Tijdelijke regeling strikt preferentieel baangebruik Schiphol

[Intrekking regeling zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]
Geraadpleegd op 25-02-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Tijdelijke regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 11 september 2023, nr. IENW/BSK-2023/13636, houdende vaststelling van vervangende grenswaarden voor de geluidbelasting in handhavingspunten en van regels voor strikt preferentieel baangebruik op de luchthaven Schiphol (Tijdelijke regeling strikt preferentieel baangebruik Schiphol)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 8.23a, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

BESLUIT:

Artikel 1. Definities

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • handelsverkeer: verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die open staan voor individuele boekingen voor passagiers, vracht of post, en die betreffen geregelde vluchten, zijnde lijnvluchten of commerciële vluchten uitgevoerd op een vaste route volgens een gepubliceerde dienstregeling, en niet-geregelde vluchten, zijnde chartervluchten in het passagiers- en vrachtvervoer of commerciële vluchten met een ongeregeld karakter;

    • het gebruiksjaar 2024: de periode van 1 november 2023 tot en met 31 oktober 2024;

    • inspecteur-generaal: inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport;

    • LVB: Luchthavenverkeerbesluit Schiphol;

    • LVNL: Luchtverkeersleiding Nederland;

    • Schiphol: de exploitant van de luchthaven Schiphol;

    • Slotverordening: verordening nr. 95/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van ‘slots’ op communautaire luchthavens (PBEG 1993, L 14);

    • wet: Wet luchtvaart.

  • 2 Onder handelsverkeer als bedoeld in het eerste lid worden mede verstaan positioneringsvluchten, waaronder worden verstaan vluchten ter ondersteuning van lijn- of chartervluchten.

Artikel 2. Vervangende grenswaarden geluidbelasting

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 In plaats van de grenswaarden, genoemd in bijlage 2 bij het LVB, geldt voor het gebruiksjaar 2024 voor een in de onderstaande tabel genoemd handhavingspunt de bij dat punt aangegeven grenswaarde:

    Tabel grenswaarden geluidbelasting in handhavingspunten etmaal Lden

    Grenswaarden handhavingspunten etmaal Lden [dB(A)]

    Puntnummer

    X-coörd

    Y-coörd

    Vervangende grenswaarde

    Maximum grenswaarde in geval van buitengewone weersomstandigheden

    1

    97.325

    470.400

    54,62

    55,62

    2

    100.475

    472.525

    56,49

    57,49

    3

    104.150

    474.925

    56,69

    57,69

    4

    106.325

    477.125

    56,17

    57,17

    5

    108.875

    478.725

    56,90

    57,90

    6

    109.675

    481.125

    53,70

    54,70

    7

    107.625

    486.025

    56,54

    57,54

    8

    107.725

    489.075

    56,91

    57,91

    9

    107.725

    492.100

    55,15

    56,15

    10

    108.525

    495.350

    58,35

    59,35

    11

    109.175

    498.100

    58,28

    59,28

    12

    109.550

    500.725

    58,35

    59,35

    13

    110.250

    503.025

    57,83

    58,83

    14

    110.775

    500.550

    56,54

    57,54

    15

    110.575

    496.725

    57,57

    58,57

    16

    111.750

    491.425

    56,32

    57,32

    17

    111.825

    487.425

    55,38

    56,38

    18

    111.950

    485.275

    61,57

    62,57

    19

    113.625

    482.275

    54,87

    55,87

    20

    116.175

    481.925

    60,11

    61,11

    21

    119.050

    481.900

    57,33

    58,33

    22

    122.025

    481.450

    55,89

    56,89

    23

    118.800

    481.050

    56,43

    57,43

    24

    114.525

    476.925

    60,22

    61,22

    25

    116.100

    474.050

    58,68

    59,68

    26

    113.575

    472.550

    56,51

    57,51

    27

    112.500

    468.500

    56,82

    57,82

    28

    112.600

    472.325

    55,28

    56,28

    29

    112.525

    475.400

    55,40

    56,40

    30

    110.475

    475.250

    59,19

    60,19

    31

    108.600

    475.075

    58,47

    59,47

    32

    110.150

    471.075

    56,85

    57,85

    33

    106.800

    471.150

    58,78

    59,78

    34

    103.400

    472.225

    56,91

    57,91

    35

    98.400

    470.300

    55,63

    56,63

  • 2 In plaats van de grenswaarden, genoemd in bijlage 3 bij het LVB, geldt voor het gebruiksjaar 2024 voor een in de onderstaande tabel genoemd handhavingspunt de bij dat punt aangegeven grenswaarde:

    Tabel grenswaarden geluidbelasting in handhavingspunten Lnight

    Puntnummer

    X-coörd

    Y-coörd

    Vervangende grenswaarde

    Maximum grenswaarde in geval van buitengewone weersomstandigheden

    1

    102.750

    473.250

    51,86

    52,86

    2

    104.150

    474.925

    47,96

    48,96

    3

    105.750

    476.600

    46,41

    47,41

    4

    108.875

    478.725

    47,30

    48,30

    5

    108.025

    485.875

    50,47

    51,47

    6

    108.350

    492.100

    50,09

    51,09

    7

    108.525

    495.350

    48,63

    49,63

    8

    109.275

    501.750

    47,86

    48,86

    9

    109.675

    504.850

    46,46

    47,46

    10

    110.825

    504.425

    47,30

    48,30

    11

    110.775

    500.550

    48,37

    49,37

    12

    110.575

    496.725

    49,49

    50,49

    13

    110.600

    494.400

    49,80

    50,80

    14

    110.175

    488.550

    51,08

    52,08

    15

    118.825

    481.650

    51,84

    52,84

    16

    120.250

    481.500

    50,75

    51,75

    17

    118.825

    481.350

    51,40

    52,40

    18

    111.000

    476.350

    48,45

    49,45

    19

    109.175

    474.600

    45,39

    46,39

    20

    110.750

    471.600

    46,65

    47,65

    21

    115.875

    468.125

    45,39

    46,39

    22

    111.800

    467.525

    45,02

    46,02

    23

    109.500

    468.025

    47,02

    48,02

    24

    106.000

    471.050

    47,23

    48,23

    25

    100.475

    472.525

    47,47

    48,47

Artikel 3. Doel

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze regeling heeft tot doel om voor het gebruiksjaar 2024 tijdelijk vervangende grenswaarden voor de geluidbelasting in de handhavingspunten vast te stellen, na te leven met inachtneming van de regels voor strikt preferentieel baangebruik van het nieuwe normen- en handhavingstelsel voor Schiphol, zodat hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de beschikbare capaciteit voor de toewijzing van slots, bedoeld in artikel 6 van de Slotverordening, vanaf het zomerseizoen 2024 en uitvoeringstechnische problemen kunnen worden gesignaleerd. De regeling heeft tevens tot doel om ten behoeve van de ontwikkeling van een toekomstig nieuw normenstelsel te verkennen welke rol de grenswaarden in de huidige handhavingspunten kunnen vervullen met betrekking tot individuele bescherming van omwonenden tegen lokale geluidhinder.

Artikel 4. Beperkingen en voorschriften

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 LVNL geeft luchtverkeersleiding die ertoe strekt dat het luchthavenluchtverkeer wordt afgehandeld binnen de vervangende grenswaarden, bedoeld in artikel 2, voor de geluidbelasting in de handhavingspunten, met toepassing van de regels voor het strikt preferentieel baangebruik door handelsverkeer, zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Van die regels voor strikt preferentieel baangebruik wordt alleen afgeweken indien door het blijven toepassen van deze regels de bedoelde grenswaarden voor geluidbelasting zouden worden overschreden.

  • 2 LVNL en Schiphol stellen de inspecteur-generaal in kennis van een afwijking als bedoeld in het eerste lid, alsmede van het beëindigen van die afwijking.

