Artikel 5. Totstandkoming tarieven
A. Mondzorg aan bijzondere zorggroepen
Individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen (X731)
A.1 Tariefaanvraag
Om rechtsgeldig een individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen
(prestatiecode X731) in rekening te kunnen brengen moet de instelling voor bijzondere
tandheelkunde hiervoor een tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
hebben gekregen. Hiertoe dient de instelling jaarlijks, samen met de representerende
zorgverzekeraars, een tariefverzoek in op basis van de begroting (van verwachte kosten
en productie). Uitgangspunt is dat de instelling voor bijzondere tandheelkunde hulp
verleent zonder winstoogmerk. Dit betekent dat het individueel vast tijdstarief mondzorg
aan bijzondere zorggroepen als uitgangspunt heeft de aanvaardbare werkelijke kosten
te dekken. Tot de aanvaardbare kostenposten kunnen worden gerekend:
-
– vergoeding mondzorgverleners;
-
– vergoeding management(taken);
-
– vergoeding ondersteunend (tandheelkundig) team;
-
– vergoeding bij- en nascholing, inclusief tegemoetkoming voor differentiatie-opleiding;
-
– vergoeding klinisch psycholoog;
-
– vergoeding verbruiksmaterialen;
-
– vergoeding overige kosten;
-
– vergoeding voor huisvesting, rente, afschrijving, onderhoud en Bijtmeter.
A.2 Voorwaarden individueel vast tijdstarief
Een (nieuw) individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen wordt
alleen afgegeven indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
– de instelling heeft minimaal een verzoek tot definitieve verrekening van het jaar
(t-2) en voorafgaande jaren ingediend (zie hierna onder A.5).
-
– de instelling heeft een minimale omvang van 1,0 fte tandarts (in opleiding).
A.3 Berekening van het individueel vast tijdstarief
De hoogte van het individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen
wordt berekend door de totale begrote aanvaardbare kosten mondzorg te delen door het
begrote aantal declarabele uren. Het gaat daarbij om de direct patiëntgebonden tijd.
Het individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen is, naar rato
van de feitelijk bestede tijd, te berekenen in eenheden van 5 minuten.
De hoogte van de totale aanvaardbare kosten (met uitzondering van de kosten voor huisvesting,
rente, afschrijving, onderhoud en Bijtmeter) wordt gebaseerd op het toetsingskader
bijzondere tandheelkunde. Bepalend voor de maximale hoogte voor de vergoeding managementtaken
(post 2), klinisch psycholoog (post 5), verbruiksmaterialen (post 6) en overige kosten
(post 7) is het aantal fte tandartsen (post 1A) en voor de vergoeding mondzorgverleners
(post 1), ondersteunend (tandheelkundig) team (post 3) en bij- en nascholing, inclusief
tegemoetkoming voor differentiatie-opleiding (post 4) is dat het aantal fte mondzorgverleners
(post 1A t/m 1E).
De NZa zal de bedragen van het toetsingskader voor het individueel vast tijdstarief
mondzorg aan bijzondere zorggroepen jaarlijks per 1 januari van het jaar (t+1) actualiseren
voor de loon- en prijsstijgingen volgens de betreffende indexen. De wijze van indexeren
is geregeld in de Beleidsregel indexering.
A.4 Toetsingskader
Het toetsingskader bestaat uit de volgende maximale normatieve kostenposten:
-
1. Vergoeding mondzorgverleners
De formatie mondzorgverleners bestaat uit de volgende categorieën mondzorgverleners:
-
A. Tandarts (gedifferentieerd, niet-gedifferentieerd, in opleiding)
-
B. Orthodontist
-
C. Mondhygiënist
-
D. Tandprotheticus
-
E. Faciaal-prothetist (indien geen tandarts)
De maximaal aanvaardbare verhouding tussen de gedifferentieerde tandarts als hoofdbehandelaar
en het aantal ondersteunende mondzorgverleners bedraagt:
Tabel Maximale formatie ondersteunende mondzorgverleners per 1 fte tandarts, per differentiatie1
| |
Ondersteunende mondzorgverleners
|
|
|
Tandarts-differentiatie
|
Orthodontist
|
Mondhygiënist
|
Tandprotheticus
|
Faciaal-prothetist2
|
Maximaal
|
|
Angstbegeleiding
|
0
|
0,2
|
0,1
|
0
|
0,3
|
|
Gehandicaptenzorg
|
0,1
|
1,0
|
0,1
|
0
|
1,2
|
|
Gerodontologie
|
0
|
1,0
|
0,2
|
0
|
1,2
|
|
Gnathologie
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Kindertandheelkunde
|
0,5
|
0,5
|
0
|
0
|
1,0
|
|
MFP
|
0,5
|
1,0
|
0,2
|
0,5
|
2,2
|
1 Formatie per 1,0 fte tandarts, anders naar rato.
2 Alleen als deze geen tandarts is. Tandarts faciaal-prothetist valt onder tandarts.
Aanvaardbaar zijn de werkelijke salariskosten of inhuur van bovengenoemde formatie
mondzorgverleners tot maximaal de in onderstaande tabel opgenomen salarisbedragen
– per jaar per 1,0 fte mondzorgverlener, per functie. Dit bedrag komt overeen met
de arbeidskosten die in 2024 golden bij de salarisschalen van de CAO-ziekenhuizen
en zijn gehanteerd bij de wijziging van het toetsingskader bijzondere tandheelkunde.
