Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp

[Regeling vervalt per 01-01-2028.]
Geraadpleegd op 21-04-2024.
Geldend van 21-10-2023 t/m heden

Regeling van de Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2023 nr. 38037878, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan samenwerkingsverbanden voor onderwijscoalities tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp (Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp)

De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Doel van de regeling

  • 1 De Minister kan in 2023 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de kalenderjaren 2023 en 2024, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.

  • 2 De subsidie heeft ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de verdere ontwikkeling en organisatie van kwalitatief goed onderwijs en ondersteuning voor jeugdigen die in de periode van 2023 tot en met 2024 tijdelijk verblijven in gesloten of open jeugdhulpinstellingen, inclusief kleinschalige voorzieningen of kleinschalige woonvoorzieningen, en beoogt bij te dragen aan een soepele overgang na hun residentiële verblijf.

  • 3 De subsidie heeft tevens ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de voorbereiding en aansluiting van het onderwijs bij de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp, door het opbouwen van kennis- en expertise en het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende partijen van de coalitie, bedoeld in artikel 5, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de jeugdigen.

Artikel 4. Doelgroep en te subsidiëren activiteiten in het plan van aanpak

  • 1 De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een plan van aanpak dat is gericht op jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, die tijdelijk dag en nacht op een gesloten of open accommodatie, inclusief kleinschalige voorziening verblijven, niet zijnde jeugdigen die vanwege een strafrechtelijke uitspraak geplaatst zijn en verblijven in justitiële jeugdinrichtingen.

  • 2 De leeftijdsgrens van jeugdigen, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de coalitie of coalities die jeugdigen van de Bergse Veldschool bij de gesloten jeugdhulpinstelling Bergse Bos begeleiden in de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.

  • 3 De Minister kan voor de doelgroep als bedoeld in het eerste lid subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:

    • a. de inzet van gespecialiseerde medewerkers of docenten met kennis over residentiële jeugdigen om docenten in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen bij het bieden van onderwijs aan jeugdigen die in de residentiele jeugdhulp verblijven;

    • b. het bieden van begeleiding bij het onderwijs- en ontwikkelproces van de jeugdige, met als doel dat de school waar de jeugdige op dat moment onderwijs krijgt betrokken blijft bij de ontwikkeling van de jeugdige die van een grootschalige gesloten accommodatie naar een kleinschalige voorziening wordt overgeplaatst;

    • c. de afstemming tussen scholen bij de individuele begeleiding van een jeugdige in de overstap naar passend en aansluitend onderwijs in de omgeving;

    • d. het faciliteren van het onderwijspersoneel van scholen verbonden aan gesloten accommodaties bij de opbouw van onderwijs of onderwijsondersteuning bij kleinschalige voorzieningen of bij alternatieven van gesloten jeugdhulp;

    • e. de ondersteuning bij de individuele casuïstiek van jeugdigen in verschillende schoolsoorten, van primair onderwijs tot en met middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, of begeleiding van jeugdigen naar stagemogelijkheden of beschikbare onderwijsvoorzieningen;

    • f. kennisopbouw en deskundigheidsbevordering bij consulenten van de samenwerkingsverbanden, onderwijsteams en regionale expertteams jeugd of bovenregionale expertisenetwerken jeugd over de ontwikkeling van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het onderwijs bij kleinschalige voorzieningen;

    • g. het opzetten, inrichten en borgen van een goede samenwerking en afspraken tussen de samenwerkingsverbanden, het middelbaar beroepsonderwijs, het primair en voortgezet onderwijs, de relevante gemeente of gemeenten of coördinerende gemeente of gemeenten, regionale expertteams, bovenregionale expertisenetwerken jeugd, de betrokken jeugdhulpaanbieders of andere partijen over het onderwijs en de ondersteuning aan de jeugdigen die met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op andere plekken terechtkomen en daar onderwijs nodig hebben, en de jeugdigen die voorlopig nog in de gesloten jeugdhulp verblijven; of

    • h. activiteiten in het kader van projectleiding van het plan van aanpak waaronder projectplanning, verdere uitwerking van activiteiten, coördinatie en evaluatie.

  • 4 Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, instelling of samenwerkingsverband.

