Tijdelijke regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg

[Regeling vervallen per 20-03-2024.]
Geraadpleegd op 19-06-2024.
Geldend van 24-01-2024 t/m 19-03-2024

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 juni 2023, kenmerk 3611793-1049773-PG, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van aanvullende seksuele gezondheidszorg (Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvullende seksuele gezondheidszorg: soa-zorg en seksualiteitshulpverlening;

  • collectieve preventie: taken van het college van burgemeester en wethouders op het gebied van preventie als bedoeld in de Wet publieke gezondheid;

  • coördinerende GGD: instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:

    • a. de GGD van de gemeente Amsterdam, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Noord-Holland en Flevoland;

    • b. de GGD Gelderland-Zuid, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Overijssel en Gelderland;

    • c. de GGD Groningen, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Friesland, Drenthe en Groningen;

    • d. de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;

    • e. de GGD Rotterdam-Rijnmond, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder onderdeel d;

    • f. de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Zeeland en Brabant;

    • g. de GGD Zuid-Limburg, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Limburg; of

    • h. de GGD Regio Utrecht, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Utrecht;

  • curatieve gezondheidszorg: zorg die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;

  • exploitatieresultaat: de som van de gerealiseerde bijdragen van derden, de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage als deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage en de verleende uitkering verminderd met de gerealiseerde kosten;

  • GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;

  • minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd in artikel 2 van de Wet op het RIVM;

  • seksualiteitshulpverlening: het in de regio van de desbetreffende coördinerende GGD, in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van hulpverlening met betrekking tot de seksuele gezondheid;

  • soa: een of meer van de volgende seksueel overdraagbare infecties:

    • a. chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv; of

    • b. hepatitis B, hepatitis C, trichomonas of herpes genitalis voor zover dit geïndiceerd is;

  • soa-zorg: het in de regio van de desbetreffende coördinerende GGD, in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van zorg met betrekking tot soa;

  • uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Hoofdstuk 2. Aanvullende seksuele gezondheidszorg

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Artikel 2.1. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De minister kan per kalenderjaar op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende GGD voor activiteiten in het kader van aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in de regio waarbinnen de coördinerende GGD werkzaam is.

  • 2 Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:

    • a. het signaleren van hulpvragen;

    • b. het verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek;

    • c. het geven van informatie en advies;

    • d. het voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen;

    • e. het verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen; en

    • f. het registreren van gegevens ten behoeve van beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening.

  • 3 Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:

    • a. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor soa-diagnostiek;

    • b. het uitvoeren of laten uitvoeren van soa-diagnostiek;

    • c. de behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia, gonorroe, syfilis of trichomonas;

    • d. de verwijzing ter behandeling van hiv, hepatitis C of hepatitis B; en

    • e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten behoeve van onderzoek naar de aanwezigheid van soa en beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie.

  • 4 Coördinatie is het ten behoeve van de regio van de desbetreffende coördinerende GGD op planmatige wijze inrichten van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg en waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen volgend uit deze regeling.

Artikel 2.2. Hoogte van de uitkering

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

De uitkering bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:

  • a. € 14.537.685,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;

  • b. € 5.663.097,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;

  • c. € 2.306.362,– voor de GGD Groningen;

  • d. € 3.674.035,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;

  • e. € 5.043.864,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;

  • f. € 4.710.902,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;

  • g. € 2.545.824,– voor de GGD Zuid-Limburg;

  • h. € 1.805.590,– voor de GGD Regio Utrecht.

Artikel 2.3. Aanvraag tot verlening

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 Een uitkering als bedoeld in artikel 2.1 wordt op aanvraag verstrekt.

  • 2 De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.

  • 3 De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend.

  • 4 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.

  • 5 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 6 In aanvulling op het vijfde lid, gaat de aanvraag vergezeld van een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie, bedoeld in het tweede lid, beschrijft.

Artikel 2.4. Verlening en bevoorschotting

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot verlening over het verlenen van een uitkering.

  • 2 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het bedrag van de uitkering, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend, de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

  • 3 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100%, dat in één keer wordt betaald.

Artikel 2.5. Voorwaarden

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De aanvullende seksuele gezondheidszorg is afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.

  • 2 Seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar.

  • 3 Soa-zorg is gericht op:

    • a. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa;

    • b. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa;

    • c. personen met klachten die wijzen op een soa;

    • d. personen jonger dan 25 jaar; of

    • e. personen die slachtoffer zijn geworden van verkrachting of seksueel geweld.

  • 4 De uitkering wordt slechts verstrekt voor soa-diagnostiek, bedoeld in artikel 2.1, derde lid, onder b:

    • a. voor zover het wordt uitgevoerd in een geaccrediteerd laboratorium gericht op de gezondheidszorg;

    • b. voor zover het in het kader van de soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose met betrekking tot:

      • 1°. Ten minste chlamydia, gonorroe en syfilis, en hiv op opt-out basis, bij personen, bedoeld in het derde lid, onder a tot en met c, en e; of

      • 2°. Chlamydia en gonorroe bij personen, bedoeld in het derde lid, onder d.

Artikel 2.6. Verplichtingen

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

De coördinerende GGD draagt ten behoeve van diens regio zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:

  • a. zowel soa-zorg als seksualiteitshulpverlening in diens regio wordt aangeboden;

  • b. sprake is van inspanningen om personen te bereiken die ondervertegenwoordigd zijn in de aanvullende seksuele gezondheidszorg

  • c. bij soa-zorg, sprake is van een optimaal vindpercentage soa;

  • d. van personen, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, geen betalingen worden verlangd;

  • e. de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere GGD’en binnen de regio;

  • f. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit conform het vigerende kwaliteitsprofiel is;

  • g. uiterlijk twee maanden na afloop van ieder kwartaal gegevens worden verstrekt aan het RIVM over het aantal consulten, het aantal aanvragen voor soa-diagnostiek en het aantal gevonden soa, alsmede gegevens ten behoeve van onderzoek naar het voorkomen van soa;

  • h. de registratie, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid onder f, en derde lid, onder e, op een door de minister vastgestelde wijze wordt verstrekt aan het RIVM.

Artikel 2.7. Verantwoording en vaststelling

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 2 De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie over de vaststelling van de uitkering.

  • 3 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 2.7.

Artikel 2.8. Egalisatiereserve

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De ontvanger van een uitkering, als bedoeld in artikel 2.1, vormt een egalisatiereserve.

  • 2 De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de uitkering dan wel ten hoogste een lager percentage dat door de minister bij het besluit tot verlening is bepaald.

  • 3 Indien de uitkering wordt verlaagd wegens het niet of niet geheel verrichten van de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, wordt de maximaal toegestane egalisatiereserve berekend op basis van de verlaagde uitkering.

Artikel 2.9. Besteding egalisatiereserve

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De egalisatiereserve wordt in een kalenderjaar uitsluitend besteed aan activiteiten waarvoor de uitkering in dat kalenderjaar is verleend en die niet kunnen worden bekostigd uit de uitkering die is verleend ten behoeve van dat kalenderjaar.

  • 2 De besteding van de egalisatiereserve wordt vooraf schriftelijk gemeld aan de minister.

Artikel 2.10. Opbouw egalisatiereserve

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 De egalisatiereserve wordt gevormd door een toevoeging bij een positief exploitatieresultaat en een onttrekking bij een negatief exploitatieresultaat.

  • 2 De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is het bedrag dat aan de egalisatiereserve kan worden toegevoegd zonder de maximale omvang, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, te overschrijden. De maximale onttrekking aan de egalisatiereserve is het bedrag van de egalisatiereserve.

  • 3 De toevoeging of onttrekking is gelijk aan het exploitatieresultaat vermenigvuldigd met de verleende uitkering gedeeld door de som van de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage en de verleende uitkering.

  • 4 Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de uitkering.

  • 5 Voor de toepassing van de vorige leden worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten, de bijdragen van derden en de uitkering met betrekking tot activiteiten waarvoor de uitkering is verleend en die werkelijk zijn verricht.

Artikel 2.11. Dienst van algemeen economisch belang

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

  • 1 Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

  • 2 In aanvulling op artikel 2.5 wordt een uitkering als bedoeld in artikel 2.1 uitsluitend verstrekt als de aanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat de aanvrager belast met en de aanvrager zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Artikel 3.1. Wijziging van de Subsidieregeling publieke gezondheid

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

[Red: Wijzigt de Subsidieregeling publieke gezondheid]

Artikel 3.2. Hardheidsclausule

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.3. Inwerkingtreding en vervaldatum

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 3.1 in werking treedt per 1 januari 2024.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat artikel 2.11 vervalt op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B en D, van het bij koninklijke boodschap van 30 maart 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van een vergunningplicht en een meldplicht ter zake van het verrichten van handelingen met poliovirus en enkele anderen wijzigingen (Kamerstukken 36 334) in werking treedt.

Artikel 3.4. Citeertitel

[Regeling vervallen per 20-03-2024]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.J. Kuipers

Naar boven