Het maximum salarisbedrag 2024 per 1,0 fte mondzorgverlener werd berekend door vermenigvuldiging
van het cao-maandbedrag met 14 maanden en werkgeversfactor 1,33. De herijkte salarisbedragen
worden jaarlijks aangepast met de mutatie volgens het OVA-percentage en periodiek,
conform algemeen beleid, herijkt. Het maximum beleidsregelbedrag vergoeding mondzorgverleners
is de optelsom van alle aanvaardbare salariskosten per functie per fte mondzorgverlener.
Tabel Maximaal aanvaardbare vergoeding mondzorgverleners per jaar per 1,0 fte, per
functie
|
Functie
|
Schaal (trede)1
|
Maximum salarisbedrag (definitief niveau 2025)
|
Maximum salarisbedrag (voorcalculatorisch niveau 2026)
|
|
Tandarts
|
|
|
|
|
– gedifferentieerd
|
FWG 80 (13)
|
€ 204.227
|
€ 212.886
|
|
– niet-gedifferentieerd
|
FWG 75 (17)
|
€ 183.428
|
€ 191.205
|
|
– in opleiding
|
FWG 70 (15)
|
€ 153.973
|
€ 160.501
|
|
Orthodontist
|
FWG 80 (17)
|
€ 214.685
|
€ 223.788
|
|
Mondhygiënist
|
FWG 55 (12)
|
€ 99.568
|
€ 103.789
|
|
Tandprotheticus
|
FWG 55 (12)
|
€ 99.568
|
€ 103.789
|
|
Faciaal-prothetist (HBO)
|
FWG 55 (12)
|
€ 99.568
|
€ 103.789
|
1 Bron: CAO-ziekenhuizen, juni 2024.
-
2. Vergoeding management(taken)
De aanvaardbare werkelijke kosten voor management(taken) zijn afhankelijk van het
aantal fte tandartsen. Voor grote(re) instellingen (≥ 2,0 fte tandartsen) geldt als
aanvaardbaar de werkelijke kosten op definitief nievau 2025 tot maximaal € 22.998,–
per 1,0 fte tandarts (voorcalculatorisch niveau 2026: € 23.973). Voor de kleine(re)
instellingen (1,0 ≤ fte tandartsen < 2,0) geldt als aanvaardbaar de werkelijke kosten
op definitief niveau 2025 tot maximaal € 11.499,– per jaar per 1,0 fte tandarts (voorcalculatorisch
niveau 2026: € 11.986), met als voorwaarde dat er minimaal vier tandartsen (parttime)
werkzaam moeten zijn om hiervoor in aanmerking te komen. De bedragen worden jaarlijks
aangepast volgens het OVA-percentage. In het geval dat een tandarts coördinerende
of managementtaken verricht, valt de formatie voor die taken en de bijbehorende arbeidskosten
onder deze post.
-
3. Vergoeding ondersteunend (tandheelkundig) team
Aanvaardbaar zijn de werkelijke kosten voor salarissen of inhuur van het ondersteunend
(tandheelkundig) team (tandartsassistentes, omloopassistentes) en voor overige personeelskosten
(planning, secretariaat, administratie e.d.) tot maximaal € 1,5 maal het totaal aantal
fte’s mondzorgverleners (formatieve post 1A t/m 1E) maal maximaal het in onderstaande
tabel opgenomen beleidsregelbedrag. Dit bedrag komt overeen met de arbeidskosten die
in 2024 golden bij de salarisschaal van de CAO-ziekenhuizen en zijn gehanteerd bij
de wijziging van het toetsingskader bijzondere tandheelkunde. Het maximum beleidsregelbedrag
2024 werd berekend door vermenigvuldiging van het coa-maandbedrag met 14 maanden en
werkgeversfactor 1,33. Het herijkte bedrag wordt jaarlijks aangepast met de mutatie
volgens het OVA-percentage en periodiek, conform algemeen beleid, herijkt.
Tabel Maximaal aanvaardbare vergoeding ondersteunend (tandheelkundig) personeel per
jaar per 1,0 fte
|
Functie
|
Schaal (trede)1
|
Maximum beleidsregelbedrag (definitief niveau 2025)
|
Maximum beleidsregelbedrag (voorcalculatorisch niveau 2026)
|
|
Ondersteunend (tandheelkundig) personeel
|
FWG 35 (11)
|
€ 67.370
|
€ 70.226
|
1 Bron: CAO-ziekenhuizen, juni 2024.
-
4. Vergoeding bij- en nascholing, inclusief tegemoetkoming voor differentiatie-opleiding
Aanvaardbaar zijn de werkelijke kosten voor bij- en nascholing van tandartsen en ondersteunend
tandheelkundig team, inclusief een tegemoetkoming voor een differentiatie-opleiding,
op definitief niveau 2025 tot maximaal € 8.534,– per jaar per 1,0 fte mondzorgverlener
(formatieve post 1A t/m 1E) (voorcalculatorisch niveau 2026: € 8.713). Het bedrag
wordt jaarlijks aangepast met de mutatie volgens het PPC-percentage.
-
5. Vergoeding klinisch psycholoog
De klinisch psycholoog kan voor grote(re) instellingen (≥ 2,0 fte tandartsen) als
aparte kostenpost worden meegenomen. Aanvaardbaar zijn de werkelijke kosten op definitief
niveau 2025 tot maximaal € 9.858,– per jaar per 1,0 fte tandarts (voorcalculatorisch
niveau 2026: € 10.276). Voor de kleine(re) instellingen (1,0 ≤ fte tandartsen < 2,0)
is hiervoor geen afzonderlijke kostenpost opgenomen. Het bedrag wordt jaarlijks aangepast
met de mutatie volgens het OVA-percentage.
-
6. Vergoeding verbruiksmaterialen
Aanvaardbaar zijn de werkelijke kosten van verbruiksmaterialen op definitief niveau
2025 tot maximaal € 25.651,– per jaar per 1,0 fte tandarts (voorcalculatorisch niveau
2026: € 26.190). Dit bedrag is exclusief implantaatkosten. Het bedrag wordt jaarlijks
aangepast met de mutatie volgens het PPC-percentage.
-
7. Vergoeding overige kosten
Aanvaardbaar zijn de werkelijke kosten van de overige kosten op definitief niveau
2025 tot maximaal € 42.177,– per jaar per 1,0 fte tandarts (voorcalculatorisch niveau
2026: € 43.063). Hieronder zitten onder meer posten zoals accountantskosten, administratiekosten
voor het opmaken van de jaarrekening, bankkosten, portokosten, telefoonkosten en automatisering.
Het bedrag wordt jaarlijks aangepast met de mutatie volgens het PPC-percentage.
-
8. Vergoeding voor huisvesting, rente, afschrijving, onderhoud en Bijtmeter
De werkelijke kosten voor afschrijving en rente zijn aanvaardbaar voor zover deze
passen binnen de daarvoor geldende regelgeving (zie hierna onder artikel 6 en 7). De kosten voor onderhoud zijn aanvaardbaar tot de werkelijke kosten.
Substitutieregeling
Indien in een jaar de werkelijke kosten van een aanvaardbare kostenpost het maximum
van het betreffende beleidsregelbedrag over- of onderschrijdt (met uitzondering van
de aanvaardbare kostenpost vergoeding mondzorgverleners), kan dat worden gecompenseerd
met een onder- of overschrijding bij andere aanvaardbare kostenposten, mits i) de
representerende zorgverzekeraars in het lokaal overleg daarmee instemmen en ii) het
totaal van de werkelijke kosten van deze aanvaardbare kostencategorieën tezamen blijft
binnen het totaal van de beleidsregelmaxima.
Daarnaast biedt de substitutieregeling binnen de aanvaardbare kostenpost vergoeding
mondzorgverleners (post 1) ook de mogelijkheid tot substitutie per functie mondzorgverlener.
Dit betekent dat indien in een jaar de werkelijke salariskosten van de ene functie
mondzorgverlener het maximale salarisbedrag van de betreffende functie over- of onderschrijdt,
dat gecompenseerd kan worden met een onder- of overschrijding van de werkelijke salariskosten
bij andere functies mondzorgverleners. Dit kan (mogelijk) leiden tot extra substitutieruimte.
Als randvoorwaarde geldt daarbij dat de optelsom van alle maximum salarisbedragen
per functie per fte mondzorgverlener, inclusief de substitutieruimte binnen de aanvaardbare
kostenpost vergoeding mondzorgverleners (post 1), het totaal van het maximum beleidsregelbedrag
vergoeding mondzorgverleners niet mag overschrijden.
Deze substitutieregeling is dus niet van toepassing op de aanvaardbare kostenposten
voor huisvesting, rente, afschrijving, onderhoud en Bijtmeter, aangezien hiervoor
geen beleidsregelmaxima gelden.
Overgangsregeling
Partijen die in 2024 voor de tariefaanvraag gebruik maakten van de substitutieruimte
bij een onderschrijding van de aanvaardbare kostenpost salaris tandartsen, kunnen
in het lokaal overleg voor een periode van maximaal 3 jaar (van 1 januari 2025 tot
1 januari 2028) aanvullende afspraken maken met de representerende zorgverzekeraars
ter compensatie van een overschrijding op de overige aanvaardbare kostenposten (post
2 t/m 7). Voorwaarde is dat er in dat jaar (2025/2026/2027) ook sprake is van een
onderschrijding op het salaris mondzorgverleners (post 1). Het compensatiebedrag kan
nooit meer dan het maximale onderschrijdingsbedrag op post 1 zijn.
Normuren
Bij de berekening van het minimale normatieve aantal declarabele uren mondzorg aan
bijzondere zorggroepen speelt de instellingsgrootte, gemeten aan de hand van het aantal
fte mondzorgverleners (formatieve post 1A t/m 1E) een rol.
