Besluit opgave bijdragende lading HNS-verdrag

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Besluit van 10 februari 2025, houdende nadere regels ten aanzien van de opgave van de hoeveelheid bijdragende lading op grond van het HNS-verdrag (Besluit opgave bijdragende lading HNS-verdrag)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 14 november 2024, nr. IENW/BSK-2024/300906, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringswet HNS-verdrag;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 december 2024, (nr. No. W17.24.00321/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 januari 2025, nr. IENW/BSK-2025/13780, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • geassocieerde persoon: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 16, zesde lid, van het Verdrag;

  • ontvanger: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, vierde lid, van het Verdrag;

  • wet: Uitvoeringswet HNS-verdrag.

Artikel 2

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Degene, die in Nederland in een kalenderjaar in totaal per categorie, genoemd in de volgende onderdelen:

    • a. 150 000 ton of minder bijdragende persistente olie heeft ontvangen;

    • b. 15 000 ton of minder bijdragende niet-persistente olie heeft ontvangen;

    • c. 15 000 ton of minder bijdragende LPG heeft ontvangen; of

    • d. 15 000 ton of minder bijdragende overige HNS-stoffen heeft ontvangen,

    is voor wat betreft dat kalenderjaar voor die categorie vrijgesteld van de verplichting tot het doen van de opgave, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet.

  • 2 Het eerste lid vindt geen toepassing, indien het totaal van de door de betrokkene en door een of meer met hem geassocieerde personen in Nederland ontvangen hoeveelheid bijdragende lading in een categorie in het betreffende kalenderjaar meer bedraagt dan de in het eerste lid genoemde hoeveelheden.

Artikel 3

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, doet een ontvanger opgave van:

    • a. de door hem en met hem geassocieerde personen in Nederland ontvangen hoeveelheid bijdragende lading, en

    • b. de naam en het adres van de personen die ingevolge de artikelen 18, 19 of 21, vijfde lid, van het Verdrag verplicht zijn bij te dragen aan het HNS-Fonds, alsmede de naam, het adres en de functie van degene die het in het derde lid bedoelde formulier ondertekent.

  • 2 De hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt uitgedrukt in tonnen.

  • 3 De opgave geschiedt met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde model, in te vullen op de in dat formulier en in de toelichting daarop aangegeven wijze.

  • 4 Onze Minister stelt exemplaren van het formulier kosteloos ter beschikking.

  • 5 Het besluit, houdende vaststelling van het model van het formulier en de toelichting daarop, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  • 6 Onze Minister kan het model van het formulier ter beschikking stellen in de vorm een digitaal bestand.

Artikel 4

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

De opgave over een kalenderjaar geschiedt vóór 15 maart van het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 5

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoeringswet HNS-verdrag inwerking treedt.

Artikel 6

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opgave bijdragende lading HNS-verdrag.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 februari 2025

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

B. Madlener

Uitgegeven de vijfentwintigste februari 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel