Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken in eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam

[Regeling vervalt per 01-03-2027.]
Geraadpleegd op 26-04-2025.
Geldend van 01-03-2024 t/m heden

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 5 februari 2024, nummer 5151002, houdende de tijdelijke aanwijzing van de (overige) zittingsplaatsen van een rechtbank als (overige) zittingsplaatsen van een andere rechtbank als bedoeld in artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie, ten behoeve van strafzaken in eerste aanleg (Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken in eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam)

De Minister voor Rechtsbescherming

Gelet op artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie;

Gehoord de Raad voor de rechtspraak;

Gehoord het College van procureurs-generaal;

BESLUIT

Artikel 1

Voor de behandeling van enkelvoudige strafzaken die aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, wordt de rechtbank Zeeland-West-Brabant aangewezen als rechtbank waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van de rechtbank Rotterdam, als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2024 en vervalt met ingang van 1 maart 2027.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken in eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 februari 2024

De Minister voor Rechtsbescherming,

F.M. Weerwind