  • 3 LVNL en Schiphol leveren de inspecteur-generaal de relevante informatie over de uitvoering van het experiment met betrekking tot het strikt preferentieel baangebruik overeenkomstig de ontwerpwijziging van de Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol van 16 februari 2021, gepubliceerd op www.luchtvaartindetoekomst.nl, met dien verstande dat:

    • a. de in gebruik zijnde baancombinatie, bedoeld in Bijlage 8, Deel II, §3.4.1.3., bij die ontwerpwijziging in alle gevallen gelijk is aan de baancombinatie op basis van baanactiviteit conform §3.4.1., onder b, van Bijlage 8, Deel II, en

    • b. bij het vaststellen van het percentage van de tijd dat de in gebruik zijnde baancombinatie kan worden verantwoord op basis van de verantwoordingscriteria, bedoeld in Bijlage 8, Deel II, §4.2.1., onder b, het totaal aantal 5-minuten perioden wordt gecorrigeerd voor de periodes tussen 22.15 en 23.00 uur en tussen 6.00 en 6.45 uur waarin, gelet op artikel 3.1.3, vierde lid, van het LVB, de gebruikte baancombinatie was gebaseerd op de baanpreferentietabellen voor de periode van 23.00 uur tot 6.00 uur.

Artikel 5. Uitvoering

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Bij het vaststellen van de beschikbare capaciteit, bedoeld in artikel 3, houdt Schiphol rekening met de artikelen 2 tot en met 4 van deze regeling.

Artikel 6. Gevolgen

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

De verplichting tot naleving van de grenswaarden voor de geluidbelasting in de handhavingspunten, bedoeld in artikel 2, met inachtneming van de regels voor strikt preferentieel baangebruik door handelsverkeer, bedoeld in artikel 4, en 2,5 procent geluidruimte voor overig verkeer, geeft in de praktijk ruimte voor 460.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer waarvan 32.000 in de nacht. Bij het vaststellen van de beschikbare capaciteit, bedoeld in artikel 3, wordt rekening gehouden met die grenswaarden en regels, met dien verstande dat, in verband met de inwerkingtreding gedurende het gebruiksjaar, voor het bepalen van de operationele capaciteit in de zomerperiode 2024 de reguliere procentuele verdeling van de operationele capaciteit tussen winter- en zomerseizoen wordt aangehouden.

Artikel 7. Beoordelingscriteria

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Voor de beoordeling of het experiment wordt omgezet in een structurele wettelijke regeling zal worden bezien of in de praktijk het vliegen volgens de regels voor het strikt preferentieel baangebruik voor handelsverkeer, bedoeld in artikel 4, binnen de vervangende grenswaarden voor de geluidbelasting in de handhavingspunten, bedoeld in artikel 2, mede in relatie tot het vaststellen van de beschikbare capaciteit, bedoeld in artikel 3, leidt tot uitvoeringstechnische problemen en zo ja, tot welke. Voorts zal worden bezien of en zo ja, welke rol de grenswaarden in de handhavingspunten kunnen vervullen met betrekking tot individuele bescherming van omwonenden tegen lokale geluidhinder. De ontwikkelingen zullen gedurende het experiment per kwartaal worden gemonitord en na afloop worden geëvalueerd.

Artikel 8. Onvoorziene gevallen

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

In onvoorziene gevallen kan op advies van belanghebbenden de Minister van Infrastructuur en Waterstaat overgaan tot het wijzigen, opschorten of voortijdig beëindigen van deze regeling.

Artikel 9. Termijn

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze regeling is van toepassing op het gebruiksjaar 2024.

Artikel 10. Citeertitel

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling strikt preferentieel baangebruik Schiphol.

Artikel 11. Inwerkingtreding

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 maart 2024.

  • 2 Indien de regeling niet op grond van artikel 8.23a, vijfde en zesde lid, is verlengd ten behoeve van toepassing van het experiment op het gebruiksjaar 2025, vervalt de regeling op 31 oktober 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

M.G.J. Harbers

Bijlage bij artikel 4 van de Tijdelijke regeling strikt preferentieel baangebruik Schiphol

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Regels voor het strikt preferentieel baangebruik door handelsverkeer

Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • baancapaciteit: capaciteit uitgedrukt in een aantal starts of landingen voor de combinaties van één of twee startbanen met één of twee landingsbanen;

  • beperkt zicht: zicht waarbij het horizontale zicht minder is dan of gelijk is aan 1.500 m of de wolkenbasis zich bevindt op een hoogte die minder is dan of gelijk is aan 300 ft;