-
•
Kleine(re) instellingen (1,0 ≤ fte tandarts < 2,0)
-
– Voor mondzorgverleners (formatieve post 1A t/m 1E) bedraagt de rekennorm minimaal
1.206 uren mondzorg aan bijzondere zorggroepen per fte per jaar. Dit aantal is per
fte gebaseerd op 201 werkbare dagen per jaar en 6,0 declarabele uren mondzorg aan
bijzondere zorggroepen per werkdag. Per fte mondzorgverlener in opleiding kan de rekennorm
verminderd worden met maximaal 120 uren.
-
– Voor mondzorgverleners in opleiding bedraagt de rekennorm minimaal 844 uren mondzorg
aan bijzondere zorggroepen per fte per jaar (70% van de norm voor mondzorgverleners).
-
•
Grote(re) instellingen (≥ 2,0 fte tandarts)
-
– Voor mondzorgverleners (formatieve post 1A t/m 1E) bedraagt de rekennorm minimaal
1.106 uren mondzorg aan bijzondere zorggroepen per fte per jaar. Dit aantal is per
fte gebaseerd op 201 werkbare dagen per jaar en 5,5 declarabele uren mondzorg aan
bijzondere zorggroepen per werkdag. Per mondzorgverlener in opleiding kan de rekennorm
verminderd worden met maximaal 110 uren.
-
– Voor mondzorgverleners in opleiding bedraagt de rekennorm minimaal 774 uren mondzorg
aan bijzondere zorggroepen per fte per jaar (70% van de norm voor mondzorgverleners).
A.5. Nacalculatie
Op grond van de hierboven vastgelegde systematiek wordt een individueel vast tijdstarief
mondzorg aan bijzondere zorggroepen op voorcalculatorisch niveau jaar t vastgesteld.
Achteraf vindt een verrekening plaats van de daadwerkelijke kosten en productie jaar
t, rekening houdend met het in A.4 beschreven toesingskader bijzondere tandheelkunde.
De wijze van verrekening is afhankelijk van de hieronder beschreven situaties:
-
a. De instelling blijft mondzorg aan bijzondere zorggroepen leveren op basis van het
individueel vast tijdstarief (X731)
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag zal worden verrekend via een
tijdelijke toeslag of aftrek in het individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere
zorggroepen voor jaar t+1 of jaar t+2.
-
b. De instelling fuseert met een andere instelling en levert de mondzorg aan bijzondere
zorggroepen op basis van het individueel vast tijdstarief (X731) van de overnemende
instelling
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t van de overgenomen instelling leidt tot vaststelling van een te
verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag
voor de overgenomen instelling zal worden verrekend via een tijdelijke toeslag of
aftrek in het individueel vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen van
de overnemende instelling voor jaar t+1 of jaar t+2.
-
c. De instelling blijft mondzorg aan bijzondere zorggroepen leveren, maar stapt daarbij
over van het individueel vast tijdstarief (X731) naar het collectief maximum tijdstarief
(X831)
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot).
-
c.1
Bij een opbrengsttekort:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de instelling het door de NZa
berekende (resterende) opbrengsttekort in rekening brengen bij de zorgverzekeraar.
De NZa berekent het definitief in rekening te brengen bedrag per zorgverzekeraar naar
rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per
zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens
berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
c.2
Bij een opbrengstoverschot:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve vereffeningsbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de zorgverzekeraar het door
de NZa berekende (resterende) opbrengstoverschot bij de instelling terug doen vorderen.
De NZa berekent het definitief terug te vorderen bedrag per zorgverzekeraar naar rato
van hun marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar
de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent
de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
d. De instelling gaat failliet of stopt met het leveren van mondzorg aan bijzondere zorggroepen.
Indien de rechtbank het faillissement van de instelling uitspreekt en een curator
benoemt, legt de NZa op verzoek van de failliete instelling, de namens de failliete
instelling handelende curator of de zorgverzekeraar op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. De NZa berekent zowel in het geval van faillissement of het stoppen
met de zorglevering het definitief terug te vorderen bedrag (bij een opbrengstoverschot)
of het in rekening te brengen bedrag (bij een opbrengsttekort) per zorgverzekeraar
naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt
per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze
gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
Ten behoeve van de nacalculatie dient de instelling voor bijzondere tandheelkunde
de jaarrekening over het jaar t alsmede het verantwoordingsformulier te overleggen.
De jaarrekening bevat de volgende, door een (externe) accountant gecontroleerde cijfers:
-
– de totale omzet mondzorg aan bijzondere zorggroepen;
-
– de kosten van praktijkvoering;
-
– het aantal mondzorgverleners werkzaam in de instelling;
-
– het aantal fte mondzorgverleners werkzaam in de instelling;
-
– het aantal gedeclareerde uren mondzorg aan bijzondere zorggroepen;
-
– het daarbij in rekening gebrachte tarief;
De verantwoordelijkheid van de accountant is daarbij het geven van een oordeel over
de jaarrekening op basis van zijn controle. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden
ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de
jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant
toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de
jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Uiteindelijk zal de accountant op basis van zijn controlewerkzaamheden een oordeel
moeten geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling
van het vermogen en van het resultaat.
Instellingen die niet zelfstandig opereren en op grond van (andere) wet- en regelgeving
niet verplicht zijn om een op alleen deze instelling voor bijzondere tandheelkunde
betrekking hebbende jaarrekening op te stellen, dienen – in plaats van de jaarrekening
– minimaal een door een (externe) accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen
ten aanzien van de hierboven genoemde gegevens te verstrekken. Het rapport van feitelijke
bevindingen moet voldoende gedetailleerd een beschrijving van het doel en van de overeengekomen
werkzaamheden geven, teneinde de gebruiker in staat te stellen de aard en de reikwijdte
van de uitgevoerde werkzaamheden te begrijpen (zie het controleprotocol voor het rapport
van feitelijke bevindingen, te vinden op de website van de NZa: www.nza.nl).
A.6 Vaststelling individueel vast tijdstarief
De NZa geeft jaarlijks aan een instelling, op aanvraag en na goedkeuring, een individueel
vast tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen af vóór 1 januari van het jaar
t+1. Hiervoor dient de aanvraag voor het individueel vast tijdstarief door partijen
uiterlijk 1 oktober in het jaar t tweezijdig en volledig te zijn ingediend.
Indien partijen verzuimen het verzoek tot vaststelling van het individueel vast tijdstarief
vóór 1 oktober van het jaar t in te dienen, geldt dat partijen in beginsel zijn aangewezen
op het collectief maximum tijdstarief van het betreffende jaar.
Partijen kunnen vóór 1 december van het jaar t een tweezijdig onderbouwd verzoek tot
verlenging van de lopende tariefbeschikking indienen. De NZa kan daarop de geldigheidsduur
van de lopende tariefbeschikking met het individueel vast tijdstarief van het jaar
t met maximaal zes maanden verlengen tot uiterlijk 1 juli van het jaar t+1.
Indien deze verlenging van de geldigheidsduur van de lopende tariefbeschikking ontoereikend
is, geldt dat partijen voor de daaropvolgende periode zijn aangewezen op het collectief
maximum tijdstarief van het betreffende jaar.
Collectief maximum tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen (X831)
Het collectief maximum tijdstarief mondzorg aan bijzondere zorggroepen kan in rekening
worden gebracht door instellingen voor bijzondere tandheelkunde die voldoen aan de
daarvoor gestelde erkenningscriteria maar die geen individueel vast tijdstarief kennen
op grond van het onder A.4 genoemde toetsingskader.
Voor het in rekening brengen van het collectief maximum tijdstarief dient gebruik
te worden gemaakt van prestatiecode X831. Het bijbehorende tarief op definitief niveau
2025 bedraagt € 27,80 (voorcalculatorisch niveau 2026: € 28,78). Het tarief is een
bedrag per 5 minuten (direct patiëntgebonden tijd).
Dit tarief wordt in beginsel jaarlijks ambtshalve geïndexeerd. De wijze van indexeren
is geregeld in de Beleidsregel indexering. De op het tarief toe te passen index is
het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van
een aandeel van 67% loonkosten en 33% materiële kosten. Het tarief wordt vastgesteld
op basis van een voorcalculatie voor het jaar t+1 en de definitieve indices van het
jaar t.
B. Anesthesie
Individueel vast tijdstarief algehele anesthesie (X631)
B.1 Tariefaanvraag
Om rechtsgeldig een individueel vast tijdstarief algehele anesthesie (prestatiecode
X631) in rekening te kunnen brengen moet de instelling voor bijzondere tandheelkunde
hiervoor een tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben gekregen.
Hiertoe dient de instelling voor het betreffende jaar, samen met de representerende
zorgverzekeraars, een tariefverzoek in op basis van de begroting (van verwachte kosten
en productie). Uitgangspunt is dat de instelling voor bijzondere tandheelkunde hulp
verleent zonder winstoogmerk.
B.2 Voorwaarden voor individueel vast tijdstarief
Een (nieuw) individueel vast tijdstarief algehele anesthesie wordt alleen afgegeven
indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
– de instelling heeft minimaal een verzoek tot definitieve verrekening van het jaar
(t-2) en voorafgaande jaren ingediend (zie hierna onder B.4).
-
– de instelling heeft een minimale omvang van 1,0 fte tandarts (in opleiding).
B.3 Berekening van het individueel vast tijdstarief
De hoogte van het individueel vast tijdstarief algehele anesthesie wordt berekend
door de totale begrote anesthesie-kosten te delen door het begrote aantal declarabele
uren. Het individueel vast tijdstarief is, naar rato van de feitelijk bestede tijd,
te berekenen in eenheden van 5 minuten.
B.4. Nacalculatie
Op grond van de hierboven vastgelegde systematiek wordt een individueel vast tijdstarief
algehele anesthesie op voorcalculatorisch niveau jaar t vastgesteld. Achteraf vindt
een verrekening plaats van de daadwerkelijke kosten en productie jaar t. De wijze
van verrekening is afhankelijk van de hieronder beschreven situaties:
-
a. De instelling blijft mondzorg aan bijzondere zorggroepen onder algehele anesthesie
leveren op basis van het individueel vast tijdstarief (X631)
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag zal worden verrekend via een
tijdelijke toeslag of aftrek in het individueel vast tijdstarief algehele anesthesie
voor jaar t+1 of jaar t+2.
