Uitvoeringsbesluit verordening hergebruik stedelijk afvalwater

Geraadpleegd op 14-01-2026.
Geldend van 15-07-2023 t/m 31-12-2023.

Besluit van 9 juni 2023 ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water (PbEU 2020, L 177) (Uitvoeringsbesluit verordening hergebruik stedelijk afvalwater)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 8 februari 2023, nr. IENW/BSK-2022/243132, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op Verordening (EU) nr. 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water (PbEU 2020, L 177) en artikelen 5.1 en 5.3, vierde lid, eerste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, en artikelen 4.3, eerste lid, 5.1, tweede lid, onder b, 5.2, eerste lid, onderdeel c, 5.10, eerste lid, aanhef en onder c, onder 4°, 16.139, eerste lid, 18.2, zesde lid, 18.22, eerste lid, 20.6, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, en 23.1 van de Omgevingswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 maart 2023, nr. No. W17.23.00032/IV );

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 mei 2023, nr. IENW/BSK-2023/99188, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. (definitie)

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • vergunning: vergunning voor het produceren of leveren van teruggewonnen water als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater; en

  • verordening hergebruik stedelijk afvalwater: Verordening (EU) nr. 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water (PbEU 2020, L 177).

Artikel 2. (taken gedeputeerde staten)

  • 1 Gedeputeerde staten zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, punt 1, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

  • 2 Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens waarover zij beschikken die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

Artikel 3. (taken omgevingsdienst)

  • 1 Ter uitvoering van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater worden de volgende taken door een omgevingsdienst uitgevoerd:

    • a. het voorbereiden van beslissingen op aanvragen om een vergunning, en het toetsen en zo nodig actualiseren van die vergunning;

    • b. het houden van toezicht op de naleving van de verboden, bedoeld in artikel 5; en

    • c. het voorbereiden van bestuurlijke sancties ter handhaving van de verboden, bedoeld in artikel 5.

Artikel 4. (vergunning)

  • 2 De aanvraag om een vergunning wordt ingediend bij gedeputeerde staten, onder overlegging van de bij ministeriele regeling bepaalde gegevens en bescheiden.

Artikel 5. (verboden)

  • 1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, derde lid, laatste zin, 4, eerste en tweede lid, 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, en 7, derde en vierde lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

  • 2 Het is verboden te handelen in strijd met:

    • a. het risicobeheerplan voor hergebruik van water, bedoeld in artikel 5, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater; en

    • b. de voorschriften van de vergunning ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

  • 3 Het is verboden water voor landbouwirrigatie te hergebruiken in bij ministeriële regeling in overeenstemming met artikel 2, tweede lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater aangewezen stroomgebiedsdistricten of delen daarvan.

Artikel 6. (nadere regels)

  • 1 Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

  • 2 Onder de regels, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan regels over de informatie die nodig is om aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6, derde en zesde lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater, te voldoen.

Artikel 7. (wijziging Besluit activiteiten leefomgeving)

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het wijzigingenoverzicht.

Artikel 8. (wijziging Omgevingsbesluit)

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het wijzigingenoverzicht.

Artikel 9. (inwerkingtreding en verval)

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 26 juni 2023, met uitzondering van de artikelen 7 en 8, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 3 Dit besluit vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 4 Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 26 mei 2023, treedt in afwijking van het eerste lid het besluit in werking met ingang van vier weken na de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 10. (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 juni 2023

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

M.G.J. Harbers

Uitgegeven de zestiende juni 2023

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D. Yeşilgöz-Zegerius