductcode

Zorgproduct medische omschrijving

Bedrag beleidsregel (Prijspeil 2026) in euro’s

150101002

Oper wegens extra-uteriene zwangerschap | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

2.338,56

150101003

Diagnostisch (zwaar) / Therapeutisch licht | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

1,51

150101004

Klin kort | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

7,48

150101006

(Abortus) curettage | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

10,34

150101007

Dag/ Poli >2/ Routine onderzoek >2 | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

1,84

150101009

Klin middel | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

7,67

150101011

Licht ambulant | Zwangersch/bevall/kraamb misgeboorte

0,54

159899004

Partus met complexe fluxusbehandeling OK | | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling / compl

3.897,78

159899007

Sectio ceasarea | | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

188,85

159899008

Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders | Dag/ Klin cumulatief kort | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

9,37

159899010

Partus met (manuele) placentaverwijdering/ oper cervixscheur | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

1.261,30

159899012

Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders | Dag/ Klin cumulatief middel | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

5,35

159899013

Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders | Complexe fluxusbehandeling OK | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

2.825,43

159899014

Begeleiding spontane partus stuit /meerling | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

189,07

159899016

Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders | (Manuele) placentaverwijdering/ oper cervixscheur | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

734,79

159899017

Vaginale kunstverlossing | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

1.338,28

159899019

Begeleiding spontane partus | Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl

170,01

159999017

Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij begeleiding zwangerschap

381,83

159999020

Ziekenhuisopname met meer dan 28 verpleegdagen bij begeleiding zwangerschap

3.511,44

159999021

Ziekenhuisopname van 6 tot maximaal 28 verpleegdagen bij begeleiding zwangerschap

925,77