Besluit vrachtwagenheffing

Geraadpleegd op 09-04-2026.
Geldend van 01-03-2026 t/m heden.

Besluit van 19 september 2023 houdende regels ter uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing (Besluit vrachtwagenheffing)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 11 juli 2023, nr. IENW/BSK-2023/180775, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 3, derde lid, 8, derde lid, 14, vijfde lid, 21, eerste lid, en 22, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 juli 2023, nr. W17.23.00200/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 11 september 2023, nr. IenW/BSK-2023/239437, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • statusgegevens: gegevens, geregistreerd met boordapparatuur in een vrachtwagen, die betrekking hebben op het in- en uitschakelen en het functioneren van die boordapparatuur;

  • verplaatsingsgegevens: coördinaten, geregistreerd met boordapparatuur in een vrachtwagen;

  • wet: Wet vrachtwagenheffing.

Hoofdstuk 3. Voertuigdocumenten voor sluiten dienstverleningsovereenkomst

Artikel 3. (over te leggen voertuigdocumenten)

De voertuigdocumenten, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet, die de houder aan de dienstaanbieder over kan leggen ten behoeve van het bepalen van het tarief van de vrachtwagenheffing door de dienstaanbieder, zijn, voor zover de maximummassa van de vrachtwagen of de maximummassa van de combinatie en de CO2-emissieklasse en, indien van toepassing, de euro-emissieklasse van de vrachtwagen daarin staan vermeld, dan wel daaruit kunnen worden afgeleid:

  • a. het certificaat van overeenstemming, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L 151/1);

  • b. het klanteninformatiedossier, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie van 12 december 2017 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen betreft, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (Pb EU 2017, L 349/1);

  • c. het conformiteitsbewijs, bedoeld in Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PbEG 1996, L 235); of

  • d. een door de Dienst Wegverkeer dan wel een door een goedkeuringsinstantie in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven certificaat van individuele goedkeuring.

Hoofdstuk 4. Gegevensbescherming

Artikel 4. (gegevensverwerking Minister voor de heffing, invordering en handhaving)

  • 1 De te verwerken persoonsgegevens voor de heffing en invordering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a, van de wet betreffen uitsluitend:

    • a. het kenteken van de vrachtwagen waarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet geldt;

    • b. de naam, het adres, de woonplaats en de contactgegevens van de houder van een vrachtwagen of ander motorrijtuig en het kenteken daarvan, in verband met de opname in het register, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, ter voorkoming van heffing en invordering van vrachtwagenheffing, omdat:

      • 1°. de betreffende vrachtwagen op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet, is vrijgesteld van vrachtwagenheffing, of

      • 2°. het betreffende motorrijtuig ten onrechte als vrachtwagen is of zou kunnen worden aangemerkt;

    • c. de naam, het adres, de woonplaats en de contactgegevens van de houder en het kenteken van de vrachtwagen waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet is aangevraagd;

    • d. het kenteken van de vrachtwagen waarvoor een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet is gesloten alsmede het unieke kenmerk van de dienstverleningsovereenkomst;

    • e. het identificatienummer van de boordapparatuur;

    • f. de verplaatsingsgegevens van de vrachtwagen;

    • g. met betrekking tot houders van vrachtwagens van wie geen dienstverleningsovereenkomst is geregistreerd: de naam, het adres en de woonplaats van de houder en het kenteken van de vrachtwagen waarvan is gebleken dat deze binnen de vrachtwagenheffing valt.

Artikel 5. (gegevensverwerking toezichthouder voor het toezicht op de naleving)

  • 2 De te verwerken persoonsgegevens voor het uitreiken van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder b van de wet, betreffen:

    • a. de naam van de houder en de naam van de bestuurder van de vrachtwagen;

    • b. het kenteken van de vrachtwagen waarvan een overtreding als bedoeld in artikel 13 van de wet is vastgesteld;

    • c. de naam van de rekeninghouder en de overige betalingsgegevens van degene die de boete heeft betaald.

Hoofdstuk 5. Regels over inzet en kenbaar maken gebruik technisch hulpmiddel en benodigde informatie boordapparatuur

Artikel 6. (inzet technisch hulpmiddel)

  • 1 Er worden zodanige maatregelen of voorzieningen getroffen dat slechts gebruik wordt gemaakt van technische hulpmiddelen die zo zijn gericht en afgesteld dat zo veel mogelijk wordt voorkomen dat personen of andere zaken dan motorrijtuigen herkenbaar op een beeldopname staan.

  • 2 In het voorkomende geval dat personen of andere zaken dan motorrijtuigen herkenbaar op een beeldopname staan, worden deze personen of andere zaken onmiddellijk onherstelbaar onherkenbaar gemaakt.

Artikel 7. (waarnemingsplan technisch hulpmiddel)

  • 1 De toezichthouder stelt in ieder geval jaarlijks een waarnemingsplan vast voorafgaand aan de datum met ingang waarvan het tarief, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, wordt geheven en draagt zorg voor de actualiteit van het plan.

  • 2 Het waarnemingsplan bevat ten minste een overzicht van:

    • a. het aantal vaste technische hulpmiddelen waarvan gebruik wordt gemaakt of waarvan gebruik zal worden gemaakt in het daaropvolgende jaar;

    • b. de soort technische hulpmiddelen waarvan gebruik wordt gemaakt of waarvan gebruik zal worden gemaakt in het daaropvolgende jaar;

    • c. de locaties waar vaste technische hulpmiddelen zijn of zullen worden geplaatst;

    • d. de locaties van vaste camera’s van andere instanties wanneer daarvan structureel gebruik wordt gemaakt; en

    • e. het aantal mobiele technische hulpmiddelen dat kan worden ingezet en het soort locaties waar deze mobiele technische hulpmiddelen kunnen worden ingezet.

  • 3 Het waarnemingsplan bevat een motivering van elk van de het tweede lid opgenomen onderdelen van overzicht.

  • 4 Het waarnemingsplan wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Artikel 8. (benodigde informatie uit boordapparatuur)

De vast te leggen en te verwerken informatie uit de boordapparatuur, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet betreft uitsluitend:

  • a. het kenteken van de vrachtwagen behorende bij de boordapparatuur;

  • b. de statusgegevens van de boordapparatuur;

  • c. het identificatienummer van de boordapparatuur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 september 2023

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

M.G.J. Harbers

Uitgegeven de negenentwintigste september 2023

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D. Yeşilgöz-Zegerius