Besluit correctie 30%-regeling

Geraadpleegd op 19-06-2024.
Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Besluit correctie 30%-regeling

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat regels voor toepassing van de 30%-regeling in de aangifte loonheffingen over verstreken loontijdvakken.

Met ingang van 1 januari 2024 is in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 een regeling opgenomen voor de herziening of intrekking van een beschikking 30%-regeling. Ik acht het mede daarom van belang om meer duidelijkheid te scheppen voor de praktijk hoe de gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten volgens de 30%-regeling moet worden verwerkt in de aangifte loonheffingen als de beschikking 30%-regeling één of meer loontijdvakken bevat die reeds zijn verstreken.

1. Inleiding

Om gebruik te kunnen maken van de 30%-regeling moeten de inhoudingsplichtige en de werknemer gezamenlijk de inspecteur verzoeken om een beschikking 30%-regeling (hierna: beschikking). De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een toekennende beschikking bevat onder andere de looptijd van de 30%-regeling en de gegevens van de werknemer en van de inhoudingsplichtige. Het komt voor dat de beschikking wordt afgegeven voor een periode die al (deels) is verstreken. Bijvoorbeeld in de situatie dat een beschikking met terugwerkende kracht tot en met de datum van aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer wordt afgegeven1. Hiernaast is per 1 januari 2024 in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 19652 een regeling opgenomen voor de herziening of intrekking van een beschikking. Hierdoor komt het voor dat een beschikking wordt herzien of ingetrokken waarbij een periode in het verleden wordt geraakt. In de praktijk is niet altijd duidelijk of en hoe de 30%-regeling kan worden toegepast over loontijdvakken waarvan de aangiftetermijn is verstreken. Een aangifte loonheffingen kan alleen worden hersteld door het indienen van een correctiebericht als de aangifte onjuist of onvolledig is. Als na het verstrijken van de aangiftetermijn van een loontijdvak een beschikking wordt afgegeven die (mede) ziet op dat loontijdvak dan is strikt genomen geen sprake van een onjuiste aangifte als in dat loontijdvak de 30%-regeling nog niet is toegepast. Op het moment van het doen van de aangifte loonheffingen over dit loontijdvak werd namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat de werknemer en de inhoudingsplichtige beschikken over een geldige beschikking. Als de beschikking alsnog wordt afgegeven voor een loontijdvak waarvan de aangiftetermijn is verstreken, vind ik het ongewenst als er geen herstel meer kan plaatsvinden over dit loontijdvak. Op basis van redelijke wetstoepassing en om redenen van eenvoud en doelmatigheid kan daarom in voorkomende situaties en onder een aantal voorwaarden van het volgende worden uitgegaan.

2. Toepassen 30%-regeling vooruitlopend op een beschikking of bij een herziening hiervan

In de volgende situaties en onder de gegeven voorwaarden kan de inhoudingsplichtige voor het toepassen van de 30%-regeling van het volgende uitgaan.

  • Gedurende de aanvraagperiode voor een beschikking of een herziening van een beschikking mag vooruitlopend op deze beschikking de 30%-regeling in de aangifte loonheffingen worden toegepast in de periode waarvoor de aanvraag of het herzieningsverzoek wordt gedaan. Als de beschikking definitief niet wordt afgegeven voor de gevraagde periode moeten de aangiften loonheffingen die zijn gedaan over loontijdvakken waarvan de aangiftetermijn is verstreken, worden hersteld door middel van het indienen van correctieberichten.

  • De inhoudingsplichtige kan er ook voor kiezen om de 30%-regeling vooruitlopend op de beslissing van de inspecteur niet toe te passen. In dat geval mogen de aangiften loonheffingen over loontijdvakken waarvan de aangiftetermijn is verstreken worden gecorrigeerd door middel van het indienen van correctieberichten voor de periode waarin volgens de beschikking recht bestaat op de 30%-regeling.

  • Als een afgegeven beschikking wordt herzien door het afgeven van een nieuwe beschikking die (deels) ziet op loontijdvakken waarvan de aangiftetermijn is verstreken, mag de 30%-regeling over deze loontijdvakken alsnog worden toegepast door middel van het indienen van correctieberichten.

Voorwaarden

Bovenstaande uitgangspunten gelden alleen in geval uit de arbeidsrechtelijke afspraken blijkt dat de inhoudingsplichtige aan de werknemer een 30%-vergoeding heeft toegekend en aan alle overige voorwaarden voor toepassing van de 30%-regeling is voldaan.

Voor de volledigheid merk ik op dat dit besluit alleen van toepassing is op de hiervoor genoemde situaties.

3. Tot slot

Tot slot is van belang dat voor de Wet inkomstenbelasting 2001 in de basis als loon geldt het loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting.3 Het toepassen van dit besluit kan dus ook invloed hebben op de verschuldigde inkomensheffing. Hiernaast kan het toepassen van dit besluit ook invloed hebben op het recht op inkomensafhankelijke regelingen.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 december 2023

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

H.G. Roodbeen

Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

  1. Zie artikel 10ei, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. ^ [1]
  2. Zie artikel 10ei, derde tot en met vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. ^ [2]
  3. Zie artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001. ^ [3]
Naar boven