Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024

Geraadpleegd op 05-01-2026. Gebruikte datum 'geldig op' 31-12-2024.
Geldend van 31-12-2024 t/m 30-12-2025.

Besluit van 11 december 2024, houdende regels ter uitvoering van de Wet minimumbelasting 2024 (Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 20 november 2024, nr. 2024-0000457397;

Gelet op de artikelen 6.2, derde en vierde lid, 7.2, zesde lid, 7.3, tiende lid, 7.5, tiende lid, 8.3, zesde lid, 8.13, zesde en zevende lid en 14.1, zesde lid van de Wet minimumbelasting 2024;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 november 2024 no. W06.24.00325/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 6 december 2024, nr. 2024-0000549629;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 2. Bepaling van het kwalificerende inkomen of verlies (hoofdstuk 6 van de wet)

Artikel 2. Keuze voor inbegrepen vermogenswinst of -verlies

  • 1 De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om vermogenswinsten of -verliezen als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 3°, van de wet aan te merken als een in het kwalificerende inkomen of verlies begrepen vermogenswinst of -verlies, voor zover die winsten of verliezen voortvloeien uit:

    • a. een belang ten aanzien waarvan de belanghouder is onderworpen aan een belastingheffing op grond van een waarderingsstelsel op basis van reële waarde of op realisatiebasis en in de belastinglast in de financiële verslaggeving van de belanghouder ook de latente belastinglast is opgenomen die verband houdt met de belastingheffing op grond van dat waarderingsstelsel;

    • b. een belang in een fiscaal transparante entiteit dat is opgenomen in de financiële verslaggeving van de belanghouder met toepassing van de nettovermogenswaardemethode;

    • c. de vervreemding van een belang en de winst of het verlies ten aanzien van die vervreemding is begrepen in het belastbare inkomen van de belanghouder.

  • 2 Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze maakt, bedoeld in het eerste lid, worden de acute belastinglast en de latente belastinglast ten aanzien van de winsten- of verliezen, ten aanzien waarvan die keuze is gemaakt, begrepen in de gecorrigeerde betrokken belastingen.

  • 3 De keuze, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing op alle belangen van groepsentiteiten van een multinationale groep of een binnenlandse groep in een staat.

  • 4 De keuze, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van vijf verslagjaren die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen. De keuze kan niet worden herroepen indien de belanghouder als gevolg van de keuze een vermogensverlies in aanmerking heeft genomen.

Artikel 3. Keuze voor uitgesloten vermogenswinst of -verlies

  • 1 De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om valutaresultaten als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onderdeel c, onder 4°, van de wet aan te merken als een uitgesloten vermogenswinst- of verlies, voor zover:

    • a. die valutaresultaten voortvloeien uit een financieel instrument ter afdekking van een valutarisico dat met een belang, niet zijnde een portfoliobelang, wordt gelopen;

    • b. die valutaresultaten in de geconsolideerde jaarrekening niet in de winst- en verliesrekening worden verwerkt; en

    • c. het financiële instrument wordt beschouwd als een effectief instrument ter afdekking van een valutarisico onder de geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.

  • 2 De keuze, bedoeld in het eerste lid geldt voor een periode van vijf verslagjaren die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen.

Hoofdstuk 3. Berekening van de gecorrigeerde betrokken belastingen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 4. Voortwenteling verschil tussen gecorrigeerde betrokken belastingen en verwachte betrokken belastingen

  • 1 Indien er in een verslagjaar in een staat geen netto kwalificerend inkomen is, kan de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiezen om het verschil tussen de gecorrigeerde betrokken belastingen en de verwachte gecorrigeerde betrokken belastingen in dat verslagjaar, in afwijking van artikel 7.2, vijfde lid, van de wet, niet als een additionele bijheffing, maar als een voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking te nemen.

  • 2 Indien het netto kwalificerende inkomen en de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen in een volgend verslagjaar meer bedragen dan nihil, wordt de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen verminderd met de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave, bedoeld in het eerste lid, doch niet verder dan tot nihil. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt op dezelfde voet verminderd.

  • 3 Indien na de vermindering, bedoeld in het tweede lid, laatste zin, een bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave resteert, komt dit bedrag in mindering op de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen in elk volgend verslagjaar waarin het netto kwalificerende inkomen meer bedraagt dan nihil, waarbij het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave steeds op dezelfde voet wordt verminderd.

  • 4 De keuze, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het verslagjaar waarvoor die keuze wordt gemaakt voor de groepsentiteiten in een staat. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze ten aanzien van een volgend verslagjaar herroept.

  • 5 Indien een of meer groepsentiteiten in een staat ten aanzien waarvan de keuze, bedoeld in het eerste lid, is gemaakt worden vervreemd door de multinationale of binnenlandse groep, wordt het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking genomen bij de vervreemdende groep. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt in mindering gebracht op de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen, doch niet verder dan tot nihil, van de tot deze groep behorende groepsentiteiten in de in de vorige zin bedoelde staat in elk volgend verslagjaar waarin het gezamenlijke netto kwalificerende inkomen van die groepsentiteiten meer bedraagt dan nihil.

Artikel 5. Alternatieve verliesverrekeningslatenties

  • 1 Voor de toepassing van artikel 7.3, vijfde lid, onderdeel e, van de wet wordt een belastinglatentie aangemerkt als alternatieve verliesverrekeningslatentie, indien:

    • a. de belastingwetgeving van een staat vereist dat positief buitenlands inkomen wordt verrekend met negatief binnenlands inkomen, voordat verrekening wordt verleend voor buitenlandse belasting die is geheven over het betreffende buitenlands inkomen;

    • b. de groepsentiteit negatief binnenlands inkomen heeft dat geheel of gedeeltelijk wordt verrekend met positief buitenlands inkomen; en

    • c. onder toepassing van de belastingwetgeving van die staat buitenlandse belasting in een volgend verslagjaar kan worden verrekend met binnenlandse belasting ter zake van inkomen dat is opgenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van de groepsentiteit.

  • 2 Een alternatieve verliesverrekeningslatentie, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het laagste van:

    • a. het bedrag aan nog te verrekenen buitenlandse belasting ter zake van buitenlands inkomen dat volgens de belastingwetgeving van die staat kan worden voortgewenteld van het verslagjaar waarin de groepsentiteit een negatief binnenlands inkomen heeft, zonder rekening te houden met positief buitenlands inkomen, naar een volgend verslagjaar; en

    • b. het bedrag aan negatief binnenlands inkomen van de groepsentiteit over het verslagjaar, zonder rekening te houden met positief buitenlands inkomen, vermenigvuldigd met het van toepassing zijnde binnenlandse belastingtarief.

  • 3 Een alternatieve verliesverrekeningslatentie, zoals bepaald in het tweede lid, wordt in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve belastinglatentie in de financiële verslaggeving is opgenomen.

  • 4 Een alternatieve verliesverrekeningslatentie wordt niet begrepen in het totale bedrag van de gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, voor zover deze latentie betrekking heeft op bedragen die op grond van artikel 7.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet zijn uitgesloten.

Artikel 6. Toerekening van betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen

  • 1 De betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt in een verslagjaar dat aanvangt op of voor 31 december 2025 en uiterlijk eindigt op 30 juni 2027 toegerekend volgens de formule:

    A = (B / C) x D

    waarbij wordt verstaan onder:

    A: het bedrag aan betrokken belastingen dat wordt toegerekend aan een groepsentiteit ingevolge artikel 7.5, derde lid, van de wet;

    B: de allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen, berekend op grond van het tweede lid;

    C: de som van alle allocatiesleutels voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

    D: de betrokken belasting die is geheven overeenkomstig de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

  • 2 De allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt berekend volgens de formule:

    B = E x (F – G)

    B: de allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

    E: het inkomen van de entiteit dat op grond van een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt toegerekend aan de belanghouder;

    F: het tarief dat geldt voor de toepassing van de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

    G: het effectieve belastingtarief van de staat waarin de entiteit is gevestigd dat is berekend op grond van artikel 8.1 van de wet, waarbij het bedrag aan betrokken belastingen dat overeenkomstig een belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen is geheven buiten beschouwing blijft en het bedrag aan kwalificerende binnenlandse bijheffing in aanmerking wordt genomen voor zover dat verrekenbaar is met de belasting die is geheven overeenkomstig de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt de allocatiesleutel van een entiteit, niet zijnde een groepsentiteit, joint venture of een met een joint venture verbonden partij, berekend met inachtneming van het effectieve belastingtarief dat door de multinationale groep is berekend voor de staat waarin die entiteit is gevestigd. Indien door de toepassing van het negende lid het effectieve belastingtarief meer dan een keer is berekend, wordt het effectieve belastingtarief in aanmerking genomen dat is berekend ten aanzien van de entiteit of entiteiten die gezamenlijk het hoogste bedrag aan inkomen hebben dat op grond van een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt toegerekend aan de belanghouder. Indien de entiteit of entiteiten, bedoeld in de eerste zin, zijn gevestigd in een staat ten aanzien waarvan de multinationale groep het effectieve belastingtarief niet heeft berekend, wordt voor de toepassing van het tweede lid, het effectieve belastingtarief voor die staat berekend op basis van het inkomen en belastingen die zijn opgenomen in de financiële verslaggeving van die entiteit of entiteiten.

  • 4 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de allocatiesleutel die is berekend voor een entiteit als bedoeld in het derde lid in aanmerking genomen in de som van alle allocatiesleutels, waarbij de betrokken belasting die toerekenbaar is aan die entiteit niet in aanmerking wordt genomen.

  • 5 Voor de toepassing van het tweede lid wordt de allocatiesleutel voor een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen van een groepsentiteit op nihil gesteld indien het effectieve belastingtarief ten minste gelijk is aan het tarief dat geldt voor de toepassing van de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen of het minimumbelastingtarief.

  • 6 Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van een staat waarvoor artikel 8.8 van de wet wordt toegepast, het effectieve belastingtarief berekend overeenkomstig de artikelen 8.8, derde lid, en 8.10 van de wet.

  • 7 Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van een staat waarvoor artikel 8.13 van de wet wordt toegepast, het effectieve belastingtarief berekend overeenkomstig de kwalificerende binnenlandse bijheffing van die staat, waarbij de kwalificerende binnenlandse bijheffing als betrokken belasting in aanmerking wordt genomen voor zover deze verrekenbaar is onder de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

  • 8 Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van een staat waarvoor artikel 8.7 van de wet wordt toegepast het effectieve belastingtarief berekend overeenkomstig artikel 8.8, derde lid, van de wet, met dien verstande dat daarbij voor de in een kwalificerend landenrapport gerapporteerde totale inkomsten en winst vóór winstbelasting wordt gelezen: de gegevens in de kwalificerende financiële verslaggeving die de multinationale groep zou moeten rapporteren in een kwalificerend landenrapport als totale inkomsten en winst vóór winstbelasting.

  • 9 Indien het effectieve belastingtarief van een of meer entiteiten ingevolge de artikelen 8.6, 9.4 of 10.4 van de wet wordt berekend alsof sprake is van een afzonderlijke multinationale groep, is dat effectieve belastingtarief van toepassing bij de berekening van de allocatiesleutel, bedoeld in het tweede lid.

  • 10 Onder een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt verstaan: een belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen op grond waarvan de belasting wordt berekend op basis van het gezamenlijke inkomen of de gezamenlijke verliezen of verrekenbare belastingen van de buitenlandse gecontroleerde lichamen die onmiddellijk of middellijk worden gehouden door een groepsentiteit, waarbij het tarief dat geldt voor de toepassing van deze belastingregeling lager is dan het minimumbelastingtarief.

Artikel 6a. Beoordeling herzieningstermijn van geaggregeerde passieve belastinglatenties

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Voor de toepassing van artikel 7.3, zevende lid, van de wet kan een groepsentiteit ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie gezamenlijk beoordelen of een bedrag aan passieve belastinglatentie niet is herzien en niet is betaald binnen de periode, bedoeld in dat artikel.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een netto afname van het saldo van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie aangemerkt als een herziening van een passieve belastinglatentie.

  • 3 Indien sprake is van een afname van het saldo van een geaggregeerd passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, mag een groepsentiteit de eerst opgekomen passieve belastinglatentie aanmerken als de herziene passieve belastinglatentie, mits:

    • a. de passieve belastinglatentie betrekking heeft op een enkele grootboekrekening;

    • b. de passieve belastinglatentie betrekking heeft op een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie die uitsluitend bestaat uit passieve belastinglatenties die betrekking hebben op grootboekrekeningen met een vergelijkbare herzieningstermijn; of

    • c. de passieve belastinglatenties in een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie geen vergelijkbare herzieningstermijn hebben, maar de groep aannemelijk maakt dat sprake zal zijn van een adequate herziening van de passieve belastinglatenties voor zover de herzieningstermijn van vijf verslagjaren wordt overschreden.

  • 4 Voor de toepassing van het derde lid worden passieve belastinglatenties geacht een vergelijkbare herzieningstermijn te hebben indien deze volledig worden herzien binnen een periode van twee jaar van elkaar.

  • 5 Indien sprake is van een afname van het saldo van de geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van de geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie en het derde lid niet van toepassing is, wordt de laatst opgekomen passieve belastinglatentie aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie.

  • 6 Indien het maximaal toegestane bedrag ten minste gelijk is aan het openstaande saldo van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie of grootboekrekening wordt geen passieve belastinglatentie teruggenomen in het getoetste verslagjaar. Indien het maximaal toegestane bedrag lager is dan het openstaande saldo van een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, wordt het verschil aangemerkt als een niet-toegestaan saldo.

  • 7 Indien het niet-toegestane saldo in een verslagjaar toeneemt ten opzichte van het voorgaande verslagjaar, wordt die toename aangemerkt als een bedrag aan passieve belastinglatentie dat wordt teruggenomen. Indien het niet-toegestane saldo in een verslagjaar afneemt ten opzichte van het voorgaande verslagjaar, wordt die afname aangemerkt als een herziening van een teruggenomen passieve belastinglatentie, een herziening van een niet-gebruikte toerekening als bedoeld in artikel 7.3, derde lid, onderdeel a, van de wet of een herziening van een passieve belastinglatentie die is opgekomen voorafgaand aan het overgangsjaar.

  • 8 Indien de groepsentiteit aannemelijk maakt dat de geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of de geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie enkel bestaan uit passieve kortetermijnbelastinglatenties of uit passieve kortetermijnbelastinglatenties en actieve belastinglatenties, wordt voor de toepassing van het eerste lid niet beoordeeld of een bedrag aan passieve belastinglatentie niet is herzien en niet is betaald binnen de periode, bedoeld in artikel 7.3, zevende lid. Indien in een verslagjaar de eerste zin niet meer van toepassing is, blijven bij de beoordeling op grond van het eerste lid passieve kortetermijnbelastinglatenties die zijn opgekomen voorafgaand aan dat verslagjaar buiten beschouwing.

  • 9 Niettegenstaande artikel 7.3, achtste lid, van de wet wordt, indien het eerste lid wordt toegepast ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie waarin een passieve belastinglatentie als bedoeld in artikel 7.3, achtste lid, van de wet is inbegrepen, die passieve belastinglatentie betrokken in de gezamenlijke beoordeling, bedoeld in het eerste lid.

  • 10 De keuze op grond van artikel 7.3, negende lid, onderdeel b, van de wet is van toepassing op alle geaggregeerde passieve belastinglatenties die betrekking hebben op dezelfde grootboekrekening of geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie.

  • 11 De keuze, bedoeld in artikel 7.3, negende lid, onderdeel b, van de wet kan worden gemaakt ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, ongeacht of het de verwachting is dat de individuele passieve belastinglatenties of de geaggregeerde passieve belastinglatenties niet worden herzien binnen de periode, bedoeld in artikel 7.3, zevende lid, van de wet.

  • 12 Voor de toepassing van het eerste lid worden passieve belastinglatenties die zien op de volgende activa en passiva enkel gezamenlijk beoordeeld indien zij zijn geaggregeerd ten behoeve van een grootboekrekening:

    • a. niet-afschrijfbare immateriële activa, waaronder goodwill;

    • b. afschrijfbare immateriële activa met een boekhoudkundige levensduur van meer dan vijf jaren; en

    • c. vorderingen en schulden van verbonden partijen.

  • 13 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie: verschillende passieve belastinglatenties die betrekking hebben op twee of meer grootboekrekeningen die in overeenstemming zijn met de rekeningschema’s die zijn gebruikt voor de toepassing van artikel 6.1, eerste en tweede lid, van de wet en onderdeel zijn van dezelfde balansrekening of subbalansrekening, en die kunnen bestaan uit passieve kortetermijnbelastinglatenties en passieve langetermijnbelastinglatenties;

    • b. passieve kortetermijnbelastinglatentie: een afzonderlijke passieve belastinglatentie of een geaggregeerde passieve belastinglatentie die is gevormd ter zake van een grootboekrekening die wordt herzien binnen vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar waarin deze is opgekomen;

    • c. passieve langetermijnbelastinglatentie: een afzonderlijke passieve belastinglatentie of een geaggregeerde passieve belastinglatentie die is gevormd ter zake van een grootboekrekening die niet wordt herzien binnen vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar waarin deze is opgekomen;

    • d. getoetste verslagjaar: het verslagjaar waarin een passieve belastinglatentie is opgekomen en in aanmerking is genomen in het totale bedrag van de gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties;

    • e. toetsingsperiode: een periode van vijf verslagjaren volgend op het getoetste verslagjaar;

    • f. niet-toegestaan saldo: het totale bedrag aan passieve belastinglatenties dat niet is herzien voor het einde van de toetsingsperiode en het overschot betreft van het openstaande saldo van de passieve belastinglatentie ten opzichte van het maximaal toegestane bedrag;

    • g. openstaand saldo: het saldo aan passieve belastinglatenties aan het eind van de toetsingsperiode dat is berekend vanaf het overgangsjaar;

    • h: maximaal toegestane bedrag:

      • a. indien de eerst opgekomen passieve belastinglatentie wordt aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie: de som van de netto toename van het openstaande saldo voor elk verslagjaar in de toetsingsperiode; of

      • b. indien de laatst opgekomen passieve belastinglatentie wordt aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie: het netto bedrag van de in de toetsingsperiode opgekomen en herziene passieve belastinglatenties indien dat bedrag ten minste nihil bedraagt.

  • 14 Voor de toepassing van het dertiende lid, onderdeel a, wordt niet in aanmerking genomen:

    • a. een grootboekrekening die structureel een actieve belastinglatentie genereert; of

    • b. een grootboekrekening waarbij als gevolg van timingverschillen tussen verslaggevingsregels en fiscale regels op verschillende momenten een actieve belastinglatentie dan wel een passieve belastinglatentie wordt verantwoord.

Terugwerkende kracht

Stb. 2025, 451, datum inwerkingtreding 01-01-2026, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 31-12-2023.

Het artikel is nieuw toegevoegd.

Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Artikel 6b. Toerekening van betrokken belastingen in het geval van kruislingse verrekening

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De toerekening van betrokken belastingen aan een groepsentiteit, bedoeld in artikel 7.5, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van de wet, vindt ten aanzien van belastingen die door een hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder kunnen worden verrekend met belastingen over het inkomen van verschillende vaste inrichtingen of entiteiten plaats volgens de formule:

    A = B x (C / D)

    waarbij wordt verstaan onder:

    A: het bedrag aan betrokken belastingen van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder dat wordt toegerekend aan de groepsentiteit;

    B: het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen, berekend op grond van het tweede lid;

    C: de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen, berekend op grond van het derde lid;

    D: de som van alle allocatiesleutels voor de toerekening van betrokken belastingen.

  • 2 Het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen wordt berekend volgens de formule:

    B = E – F – G

    waarbij wordt verstaan onder:

    B: het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen;

    E: de totale acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder;

    F: de binnenlandse acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder waarbij de acute belastinglast met betrekking tot het buitenlandse broninkomen buiten beschouwing blijft;

    G: de betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen als bedoeld in artikel 6, tiende lid.

  • 3 De allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen wordt berekend volgens de formule:

    C = (H x I) – J

    waarbij wordt verstaan onder:

    C: de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen;

    H: het buitenlandse broninkomen van de vaste inrichting of entiteit;

    I: het binnenlandse belastingtarief;

    J: de verrekenbare buitenlandse belasting met betrekking tot het buitenlandse broninkomen van de vaste inrichting of entiteit.

  • 4 De totale acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder, bedoeld in het tweede lid, wordt verminderd met het bedrag aan belastinglast dat betrekking heeft op een onzekere belastingpositie en het bedrag aan belastinglast ten aanzien waarvan niet de verwachting bestaat dat het binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar wordt betaald.

  • 5 Het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen, bedoeld in het eerste en derde lid, en de binnenlandse belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder waarbij het buitenlandse broninkomen buiten beschouwing blijft, bedoeld in het tweede lid, bedragen ieder ten minste nihil.

Terugwerkende kracht

Stb. 2025, 451, datum inwerkingtreding 01-01-2026, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 31-12-2023.

Het artikel is nieuw toegevoegd.

Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Artikel 6c. Bedrag gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties bij de toerekening van betrokken belastingen

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Voor de toerekening van betrokken belastingen aan een groepsentiteit, bedoeld in artikel 7.5, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van de wet, wordt het bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties bepaald volgens de formule:

    A = B – C

    waarbij wordt verstaan onder:

    A: het bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder dat wordt toegerekend aan de groepsentiteit;

    B: het bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties met betrekking tot het buitenlandse broninkomen van de groepsentiteit;

    C: de verrekenbare buitenlandse belasting met betrekking tot het buitenlandse broninkomen van de groepsentiteit.

  • 2 De gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties met betrekking tot het buitenlandse broninkomen van de groepsentiteit, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen deze gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties in de financiële verslaggeving zijn opgenomen.

  • 3 Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit daarvoor kiest, wordt de toerekening van betrokken belastingen ten aanzien van gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, bedoeld in het eerste lid, voor een periode van vijf verslagjaren buiten beschouwing gelaten.

Terugwerkende kracht

Stb. 2025, 451, datum inwerkingtreding 01-01-2026, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 31-12-2023.

Het artikel is nieuw toegevoegd.

Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Hoofdstuk 4. Berekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing (hoofdstuk 8 van de wet)

Artikel 7. Het bedrag van de gebruiksrechten van de lessee

  • 1 Voor de toepassing van artikel 8.3, vijfde lid, van de wet, wordt de waarde van de gebruiksrechten van de lessee bepaald op,

    • a. indien de lessee een groepsentiteit is van de multinationale groep of binnenlandse groep waartoe de lessor behoort: het bedrag van de gebruiksrechten, nadat rekening is gehouden met consolidatiecorrecties ter eliminatie van de intra-groepsleasetransactie;

    • b. indien de lessee geen groepsentiteit is van de multinationale groep of binnenlandse groep waartoe de lessor behoort: het niet-gedisconteerde bedrag van de nog verschuldigde betalingen op grond van de leaseovereenkomst, rekening houdend met eventuele toevoegingen die in aanmerking zouden zijn genomen voor het bepalen van het bedrag van de gebruiksrechten bij toepassing van de financiële verslaggevingsstandaard van de lessor.

  • 2 Niettegenstaande het eerste lid, bedraagt de waarde van de gebruiksrechten van de lessee nihil, indien een activum regelmatig en meerdere keren gedurende het verslagjaar ter beschikking is gesteld aan verschillende lessees, waarbij de gemiddelde leaseperiode, met inbegrip van eventuele verlengingen en vernieuwingen van de lease, voor elke lessee 30 dagen of minder bedraagt.

Artikel 7a. Aankoopprijsaanpassingen in de kwalificerende financiële verslaggeving

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Indien aanpassingen aan de boekwaarde van activa en passiva die toerekenbaar zijn aan de aankoop van een groepsentiteit zijn verwerkt in de financiële verslaggeving, wordt die financiële verslaggeving niet aangemerkt als kwalificerende financiële verslaggeving als bedoeld in artikel 8.8, twaalfde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de groep heeft geen kwalificerend landenrapport ingediend voor een verslagjaar dat aanvangt na 31 december 2022 dat is gebaseerd op financiële verslaggeving waarin aanpassingen aan de boekwaarde van activa en passiva die toerekenbaar zijn aan de aankoop van de verworven groepsentiteit niet zijn verwerkt, behalve wanneer de groepsentiteit wettelijk verplicht was om deze aanpassingen op te nemen in haar financiële verslaggeving;

  • b. elke vermindering van het inkomen van de groepsentiteit die toerekenbaar is aan een waardevermindering van goodwill met betrekking tot transacties die zijn aangegaan na 30 november 2021, wordt voor de toepassing van de vereenvoudigde berekening van het effectieve belastingtarief, bedoeld in artikel 8.8, eerste lid, onderdeel b, van de wet, en voor de berekening van artikel 8.8, eerste lid, onderdeel c, van de wet toegevoegd aan de winst voor belastingen, mits de financiële verslaggeving geen omkering van uitgestelde belastingverplichting of erkenning of toename van een uitgestelde belastingvordering heeft met betrekking tot de waardevermindering van goodwill.

Terugwerkende kracht

Stb. 2025, 451, datum inwerkingtreding 01-01-2026, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 31-12-2023.

Het artikel is nieuw toegevoegd.

Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Artikel 8. De consistentiestandaard en toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Een kwalificerende binnenlandse bijheffing van een staat voldoet aan de consistentiestandaard, bedoeld in artikel 8.13, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien, met inachtneming van de vereiste afwijkingen die betrekking hebben op de berekening van een kwalificerende binnenlandse bijheffing:

    • a. de berekening van deze bijheffing leidt tot dezelfde uitkomst als de uitkomst bij toepassing van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel of een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel;

    • b. een staat voor de toepassing van een kwalificerende binnenlandse bijheffing:

      • 1°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert;

      • 2°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of

      • 3°. een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief.

  • 2 Artikel 8.13 van de wet is niet van toepassing op:

    • a. de groepsentiteiten van een multinationale groep in een staat, indien een of meer van deze groepsentiteiten:

      • 1°. een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing;

      • 2°. een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of

      • 3°. een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase;

    • b. beleggingsentiteiten in een staat die in vergelijkbare omstandigheden voor de toepassing van de wet onder de reikwijdte van artikel 10.4, 10.5 of 10.6 van de wet zouden vallen en die niet zijn onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat;

    • c. een joint venture of een joint venture-groep in een staat ten aanzien waarvan de kwalificerende binnenlandse bijheffing niet wordt geheven bij de joint venture of de leden van de joint venture-groep in die staat; of

    • d. een staatloze doorkijkentiteit die niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in de staat waarin zij is opgericht.

  • 3 Niettegenstaande het tweede lid wordt voor de toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven geacht te zijn voldaan aan de consistentiestandaard indien een staat een kwalificerende binnenlandse bijheffing kent en zich een van de omstandigheden bedoeld in onderdeel a tot en met d voordoet.

Terugwerkende kracht

Stb. 2025, 451, datum inwerkingtreding 01-01-2026, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 31-12-2023.

Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van «; of» aan het slot van onderdeel c door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door «; of» , een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een securitisatie-entiteit.

Het derde lid komt te luiden:

3 Voor de groepsentiteiten in een staat waarbij zich niet een van de omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, voordoet, wordt voldaan aan de consistentiestandaard indien de kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid.

Er wordt een lid toegevoegd, luidende.

