Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2023. Zie het overzicht van wijzigingen.
Geraadpleegd op 18-05-2024.
Geldend van 01-04-2023 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 17 februari 2023, nr. IENW/BSK-2023/14107, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de erkenning van opleidingsinstellingen en het afnemen van assessments inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht en enkele overige bepalingen (Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 6.55, zesde lid, en 6.56, derde lid, van de Wet luchtvaart;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • assessment: beoordeling van de geschiktheid van een persoon voor de uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden horende bij zijn functie;

  • erkende opleidingsinstelling: door de minister erkende opleidingsinstelling voor het geven van opleidingen en het afnemen van assessments ter verkrijging van een certificaat inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht;

  • erkenning: erkenning als bedoeld in artikel 6.56, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Hoofdstuk 2. Procedureregels

§ 2.1. Aanvraag van een erkenning

Artikel 2

Een erkenning wordt aangevraagd door elektronische of schriftelijke indiening bij de minister van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.

Artikel 3

De aanvraag voor een erkenning gaat vergezeld van:

  • a. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft dat de aangeleverde informatie juist is en dat de opleiding zal worden uitgevoerd in overeenstemming met deze regeling;

  • b. een overzicht en de curricula vitae van de bij de opleiding betrokken instructeurs;

  • c. een beschrijving van de accommodatie, theorie-instructievoorzieningen en theorie-assessmentorganisatie;

  • d. een bewijs van beschikbaarheid van de vereiste opleidingsuitrusting, voorzieningen en instructeurs;

  • e. een organogram van de aanvrager, inclusief een korte toelichting daarop, en

  • f. een opleidingsprogramma bestaande uit minimaal een opleidingsplan, een opleidingssyllabus en een assessmentoverzicht, als bedoeld in bijlage A.

§ 2.2. Verlening van een erkenning

Artikel 4

De minister verleent een erkenning indien de aanvrager:

  • a. de aanvraag volledig en op de juiste wijze heeft ingediend;

  • b. voldoet aan het gestelde in bijlage A;

  • c. wat betreft de inhoud van de opleidingen voldoet aan de eisen bedoeld in bijlage B; en

  • d. wat betreft de assessments voldoet aan de eisen bedoeld in hoofdstuk 3 van deze regeling.

Artikel 5

Van een erkenning geeft de minister een bewijs af waarop is aangegeven voor welke opleiding de erkenning is afgegeven.

Artikel 6

Op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport wordt een overzicht van de afgegeven erkenningen gepubliceerd, met daarbij de volgende gegevens:

  • a. de naam van de opleidingsinstelling; en

  • b. een overzicht en omschrijving van de opleidingen die door de erkende opleidingsinstelling worden gegeven.

§ 2.3. Wijziging van een erkenning

Artikel 7

  • 1 De artikelen 3 en 4 zijn van toepassing op een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.

  • 2 De artikelen 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een erkenning.

Hoofdstuk 3. Assessments

§ 3.1. Algemeen

Artikel 8

  • 2 De assessments worden uitgevoerd door een erkende opleidingsinstelling en kunnen worden bijgewoond door een door de minister aangewezen gecommitteerde.

  • 3 De minister kan een assessmentreglement vaststellen, met onder meer aanvullende voorwaarden omtrent de uitvoering van assessments.

  • 4 Een assessment is met goed gevolg afgelegd als ten minste tachtig procent van de vragen en opdrachten juist is beantwoord of uitgevoerd.

§ 3.2. Certificaat

Artikel 9

  • 1 Wanneer de kandidaat een assessment met goed gevolg heeft afgelegd, verstrekt de erkende opleidingsinstelling de kandidaat een certificaat inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 11

Artikel 14

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2023.

  • 2 In afwijking van het eerste lid treedt onderdeel IV van Bijlage B bij de Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht in verband met de introductie van de D-erkenning inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht en enkele andere aanpassingen in werking treedt.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

M.G.J. Harbers

Bijlage A. behorend bij de artikelen 3, aanhef en onderdeel f, 4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

Opleidingsprogramma

Er is een opleidingsprogramma voor iedere aangeboden opleiding. Hierin staan de structuur en inhoud van de opleiding beschreven. Het opleidingsprogramma bestaat ten minste uit een opleidingsplan, een opleidingssyllabus en een assessmentoverzicht. Tevens bestaat dit opleidingsprogramma uit procedures waarmee vastgesteld wordt op welke wijze de opleiding – conform de eisen uit bijlage B – wordt uitgevoerd.

Opleidingsplan

Er is een opleidingsplan voor iedere aangeboden opleiding gerelateerd aan het type erkenning. De inhoud en volgorde van het opleidingsplan zijn geschikt voor de desbetreffende opleiding.

In het opleidingsplan wordt omschreven welke onderwerpen worden behandeld tijdens de betreffende opleiding en hoeveel tijd wordt besteed aan de diverse onderwerpen (lesprogramma).

Opleidingssyllabus

Er is een syllabus voor iedere aangeboden opleiding. De syllabus bevat een uiteenzetting van de inhoud van de te doceren theorie en oefeningen, geordend in de uit te voeren volgorde. De syllabus dient ter ondersteuning van studenten en geeft een overzicht van de benodigde materialen en oefeningen. De syllabus correspondeert met de taken en verantwoordelijkheden horende bij de functies van de studenten.

Assessmentoverzicht

Er is een assessmentoverzicht voor iedere aangeboden opleiding. In het assessmentoverzicht wordt informatie gegeven over de wijze van uitvoering van de assessments door de opleidingsinstelling en op welke wijze de opleidingsinstelling hieraan voldoet.

Instructeurshandleiding

Er is een instructeurshandleiding, waarin informatie is opgenomen voor de instructeurs over de opleidingseisen waaraan cursisten moeten voldoen. Tevens zijn hierin instructies opgenomen voor de instructeurs over de wijze waarop zij cursisten kunnen laten voldoen aan de opleidingseisen.

De handleiding bevat voorts informatie ten aanzien van de structurering van de opleiding en een opleidingsplan.

Archieven

De opleidingsinstelling archiveert de afgenomen assessments en bijbehorende bescheiden en bewaart deze gedurende een periode van ten minste 5 jaar.

Instructeur

De opleidingsinstelling heeft aantoonbaar de beschikking over tenminste één instructeur.

De instructeur

  • a. heeft ten overstaan van de opleidingsinstelling of ten overstaan van de Inspectie Leefomgeving en Transport door middel van het geven van een proefles aangetoond over voldoende didactische en inhoudelijke kennis te beschikken vereist voor de door hem te geven opleiding;

  • b. beschikt over aantoonbare kennis betreffende de vigerende internationale regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht;

  • c. beschikt over aantoonbare kennis betreffende de vigerende regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de aansluitende vervoersmodaliteiten, zoals bijvoorbeeld het certificaat voor veiligheidsadviseur module wegvervoer.

Bijlage B. behorend bij de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en 8, eerste lid, van de Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2023. Zie het overzicht van wijzigingen]

Opleidingen

Inhoud van de opleidingen

Eén van de wettelijke eisen om in aanmerking te komen voor een erkenning op grond van de Regeling erkenningen vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht is de voorwaarde dat op elke vestiging van een organisatie voortdurend ten minste één medewerker aanwezig is die in het bezit is van een geldig certificaat. Een certificaat wordt verstrekt wanneer:

  • de medewerker is opgeleid door een erkende opleidingsinstelling conform de eisen in de Regeling erkenning opleidingsinstellingen en assessments vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht. Deze opleidingseisen zijn functiegericht en daarmee in lijn met de internationale trainingsmethodiek voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht zoals vastgesteld in de Technische Voorschriften (TI, Technical Instructions) behorende bij Annex 18 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), het ICAO-Verdrag,

  • en op grond van een assessment is vastgesteld dat deze medewerker bekwaam is om alle relevante taken binnen het bedrijf uit te voeren.

Basiskennis en multimodale kennis maken een integraal onderdeel uit van de opleidingseisen en van de assessments voor alle erkenningen.

In deze bijlage zijn per erkenningstype de taken en subtaken beschreven. Deze worden aangeduid als minimumtaken omdat per organisatie diverse aanvullende taken en verantwoordelijkheden aanwezig kunnen zijn op het terrein van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever die medewerkers wil laten opleiden om de opleidingsinstelling een overzicht te verschaffen van alle taken en verantwoordelijkheden binnen zijn organisatie op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Dit overzicht kan worden afgeleid uit de documenten die de werkgever verplicht is te overleggen bij een aanvraag voor een erkenning ingevolge artikel 3 van de Regeling erkenningen vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Minimumtaken en Toetsmatrijs

De toetsmatrijs in deze bijlage wordt gebruikt om aan te geven op welke wijze een assessment moet worden uitgevoerd (kolom X) per individuele taak of subtaak (overige kolommen). Hiermee wordt bewerkstelligd dat de assessments voor de taken in bijlage B op een eenduidige wijze worden uitgevoerd. Bij uitzondering en met instemming van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan hier schriftelijk en onderbouwd van worden afgeweken.

  • F. Feitenkennis (toetsmethode: bijvoorbeeld multiple choice vragen)

  • B. Begripskennis (toetsmethode: bijvoorbeeld open vragen)

  • R. Reproductieve vaardigheden (toetsmethode: bijvoorbeeld concrete oefeningen)

I. Minimumtaken en toetsmatrijs behorende bij de A-erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 1°, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

 

X

1.

Classificatie van gevaarlijke stoffen

1.1

Stof of voorwerp beoordelen aan de hand van indelingscriteria

1.1.1

Kan beoordelen of producten ingedeeld moeten worden als gevaarlijke stoffen

B

1.1.2

Kan beoordelen of een product onder alle omstandigheden niet door de lucht vervoerd mag worden

B

1.2

Omschrijving van gevaarlijke stoffen bepalen

1.2.1

Kan de klasse of divisie van een gevaarlijk goed vaststellen

R

1.2.2

Kan de verpakkingsgroep van een gevaarlijk goed vaststellen

R

1.2.3

Kan de vervoersnaam en het UN-nummer van een gevaarlijk goed vaststellen

R

1.2.4

Kan vaststellen of vervoer door de lucht verboden is, tenzij goedkeuring of ontheffing wordt verleend

R

1.3

Bijzondere bepalingen bekijken

1.3.1

Kan uiteenzetten of bijzondere bepaling(en) van toepassing zijn

B

1.3.2

Kan de voorschriften uit bijzondere bepaling(en) interpreteren en toepassen

B

2.

Verzending van gevaarlijke stoffen voorbereiden

2.1

Beoordeel verpakkingsopties, inclusief beperkingen met betrekking tot de hoeveelheden

2.1.1

Kan beoordelen welke beperkingen voor het vervoer van toepassing zijn (‘de minimis’ hoeveelheden, vrijgestelde hoeveelheden, gelimiteerde hoeveelheden, passagiersvliegtuig, enkel vrachtvliegtuig, bijzondere bepalingen, gevaarlijke stoffen per post)

B

2.1.2

Kan de door verdragstaten en vervoerders opgelegde beperkingen interpreteren en toepassen

B

2.1.3

Kan uiteenzetten of ‘all-packed-in-one’ kan worden gebruikt

B

2.1.4

Kan op basis van de geldende beperkingen en variaties door verdragstaten en vervoerders (State and Operator variations) vaststellen hoe gevaarlijke stoffen verzonden kunnen worden

R

 

2.2

Verpakkingsvereisten toepassen

 

2.2.1

Kan de beperkingen van de voorgeschreven verpakkingsinstructie identificeren

F

 

2.2.2

Kan uiteenzetten welke verpakkingsmaterialen gebruikt moeten worden (vloeistofabsorberend, schokabsorberend, etc.)

B

 

2.2.3

Kan een collo met gevarengoed gereed maken voor vervoer door de lucht

R

 

2.2.4

Kan de voorwaarden uit het testrapport van de gebruikte UN geteste verpakking interpreteren en toepassen

R

 

2.3

Kenmerken en etiketten aanbrengen

 

2.3.1

Kan bepalen welke kenmerken op een verpakking met gevarengoed moeten worden aangebracht

R

 

2.3.2

Kan de vereiste kenmerken op een verpakking met gevarengoed aanbrengen

R

 

2.3.3

Kan bepalen welke etiketten op een verpakking met gevarengoed moeten worden aangebracht

R

 

2.3.4

Kan de vereiste etiketten op een verpakking met gevarengoed aanbrengen

R

 

2.4

Gebruik van een oververpakking beoordelen

 

2.4.1

Kan vaststellen of gebruik gemaakt kan worden van een oververpakking

R

 

2.4.2

Kan de juiste kenmerken aanbrengen op een oververpakking met gevarengoed

R

 

2.4.3

Kan de juiste etiketten aanbrengen op een oververpakking met gevarengoed

R

 

2.5

Documentatie voorbereiden

 

2.5.1

Kan het vervoersdocument (Shipper’s Declaration) gevaarlijke stoffen invullen voor een zending gevarengoed

R

 

2.5.2

Kan de informatie met betrekking tot gevaarlijke stoffen invullen op de Luchtvrachtbrief (Air Waybill)

R

 

2.5.3

Kan eventueel vereiste andere documenten toevoegen (goedkeuringen/ontheffingen, enz.)

B

 

2.5.4

Heeft kennis van de voorwaarden voor het bewaren van documenten

F

7.

Melden van veiligheidsgerelateerde voorvallen

7.1

Kent de procedures om een ongeval met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.2

Kent de procedures om een incident met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.3

Kent de procedures om niet-aangegeven/verkeerd aangegeven gevaarlijke stoffen te melden

F

7.4

Kent de procedures om een voorval met gevaarlijke stoffen te melden

F

II. Minimumtaken en toetsmatrijs behorende bij de B-erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 2°, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

 

X

3

Vracht verwerken/accepteren

3.1

Documentatie verifiëren

3.1.1

Kan een ingevuld vervoersdocument (Shipper’sDeclaration) gevaarlijke stoffen controleren op juistheid

R

3.1.2

Kan de informatie met betrekking tot gevarengoed op een Luchtvrachtbrief (Air Waybill) invullen en controleren op juistheid

R

3.1.3

Kan controleren of aan de voorwaarden uit eventuele andere documenten wordt voldaan (ontheffingen, goedkeuringen, enz.)

R

3.1.4

Kan controleren of voldaan wordt aan van toepassing zijnde variaties door verdragstaten en vervoerders (State and Operator variations)

R

3.2

Colli verifiëren

3.2.1

Kan controleren of een verpakking met gevarengoed is voorzien van de juiste kenmerken

R

3.2.2

Kan controleren of een verpakking met gevarengoed is voorzien van de juiste etiketten

R

3.2.3

Kan controleren of het juiste type collo is gebruikt voor het gevarengoed

R

3.2.4

Kan controleren of een collo gevarengoed aan de relevante verpakkingsvoorwaarden voldoet

R

 

3.2.5

Kan controleren of voldaan wordt aan van toepassing zijnde beperkingen van landen en/of vervoerders

R

3.4

Vracht anders dan gevaarlijke stoffen verwerken/accepteren

3.4.1

Kan aangeleverde documenten controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van ongedeclareerde gevaarlijke stoffen of niet-aangegeven gevaarlijke stoffen (hidden dangerous goods)

R

3.4.2

Kan aangeboden colli controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

III. Minimumtaken en toetsmatrijs behorende bij de C-erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 3°, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

C1 Personeel verantwoordelijk voor het verwerken en aannemen van zendingen gevaarlijke stoffen
 

X

3

Vracht verwerken/accepteren

3.1

Documentatie verifiëren

3.1.1

Kan een ingevuld vervoersdocument (Dangerous Goods Declaration) gevaarlijke stoffen controleren op juistheid

R

3.1.2

Kan de informatie met betrekking tot gevarengoed op een Luchtvrachtbrief (Air Waybill) controleren op juistheid

R

3.1.3

Kan controleren of aan de voorwaarden uit eventuele andere documenten wordt voldaan (ontheffingen, goedkeuringen, enz.)

R

3.1.4

Kan controleren of voldaan wordt aan van toepassing zijnde beperkingen van landen en/of vervoerders

R

 

3.2

Colli verifiëren

 

3.2.1

Kan controleren of een verpakking met gevarengoed is voorzien van de juiste kenmerken

R

 

3.2.2

Kan controleren of een verpakking met gevarengoed is voorzien van de juiste etiketten

R

 

3.2.3

Kan controleren of het juiste type collo is gebruikt voor het gevarengoed

R

 

3.2.4

Kan controleren of een collo gevarengoed aan de relevante verpakkingsvoorwaarden voldoet

R

   

3.2.5

Kan controleren of voldaan wordt aan van toepassing zijnde variaties door verdragstaten en vervoerders (State and Operator variations)

R

 

3.3

Acceptatieprocedure uitvoeren

 

3.3.1

Kan de acceptatiecheck uitvoeren aan de hand van de relevante acceptatie controlelijst (acceptance checklist)

R

 

3.3.2

Kan beschrijven welke informatie benodigd is voor het opstellen van het beladingsplan

B

 

3.3.3

Heeft kennis van de voorwaarden voor het bewaren van documenten

F

 

3.4

Vracht anders dan gevaarlijke stoffen verwerken/accepteren

 

3.4.1

Kan aangeleverde documenten controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

 

3.4.2

Kan aangeboden colli controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

7.

Melden van veiligheidsgerelateerde voorvallen

7.1

Kent de procedures om een ongeval met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.2

Kent de procedures om een incident met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.3

Kent de procedures om niet-aangegeven/verkeerd aangegeven gevaarlijke stoffen te melden

F

7.4

Kent de procedures om een voorval met gevaarlijke stoffen te melden

F

C2 Personeel verantwoordelijk voor het verwerken en aannemen van zendingen anders dan gevaarlijke stoffen
 

X

3

Vracht verwerken/accepteren

3.4

Vracht anders dan gevaarlijke stoffen verwerken/accepteren

3.4.1

Kan aangeleverde documenten controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

3.4.2

Kan aangeboden colli controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

7.

Melden van veiligheidsgerelateerde voorvallen

7.1

Kent de procedures om een ongeval met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.2

Kent de procedures om een incident met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.3

Kent de procedures om niet-aangegeven/verkeerd aangegeven gevaarlijke stoffen te melden

F

7.4

Kent de procedures om een voorval met gevaarlijke stoffen te melden

F

C3 Personeel verantwoordelijk voor de behandeling van vracht in een magazijn, voor het laden en lossen van laadeenheden (Unit Load Devices – ULD) en het laden en lossen van vliegtuigen
 

X

4.

Het beheren van de vracht voor het laden

4.2

Voorbereiden van lading voor vliegtuigen

4.2.1

Kan aangeboden colli controleren op aanwijzingen over de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

4.2.2

Kan vaststellen welke colli niet geladen mogen worden in verband met schade en/of lekkage

R

4.2.3

Kan de stuwage-eisen toepassen (o.a. segregatie, scheiding en oriëntatie)

R

4.2.4

Kan benoemen in welke gevallen gevaarlijke stoffen labels (ULD-tags) aangebracht worden

B

4.2.5

Heeft kennis over de voorwaarden voor het vervoeren van vracht naar vliegtuigen over platforms

F

6

Vervoer van vracht/bagage

6.1

Vliegtuig laden

6.1.1

Heeft kennis over het vervoeren van vracht/bagage naar het vliegtuig over platforms

F

6.1.2

Kan aangeboden colli controleren op aanwijzingen voor de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

6.1.3

Kan vaststellen welke colli niet geladen mogen worden in verband met schade en/of lekkage

B

 

6.1.4

Kan de stuwage-eisen toepassen (o.a. segregatie, scheiding, oriëntatie, beveiligen en beschermen tegen schade)

R

 

6.1.5

Kan vergelijken of de Mededeling aan Gezagvoerder (Notification to Captain, NOTOC) overeenstemt met de daadwerkelijke belading van het vliegtuig

R

 

6.1.6

Kan controleren of de vereisten voor de lading van bagage worden nageleefd

R

 

6.1.7

Kan de gezagvoerder (pilot-in-command) en luchtverkeersleiding voorzien van de juiste informatie

B

 

6.3

Vliegtuigen lossen

 

6.3.1

Kan de specifieke voorwaarden voor het lossen van vliegtuigen toepassen

R

 

6.3.2

Kan geloste colli controleren op aanwijzingen voor de aanwezigheid van niet-aangegeven gevaarlijke stoffen

R

 

6.3.3

Kan vaststellen welke colli niet geladen mogen worden in verband met schade en/of lekkage

B

 

6.3.4

Heeft kennis over de voorwaarden voor het vervoeren van vracht/bagage over platforms naar de vrachtfaciliteiten/bagage terminals

F

7.

Melden van veiligheidsgerelateerde voorvallen

7.1

Kent de procedures om een ongeval met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.2

Kent de procedures om een incident met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.3

Kent de procedures om niet-aangegeven/verkeerd aangegeven gevaarlijke stoffen te melden

F

7.4

Kent de procedures om een voorval met gevaarlijke stoffen te melden

F

C4 Personeel verantwoordelijk voor de laadplanning van vliegtuigen
 

X

4.

Beheren van de vracht voor de lading

4.1

Laadplan

4.1.1

Kan de relevante stuwagevereisten vaststellen

R

4.1.2

Kan vaststellen wat de voorwaarden zijn voor segregatie, scheiding, beperkingen per vliegtuig en/of compartiment

R

4.3

Opmaken Mededeling aan Gezagvoerder (Notification to Captain,NOTOC)

4.3.1

Kan de voor gevaarlijke stoffen vereiste informatie op de NOTOC invullen

R

4.3.2

Kan controleren of de informatie op de NOTOC overeenkomt met het beladingsplan

R

4.3.3

Heeft kennis van het overhandigen van de NOTOC aan personeel belast met de lading

F

IV.

[Red: Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.]

V. Minimumtaken en toetsmatrijs behorende bij de E-erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 5°, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht

 

X

1.

Classificatie van gevaarlijke stoffen

1.1

Stof of voorwerp beoordelen aan de hand van indelingscriteria

1.1.1

Kan beoordelen of producten ingedeeld moeten worden als gevaarlijke stoffen

B

1.1.2

Kan beoordelen of een product onder alle omstandigheden niet door de lucht vervoerd mag worden

B

1.2

Omschrijving van gevaarlijke stoffen bepalen

1.2.1

Kan de klasse of divisie van een gevaarlijke stof vaststellen

R

1.2.2

Kan de verpakkingsgroep van een gevaarlijke stof vaststellen

R

1.2.3

Kan de vervoersnaam en het UN-nummer van een gevaarlijke stof vaststellen

R

1.2.4

Kan vaststellen of vervoer door de lucht verboden is, tenzij goedkeuring of ontheffing wordt verleend

R

1.3

Bijzondere bepalingen bekijken

1.3.1

Kan uiteenzetten of bijzondere bepaling(en) van toepassing zijn

B

1.3.2

Kan de voorschriften uit bijzondere bepaling(en) interpreteren

B

2.

Verzending van gevaarlijke stoffen voorbereiden

2.1

Beoordeel verpakkingsopties, inclusief beperkingen met betrekking tot de hoeveelheden

2.1.1

Kan beoordelen welke beperkingen voor het vervoer van toepassing zijn (‘de minimis’ hoeveelheden, vrijgestelde hoeveelheden, gelimiteerde hoeveelheden, passagiersvliegtuig, enkel vrachtvliegtuig, bijzondere bepalingen, gevaarlijke stoffen per post)

B

2.1.2

Kan de door Staten en vervoerders opgelegde beperkingen interpreteren en toepassen

B

2.1.3

Kan uiteenzetten of gezamenlijke verpakking (all-packed-in-one) kan worden gebruikt

B

2.1.4

Kan op basis van de geldende beperkingen en variaties of uitzonderingen vaststellen hoe gevaarlijke stoffen verzonden kunnen worden

R

2.1.5

Kan de voorschriften voor het vervoer van luchtvracht met andere vervoersmodaliteiten toepassen

R

 

2.2

Verpakkingsvereisten toepassen

 

2.2.1

Kan de beperkingen van de voorgeschreven verpakkingsinstructie noemen/identificeren

F

 

2.2.2

Kan uiteenzetten welke verpakkingsmaterialen gebruikt moeten worden (absorberend, stootbrekend/dempend, etc.)

B

 

2.2.3

Kan een collo met gevarengoed gereed maken voor vervoer door de lucht

R

 

2.2.4

Kan de voorwaarden uit het testrapport van de gebruikte UN geteste verpakking interpreteren en toepassen

R

 

2.3

Kenmerken en etiketten aanbrengen

 

2.3.1

Kan bepalen welke kenmerken op een verpakking met gevarengoed moeten worden aangebracht

R

 

2.3.2

Kan de vereiste kenmerken op een verpakking met gevarengoed aanbrengen

R

 

2.3.3

Kan bepalen welke etiketten op een verpakking met gevarengoed moeten worden aangebracht

R

 

2.3.4

Kan de vereiste etiketten op een verpakking met gevarengoed aanbrengen

R

 

2.4

Gebruik van een oververpakking beoordelen

 

2.4.1

Kan vaststellen of gebruik gemaakt kan worden van een oververpakking

R

 

2.4.2

Kan de juiste kenmerken aanbrengen op een oververpakking met gevarengoed

R

 

2.4.3

Kan de juiste etiketten aanbrengen op een oververpakking met gevarengoed

R

 

2.5

Documentatie voorbereiden

 

2.5.1

Kan de Shipper’s Declaration/ vervoersdocument gevaarlijke stoffen invullen voor een zending gevarengoed

R

 

2.5.2

Kan de informatie met betrekking tot gevaarlijke stoffen invullen en controleren op de Air Waybill/ Luchtvrachtbrief

R

 

2.5.3

Kan eventueel vereiste andere documenten toevoegen (goedkeuringen/ontheffingen enz.)

B

 

2.5.4

Heeft kennis van de voorwaarden voor het bewaren van documenten

F

7.

Melden veiligheidsgerelateerde voorvallen

7.1

Kent de procedures om een ongeval met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.2

Kent de procedures om een incident met gevaarlijke stoffen te melden

F

7.3

Kent de procedures om niet-aangegeven/verkeerd aangegeven gevaarlijke stoffen te melden

F

7.4

Kent de procedures om een voorval met gevaarlijke stoffen te melden

F

Naar boven