Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance

Geraadpleegd op 18-03-2026.
Geldend van 17-03-2026 t/m heden.

Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

  • landsdelen: Noord (Groningen, Friesland en Drenthe), Oost (Overijssel en Gelderland), Midden (Utrecht en Flevoland), Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) en West (Noord-Holland en Zuid-Holland);

  • Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

  • Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 1.2. Doel

Het bestuur kent in het kader van deze regeling subsidies toe aan samenwerkingsverbanden voor talentontwikkeling op het gebied van popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek. De subsidie is bedoeld om, via samenwerkende partners en verspreid over het land, talenten ruimte voor ontwikkeling en presentatiemogelijkheden te bieden. Daarnaast is de subsidie bedoeld om de samenwerking tussen de partners te faciliteren, kennisdeling in de sector te stimuleren en daarmee bij te dragen aan de professionalisering van de gehele muzieksector.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

Subsidie wordt verstrekt voor de periode 2026 tot en met 2028.

Artikel 1.4. Subsidieplafonds

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van 2.000.000 euro per kalenderjaar voor de periode 2026–2028 met deelplafonds per landsdeel.

  • 2 De deelplafonds per landsdeel bedragen voor de periode 2026–2028 per kalenderjaar:

    • a. Landsdeel Noord 285.714 euro

    • b. Landsdeel Oost 285.714 euro

    • c. Landsdeel Midden 285.714 euro

    • d. Landsdeel Zuid 285.714 euro

    • e. Landsdeel West 285.714 euro

  • 3 Voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten tezamen is voor de periode 2026–2028 per kalenderjaar een budget beschikbaar van 285.714 euro.

  • 4 Voor de periode 2026–2028 is per kalenderjaar voor de landsdelen een flexibel budget beschikbaar ten bedrage van 285.714 euro.

  • 6 Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden

  • 1 Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

    • a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • b. als het bestuur er, op basis van de aanvraag, onvoldoende van overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd;

    • c. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • d. als de aanvrager een rechtspersoon is met winstoogmerk;

    • e. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • f. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;

    • g. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

  • 2 Het bestuur weigert de subsidie als de aanvrager een meerjarige productiesubsidie 2025–2028 dan wel een meerjarige festivalsubsidie 2025–2028 ontvangt van het Fonds Podiumkunsten of een meerjarige instellingssubsidie ontvangt van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

  • 3 De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat het samenwerkingsverband de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie onderschrijft, dat het zich inzet om de culturele codes toe te passen in het beleid en de uitvoering van de ondersteunde activiteiten, en dit via concrete acties kan aantonen.

  • 4 Het bepaalde in lid 1 aanhef en onder c geldt niet voor subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2.1. Aanvrager

De aanvraag wordt ingediend door een van de samenwerkingspartners van het samenwerkingsverband voor talentontwikkeling op het gebied van popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek.

Artikel 2.2. Indienen aanvraag

  • 1 Het bestuur stelt vast wanneer aanvraagrondes plaatsvinden. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.

  • 2 Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier.

  • 3 Er kan per samenwerkingsverband één aanvraag worden ingediend.

  • 4 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 2.3. Beoordeling

  • 1 Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 2 De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling en adviseert welke aanvraag het beste aansluit op de beoordelingscriteria.

Artikel 2.4. Verdeling budget

  • 1 Aanvragen met een eindscore van minimaal 5 punten komen in aanmerking voor honorering binnen het landsdeel waarin is aangevraagd.

  • 2 Indien een deelplafond in een landsdeel ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren die daarvoor in aanmerking komen, worden de aanvragen per landsdeel in een rangorde geplaatst op basis van het totaal behaalde aantal punten. De aanvraag die de meeste punten scoort wordt als eerste gehonoreerd. Telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort als eerste gehonoreerd.

  • 3 Indien meerdere aanvragen in een landsdeel dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond in het betreffende landsdeel zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:

    • i. Op basis van de toegekende score op het beoordelingscriterium de kwaliteit van de beoogde samenwerking;

    • ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het beoordelingscriterium de ontwikkelmogelijkheden van de talenten;

    • iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het beoordelingscriterium duurzaamheid van de samenwerking;

    • iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het beoordelingscriterium begroting en (co)financiering.

  • 4 Aanvragen die na toepassing van het derde lid alsnog gelijk eindigen in de rangorde, worden verdeeld door middel van loting door een notaris.

  • 5 In de situatie dat in een of meer landsdelen het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de deelplafonds van een of meer van de overige landsdelen dan wel aan het subsidieplafond van flexibel budget.

  • 6 Het flexibel budget is bestemd voor één of meerdere aanvragen die in de landsdelen voor honorering in aanmerking komen en niet kunnen worden gehonoreerd uit de subsidieplafonds als bedoeld in artikel 1.4 tweede lid van deze regeling nadat het beschikbare budget in alle landsdelen is verdeeld.

  • 7 Bij de verdeling van het flexibel budget wordt aanvullend gekeken naar de bijdrage die de in artikel 2.4, lid 6 van deze regeling genoemde aanvragen leveren aan de pluriformiteit van het totaal van de samenwerkingsverbanden voor talentontwikkeling op het gebied van popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek en daarmee verder bijdragen aan de doelstelling van de regeling zoals opgenomen in artikel 1.2. Dit is afhankelijk van de gehonoreerde aanvragen in de landsdelen en het landelijke veld dat daarmee is ontstaan.

  • 8 Subsidie wordt niet toegekend wanneer het toe te kennen bedrag minder dan 75% van het aangevraagde bedrag bedraagt.

Artikel 2.5. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Artikel 2.6. Afwijking

De bepalingen in paragraaf 2 van deze regeling hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Paragraaf 3. Waarvoor

Artikel 3.1. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag kan worden gedaan voor een samenwerkingsverband voor talentontwikkeling op het gebied van popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek. De subsidie is bedoeld voor activiteiten als het creëren van onderzoeks- en ontwikkelmogelijkheden, faciliteren van optredens, het bieden van begeleiding op het gebied van artistieke ontwikkeling en coaching op zakelijk vlak.

Artikel 3.2. Voorwaarden

  • 1 Een aanvraag komt in aanmerking voor een bijdrage:

    • a) als het samenwerkingsverband minimaal een partner bevat uit iedere provincie van het landsdeel, waarbinnen wordt aangevraagd;

    • b) als tenminste een van de partners een presentatiefunctie heeft;

    • c) als de activiteiten zich richten op talentontwikkeling in de popmuziek, hiphop en dance;

    • d) als de partners een meerjarige samenwerking overeen zijn gekomen.

Artikel 3.3. Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a) de kwaliteit van de beoogde samenwerking;

  • b) de ontwikkelmogelijkheden van de talenten;

  • c) duurzaamheid van de samenwerking;

  • d) begroting en (co)financiering.

Artikel 3.4. Subsidiehoogte

  • 1 De subsidiehoogte voor een bijdrage binnen deze regeling bedraagt minimaal 100.000 euro en maximaal 285.714 euro per kalenderjaar.

  • 2 Van het toegekende subsidiebedrag mag maximaal een percentage van 25% worden besteed aan organisatie- en overheadkosten.

  • 3 Het bestuur kan ten nadele van de subsidieontvanger afwijken van het bepaalde in het eerste lid indien een strikte toepassing hiervan zou leiden tot een kennelijk onredelijk resultaat.

Artikel 3.5. Afwijking

De bepalingen in paragraaf 3 van deze regeling hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Paragraaf 4. Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 4.1. Algemeen

De bepalingen in deze paragraaf zijn alleen van toepassing op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Artikel 4.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag kan worden gedaan om één of meer talenten in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden ruimte te bieden voor ontwikkeling en presentatie. De subsidie is bedoeld voor activiteiten als het creëren van onderzoeks- en ontwikkelmogelijkheden, faciliteren van optredens, het bieden van begeleiding op het gebied van artistieke ontwikkeling en coaching op zakelijk vlak.

Artikel 4.3. Aanvullende weigeringsgronden

Het bestuur weigert de subsidie:

  • a) als een aanvrager niet woonachtig is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en, indien een aanvrager een rechtspersoon is, deze statutair niet gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • b) als één of meer talenten waarop de aanvraag betrekking heeft, niet beschouwd worden als een professionele podiumkunstenaar;

  • c) als een aanvrager in het betreffende kalenderjaar een aanvraag voor deze subsidie heeft ingediend en deze aanvraag gehonoreerd is.