Artikel 5. Penvoerder en coalities

  • 1 Subsidie kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband, niet zijnde het landelijk samenwerkingsverband, dat optreedt als penvoerder namens een coalitie.

  • 2 Een coalitie voldoet ten minste aan de volgende eisen:

    • a. een coalitie bestaat uit ten minste twee samenwerkingsverbanden;

    • b. in de coalitie treedt één samenwerkingsverband op als penvoerder namens de deelnemende samenwerkingsverbanden;

    • c. een samenwerkingsverband in de coalitie neemt niet deel aan meerdere coalities tegelijk;

    • d. de coalitie vormt een logisch geografisch afgebakend geheel, door bestaande samenwerkingsrelaties of geografische grenzen, waar mogelijk aansluitend op het bovenregionaal gebied.

  • 3 Een coalitie weigert geen scholen op het terrein van accommodaties gesloten jeugdhulp die zich in het kader van de subsidieaanvraag bij die coalitie willen aansluiten.

  • 4 Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.

  • 5 Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 6. Inhoud plan van aanpak

  • 1 Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.

  • 2 In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.

  • 3 In het plan van aanpak wordt de bestaande expertise van scholen bij accommodaties gesloten jeugdhulp, en in voorkomend geval ook bij andere accommodaties, opgenomen om de kennisoverdracht tussen coalitiepartijen te bevorderen.

  • 4 Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. Op het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling van toepassing. Het activiteitenplan bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.4 van de Kaderregeling, een beschrijving van:

    • a. een beknopte regiovisie met de voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen en een omschrijving van de gevolgen voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in 2023 en 2024, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn;

    • b. de gestelde concrete doelen van de coalitie, in aansluiting op de subsidiedoelen als bedoeld in artikel 3 en de regiovisie als bedoeld in onderdeel a;

    • c. de inspanning die verricht is om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak;

    • d. de wijze waarop de samenwerking tussen de partijen in de coalitie vormgegeven wordt, inclusief eventueel andere momenteel nog niet-aangesloten partijen, waarbij in ieder geval in wordt gegaan op de betrokkenheid en rol van de coördinerende gemeente of gemeenten;

    • e. de eventuele betrokkenheid van één of meerdere scholen die verbonden zijn aan een accommodatie voor gesloten jeugdhulp;

    • f. de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en geëvalueerd.

Artikel 7. Aanvraag subsidie

  • 1 De penvoerder dient een plan van aanpak in bij de subsidieaanvraag.

  • 2 Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 tot en met 2 oktober 2023. Aanvragen die worden ontvangen na 2 oktober worden afgewezen.

  • 3 De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.

  • 4 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. de naam van de betrokken samenwerkingsverbanden en het RIO-nummer van de samenwerkingsverbanden die deelnemen aan de coalitie;

    • b. de andere partijen binnen de coalitie die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak;

    • c. de contactgegevens van de penvoerder en de andere betrokken samenwerkingsverbanden;

    • d. het plan van aanpak, bedoeld in artikel 6;

    • e. een ondertekende samenwerkingsovereenkomst van alle samenwerkingsverbanden als bedoeld in onderdeel a waaruit blijkt dat alle betrokken samenwerkingsverbanden hebben ingestemd met de aanvraag, en waarin is omschreven wat de gezamenlijke afspraken zijn met betrekking tot inzet van middelen en menskracht;

    • f. een ondertekende verklaring waarin in ieder geval de betrokken samenwerkingsverbanden verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

  • 5 De aanvraag kan vergezeld gaan van een coalitieconvenant tussen de betrokken coalitiepartijen.

Artikel 8. Subsidieplafond, maximale hoogte subsidie en verdeling beschikbare middelen

  • 1 Voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling is voor kalenderjaar 2023 en 2024 samen een bedrag van € 24 miljoen beschikbaar.

  • 2 Het subsidiebedrag dat ten hoogste kan worden verstrekt, wordt berekend op basis van het aantal vo-leerlingen dat op 1 oktober 2022 voorlopig als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven op de scholen aangesloten bij de samenwerkingsverbanden binnen de coalitie.

  • 3 De subsidie bedraagt per vo-leerling maximaal € 25,55.

  • 4 Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het bedrag per vo-leerling verlaagd naar rato van het aantal vo-leerlingen waarvoor de subsidie wordt toegekend, tot minimaal € 12,78 per vo-leerling.

Artikel 9. Beoordeling en weigeringsgronden

  • 1 De Minister beoordeelt de subsidieaanvraag, als bedoeld in artikel 7, aan de hand van het beoordelingskader dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.

  • 2 De subsidieverstrekking kan worden geweigerd indien:

    • a. een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken samenwerkingsverbanden ontbreekt;

    • b. de subsidie wordt aangevraagd voor één of meerdere activiteiten die niet onder de subsidiabele activiteiten vallen;

    • c. onvoldoende aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid;

    • d. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de criteria van het beoordelingskader.

  • 3 Indien een aanvraag onvolledig is ingediend kan deze binnen vijf werkdagen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden aangevuld. Deze termijn gaat in op de eerste werkdag na verzending van het verzoek om aanvulling door DUS-I.

  • 4 Indien de aanvraag niet tijdig wordt aangevuld kan deze niet in behandeling worden genomen.

Artikel 10. Subsidieverplichtingen

  • 1 De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2024.

  • 2 De penvoerder werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de Minister te voeren beleid en stellen daartoe de daarvoor benodigde gegevens beschikbaar;

  • 3 De penvoerder levert uiterlijk voor 1 april 2025 een activiteitenverslag bij DUS-I aan, met een beschrijving van de uitvoering van de activiteiten en in hoeverre de beoogde doelen behaald zijn.

  • 4 Indien bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger toestaan dat wordt afgeweken van de uitvoeringstermijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11. Verstrekking, besteding, en betaling subsidie

  • 1 De subsidie wordt uiterlijk 31 december 2023 vastgesteld.

  • 2 De Minister betaalt het vastgestelde subsidiebedrag in twee termijnen, waarbij twee derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december 2023 aan de penvoerder wordt betaald, en één derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december in 2024 aan de penvoerder wordt betaald.

  • 3 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.

Artikel 12. Verantwoording

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Artikel 13. Hardheidsclausule

De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp.

De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H. Dijkgraaf

Bijlage 1. Beoordelingskader

 

Criterium

Voldoet aan dit criterium

1

Het plan van aanpak bevat een regiovisie met voorgenomen veranderingen op lange en korte termijn en de gevolgen voor onderwijs

De belangrijkste voorgenomen regionale veranderingen die relevant zijn voor onderwijs in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw zijn beknopt omschreven, zowel kwantitatief als kwalitatief.

   

In de regiovisie is geput uit gesprekken met – of bronnen van – relevante partijen, zoals het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeenten of het transformatieplan van de instelling. Als er belangrijke informatie mist, is duidelijk aangegeven waarom dit nog niet benoemd kan worden.

   

De belangrijkste (verwachtte) consequenties voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie voor 2023 en 2024 zijn beschreven. Daarbij wordt breed gekeken, en in ieder geval gereflecteerd op wat dit vraagt van de scholen bij gesloten jeugdhulp en de samenwerkingsverbanden. Mogelijk ook het ‘regulier’ v(s)o en/of het mbo en/of de gemeenten.

2

Het plan van aanpak bevat concrete beoogde doelstellingen van de coalitie die aansluiten op de regiovisie en het doel van de subsidieregeling

De doelstellingen zijn helder en concreet geformuleerd in aansluiting op de eigen regiovisie en tweeledige doelstelling van de subsidieregeling.

3

Het plan van aanpak bevat de beoogde activiteiten, welke onder één van de subsidiabele activiteiten vallen

Per activiteit is een korte toelichting opgenomen welke activiteiten uitgevoerd gaan worden, met daarbij een beschrijving van:

– onder welke subsidiabele activiteit uit artikel 4, lid 2 het valt;

– de concrete inhoud van de activiteit, waaruit ook blijkt dat de activiteit onder één van de subsidiabele activiteiten valt en zich richt op de beoogde doelgroep uit artikel 4;

– begin- en einddatum;

– welke partij de activiteit uit gaat voeren, waar mogelijk zo concreet mogelijk wie wat gaat doen (dus bijvoorbeeld: zijn het docenten, onderwijsconsulenten, mentoren).

   

De activiteiten sluiten logisch aan op de doelstellingen van de coalitie.

   

Bij de uitvoering van de activiteiten wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van bestaande expertise en kennis van de scholen bij jeugdhulpinstellingen. Alsook de inzet van eigen personeel.

4

Het plan van aanpak bevat een begroting op hoofdlijnen

Het plan bevat per activiteit een sluitende begroting op hoofdlijnen van de geraamde kosten. De onderdelen uit het format van DUS-I zijn hierin verwerkt.

   

De middelen

(geld, tijd en mankracht) worden zo economisch mogelijk ingezet om de doelstellingen te behalen. De kosten van externe inhuur wordt zo veel mogelijk vermeden.

5

Het plan van aanpak bevat een omschrijving van de beoogde samenwerking in de coalitie en de inspanning die is geleverd om partijen te betrekken

Er wordt duidelijk beschreven hoe de betrokken samenwerkingsverbanden, scholen, mbo-instellingen en/of gemeenten in de coalitie hun samenwerking voor de activiteiten vormgeven. Er wordt in ieder geval ingegaan op de betrokkenheid en (beoogde) rol van de coördinerende gemeente(n) en waar relevant ook de school of scholen bij de gesloten instelling.

   

Er is aannemelijk gemaakt dat er een inspanning is verricht om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak. Als dit niet gelukt is, is hiervoor een verklaring gegeven.

6

Het plan van aanpak bevat een beschrijving van de voorgenomen eigen monitoring en evaluatie

Er is beschreven hoe de coalitie van plan is om de doelstellingen en activiteiten in het plan van aanpak te monitoren en te evalueren.

Bijlage 2. Regio-indeling met aanbieders en coördinerende gemeenten gesloten jeugdhulp

Onderstaande coördinerende gemeenten hebben het bovenregionaal plan en strategisch vastgoedplan in bezit. Het bovenregionaal plan beschrijft het toekomstperspectief voor gesloten jeugdhulpinstellingen in het bovenregionale gebied, en wordt opgeleverd aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het strategisch vastgoedplan geeft inzicht in de vastgoedtransitie vanuit de context van de bestaande jeugdhulp-accommodaties, op basis van het bovenregionaal plan1.

Deze indeling zou gebruikt kunnen worden bij het komen tot coalities. Coalities hebben de mogelijkheid om af te wijken van deze indeling wanneer deze niet passend is.

Bovenregionaal gebied

Instellingen gesloten jeugdhulp

Jeugdregio’s met bovenaan de

accounthoudende regio

Coördinerende gemeente

Zuid-Oost

Via Jeugd Icarus

Zuid-Limburg

Roermond

Noord-Limburg

Midden-Limburg West

Midden-Limburg Oost

Bijzonder Jeugdwerk OGH

Zuid Oost Brabant

Noordoost Brabant

Midden Brabant

Zuid-West

Via Jeugd Almata

West Brabant West

Roosendaal

West-Brabant-Oost

Zeeland

Zuid-Holland

Horizon Schakenbosch

Rotterdam Rijnmond

Rotterdam

Holland Rijnland

Haaglanden

Zuid-Holland-Zuid

Midden-Holland

Noord-Holland

Horizon Antonius

Noord-Kennemerland

Castricum

Kop van Noord-Holland

West-Friesland

Parlan

Zuid-Kennemerland

Velsen

Midden-Kennemerland

Levvel

Amsterdam-Amstelland

Amsterdam

Haarlemmermeer

Zaanstreek-Waterland

Gooi- en Vechtstreek

Utrecht

Flevoland

Pluryn

Utrecht

Utrecht

Utrecht West

Flevoland

Lekstroom

Zuidoost-Utrecht

Eemland

Oost

OGH

Centraal Gelderland

Arnhem

Rijk van Nijmegen

Achterhoek

Rivierenland

Food Valley

Middel IJssel – Oost Veluwe

IJsselland

Twente

’s Heerenloo

Noord-Veluwe

Ermelo1

Noord

Elker

Groningen

Groningen

Drenthe

Jeugdhulp Friesland

Friesland

Leeuwarden

1 Omdat sinds het ontstaan van de regeling ’s Heerenloo zich teruggetrokken heeft als aanbieder gesloten jeugdhulp kan deze instelling in dit verband buiten beschouwing gelaten worden.

  1. wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021 - BWBR0045673 (overheid.nl) ^ [1]
Naar boven