Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024

[Regeling vervalt per 23-03-2029.]
Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 28-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 4 april 2024, nr. OVO/44663863, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan prioriteitsscholen voor het verbeteren van de basisvaardigheden met bewezen effectieve interventies (Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • achterstandsscore:

    • a. voor wat betreft een vestiging van een basisschool: achterstandsscore zonder drempel, zoals gepubliceerd op 7 oktober 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 februari 2024 zijn ingeschreven op een basisschool als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022;

    • b. voor wat betreft een vestiging van een school voor voortgezet onderwijs: achterstandsscore zonder drempel, zoals gepubliceerd op 24 december 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, met dien verstande dat voor een vestiging voor praktijkonderwijs waar op 1 oktober 2023 meer dan 50% van de leerlingen praktijkonderwijs volgt de achterstandsscores voor praktijkonderwijs worden gehanteerd en voor overige vestigingen voor voortgezet onderwijs de achterstandsscores voor het vmbo, havo of vwo;

  • basisvaardigheden: vaardigheden op het gebied van taal, rekenen of wiskunde, en burgerschap of digitale geletterdheid;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1 van de WEC of artikel 1.1 van de WVO 2020;

  • Caribisch Nederland: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • evidence-informed interventie: aanpak op basis van kennis uit wetenschap en praktijk over wat onder welke voorwaarden werkt in het onderwijs, zoals bijvoorbeeld beschreven op de interventiekaart;

  • interventiekaart: overzicht op de website van het programma Masterplan basisvaardigheden met evidence-informed interventies die zijn gericht op basisvaardigheden;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022 of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • nulmeting: inventarisatie van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden op de school voor aanvang van de gesubsidieerde activiteiten;

  • onderwijscoördinator: adviseur in dienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • primair onderwijs en primair onderwijs BES: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO, onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC, of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO BES;

  • prioriteitsschool:

    • a. voor aanvraagronde 2024: school die door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 1 februari 2024 of op de peildatum 1 augustus 2024 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld;

    • b. voor aanvraagronde 2025: school die door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 25 november 2024 of op de peildatum 1 augustus 2025 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld;

    • c. voor aanvraagronde 2026: school die door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 9 december 2025 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld;

  • RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen;

  • school: uit ’s Rijkskas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1.1 van de WVO 2020, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WPO BES met inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;

  • vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO of artikel 76a van de WEC, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;

  • vestiging voor praktijkonderwijs: vestiging waar op 1 oktober 2023 meer dan 50% van de leerlingen, op basis waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek de achterstandsscores als bedoeld in dit artikel heeft berekend, praktijkonderwijs volgt;

  • voortgezet onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of onderwijs dat gegeven wordt in Caribisch Nederland als bedoeld in de WVO 2020;

  • WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • WEC: Wet op de expertisecentra;

  • WPO: Wet op het primair onderwijs;

  • WPO BES: Wet primair onderwijs BES;

  • WVO 2020: Wet op het voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten ter verbetering van de basisvaardigheden

  • 1 De minister kan ter verbetering van de basisvaardigheden aan een bevoegd gezag van een prioriteitsschool voor de schooljaren 2024/2025 en 2025/2026 en de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 voor scholen uit het tweede aanvraagtijdvak subsidie verstrekken voor de uitvoering van één of meer evidence-informed interventies en voor monitoring van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.

  • 2 De minister kan ter verbetering van de basisvaardigheden aan een bevoegd gezag van een prioriteitsschool voor de schooljaren 2025/2026 en 2026/2027 en de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 voor scholen uit het tweede aanvraagtijdvak subsidie verstrekken voor de uitvoering van één of meer evidence-informed interventies en voor monitoring van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.

  • 3 De minister kan ter verbetering van de basisvaardigheden aan een bevoegd gezag van een prioriteitsschool voor de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028 subsidie verstrekken voor de uitvoering van één of meer evidence-informed interventies en voor monitoring van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.

  • 4 De evidence-informed interventies zijn in ieder geval gericht op het versterken van de basisvaardigheden op het gebied van taal dan wel rekenen of wiskunde, of taal en rekenen of wiskunde en waar nodig ook op het versterken van de basisvaardigheden burgerschap en digitale geletterdheid.

Hoofdstuk 2. Aanvraagronde 2024

Artikel 4. Reikwijdte hoofdstuk 2

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 4a, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 4a. Aanvraag subsidie

  • 1 Een bevoegd gezag kan per vestiging één aanvraag voor subsidie indienen.

  • 2 Een aanvraag voor het eerste tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 10 april 2024 tot en met 26 april 2024. Een aanvraag voor het tweede tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 2 september 2024 tot en met 13 september 2024. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:

    • a. de naam van het bevoegd gezag;

    • b. het in de RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;

    • c. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon;

    • d. een inventarisatie van de behoefte aan begeleiding van de school, waar het ondersteuning door een onderwijscoördinator betreft.

Artikel 5. Subsidieplafonds en deelplafonds

  • 1 Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 16.274.000, waarvan:

    • a. € 4.805.000, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES;

    • b. € 9.914.000, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en

    • c. € 1.555.000, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 2 Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 23.432.129, waarvan:

    • a. € 8.897.789 beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 12.685.449 beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en

    • c. € 1.848.891 beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 3 Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen naar rato verdeeld over de andere subsidieplafonds in het betreffende lid.

Artikel 6. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag voor een school voor primair onderwijs en primair onderwijs BES wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 februari 2023 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 1.000,–.

  • 2 Het bedrag van de subsidie voor een school voor voortgezet onderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2022 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 1.000,–.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag in Caribisch Nederland uitbetaald in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, krijgen de aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland voorrang. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Vervolgens krijgen aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ voorrang op aanvragen van scholen met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3 Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, worden de overige aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8. Afwijzingsgronden

  • 1 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidie in elk geval geweigerd:

    • a. indien aan het bevoegd gezag voor de desbetreffende vestiging eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden in 2022 of 2023;

    • b. indien de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende schoolvestiging in het primair onderwijs of afdeling in het voortgezet onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 1 februari 2024 niet als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld en voor zover de subsidie is aangevraagd in het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid;

    • c. indien de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende schoolvestiging in het primair onderwijs of afdeling in het voortgezet onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 1 augustus 2024 niet als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld en voor zover de subsidie is aangevraagd in het tweede tijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 9. Subsidieverplichtingen

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger, voor zover de subsidie is aangevraagd in het eerste tijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, verplicht om:

    • a. tussen 2 september 2024 en 11 oktober 2024 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 30 november 2024 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 juli 2026 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

  • 2 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger, voor zover de subsidie is aangevraagd in het tweede tijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, verplicht om:

    • a. tussen 6 januari 2025 en 23 februari 2025 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 28 februari 2025 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring hoeven te worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 december 2026 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

Hoofdstuk 3. Aanvraagronde 2025

Artikel 9a. Reikwijdte hoofdstuk 3

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten, bedoeld in artikel 3, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 9b. Aanvraag subsidie

  • 1 Een bevoegd gezag kan per vestiging één aanvraag voor de subsidie indienen.

  • 2 Een aanvraag voor het eerste tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 3 februari 2025 tot en met 14 februari 2025. Een aanvraag voor het tweede tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 1 september 2025 tot en met 12 september 2025. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:

    • a. de naam van het bevoegd gezag;

    • b. het in de RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;

    • c. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon.

    • d. een inventarisatie van de behoefte aan begeleiding van de school, waar het ondersteuning door een onderwijscoördinator betreft.

Artikel 9c. Subsidieplafonds en deelplafonds

  • 1 Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 14.804.895, waarvan:

    • a. € 5.914.455, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 8.007.300, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en

    • c. € 883.140, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 2 Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 4.049.591, waarvan:

    • a. € 1.252.571, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 2.745.360, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs; en

    • c. € 51.660, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 3 Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen naar rato verdeeld over de andere subsidieplafonds in het betreffende lid.

  • 4 Als de middelen bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het derde lid, niet volledig worden benut, kan het resterende bedrag, door wijziging van de desbetreffende subsidieregeling, worden toegevoegd aan het beschikbare budget voor:

Artikel 9d. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag voor een school voor primair onderwijs en primair onderwijs BES wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 februari 2024 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 2 Het bedrag van de subsidie voor een school voor voortgezet onderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2023 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag in Caribisch Nederland uitbetaald in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 9e. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c, eerste of tweede lid, krijgen de aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland voorrang. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Vervolgens krijgen aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ voorrang op aanvragen van scholen met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3 Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, worden de overige aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 9f. Afwijzingsgronden

Artikel 9g. Subsidieverplichtingen

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger verplicht om:

    • a. tussen 1 september 2025 en 10 oktober 2025 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 30 november 2025 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring hoeven te worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 juli 2027 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

  • 2 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger, voor zover de subsidie is aangevraagd in het tweede tijdvak, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, verplicht om:

    • a. tussen 5 januari 2026 en 22 februari 2026 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 27 februari 2026 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring hoeven te worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 december 2027 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

Hoofdstuk 4. Aanvraagronde 2026

Artikel 9a.1. Reikwijdte hoofdstuk 4

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten, bedoeld in artikel 3, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b.2, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 9b.2. Aanvraag subsidie

  • 1 Een bevoegd gezag kan per vestiging één aanvraag voor de subsidie indienen.

  • 2 Een aanvraag van de subsidie kan worden ingediend van 2 februari 2026 9.00 uur tot en met 13 februari 2026 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van een gepersonaliseerde link die via e-mail wordt verzonden en leidt naar het digitale aanvraagformulier van DUS-I. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:

    • a. de naam van het bevoegd gezag;

    • b. het in de RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;

    • c. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon;

    • d. een inventarisatie van de behoefte aan begeleiding van de school, waar het ondersteuning door een onderwijscoördinator betreft.

Artikel 9c.3. Subsidieplafonds en deelplafonds

  • 1 Voor subsidieverstrekking op aanvragen, bedoeld in artikel 9b.2, tweede lid, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 2.154.653, waarvan:

    • a. € 137.145, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 1.952.318, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;

    • c. € 0, beschikbaar is voor het praktijkonderwijs; en

    • d. € 65.190, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 2 Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen verdeeld over de subsidieplafonds in het betreffende lid naar rato van het aantal leerlingen binnen het type onderwijs.

  • 3 Voor subsidieverstrekking op aanvragen, bedoeld in artikel 9b.2, tweede lid, met betrekking tot vestigingen van prioriteitsscholen waaraan eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 2.845.348, waarvan:

    • a. € 1.650.771, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 1.105.721, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;

    • c. € 0, beschikbaar is voor het praktijkonderwijs; en

    • d. € 88.856, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 4 Als de middelen bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het tweede lid, niet volledig worden benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de deelplafonds, bedoeld in het derde lid, naar rato van het aantal leerlingen binnen het type onderwijs.

Artikel 9d.4. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag voor een vestiging voor primair onderwijs en primair onderwijs BES wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 februari 2024 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 2 Het bedrag van de subsidie voor een vestiging voor voortgezet onderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2024 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag in Caribisch Nederland uitbetaald in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 9e.5. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, krijgen de aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland voorrang. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Vervolgens krijgen aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen en met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ voorrang. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3 Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, krijgen vervolgens aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen en met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’ voorrang. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4 Tot slot komen aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen waaraan eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden in aanmerking voor subsidie. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen als volgt gerangschikt:

    • a. aanvragen ten behoeve van het primair onderwijs, niet zijnde speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 februari 2024 zonder drempel per leerling per vestiging;

    • b. aanvragen ten behoeve van het voortgezet onderwijs, niet zijnde het praktijkonderwijs, worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 oktober 2023 zonder drempel per leerling per vestiging;

    • c. aanvragen ten behoeve van het praktijkonderwijs worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 oktober 2023 zonder drempel per leerling per vestiging; en

    • d. aanvragen ten behoeve van het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs worden gerangschikt op volgorde van het hoogste naar het laagste aandeel leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond per vestiging zoals berekend door de Dienst Uitvoering Onderwijs op teldatum 1 februari 2024.

Artikel 9f.6. Afwijzingsgronden

Artikel 9g.7. Subsidieverplichtingen

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger verplicht om:

    • a. tussen 31 augustus 2026 9.00 uur en 9 oktober 2026 24.00 uur bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 30 november 2026 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring hoeven te worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 juli 2028 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode, uiterlijk op 25 september 2028 24.00 uur, een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 10. Verlening, vaststelling en verantwoording subsidie

  • 3 De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.

  • 4 Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 11. Hardheidsclausule

De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 23 maart 2029.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

M.L.J. Paul