Artikel 4.4. Subsidieplafond

  • 1 Voor het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling kan het bestuur per kalenderjaar per eiland dat deel uitmaakt van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden afzonderlijk een subsidieplafond vaststellen.

  • 2 Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond als bedoeld in lid 1 wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant.

Artikel 4.5. Verdeling budget

  • 1 Het bestuur verleent de subsidie op volgorde van ontvangst van de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het vastgestelde subsidieplafond voor het desbetreffende kalenderjaar en eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden is bereikt. Bij een incomplete aanvraag geldt als ontvangstdatum de datum waarop de aanvullende informatie is ontvangen en de aanvraag daarmee compleet is.

  • 2 Als het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van een aantal aanvragen met dezelfde ontvangstdatum, dan worden deze aanvragen gerangschikt op basis van het tijdstip van ontvangst.

  • 3 In de situatie dat voor een of meer eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden in een kalenderjaar het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4.3, lid 1 niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 4.6. Procedure

  • 1 Het bestuur behandelt subsidieaanvragen die digitaal zijn ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier en die een reflectie bevatten op de beoordelingscriteria die genoemd staan bij artikel 4.7 van de regeling. Deze reflectie wordt inhoudelijk beoordeeld.

  • 2 Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze paragraaf.

  • 3 Indien de beoordeling van de reflectie van de aanvrager op de beoordelingscriteria van artikel 4.7 van de regeling drie of meer kritiekpunten bevat, wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 4.7. Beoordelingscriteria

Een aanvraag komt in aanmerking voor een subsidie wanneer er naar het oordeel van het bestuur sprake is van dat:

  • a) de aanvrager een bewezen staat van dienst heeft op het gebied van talentontwikkeling binnen de popmuziek, hiphopmuziek en dancemuziek in de breedste zin van het woord;

  • b) aan één of meer talenten de ruimte wordt geboden voor ontwikkeling en presentatie in de muzikale infrastructuur op de eilanden; en

  • c) de aanvrager een realistische en marktconforme begroting heeft opgesteld.

Artikel 4.8. Subsidiehoogte

  • 1 Een subsidie bedraagt nooit meer dan 40.000 euro indien de aanvrager een rechtspersoon is en 20.000 euro indien de aanvrager een natuurlijk persoon is.

  • 2 Van het toegekende subsidiebedrag mag maximaal een percentage van 25% worden besteed aan organisatie- en overheadkosten.

Artikel 4.9. Subsidieperiode

Het bestuur verstrekt subsidie voor de in de aanvraag beschreven activiteiten die worden uitgevoerd over een periode van minimaal 12 maanden, maar zijn afgerond binnen 24 maanden gerekend van de dag na die waarop het besluit tot subsidieverlening op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Artikel 4.10. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de datum waarop de complete aanvraag is ontvangen schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Paragraaf 5. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 5.1. Aan de subsidie verbonden verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger meldt het direct aan het bestuur als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b) niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • a) er aanzienlijke inhoudelijke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2 De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten. Daarnaast levert de subsidieontvanger minstens twee rechtenvrije foto’s aan die Fonds Podiumkunsten met naamsvermelding mag gebruiken in zijn communicatie-uitingen.

  • 3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.

Artikel 5.2. Verantwoording

  • 1 De subsidieontvanger stuurt binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten.

  • 2 De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3 De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting. De financiële verantwoording dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol.

  • 4 Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

  • 5 De bepalingen in dit artikel hebben geen betrekking op subsidies die verstrekt worden uit het budget van artikel 1.4, lid 3 van deze regeling.

Artikel 5.3. Vaststelling subsidie

  • 1 Het bestuur stelt de subsidie aan het einde van de subsidieperiode vast op basis van de verantwoording.

  • 2 Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Artikel 5.4. Intrekking of wijziging subsidie

  • 1 Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan enige voorwaarde van deze regeling of enige aan de subsidie verbonden verplichting, kan het bestuur de subsidie intrekken, ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen of lager vaststellen.

  • 2 De subsidieontvanger wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking, wijziging of lagere vaststelling van de subsidie.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 6.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voor muziekhubs op het gebied van pop, hiphop en dance.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

V. van Hulst,

directeur-bestuurder