4 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

  • securitisatie-entiteit: een entiteit die deelneemt aan een securitisatie-regeling en die aan alle volgende voorwaarden voldoet:

    • a. de entiteit voert alleen activiteiten uit die een of meer securitisatie-regelingen faciliteren;

    • b. de entiteit verstrekt zekerheid over haar activa ten gunste van haar schuldeisers of de schuldeisers van een andere securitisatie-entiteit;

    • c. de entiteit betaalt alle liquide middelen die zij uit haar activa ontvangt jaarlijks of vaker uit aan haar schuldeisers of de schuldeisers van een andere securitisatie-entiteit, anders dan:

      • 1°. liquide middelen die worden aangehouden ter dekking van een winstbedrag voor een uiteindelijke distributie aan aandeelhouders dat volgens de voorwaarden van de regeling vereist is; of

      • 2°. liquide middelen die redelijkerwijs vereist zijn onder de voorwaarden van de regeling om voorzieningen te treffen voor toekomstige betalingen die door de entiteit moeten worden gedaan of waarschijnlijk zullen worden gedaan krachtens de voorwaarden van de regeling, of om de kredietwaardigheid van de entiteit te behouden of te verbeteren.

  • securitisatie-regeling: een regeling die aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a. de regeling heeft tot doel een portefeuille van activa of blootstellingen aan activa te bundelen en opnieuw te verpakken voor investeerders die geen groepsentiteit van de groep zijn, op een manier die een of meer geïdentificeerde groepen van activa wettelijk scheidt; en

    • b. de regeling beperkt de blootstelling van die investeerders aan het risico van insolventie van een entiteit die de wettelijk gescheiden activa bezit, door de mogelijkheid van geïdentificeerde schuldeisers van die entiteit of van een andere entiteit in de regeling om claims tegen haar in te dienen te beheersen door middel van contractuele overeenkomsten met die schuldeisers.

Hoofdstuk 5. Transitieregels (hoofdstuk 14 van de wet)

Artikel 9. In aanmerking te nemen actieve belastinglatentie bij overdracht van activa

  • 1 Voor de toepassing van artikel 14.1, derde lid, van de wet kan de groepsentiteit die activa verkrijgt van een andere groepsentiteit een actieve belastinglatentie in aanmerking nemen ter zake van de verworven activa, voor zover de multinationale groep of binnenlandse groep aannemelijk maakt dat de overdragende groepsentiteit belasting heeft betaald ter zake van de overdracht en dat de overdragende groepsentiteit een actieve belastinglatentie, die op grond van artikel 14.1, eerste lid, van de wet in aanmerking had kunnen worden genomen ware die latentie gevormd, heeft herzien of niet heeft opgenomen, omdat het resultaat van de overdracht is opgenomen in de belastbare winst van de overdragende groepsentiteit.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bedrag aan betrokken belastingen aangemerkt als door de overdragende groepsentiteit betaalde belastingen ter zake van de overdracht, indien de multinationale groep of binnenlandse groep aannemelijk maakt dat dit bedrag aan betrokken belastingen toerekenbaar is aan de overdracht en op grond van artikel 7.5 van de wet aan de overdragende groepsentiteit zou zijn toegerekend.

  • 3 Een actieve belastinglatentie als bedoeld in het eerste lid, wordt in aanmerking genomen voor het verschil tussen de fiscale boekwaarde en de boekwaarde van het activum, bepaald overeenkomstig artikel 14.1, derde lid, van de wet, vermenigvuldigd met het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde binnenlandse belastingtarief.

  • 4 Ingeval een groepsentiteit een activum verkrijgt waarop artikel 14.1, derde lid, van de wet van toepassing is en dat activum in haar financiële verslaggeving waardeert op reële waarde en op grond van de voorgaande leden een actieve belastinglatentie in aanmerking had kunnen nemen, kan de groepsentiteit er, in afwijking van het eerste lid, voor kiezen om de boekwaarde van dat activum uit de financiële verslaggeving over te nemen in alle daaropvolgende jaren.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2024 en werkt terug tot en met 31 december 2023.

Artikel 11. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 december 2024

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën,

T. van Oostenbruggen

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2024

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel