Regeling vaststelling Rijksbijdrage kosten heffingskortingen en Ouderdomsfonds 2023

[Regeling vervallen per 01-01-2024.]
Geraadpleegd op 01-03-2024.
Geldend van 22-11-2023 t/m 31-12-2023

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 7 juni 2023, 2023-0000284402, tot vaststelling van de Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen en voor het Ouderdomsfonds 2023

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

Besluiten:

Artikel 1. Rijksbijdrage Ouderdomsfonds

[Regeling vervallen per 01-01-2024]

De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, die ten gunste komt van het Ouderdomsfonds, bedraagt voor het jaar 2023: € 17.543.400.000.

Artikel 2. Geraamde kosten voor heffingskortingen

[Regeling vervallen per 01-01-2024]

De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2023 bedragen: € 60.945.800.000.

Artikel 3. Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen per fonds

[Regeling vervallen per 01-01-2024]

Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2023:

  • a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: € 2.802.100.000;

  • b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: € 0;

  • c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: € 4.823.800.000.

Artikel 4. Inwerkingtreding

[Regeling vervallen per 01-01-2024]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

C.E.G. van Gennip

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

C.J. Schouten

Naar boven