  • convergerend baangebruik: baangebruik waarbij er een onderlinge afhankelijkheid is in het gebruik van twee banen doordat bij een mogelijke doorstart kans is op kruisend verkeer;

  • dwarswind: wind met richting haaks op de baan met de windsnelheid uitgedrukt in knopen;

  • goed zicht: zicht waarbij het horizontale zicht ten minste 5.000 m is en de wolkenbasis zich bevindt op een hoogte van ten minste 1.000 ft of ten minste 2.100 ft in geval van convergerend baangebruik;

  • knopen: de eenheid waarin de windsnelheid in de luchtvaart wordt uitgedrukt, waarbij 1 knoop gelijk is aan 0,514 m/s;

  • marginaal zicht: zicht waarbij het horizontale zicht tussen 1.500 m en 5.000 m is en de wolkenbasis zich bevindt op een hoogte van tenminste 300 ft of zicht waarbij de wolkenbasis zich bevindt op een hoogte tussen 300 ft en 1.000 ft (tussen 300ft en 2.100 ft voor een baancombinatie met convergerend baangebruik) en het horizontale zicht tenminste 1.500 m is;

  • piekperiode: periode waarin ten minste drie banen tegelijk in gebruik zijn;

  • staartwind: wind in dezelfde richting als de baan met de windsnelheid uitgedrukt in knopen;

  • UDP: Uniforme Daglicht Periode, zijnde de periode van 15 minuten voor zonsopgang tot 15 minuten na zonsondergang;

  • winterseizoen: dienstregelingperiode van 1 november tot de eerste dag van het zomerseizoen van de International Air Transport Association;

  • zomerseizoen: dienstregelingperiode vanaf de eerste dag van het zomerseizoen van de International Air Transport Association tot en met 31 oktober.

Regel 1. Gebruik baanpreferentietabel

  • 1. LVNL geeft luchtverkeersleiding die ertoe strekt dat voor de afhandeling van het luchthavenluchtverkeer gebruik wordt gemaakt van een combinatie van beschikbare en bruikbare banen die volgt uit toepassing van de navolgende punten 2 tot en met 14.

  • 2. De keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie is gebaseerd op de navolgende baanpreferentietabellen voor de periode van 6.00 uur tot 23.00 uur (in tabel 1) en voor de periode van 23.00 uur tot 6.00 uur (in tabel 2).

    Tabel 1: van kracht van 6.00 uur tot 23.00 uur

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 2 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)

    Goed zicht én binnen UDP

    1

    Baan 06

    Baan 36R

    Baan 36L

    Baan 36C

    2

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 24

    Baan 18L

    3

    Baan 06

    Baan 09

    Baan 09

    Baan 36L

    4

    Baan 27

    Baan 18R

    Baan 24

    Baan 18L

    Goed zicht

    5a

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 36C

    5b

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 18L

    Baan 18C

    Marginaal zicht

    6a

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 09

    6b

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 18L

    Baan 24

    Tabel 2: van kracht van 23.00 uur tot 6.00 uur; ook tussen 22.15 en 23.00 uur en tussen 6.00 en 6.45 uur kan LVNL gelet op artikel 3.1.3, vierde lid, van het LVB, de keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie baseren op de baanpreferentietabellen voor de periode van 23.00 uur tot 6.00 uur

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 2 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)

    Goed of marginaal zicht

    1

    Baan 06

    Baan 36L

    2

    Baan 18R

    Baan 24

    3

    Baan 36C

    Baan 36L

    4

    Baan 18R

    Baan 18C

    Hierbij is:

    Baan 18R/36L: Polderbaan

    Baan 18C/36C: Zwanenburgbaan

    Baan 18L/36R: Aalsmeerbaan

    Baan 09/27: Buitenveldertbaan

    Baan 06/24: Kaagbaan

  • 3. Indien een baan niet beschikbaar is gesteld door de exploitant van de luchthaven en dit is niet als gevolg van groot onderhoud, dan kan de keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie in de periode 6.00 uur tot 23.00 uur, of, indien van toepassing, het gehele etmaal worden gebaseerd op de navolgende tabellen:

    Tabel 3: Baanpreferentietabel voor het gehele etmaal bij het niet beschikbaar zijn van de Polderbaan:

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 21 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)1

    Goed zicht én binnen UDP

    1

    Baan 06

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 09

    2

    Baan 18C

    Baan 27

    Baan 24

    Baan 18L

    1 In de periode van 23.00 tot 6.00 uur mag de tweede baan niet worden ingezet.

    Tabel 4: Baanpreferentietabel voor het gehele etmaal bij het niet beschikbaar zijn van de Kaagbaan:

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 21 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)1

    Goed zicht

    1

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 36C

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 09

    2

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 18L

    Baan 18C

    Baan 18R

    Baan 27

    Baan 18L

    Baan 18C

    Marginaal zicht

    3

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 09

    1 In de periode van 23.00 tot 6.00 uur mag de tweede baan niet worden ingezet.

    Tabel 5: Baanpreferentietabel voor 6.00 uur tot 23.00 uur bij het niet beschikbaar zijn van de Aalsmeerbaan:

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 2 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)

    Goed zicht én binnen UDP

    1

    Baan 06

    Baan 27

    Baan 36L

    Baan 36C

    Baan 06

    Baan 18R

    Baan 09

    Baan 36C

    2

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 24

    Baan 09

    Tabel 6: Baanpreferentietabel voor 6.00 uur tot 23.00 uur bij het niet beschikbaar zijn van de Buitenveldertbaan:

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 2 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)

    Goed zicht én binnen UDP

    1

    Baan 06

    Baan 36R

    Baan 36L

    Baan 36C

    2

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 24

    Baan 18L

    Goed zicht

    3

    Baan 36R

    Baan 36C

    Baan 36L

    Baan 36C

    4

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 18L

    Baan 18C

    Marginaal zicht

    5

    Baan 18R

    Baan 18C

    Baan 18L

    Baan 24

    Tabel 7: Baanpreferentietabel voor 6.00 uur tot 23.00 uur bij het niet beschikbaar zijn van de Zwanenburgbaan:

    Vereiste condities

    Preferentie

    Baancombinatie

    Landingsbaan 1 (L1)

    Landingsbaan 2 (L2)

    Startbaan 1 (S1)

    Startbaan 2 (S2)

    Goed zicht én binnen UDP

    1

    Baan 06

    Baan 09

    Baan 36L

    Baan 09

    2

    Baan 18R

    Baan 27

    Baan 24

    Baan 18L

  • 4. Indien meerdere banen, met uitzondering van de Schiphol-Oostbaan, niet beschikbaar zijn gesteld door de exploitant van de luchthaven en dit is niet als gevolg van groot onderhoud, behoeft voor de keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie geen preferentietabel te worden gehanteerd.

  • 5. Bij de toepassing van de baanpreferentietabellen bedoeld in de punten 2 en 3 geldt dat voor de keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie kan worden afgezien van de baancombinaties waarvoor niet aan de vereiste zicht- en daglichtcondities zoals aangegeven in de tabellen wordt voldaan.

  • 6. Bij de toepassing van de baanpreferentietabellen bedoeld in de punten 2 en 3 geldt dat een minder preferente baancombinatie uit de tabel kan worden gebruikt indien voor de meer preferente baancombinatie(s) in de tabel geldt dat:

    • a. de dwarswind groter is dan 15 knopen of de staartwind groter is dan 0 knopen op landingsbaan 1 (L1) of op startbaan 1 (S1); of

    • b. de dwarswind groter is dan 20 knopen of de staartwind groter is dan 0 knopen op landingsbaan 2 (L2) of op startbaan 2 (S2).

  • 7. Van het gebruik van de baanpreferentietabellen bedoeld in de punten 2 en 3 kan worden afgezien indien voor alle baancombinaties uit de tabel geldt dat:

    • a. de dwarswind groter is dan 15 knopen of de staartwind groter is dan 0 knopen op landingsbaan 1 (L1) of op startbaan 1 (S1); of

    • b. de dwarswind groter is dan 20 knopen of de staartwind groter is dan 0 knopen op landingsbaan 2 (L2) of op startbaan 2 (S2).

  • 8. Van het gebruik van de baanpreferentietabellen bedoeld in de punten 2 en 3 kan worden afgezien indien er sprake is van beperkt zicht.

  • 9. Het baangebruik wordt gebaseerd op de meest actuele prognose voor wind en zicht als vastgelegd in de Terminal Area Forecast (TAF), met dien verstande dat het baangebruik kan worden gebaseerd op de feitelijke wind- en zichtomstandigheden indien de werkelijkheid verschilt van de prognose.

  • 10. Om van baancombinatie te wisselen, kan tijdelijk een andere baancombinatie worden gebruikt dan volgt uit de punten 2 tot en met 8. Dit tijdelijke gebruik betreft een periode van maximaal 10 minuten.

  • 11. Als het gebruik van een baancombinatie tijdens een piekperiode voor een deel van de duur van de periode is gebaseerd op toepassing van het gestelde in de punten 2 tot en met 10 mag de rest van de periode worden gezien als het anticiperen op een verandering van omstandigheden of het nog niet kunnen wisselen naar een meer preferente baancombinatie.

  • 12. De Polderbaan (baan 36L voor starts of baan 18R voor landingen) of de Kaagbaan (baan 24 voor starts of baan 06 voor landingen) kunnen waar mogelijk worden gebruikt in plaats van een andere baan uit de van toepassing zijnde baancombinatie uit een baanpreferentietabel.

  • 13. Als er in een periode van 5 minuten of langer geen starts en landingen plaatsvinden, geldt er voor dat moment geen voorgeschreven baancombinatie.

  • 14. Indien er sprake is van wolken met verticale luchtstroming of buien in de TMA Schiphol, de CTR Schiphol of de sectoren die delen van het luchtruim blokkeren voor normaal gebruik, dan hoeft de keuze voor het in gebruik nemen van een baancombinatie niet te worden gebaseerd op de baanpreferentietabellen opgenomen in de punten 2 en 3.

  • 15. Aan het gestelde in de punten 2 tot en met 14 is in elk geval voldaan indien in gemiddeld minimaal 95% van de tijd van het winter- respectievelijk zomerseizoen de in gebruik genomen baancombinatie de juiste combinatie was op grond van die punten.

Regel 2. Gebruik tweede start- of landingsbaan

  • 1. LVNL kan met inachtneming van de navolgende punten 2 en 3 voor de afhandeling van het luchthavenluchtverkeer een tweede startbaan respectievelijk tweede landingsbaan in gebruik nemen indien het verkeersaanbod daartoe noodzaakt.

  • 2. Voor het in gebruik nemen van een tweede startbaan respectievelijk tweede landingsbaan geldt dat het aantal starts respectievelijk landingen in de 10 minuten periode of de daaraan voorafgaande of daaropvolgende 10 minuten periode hoger is dan de baancapaciteit zoals in de in artikel 5, tweede lid, bedoelde ontwerpwijziging van de Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol is bepaald.

  • 3. Het in gebruik nemen van een tweede start- respectievelijk landingsbaan is eveneens mogelijk indien de tweede baan tijdelijk, voor een duur van maximaal 20 minuten, in gebruik wordt genomen tussen twee perioden waarin de tweede baan wordt ingezet op basis van het gestelde onder 2.

  • 4. Het gestelde onder de punten 2 en 3 is niet van toepassing op het gebruik van andere baancombinaties dan die zijn opgenomen in de van toepassing zijnde baanpreferentietabellen, bedoeld in regel 1 onder de punten 2 en 3 of bij omstandigheden die leiden tot beperkt zicht.

  • 5. Aan het gestelde onder de punten 1 tot en met 3 is voldaan indien voor het winter- respectievelijk zomerseizoen voor minimaal 95% van de tijd dat een tweede startbaan in gebruik is genomen en voor minimaal 90% van de tijd dat een tweede landingsbaan in gebruik is genomen, het gebruik van de tweede baan met inachtneming van die punten heeft plaatsgevonden.

Regel 3a. Verdeling van het startend verkeer

  • 1. LVNL maakt voor de afhandeling van het startend verkeer met een westelijk gelegen bestemming, sector 4 en 5, gebruik van de meest westelijk gelegen startbaan binnen een baancombinatie indien twee startbanen in gebruik zijn.

  • 2. Het onder punt 1 gestelde is niet van toepassing op de momenten dat een andere baancombinatie in gebruik is genomen dan is opgenomen in de van toepassing zijnde baanpreferentietabellen, bedoeld in regel 1 onder de punten 2 en 3 en op de eerste 10 minuten en laatste 10 minuten van perioden dat twee startbanen in gebruik zijn.

  • 3. Aan het onder punt 1 gestelde is voldaan indien voor het winter- respectievelijk zomerseizoen minimaal 97% van het verkeer met een westelijk gelegen bestemming, sector 4 en 5, gebruik heeft gemaakt van de meest westelijk gelegen startbaan binnen een baancombinatie.

Regel 3b. Verdeling van het landend verkeer

  • 1. LVNL maakt tijdens perioden dat zowel baan 18R (Polderbaan) als baan 18C (Zwanenburgbaan) in gebruik zijn als landingsbanen, voor het winter- respectievelijk zomerseizoen voor minimaal 45% van het aantal landingen gebruik van baan 18R.

  • 2. LVNL maakt tijdens perioden dat zowel baan 06 (Kaagbaan) als baan 36R (Aalsmeerbaan) in gebruik zijn als landingsbanen, voor het winter- respectievelijk zomerseizoen voor minimaal 50% van het aantal landingen gebruik van baan 06.

  • 3. Het onder de punten 1 en 2 gestelde is niet van toepassing indien een andere baancombinatie is gebruikt dan is opgenomen in de van toepassing zijnde baanpreferentietabellen, bedoeld in regel 1 onder de punten 2 en 3.

Regel 4. Gebruik vierde baan

  • 1. De vierde baan is de baan waarop tijdens een afzonderlijke, aaneengeschakelde, periode waarin gestart is op twee startbanen en geland is op twee landingsbanen het minste aantal vliegtuigbewegingen heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat de Kaagbaan (landingen baan 06 of starts baan 24) en de Polderbaan (landingen 18R of starts 36L) alleen als vierde baan kunnen worden aangemerkt indien op die banen de dwarswind hoger is dan 15 knopen of de staartwind hoger is dan 5 knopen.

  • 2. LVNL geeft luchtverkeersleiding die ertoe strekt dat per dag niet meer dan 80 vliegtuigbewegingen plaatsvinden op de vierde baan.

  • 3. LVNL geeft luchtverkeersleiding die ertoe strekt dat in een gebruiksjaar per dag gemiddeld niet meer dan 40 vliegtuigbewegingen plaatsvinden op de vierde baan.

  • 4. Vliegtuigbewegingen op de vierde baan op een dag worden voor punt 2 niet meegerekend indien deze het gevolg zijn van een situatie waarin de werkelijke capaciteit minimaal 10% lager ligt dan de baancapaciteit zoals deze in de in artikel 5, tweede lid, bedoelde ontwerpwijziging van de Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol is bepaald voor zover deze situatie het gevolg is van baanonderhoud, uitzonderlijk weer of onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheden. Dit geldt voor maximaal twee maal de duur van deze situatie.

  • 5. Vliegtuigbewegingen op de vierde baan op een dag worden voor punt 3 boven de 40 vliegtuigbewegingen niet meegeteld indien deze het gevolg zijn van een situatie als bedoeld in punt 4. Dit geldt voor maximaal twee maal de duur van deze situatie.

  • 6. Onder uitzonderlijk weer als bedoeld onder punt 4 wordt verstaan:

    • a. omstandigheden met beperkt zicht in de CTR Schiphol;

    • b. een windsnelheid in de CTR Schiphol van minimaal 22 knopen of in de TMA Schiphol van minimaal 25 knopen;

    • c. wolken met verticale luchtstromen of buien in de TMA of CTR Schiphol of in de sectoren, die delen van het luchtruim blokkeren voor normaal gebruik;

    • d. weersomstandigheden die de-icing noodzakelijk maken.

    Onder onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheden worden verstaan omstandigheden waardoor het normale gebruik van de luchthaven ernstig wordt belemmerd. Het vormen van een wachtrij van af te handelen toestellen door de luchtverkeersleiding (bunching) wordt niet beschouwd als onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheid indien dit niet het gevolg is van een onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheid.