Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
Prestaties: Met de prestatie wordt in deze regeling (een van) onderstaande prestaties bedoeld.
-
1.
Multidisciplinaire zorg DM2/VRM
-
2.
Multidisciplinaire zorg COPD/Astma
-
3.
Multidisciplinaire zorg DM2 – niet gecontracteerd
-
4.
Multidisciplinaire zorg COPD – niet gecontracteerd
-
5.
Multidisciplinaire zorg HVZ – niet gecontracteerd
Voor een nadere toelichting op de inhoud van deze prestaties wordt verwezen naar Beleidsregel
huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.
-
Multidisciplinaire (eerstelijns)zorg: Zorgverlening waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines in samenwerking met
de patiënt in onderlinge samenhang zorg verlenen, waarvan huisartsenzorg een onderdeel
is.
-
Ketenzorg: Multidisciplinaire programmatische zorgverlening voor chronisch zieken.
-
Standaard voor zorgstandaarden: Het model voor zorgstandaarden bij chronische ziekten dat is ontwikkeld door het
coördinatieplatform zorgstandaarden.
-
Zorgstandaard: Een zorgstandaard geeft vanuit het patiëntenperspectief een op actuele en zo mogelijk
wetenschappelijk onderbouwde inzichten gebaseerde functionele beschrijving van de
multidisciplinair georganiseerde individuele preventie, zorg en ondersteuning bij
zelfmanagement voor een bepaalde chronische ziekte gedurende het complete zorgcontinuüm,
alsmede een beschrijving van de organisatie van de betreffende preventie en zorg en
de relevante prestatie-indicatoren.
-
Zorgmodule: Deze beschrijft een generieke component in de zorg voor mensen met een chronische
ziekte. Een generieke component onderscheidt zich van een ziektespecifieke doordat
hij op meer dan één chronische ziekte van toepassing kan zijn.
-
Zorgaanbieder: De natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent,
als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg.
-
Hoofdcontractant: De hoofdcontractant is de zorgaanbieder die de onder 1.1 beschreven prestatie(s)
contracteert, levert en het tarief voor deze prestatie declareert.
-
Onderlinge dienstverlening: Indien meerdere zorgaanbieders gezamenlijk en in onderlinge afstemming de onder 1.1
omschreven prestatie leveren, dan wordt de levering van de deelprestaties aangemerkt
als onderlinge dienstverlening.
-
‘In zorg’: De patiënt is ‘in zorg’ indien hij, voor de bij hem/haar bestaande chronische aandoening
zorg ontvangt waarvan inhoud en levering overeenkomen met (een van de) in artikel 1.1
bedoelde prestaties.
-
Tarief: Het tarief is de prijs voor de onder 1.1 omschreven prestatie.
-
Minimale Dataset (MDS): Gegevens betreffende de zorg welke geregistreerd dienen te worden voor patiënten
met een bepaalde chronische ziekte met als doel de effectiviteit te kunnen vaststellen.
-
De beleidsregel: De Beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.
Artikel 2. Doel van de regeling
Deze regeling heeft tot doel het stellen van de navolgende voorschriften met betrekking
tot de multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2, VRM, COPD,
Astma):
-
• Declaratievoorschriften;
-
• Administratievoorschriften teneinde de ontwikkelingen van multidisciplinaire zorgvormen
voor de chronische aandoeningen DM type 2, VRM, COPD en Astma en de daaruit volgende
resultaten in de zorgverlening in relatie tot de betaalbaarheid, toegankelijkheid
en kwaliteit van de zorg te kunnen volgen, toetsen en evalueren;
-
• Transparantievoorschriften teneinde te bewerkstelligen dat consumenten tijdig en zorgvuldig
geïnformeerd worden over de eigenschappen van de betreffende prestatie met het oog
op doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid van de informatie.
Met deze informatie kunnen patiënten een weloverwogen keuze maken voor het aangaan
van een overeenkomst met betrekking tot ketenzorg.
Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die multidisciplinaire eerstelijnszorg
aanbieden zoals omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).
-
1
Hoofdcontractant
-
1.1. De hoofdcontractant dient over de competenties te beschikken (c.q. deze competenties
te hebben gecontracteerd) om de basisvoorziening huisartsgeneeskundige zorg te kunnen
aanbieden. Bij prestaties c, d en e betreft dit ook de diëtetiek.
-
1.2. De hoofdcontractant dient een zorgprogramma te ontwikkelen aangepast op de lokale
situatie gebaseerd op de vigerende zorgstandaard en de onderliggende standaarden en
richtlijnen en dit schriftelijk vast te leggen.
-
1.3. De hoofdcontractant dient een kwaliteitsbeleid inclusief kwaliteitscyclus (PDCA-cyclus)
op te zetten en te onderhouden voor de aanbieders binnen het multidisciplinaire samenwerkingsverband.
Het kwaliteitsbeleid wordt jaarlijks onderhouden en is schriftelijk vastgelegd.
-
3
Declaratie door hoofdcontractant
Om de onder 1.1a en 1.1b omschreven prestatie(s) te declareren dient er een schriftelijke
overeenkomst te zijn gesloten tussen de hoofdcontractant en de ziektekostenverzekeraar.
In deze overeenkomst is tenminste opgenomen:
-
• het overeengekomen tarief;
-
• de inhoud van de onder 1.1a en/of 1.1b van deze regel omschreven prestatie(s);
-
• de medisch specialistische zorg die geacht wordt onderdeel uit te maken van de betreffende
prestatie(s).
-
• het aandeel van het totale tarief dat toe te rekenen is aan de drie volgende componenten:
huisartsgeneeskundige zorg; niet-huisartsgeneeskundige zorg; overhead/coördinatiekosten.
De prestatie als omschreven in artikel 1.1a en 1.1b van deze regeling wordt door de
hoofdcontractant, met inachtneming van bovenstaande bepalingen, in rekening gebracht
bij de zorgverzekeraar of de patiënt aan wie de prestatie is geleverd.
-
4
Moment van declareren van de prestatie
Wanneer de patiënt ‘in zorg’ is wordt de prestatie gedeclareerd.
Het overeengekomen tarief dient per kwartaal2 in rekening te worden gebracht. Het tarief per kwartaal kan door de hoofdcontractant
in rekening worden gebracht voor die patiënten die op de eerste dag van dat kwartaal
in zorg zijn.
Artikel 5. Declaratiebepalingen betreffende samenloop
-
1
Samenloop met de eerstelijnszorg
De zorg binnen de eerste lijn die geacht wordt onderdeel uit te maken van of gelijkwaardig
te zijn aan de prestatie als bedoeld onder 1.1 van deze beleidsregel wordt niet naast
eerdergenoemde prestatie voor dezelfde patiënt gedeclareerd.
-
2
Eerder beëindigen Innovatie- experiment ten behoeve van nieuwe zorgprestaties
Hoofdcontractant en zorgverzekeraar mogen in onderling overleg te allen tijde besluiten
hun experiment, dat loopt op basis van Beleidsregel innovatie ten behoeve van nieuwe
zorgprestaties, eerder te beëindigen en volgens de Beleidsregel huisartsenzorg en
multidisciplinaire zorg de genoemde prestaties gaan bekostigen.
-
3
Multimorbiditeit bij multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen
De prestaties zoals vermeld onder 1.1 a en b beschrijven een zorgtraject voor twee
ziektebeelden die gezamenlijk bij één patiënt kunnen voorkomen. Het is zorgverzekeraars
en zorgaanbieders toegestaan om een gedifferentieerd tarief af te spreken, bijvoorbeeld
drie tarieven voor patiënten met de ene, de andere of beide ziektebeelden.
-
4 In die gevallen waar een contractuele relatie tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar
ontbreekt (bij declaratie van de prestaties c, d en e zoals beschreven in artikel 1.1) zal de declarerende partij de patiënt, de zorgverzekeraar dan wel de NZa op verzoek
duidelijk moeten maken welke onderaannemers betrokken zijn bij het samenwerkingsverband.
Artikel 6. Administratievoorschriften
-
1
Minimale Dataset
De hoofdcontractant registreert, naast de administratievoorschriften als bedoeld in
artikel 36, eerste lid, Wmg, de volgende gegevens volledig en naar waarheid:
De indicatorensets zoals deze worden gehanteerd bij de landelijke benchmark ketenzorg,
een gezamenlijk initiatief van Ineen en Zorgverzekeraars Nederland. De landelijke
benchmark meet zorginhoudelijke indicatoren voor de drie chronische aandoeningen DM2,
COPD, VRM en Astma (vanaf 2015). De inhoud van de landelijke benchmark is gebaseerd
op de landelijke indicatorensets van het NHG en de platforms voor zorgstandaarden.
De indicatorensets uit de landelijke benchmark zijn te vinden op de website van InEen
www.ineen.nl en bestaan uit proces- en uitkomstindicatoren.
-
2
Registratie contactmomenten
De hoofdcontractant draagt zorg voor registratie van de contactmomenten tussen huisartsgeneeskundige
zorgverleners en patiënt, die zorginhoudelijk verband houden met de zorg die via de
ketenprestatie is ingekocht. Dit biedt de zorgverzekeraar een mogelijkheid om te controleren
of zorg die reeds via de keten wordt bekostigd niet separaat via de bekostigingssystematiek
van de individuele zorgaanbieders in onderaannemerschap wordt gedeclareerd.
Artikel 7. Transparantievoorschriften
-
1
Zorgaanbieder
-
1.1.
Verplichting zorgaanbieder
Een hoofdcontractant, welke de prestatie contracteert, levert en declareert bij de
ziektekostenverzekeraar of de patiënt, maakt openbaar wat de aanbiederspecifieke invulling
van de desbetreffende prestatie is. De hoofdcontractant zal dit conform de structuur
van de standaard voor zorgstandaarden doen.
De hoofdcontractant geeft aan dat prijsinformatie van de prestatie(s) terug te vinden
is via de ziektekostenverzekeraar waar hij mee samenwerkt.
-
1.2.
Voorwaarden zorgaanbieder
De in artikel 7.1.1 omschreven openbaarmaking voldoet aan de volgende voorwaarden:
-
• De informatie is voldoende toegankelijk voor consumenten. De informatie is daarom:
-
○ zichtbaar aanwezig in de wachtruimte van de zorgaanbieder;
-
○ via post te verkrijgen wanneer de consument daar om vraagt;
-
○ op de website van de aanbieder te vinden wanneer deze een website heeft.
-
• De hoofdcontractant draagt er zorg voor dat de betrokken zorgaanbieders de benodigde
informatie kunnen verstrekken aan consumenten op de bij hierboven genoemde manieren.
-
• De informatie is tijdig beschikbaar voor de consument zodat deze in staat is de noodzakelijke
keuzes te maken.
-
• De beschikbare informatie is actueel en vermeldt een ingangsdatum waarop deze in werking
treedt. De ingangsdatum geldt voor alle onderdelen van de prestatie.
Artikel 8. Intrekken oude regeling
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling multidisciplinaire zorg, met kenmerk NR/REG-1821, ingetrokken.
Artikel 9. Toepasselijkheid voorafgaande regeling, bekendmaking, inwerkingtreding
en citeertitel
Toepasselijkheid voorafgaande regeling
De Regeling multidisciplinaire zorg, met kenmerk NR/REG-1821, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten)
van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn
aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.
Inwerkingtreding / Bekendmaking
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van
artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet.
De regeling ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling multidisciplinaire zorg.