-
b. De instelling fuseert met een andere instelling en levert de mondzorg aan bijzondere
zorggroepen onder algehele anesthesie op basis van het individueel vast tijdstarief
(X631) van de overnemende instelling
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t van de overgenomen instelling leidt tot vaststelling van een te
verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag
voor de overgenomen instelling zal worden verrekend via een tijdelijke toeslag of
aftrek in het individueel vast tijdstarief algehele anesthesie van de overnemende
instelling voor jaar t+1 of jaar t+2.
-
c. De instelling blijft mondzorg aan bijzondere zorggroepen onder algehele anesthesie
leveren, maar stapt daarbij over van het individueel vast tijdstarief (X631) naar
het collectief maximum tijdstarief (overige zorgproducten 39108/39109/39110)
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot).
-
c.1
Bij een opbrengsttekort:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de instelling het door de NZa
berekende (resterende) opbrengsttekort in rekening brengen bij de zorgverzekeraar.
De NZa berekent het definitief in rekening te brengen bedrag per zorgverzekeraar naar
rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per
zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens
berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
c.2
Bij een opbrengstoverschot:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve vereffeningsbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking kan de zorgverzekeraar het door
de NZa berekende (resterende) opbrengstoverschot bij de instelling terug doen vorderen.
De NZa berekent het definitief terug te vorderen bedrag per zorgverzekeraar naar rato
van hun marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar
de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent
de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
d. De instelling gaat failliet of stopt met het leveren van mondzorg aan bijzondere zorggroepen.
Indien de rechtbank het faillissement van de instelling uitspreekt en een curator
benoemt, legt de NZa op verzoek van de failliete instelling, de namens de failliete
instelling handelende curator of de zorgverzekeraar op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. De NZa berekent zowel in het geval van faillissement of het stoppen
met de zorglevering het definitief terug te vorderen bedrag (bij een opbrengstoverschot)
of het in rekening te brengen bedrag (bij een opbrengsttekort) per zorgverzekeraar
naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt
per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze
gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
Ten behoeve van de nacalculatie dient de instelling voor bijzondere tandheelkunde
de jaarrekening over het jaar t alsmede het verantwoordingsformulier te overleggen.
De jaarrekening bevat de volgende, door een (externe) accountant gecontroleerde cijfers:
-
– de totale omzet algehele anesthesie;
-
– de kosten van praktijkvoering;
-
– het aantal gedeclareerde uren algehele anesthesie;
-
– het daarbij in rekening gebrachte tarief.
De verantwoordelijkheid van de accountant is daarbij het geven van een oordeel over
de jaarrekening op basis van zijn controle. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden
ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de
jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant
toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de
jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Uiteindelijk zal de accountant op basis van zijn controlewerkzaamheden een oordeel
moeten geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling
van het vermogen en van het resultaat.
Instellingen die niet zelfstandig opereren en op grond van (andere) wet- en regelgeving
niet verplicht zijn om een op alleen deze instelling voor bijzondere tandheelkunde
betrekking hebbende jaarrekening op te stellen, dienen – in plaats van de jaarrekening
– minimaal een door een (externe) accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen
ten aanzien van de hierboven genoemde gegevens te verstrekken. Het rapport van feitelijke
bevindingen moet voldoende gedetailleerd een beschrijving van het doel en van de overeengekomen
werkzaamheden geven, teneinde de gebruiker in staat te stellen de aard en de reikwijdte
van de uitgevoerde werkzaamheden te begrijpen (zie het controleprotocol voor het rapport
van feitelijke bevindingen, te vinden op de website van de NZa: www.nza.nl).
B.5 Vaststelling van individueel vast tijdstarief
De NZa geeft jaarlijks aan een instelling, op aanvraag en na goedkeuring, een individueel
vast tijdstarief algehele anesthesie af vóór 1 januari van het jaar t+1. Hiervoor
dient de aanvraag voor het individueel vast tijdstarief door partijen uiterlijk 1 oktober
in het jaar t tweezijdig en volledig te zijn ingediend.
Indien partijen verzuimen het verzoek tot vaststelling van het individueel vast tijdstarief
vóór 1 oktober van het jaar t in te dienen, geldt dat partijen de kosten voor algehele
anesthesie tegen de werkelijke kosten kunnen declareren, voor zover deze niet door
het ziekenhuis gedeclareerd worden.
Partijen kunnen vóór 1 december van het jaar t een tweezijdig onderbouwd verzoek tot
verlenging van de lopende tariefbeschikking indienen. De NZa kan daarop de geldigheidsduur
van de lopende tariefbeschikking met het individueel vast tijdstarief van het jaar
t met maximaal zes maanden verlengen tot uiterlijk 1 juli van het jaar t+1.
Indien deze verlenging van de geldigheidsduur van de lopende tariefbeschikking ontoereikend
is, geldt dat partijen voor de daaropvolgende periode zijn aangewezen de kosten voor
algehele anesthesie tegen de werkelijke kosten te declareren, voor zover deze niet
door het ziekenhuis gedeclareerd worden.
C. Intraveneuze sedatie
Intraveneuze sedatie (X611)
C.1 Tariefaanvraag
Om rechtsgeldig een individueel vast tarief intraveneuze sedatie (prestatiecode X611)
in rekening te kunnen brengen moet de instelling voor bijzondere tandheelkunde hiervoor
een tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben gekregen. Hiertoe
dient de instelling voor het betreffende jaar, samen met de representerende zorgverzekeraars,
een tariefverzoek in op basis van de begroting (van verwachte kosten en productie).
Uitgangspunt is dat de instelling voor bijzondere tandheelkunde hulp verleent zonder
winstoogmerk.
C.2 Voorwaarden voor individueel vast tarief
Een (nieuw) individueel vast tarief intraveneuze sedatie wordt alleen afgegeven indien
aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
– de instelling heeft minimaal een verzoek tot definitieve verrekening van het jaar
(t-2) en voorafgaande jaren ingediend (zie hierna onder C.4).
-
– de instelling heeft een minimale omvang van 1,0 fte tandarts (in opleiding).
C.3 Berekening van het individueel vast tarief
De hoogte van het individueel vast tarief intraveneuze sedatie wordt berekend door
de totale begrote kosten intraveneuze sedatie te delen door het begrote aantal declarabele
verrichtingen.
C.4. Nacalculatie
Op grond van de hierboven vastgelegde systematiek wordt een individueel vast tarief
intraveneuze sedatie op voorcalculatorisch niveau jaar t vastgesteld. Achteraf vindt
een verrekening plaats van de daadwerkelijke kosten en productie jaar t. De wijze
van verrekening is afhankelijk van de hieronder beschreven situaties:
-
a. De instelling blijft intraveneuze sedatie leveren op basis van het individueel vast
tarief (X611)
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag zal worden verrekend via een
tijdelijke toeslag of aftrek in het individueel vast tarief intraveneuze sedatie voor
jaar t+1 of jaar t+2.
-
b. De instelling fuseert met een andere instelling en levert de intraveneuze sedatie
op basis van het individueel vast tarief (X611) van de overnemende instelling
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t van de overgenomen instelling leidt tot vaststelling van een te
verrekenen bedrag jaar t (tekort of overschot). De hoogte van het te verrekenen bedrag
voor de overgenomen instelling zal worden verrekend via een tijdelijke toeslag of
aftrek in het individueel vast tarief intraveuze sedatie van de overnemende instelling
voor jaar t+1 of jaar t+2.
-
c. De instelling stopt met het leveren van intraveneuze sedatie
Het verschil tussen het voorcalculatorische tariefniveau jaar t en het definitieve
tariefniveau jaar t leidt tot vaststelling van een te verrekenen bedrag jaar t (tekort
of overschot).
-
c.1
Bij een opbrengsttekort:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve verrekenbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking met het verrekenbedrag kan de instelling
het door de NZa berekende (resterende) opbrengsttekort in rekening brengen bij de
zorgverzekeraar. De NZa berekent het definitief in rekening te brengen bedrag per
zorgverzekeraar naar rato van hun definitieve marktaandeel bij de instelling. De instelling
overlegt per zorgverzekeraar de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis
van deze gegevens berekent de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
c.2
Bij een opbrengstoverschot:
De NZa legt op basis van artikel 56b Wmg de definitieve vereffeningsbedragen jaar t vast in een individuele tariefbeschikking
voor de instelling. Op basis van deze beschikking met het vereffeningbedrag kan de
zorgverzekeraar het door de NZa berekende (resterende) opbrengstoverschot bij de instelling
terug doen vorderen. De NZa berekent het definitief terug te vorderen bedrag per zorgverzekeraar
naar rato van hun marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar
de opbrengsten uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent
de NZa per instelling de marktaandelen per zorgverzekeraar.
-
d. De instelling gaat failliet of stopt met het leveren van mondzorg aan bijzondere zorggroepen.
Indien de rechtbank het faillissement van de instelling uitspreekt en een curator
benoemt, legt de NZa op verzoek van de failliete instelling, de namens de failliete
instelling handelende curator of de zorgverzekeraar de definitieve verrekenbedragen
jaar t vast in een individuele tariefbeschikking voor de instelling. De NZa berekent
op basis van artikel 56b Wmg zowel in het geval van faillissement of het stoppen met de zorglevering het definitief
terug te vorderen bedrag (bij een opbrengstoverschot) of het in rekening te brengen
bedrag (bij een opbrengsttekort) per zorgverzekeraar naar rato van hun definitieve
marktaandeel bij de instelling. De instelling overlegt per zorgverzekeraar de opbrengsten
uit de gedeclareerde tarieven. Op basis van deze gegevens berekent de NZa per instelling
de marktaandelen per zorgverzekeraar.
Ten behoeve van de nacalculatie dient de instelling voor bijzondere tandheelkunde
de jaarrekening over het jaar t alsmede het verantwoordingsformulier te overleggen.
De jaarrekening bevat de volgende, door een (externe) accountant gecontroleerde cijfers:
-
– de totale omzet intraveneuze sedatie;
-
– de kosten van praktijkvoering;
-
– het aantal gedeclareerde verrichtingen intraveneuze sedatie;
-
– het daarbij in rekening gebrachte tarief.
De verantwoordelijkheid van de accountant is daarbij het geven van een oordeel over
de jaarrekening op basis van zijn controle. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden
ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de
jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant
toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de
jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Uiteindelijk zal de accountant op basis van zijn controlewerkzaamheden een oordeel
moeten geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling
van het vermogen en van het resultaat.
Instellingen die niet zelfstandig opereren en op grond van (andere) wet- en regelgeving
niet verplicht zijn om een op alleen deze instelling voor bijzondere tandheelkunde
betrekking hebbende jaarrekening op te stellen, dienen – in plaats van de jaarrekening
– minimaal een door een (externe) accountant opgesteld rapport van feitelijke bevindingen
ten aanzien van de hierboven genoemde gegevens te verstrekken. Het rapport van feitelijke
bevindingen moet voldoende gedetailleerd een beschrijving van het doel en van de overeengekomen
werkzaamheden geven, teneinde de gebruiker in staat te stellen de aard en de reikwijdte
van de uitgevoerde werkzaamheden te begrijpen (zie het controleprotocol voor het rapport
van feitelijke bevindingen, te vinden op de website van de NZa: www.nza.nl).
C.5 Vaststelling van het individueel vast tarief
De NZa geeft jaarlijks aan een instelling, op aanvraag en na goedkeuring, een individueel
vast tarief intraveneuze sedatie af vóór 1 januari van het jaar t+1. Hiervoor dient
de aanvraag voor het individueel vast tarief door partijen uiterlijk 1 oktober in
het jaar t tweezijdig en volledig te zijn ingediend.
Indien partijen verzuimen het verzoek tot vaststelling van het individueel vast tarief
vóór 1 oktober van het jaar t in te dienen, geldt dat partijen de kosten voor intraveneuze
sedatie tegen de werkelijke kosten kunnen declareren, voor zover deze niet door het
ziekenhuis gedeclareerd worden.
Partijen kunnen vóór 1 december van het jaar t een tweezijdig onderbouwd verzoek tot
verlenging van de lopende tariefbeschikking indienen. De NZa kan daarop de geldigheidsduur
van de lopende tariefbeschikking met het individueel vast tarief van het jaar t met
maximaal zes maanden verlengen tot uiterlijk 1 juli van het jaar t+1.
Indien deze verlenging van de geldigheidsduur van de lopende tariefbeschikking ontoereikend
is, geldt dat partijen voor de daaropvolgende periode zijn aangewezen de kosten voor
intraveneuze sedatie tegen de werkelijke kosten te declareren, voor zover deze niet
door het ziekenhuis gedeclareerd worden.
D. Tandtechniek en overige kosten
In voorkomende gevallen kunnen naast het (individueel of collectief) tijdstarief mondzorg
aan bijzondere zorggroepen ook de volgende kosten in rekening worden gebracht:
-
1. Tandtechniek, extra-orale voorzieningen en implantaten
-
2. Kosten voor het maken en beoordelen van (röntgen)foto’s
-
3. Intraveneuze sedatie en algehele anesthesie
Ad 1. Tandtechniek, extra-orale voorzieningen en implantaten
De kosten voor tandtechniek (voor zover uitbesteed aan een tandtechnisch laboratorium),
voor extra-orale voorzieningen en voor implantaten kunnen separaat worden doorberekend
tegen de werkelijke kosten. Alle kosten ingeval van het plaatsen van een implantaat
kunnen eenmalig per implantaat tegen het maximumtarief horend bij prestatie J057 uit
de Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg in rekening worden gebracht
die voor de implantatie tijdelijk dan wel blijvend in de mond worden geplaatst. Daarnaast
kunnen bij het plaatsen van een implantaat de overheadkosten door middel van prestatie
J001 uit de Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg in rekening worden
gebracht.
De kosten voor tandtechniek in eigen beheer kunnen in rekening worden gebracht door
middel van de prestaties uit de Prestatie- en tariefbeschikking tandtechniek in eigen
beheer.
Ad 2. Kosten voor het maken en beoordelen van (röntgen)foto’s
Kosten voor het maken en beoordelen van (röntgen)foto’s kunnen separaat tegen inkoopprijs
worden doorberekend. Indien deze in eigen beheer zijn gemaakt, kunnen deze kosten
door middel van de prestaties uit Hoofdstuk II ‘Maken en/of beoordelen foto’s (X)’
uit de Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg in rekening worden gebracht.
Ad 3. Intraveneuze sedatie en algehele anesthesie
Zowel de kosten voor intraveneuze sedatie als voor algehele anesthesie kunnen tegen
de werkelijke kosten (via prestatiecode A20) worden gedeclareerd, voor zover deze
niet voor rekening komen van het ziekenhuis of de anesthesist of met het individueel
tijdstarief anesthesie (X631) of het individueel tarief sedatie (X611) in rekening
worden gebracht.