Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming [...] van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties

[Regeling vervalt per 01-01-2029.]
Geraadpleegd op 18-06-2024.
Geldend van 07-07-2023 t/m 28-11-2023

Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000430533 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • college: college van burgemeester en wethouders;

    • energielabel: een energielabel als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;

    • energiezuinige ventilatiemaatregelen: het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%;

    • gemengde vereniging: vereniging van eigenaars, woonvereniging of wooncoöperatie ten behoeve van gebouwen waarin zich ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt;

    • isolatieprogramma: isolatieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

    • minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

    • slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn:

      • a. de vloer en de bodem;

      • b. de gevel, waaronder de spouwmuur;

      • c. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer;

      • d. de ramen;

    • vereniging van eigenaars: vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

    • woning: woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;

    • wooncoöperatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet;

    • woonvereniging: vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen.

  • 2 Ondereigenaar-bewoner wordt in deze regeling verstaan een natuurlijke persoon die:

    • a. een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;

    • b. gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben;

    • c. zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of

    • d. op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben.

  • 3 Onder appartement wordt in deze regeling verstaan:

    • a. aandeel in een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht, omvattende de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van een woning;

    • b. woning in een gebouw, waarvoor een wooncoöperatie is opgericht; of

    • c. woning in een gebouw van een woonvereniging.

Artikel 2. Doel en activiteiten van de specifieke uitkering

  • 1 De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor het uitvoeren van een isolatieprogramma dat gericht is op het nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, in slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en slecht geïsoleerde woningen van leden van een gemengde vereniging, met een focus op woningen met een WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b.

  • 3 Het college kan de specifieke uitkering tevens besteden aan:

    • a. het bieden van gerichte ondersteuning aan een eigenaar-bewoner of een gemengde vereniging of het daartoe inschakelen van derden met de benodigde expertise, waaronder in ieder geval kan vallen:

      • 1°. het adviseren over de mogelijke energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en de daarmee te behalen mate van energiebesparing;

      • 2°. het begeleiden bij het doen van aanvragen op grond van subsidieregelingen en subsidieverordeningen die gericht zijn op energiebesparing;

      • 3°. het adviseren over of bemiddelen in krediet ten behoeve van de financiering van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, die de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging wil uitvoeren of laten uitvoeren;

      • 4°. het organiseren van straatgerichte of wijkgerichte of anderszins grootschalige verduurzamingsaanpakken en het daarbij ondersteunen van eigenaar-bewoners of gemengde verenigingen; of

    • b. de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma.

  • 4 Energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in het tweede lid kunnen alleen met behulp van de specifieke uitkering worden gefinancierd als ze na 31 december 2022 worden uitgevoerd.

  • 5 De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van een isolatieprogramma voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 3. Hoogte van de specifieke uitkering

Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de voorlaatste kolom in bijlage I opgenomen totaalbedrag dat aangevraagd kan worden.

Artikel 4. De aanvraag

  • 1 Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend met ingang van 1 maart 2023 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2023 tot 17:00 uur.

  • 2 Een aanvraag bevat een omschrijving van het isolatieprogramma, waaronder in ieder geval wordt verstaan:

    • a. een omschrijving van de activiteiten, als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid;

    • b. een opgave van het aantal slecht geïsoleerde woningen waarvoor de gemeente het bedrag van de specifieke uitkering aanvraagt en ten aanzien waarvan zij energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wil bewerkstelligen;

    • c. de hoogte van het bedrag van de gevraagde specifieke uitkering, welk bedrag bestaat uit het aantal slecht geïsoleerde woningen als bedoeld in onderdeel b, vermenigvuldigd met € 1.460;

    • d. een omschrijving van de wijze waarop de gemeente voornemens is om voldoende woningen met een WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, in het isolatieprogramma te betrekken; en

    • e. een opgave van het bedrag dat de gemeente op grond van een eigen inschatting aan BTW verschuldigd is over de kosten voor de uitvoering van het isolatieprogramma.

  • 3 De minister beslist binnen acht weken na het indienen van de aanvraag over de toekenning van een specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden genomen, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht aanvullende weken waarbinnen de beschikking wordt genomen.

  • 4 Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 5. Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking

  • 1 Indien de door het college aangevraagde specifieke uitkering ten hoogste het voor die gemeente in bijlage I in de kolom voor het kalenderjaar 2023 opgenomen bedrag betreft, wordt de specifieke uitkering in één keer uitbetaald.

  • 2 Indien de door het college aangevraagde specifieke uitkering een hoger bedrag betreft dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, doch ten hoogste de som van het voor die gemeente in bijlage I in de kolommen voor kalenderjaren 2023 en 2024 opgenomen bedragen, dan wordt de specifieke uitkering in twee keer uitbetaald, met dien verstande dat het voor die gemeente in bijlage I in de kolom voor het kalenderjaar 2023 opgenomen bedrag in 2023 wordt uitbetaald, en het restant in 2024 wordt uitbetaald.

  • 3 De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval:

    • a. het totale bedrag van de uitkering;

    • b. het moment van uitbetaling van de uitkering;

    • c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; en

    • d. de periode waarbinnen de uitkering moet zijn besteed en de activiteiten moeten zijn afgerond.

Artikel 6. Verplichtingen

  • 1 De gemeente die een specifieke uitkering ontvangt is verplicht om:

    • a. energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, te bewerkstelligen in het aantal slecht geïsoleerde woningen dat de gemeente in de aanvraag heeft opgegeven op grond van artikel 4, tweede lid, onderdeel b;

    • b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 80% van de slecht geïsoleerde woningen waarbij de gemeente energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bewerkstelligt, een WOZ-waarde heeft die:

      • 1º. lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente, uitgaande van de waarde die is opgenomen in de laatste kolom van bijlage I; of

      • 2º. lager is dan € 429.300;

    • c. ten hoogste € 4.000 per woning te besteden aan energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, tenzij:

      in welk geval er geen maximumbedrag geldt dat ten behoeve van die woning kan worden besteed; en

    • d. de activiteiten waar de specifieke uitkering voor is verstrektuiterlijk op 31 december 2026 af te ronden en de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2026 volledig te besteden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt.

  • 2 De minister kan op gemotiveerd verzoek van het college de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde termijn, driemaal met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat de uitvoering van de activiteiten waar de specifieke uitkering voor is verstrekt niet binnen die termijn kan worden afgerond.

Artikel 7. Afwijzingsgronden

De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk af, voor zover het aangevraagde bedrag het bedrag overstijgt dat het college op grond van artikel 3 ten hoogste kan aanvragen.

Artikel 8. Informatievoorziening na uitkering

Het college van een gemeente die een specifieke uitkering ontvangt informeert de minister ieder jaar op uiterlijk 15 maart en 15 september over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt door een rapportage aan te leveren met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 9. Verantwoording, terugvordering en vaststelling

  • 2 Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, niet, niet volledig of onrechtmatig is besteed, dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld in artikel 6, of niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, bedoeld in het eerste lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, mededeling van de terugvordering aan het college.

  • 3 Indien niet voldaan is aan de informatieverplichting, bedoeld in artikel 8, kan de minister de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 4 De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk vast op 31 december van het jaar waarin het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.

  • 5 Indien de uiterlijke datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, of de op grond van artikel 6, tweede lid, verlengde termijn, is verstreken en het college geen eindverantwoording heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Lasten en bevelen dat deze regeling met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

H.M. de Jonge

Bijlage I. Met de bedragen, bedoeld in artikel 3, en gemiddelde woz-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°

Naam gemeente

Bedrag dat vanuit de 100 miljoen extra middelen wordt uitgekeerd in 2023

Bedrag dat maximaal in totaal wordt uitgekeerd in 2023

Bedrag dat maximaal wordt uitgekeerd in 2024

Totaal aantal woningen dat aangevraagd kan worden

Totaalbedrag dat aangevraagd kan worden

Gemiddelde WOZ-waarde koopwoningen 2022 (x € 1.000)

Aa en Hunze

€ 302.220

€ 699.340

€ 226.300

634

€ 925.640

340

Aalsmeer

€ 122.640

€ 284.700

€ 91.980

258

€ 376.680

498

Aalten

€ 316.820

€ 734.380

€ 237.980

666

€ 972.360

295

Achtkarspelen

€ 369.380

€ 855.560

€ 277.400

776

€ 1.132.960

270

Alblasserdam

€ 125.560

€ 290.540

€ 93.440

263

€ 383.980

327

Albrandswaard

€ 67.160

€ 154.760

€ 49.640

140

€ 204.400

419

Alkmaar

€ 670.140

€ 1.551.980

€ 502.240

1407

€ 2.054.220

346

Almelo

€ 608.820

€ 1.410.360

€ 456.980

1279

€ 1.867.340

281

Almere

€ 416.100

€ 965.060

€ 312.440

875

€ 1.277.500

348

Alphen aan den Rijn

€ 490.560

€ 1.137.340

€ 367.920

1031

€ 1.505.260

362

Alphen-Chaam

€ 77.380

€ 178.120

€ 58.400

162

€ 236.520

437

Altena

€ 372.300

€ 862.860

€ 278.860

782

€ 1.141.720

363

Ameland

€ 51.100

€ 118.260

€ 37.960

107

€ 156.220

351

Amersfoort

€ 440.920

€ 1.022.000

€ 331.420

927

€ 1.353.420

441

Amstelveen

€ 185.420

€ 429.240

€ 140.160

390

€ 569.400

608

Amsterdam

€ 1.086.240

€ 2.606.100

€ 865.780

2378

€ 3.471.880

582

Apeldoorn

€ 1.024.920

€ 2.372.500

€ 767.960

2151

€ 3.140.460

370

Arnhem

€ 560.640

€ 1.297.940

€ 420.480

1177

€ 1.718.420

348

Assen

€ 402.960

€ 934.400

€ 302.220

847

€ 1.236.620

286

Asten

€ 118.260

€ 273.020

€ 87.600

247

€ 360.620

411

Baarle-Nassau

€ 55.480

€ 127.020

€ 42.340

116

€ 169.360

403

Baarn

€ 151.840

€ 351.860

€ 112.420

318

€ 464.280

505

Barendrecht

€ 116.800

€ 270.100

€ 87.600

245

€ 357.700

409

Barneveld

€ 256.960

€ 595.680

€ 192.720

540

€ 788.400

439

Beek

€ 154.760

€ 359.160

€ 116.800

326

€ 475.960

290

Beekdaelen

€ 410.260

€ 950.460

€ 308.060

862

€ 1.258.520

296

Beesel

€ 129.940

€ 302.220

€ 97.820

274

€ 400.040

288

Berg en Dal

€ 261.340

€ 604.440

€ 197.100

549

€ 801.540

364

Bergeijk

€ 167.900

€ 389.820

€ 125.560

353

€ 515.380

424

Bergen (L.)

€ 150.380

€ 347.480

€ 113.880

316

€ 461.360

313

Bergen (NH.)

€ 243.820

€ 565.020

€ 183.960

513

€ 748.980

561

Bergen op Zoom

€ 423.400

€ 979.660

€ 318.280

889

€ 1.297.940

322

Berkelland

€ 432.160

€ 1.001.560

€ 324.120

908

€ 1.325.680

345

Bernheze

€ 205.860

€ 477.420

€ 154.760

433

€ 632.180

425

Best

€ 172.280

€ 398.580

€ 129.940

362

€ 528.520

404

Beuningen

€ 166.440

€ 385.440

€ 124.100

349

€ 509.540

375

Beverwijk

€ 217.540

€ 505.160

€ 163.520

458

€ 668.680

344

Bladel

€ 169.360

€ 392.740

€ 127.020

356

€ 519.760

410

Blaricum

€ 43.800

€ 102.200

€ 33.580

93

€ 135.780

867

Bloemendaal

€ 78.840

€ 182.500

€ 58.400

165

€ 240.900

985

Bodegraven-Reeuwijk

€ 197.100

€ 456.980

€ 147.460

414

€ 604.440

427

Boekel

€ 89.060

€ 205.860

€ 67.160

187

€ 273.020

383

Borger-Odoorn

€ 369.380

€ 855.560

€ 277.400

776

€ 1.132.960

285

Borne

€ 162.060

€ 375.220

€ 121.180

340

€ 496.400

354

Borsele

€ 226.300

€ 524.140

€ 169.360

475

€ 693.500

292

Boxtel

€ 191.260

€ 442.380

€ 143.080

401

€ 585.460

391

Breda

€ 838.040

€ 1.940.340

€ 627.800

1759

€ 2.568.140

426

Bronckhorst

€ 341.640

€ 791.320

€ 256.960

718

€ 1.048.280

399

Brummen

€ 167.900

€ 388.360

€ 125.560

352

€ 513.920

376

Brunssum

€ 348.940

€ 807.380

€ 262.800

733

€ 1.070.180

219

Bunnik

€ 74.460

€ 172.280

€ 55.480

156

€ 227.760

481

Bunschoten

€ 141.620

€ 327.040

€ 106.580

297

€ 433.620

409

Buren

€ 204.400

€ 473.040

€ 151.840

428

€ 624.880

420

Capelle aan den IJssel

€ 172.280

€ 398.580

€ 129.940

362

€ 528.520

336

Castricum

€ 259.880

€ 601.520

€ 195.640

546

€ 797.160

452

Coevorden

€ 427.780

€ 991.340

€ 321.200

899

€ 1.312.540

293

Cranendonck

€ 201.480

€ 465.740

€ 151.840

423

€ 617.580

368

Culemborg

€ 129.940

€ 302.220

€ 97.820

274

€ 400.040

354

Dalfsen

€ 224.840

€ 519.760

€ 169.360

472

€ 689.120

392

Dantumadiel

€ 254.040

€ 589.840

€ 191.260

535

€ 781.100

301

De Bilt

€ 186.880

€ 432.160

€ 140.160

392

€ 572.320

592

De Fryske Marren

€ 567.940

€ 1.315.460

€ 426.320

1193

€ 1.741.780

324

De Ronde Venen

€ 175.200

€ 405.880

€ 131.400

368

€ 537.280

509

De Wolden

€ 237.980

€ 550.420

€ 178.120

499

€ 728.540

371

Delft

€ 230.680

€ 534.360

€ 173.740

485

€ 708.100

404

Den Helder

€ 440.920

€ 1.020.540

€ 329.960

925

€ 1.350.500

223

Deurne

€ 227.760

€ 527.060

€ 170.820

478

€ 697.880

389

Deventer

€ 588.380

€ 1.362.180

€ 440.920

1235

€ 1.803.100

340

Diemen

€ 65.700

€ 151.840

€ 48.180

137

€ 200.020

467

Dijk en Waard

€ 496.400

€ 1.149.020

€ 373.760

1043

€ 1.522.780

350

Dinkelland

€ 267.180

€ 617.580

€ 200.020

560

€ 817.600

380

Doesburg

€ 70.080

€ 163.520

€ 52.560

148

€ 216.080

314

Doetinchem

€ 385.440

€ 892.060

€ 289.080

809

€ 1.181.140

317

Dongen

€ 192.720

€ 445.300

€ 144.540

404

€ 589.840

344

Dordrecht

€ 724.160

€ 1.676.080

€ 543.120

1520

€ 2.219.200

308

Drechterland

€ 167.900

€ 388.360

€ 125.560

352

€ 513.920

381

Drimmelen

€ 237.980

€ 550.420

€ 178.120

499

€ 728.540

376

Dronten

€ 188.340

€ 436.540

€ 140.160

395

€ 576.700

324

Druten

€ 110.960

€ 256.960

€ 83.220

233

€ 340.180

358

Duiven

€ 129.940

€ 300.760

€ 96.360

272

€ 397.120

328

Echt-Susteren

€ 362.080

€ 838.040

€ 271.560

760

€ 1.109.600

290

Edam-Volendam

€ 267.180

€ 619.040

€ 201.480

562

€ 820.520

393

Ede

€ 601.520

€ 1.394.300

€ 451.140

1264

€ 1.845.440

393

Eemnes

€ 45.260

€ 105.120

€ 35.040

96

€ 140.160

490

Eemsdelta

€ 588.380

€ 1.362.180

€ 440.920

1235

€ 1.803.100

218

Eersel

€ 129.940

€ 302.220

€ 97.820

274

€ 400.040

447

Eijsden-Margraten

€ 220.460

€ 511.000

€ 164.980

463

€ 675.980

346

Eindhoven

€ 775.260

€ 1.795.800

€ 582.540

1629

€ 2.378.340

394

Elburg

€ 164.980

€ 381.060

€ 124.100

346

€ 505.160

355

Emmen

€ 1.273.120

€ 2.947.740

€ 954.840

2673

€ 3.902.580

252

Enkhuizen

€ 140.160

€ 324.120

€ 105.120

294

€ 429.240

317

Enschede

€ 1.179.680

€ 2.731.660

€ 884.760

2477

€ 3.616.420

303

Epe

€ 255.500

€ 592.760

€ 191.260

537

€ 784.020

428

Ermelo

€ 167.900

€ 389.820

€ 125.560

353

€ 515.380

431

Etten-Leur

€ 235.060

€ 544.580

€ 176.660

494

€ 721.240

357

Geertruidenberg

€ 141.620

€ 327.040

€ 106.580

297

€ 433.620

337

Geldrop-Mierlo

€ 251.120

€ 581.080

€ 188.340

527

€ 769.420

384

Gemert-Bakel

€ 230.680

€ 534.360

€ 173.740

485

€ 708.100

391

Gennep

€ 138.700

€ 321.200

€ 103.660

291

€ 424.860

331

Gilze en Rijen

€ 167.900

€ 389.820

€ 125.560

353

€ 515.380

363

Goeree-Overflakkee

€ 332.880

€ 770.880

€ 249.660

699

€ 1.020.540

339

Goes

€ 274.480

€ 635.100

€ 205.860

576

€ 840.960

321

Goirle

€ 148.920

€ 344.560

€ 112.420

313

€ 456.980

402

Gooise Meren

€ 292.000

€ 677.440

€ 219.000

614

€ 896.440

634

Gorinchem

€ 122.640

€ 284.700

€ 91.980

258

€ 376.680

342

Gouda

€ 359.160

€ 832.200

€ 268.640

754

€ 1.100.840

331

Groningen

€ 840.960

€ 1.947.640

€ 632.180

1767

€ 2.579.820

338

Gulpen-Wittem

€ 140.160

€ 324.120

€ 105.120

294

€ 429.240

332

Haaksbergen

€ 213.160

€ 493.480

€ 159.140

447

€ 652.620

349

Haarlem

€ 772.340

€ 1.788.500

€ 579.620

1622

€ 2.368.120

514

Haarlemmermeer

€ 575.240

€ 1.331.520

€ 430.700

1207

€ 1.762.220

446

Halderberge

€ 235.060

€ 544.580

€ 176.660

494

€ 721.240

355

Hardenberg

€ 573.780

€ 1.328.600

€ 430.700

1205

€ 1.759.300

309

Harderwijk

€ 202.940

€ 468.660

€ 153.300

426

€ 621.960

380

Hardinxveld-Giessendam

€ 116.800

€ 270.100

€ 87.600

245

€ 357.700

335

Harlingen

€ 143.080

€ 329.960

€ 108.040

300

€ 438.000

255

Hattem

€ 99.280

€ 229.220

€ 75.920

209

€ 305.140

417

Heemskerk

€ 192.720

€ 445.300

€ 144.540

404

€ 589.840

401

Heemstede

€ 99.280

€ 229.220

€ 75.920

209

€ 305.140

734

Heerde

€ 157.680

€ 365.000

€ 119.720

332

€ 484.720

389

Heerenveen

€ 478.880

€ 1.109.600

€ 360.620

1007

€ 1.470.220

327

Heerlen

€ 687.660

€ 1.591.400

€ 515.380

1443

€ 2.106.780

219

Heeze-Leende

€ 102.200

€ 236.520

€ 75.920

214

€ 312.440

455

Heiloo

€ 156.220

€ 362.080

€ 118.260

329

€ 480.340

476

Hellendoorn

€ 354.780

€ 821.980

€ 267.180

746

€ 1.089.160

365

Helmond

€ 436.540

€ 1.010.320

€ 328.500

917

€ 1.338.820

349

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 141.620

€ 327.040

€ 106.580

297

€ 433.620

375

Hengelo

€ 605.900

€ 1.403.060

€ 455.520

1273

€ 1.858.580

300

Het Hogeland

€ 678.900

€ 1.572.420

€ 509.540

1426

€ 2.081.960

247

Heumen

€ 102.200

€ 236.520

€ 75.920

214

€ 312.440

400

Heusden

€ 275.940

€ 638.020

€ 207.320

579

€ 845.340

395

Hillegom

€ 137.240

€ 318.280

€ 102.200

288

€ 420.480

395

Hilvarenbeek

€ 105.120

€ 243.820

€ 80.300

222

€ 324.120

432

Hilversum

€ 473.040

€ 1.095.000

€ 354.780

993

€ 1.449.780

510

Hoeksche Waard

€ 592.760

€ 1.372.400

€ 445.300

1245

€ 1.817.700

347

Hof van Twente

€ 299.300

€ 693.500

€ 223.380

628

€ 916.880

352

Hollands Kroon

€ 443.840

€ 1.027.840

€ 334.340

933

€ 1.362.180

327

Hoogeveen

€ 480.340

€ 1.112.520

€ 360.620

1009

€ 1.473.140

266

Hoorn

€ 309.520

€ 716.860

€ 232.140

650

€ 949.000

338

Horst aan de Maas

€ 381.060

€ 883.300

€ 286.160

801

€ 1.169.460

326

Houten

€ 77.380

€ 178.120

€ 58.400

162

€ 236.520

475

Huizen

€ 160.600

€ 372.300

€ 119.720

337

€ 492.020

487

Hulst

€ 318.280

€ 737.300

€ 239.440

669

€ 976.740

276

IJsselstein

€ 109.500

€ 254.040

€ 81.760

230

€ 335.800

404

Kaag en Braassem

€ 125.560

€ 290.540

€ 93.440

263

€ 383.980

439

Kampen

€ 378.140

€ 874.540

€ 283.240

793

€ 1.157.780

322

Kapelle

€ 110.960

€ 256.960

€ 83.220

233

€ 340.180

320

Katwijk

€ 249.660

€ 578.160

€ 186.880

524

€ 765.040

414

Kerkrade

€ 383.980

€ 889.140

€ 289.080

807

€ 1.178.220

211

Koggenland

€ 185.420

€ 429.240

€ 140.160

390

€ 569.400

366

Krimpen aan den IJssel

€ 137.240

€ 318.280

€ 102.200

288

€ 420.480

365

Krimpenerwaard

€ 344.560

€ 798.620

€ 258.420

724

€ 1.057.040

382

Laarbeek

€ 194.180

€ 449.680

€ 146.000

408

€ 595.680

389

Land van Cuijk

€ 712.480

€ 1.649.800

€ 534.360

1496

€ 2.184.160

346

Landgraaf

€ 395.660

€ 916.880

€ 296.380

831

€ 1.213.260

247

Landsmeer

€ 56.940

€ 132.860

€ 42.340

120

€ 175.200

562

Lansingerland

€ 192.720

€ 446.760

€ 146.000

406

€ 592.760

453

Laren

€ 65.700

€ 151.840

€ 48.180

137

€ 200.020

929

Leeuwarden

€ 1.087.700

€ 2.519.960

€ 816.140

2285

€ 3.336.100

268

Leiden

€ 376.680

€ 871.620

€ 281.780

790

€ 1.153.400

454

Leiderdorp

€ 97.820

€ 226.300

€ 74.460

206

€ 300.760

414

Leidschendam-Voorburg

€ 303.680

€ 703.720

€ 229.220

639

€ 932.940

422

Lelystad

€ 340.180

€ 786.940

€ 255.500

714

€ 1.042.440

307

Leudal

€ 424.860

€ 984.040

€ 318.280

892

€ 1.302.320

307

Leusden

€ 121.180

€ 280.320

€ 91.980

255

€ 372.300

437

Lingewaard

€ 328.500

€ 760.660

€ 245.280

689

€ 1.005.940

366

Lisse

€ 115.340

€ 267.180

€ 86.140

242

€ 353.320

416

Lochem

€ 278.860

€ 645.320

€ 208.780

585

€ 854.100

432

Loon op Zand

€ 138.700

€ 321.200

€ 103.660

291

€ 424.860

360

Lopik

€ 93.440

€ 217.540

€ 70.080

197

€ 287.620

424

Losser

€ 230.680

€ 534.360

€ 173.740

485

€ 708.100

335

Maasdriel

€ 186.880

€ 432.160

€ 140.160

392

€ 572.320

388

Maasgouw

€ 273.020

€ 632.180

€ 204.400

573

€ 836.580

295

Maashorst

€ 346.020

€ 801.540

€ 259.880

727

€ 1.061.420

395

Maassluis

€ 108.040

€ 251.120

€ 80.300

227

€ 331.420

322

Maastricht

€ 433.620

€ 1.004.480

€ 325.580

911

€ 1.330.060

353

Medemblik

€ 376.680

€ 871.620

€ 281.780

790

€ 1.153.400

369

Meerssen

€ 200.020

€ 462.820

€ 150.380

420

€ 613.200

341

Meierijstad

€ 503.700

€ 1.166.540

€ 379.600

1059

€ 1.546.140

394

Meppel

€ 242.360

€ 562.100

€ 182.500

510

€ 744.600

308

Middelburg

€ 391.280

€ 906.660

€ 294.920

823

€ 1.201.580

281

Midden-Delfland

€ 65.700

€ 151.840

€ 48.180

137

€ 200.020

470

Midden-Drenthe

€ 343.100

€ 795.700

€ 256.960

721

€ 1.052.660

305

Midden-Groningen

€ 763.580

€ 1.769.520

€ 573.780

1605

€ 2.343.300

247

Moerdijk

€ 277.400

€ 642.400

€ 207.320

582

€ 849.720

322

Molenlanden

€ 268.640

€ 623.420

€ 201.480

565

€ 824.900

397

Montferland

€ 334.340

€ 773.800

€ 251.120

702

€ 1.024.920

297

Montfoort

€ 87.600

€ 202.940

€ 65.700

184

€ 268.640

408

Mook en Middelaar

€ 51.100

€ 118.260

€ 37.960

107

€ 156.220

390

Neder-Betuwe

€ 147.460

€ 341.640

€ 110.960

310

€ 452.600

356

Nederweert

€ 127.020

€ 293.460

€ 94.900

266

€ 388.360

357

Nieuwegein

€ 208.780

€ 483.260

€ 157.680

439

€ 640.940

337

Nieuwkoop

€ 154.760

€ 359.160

€ 116.800

326

€ 475.960

421

Nijkerk

€ 220.460

€ 511.000

€ 164.980

463

€ 675.980

433

Nijmegen

€ 589.840

€ 1.365.100

€ 442.380

1238

€ 1.807.480

395

Nissewaard

€ 391.280

€ 906.660

€ 294.920

823

€ 1.201.580

285

Noardeast-Fryslân

€ 665.760

€ 1.541.760

€ 500.780

1399

€ 2.042.540

266

Noord-Beveland

€ 112.420

€ 259.880

€ 84.680

236

€ 344.560

287

Noordenveld

€ 332.880

€ 770.880

€ 249.660

699

€ 1.020.540

342

Noordoostpolder

€ 321.200

€ 744.600

€ 240.900

675

€ 985.500

302

Noordwijk

€ 217.540

€ 502.240

€ 163.520

456

€ 665.760

506

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

€ 125.560

€ 290.540

€ 93.440

263

€ 383.980

454

Nunspeet

€ 185.420

€ 429.240

€ 140.160

390

€ 569.400

412

Oegstgeest

€ 75.920

€ 175.200

€ 56.940

159

€ 232.140

572

Oirschot

€ 154.760

€ 357.700

€ 115.340

324

€ 473.040

455

Oisterwijk

€ 198.560

€ 459.900

€ 148.920

417

€ 608.820

479

Oldambt

€ 592.760

€ 1.372.400

€ 445.300

1245

€ 1.817.700

239

Oldebroek

€ 134.320

€ 310.980

€ 100.740

282

€ 411.720

375

Oldenzaal

€ 229.220

€ 531.440

€ 172.280

482

€ 703.720

336

Olst-Wijhe

€ 138.700

€ 321.200

€ 103.660

291

€ 424.860

371

Ommen

€ 151.840

€ 351.860

€ 112.420

318

€ 464.280

361

Oost Gelre

€ 296.380

€ 686.200

€ 223.380

623

€ 909.580

288

Oosterhout

€ 297.840

€ 689.120

€ 224.840

626

€ 913.960

360

Ooststellingwerf

€ 341.640

€ 789.860

€ 256.960

717

€ 1.046.820

309

Oostzaan

€ 55.480

€ 127.020

€ 42.340

116

€ 169.360

482

Opmeer

€ 97.820

€ 226.300

€ 74.460

206

€ 300.760

358

Opsterland

€ 341.640

€ 789.860

€ 256.960

717

€ 1.046.820

325

Oss

€ 553.340

€ 1.281.880

€ 416.100

1163

€ 1.697.980

350

Oude IJsselstreek

€ 420.480

€ 973.820

€ 315.360

883

€ 1.289.180

313

Ouder-Amstel

€ 30.660

€ 71.540

€ 24.820

66

€ 96.360

619

Oudewater

€ 55.480

€ 129.940

€ 42.340

118

€ 172.280

415

Overbetuwe

€ 283.240

€ 655.540

€ 213.160

595

€ 868.700

375

Papendrecht

€ 170.820

€ 395.660

€ 128.480

359

€ 524.140

323

Peel en Maas

€ 354.780

€ 821.980

€ 267.180

746

€ 1.089.160

332

Pekela

€ 214.620

€ 496.400

€ 160.600

450

€ 657.000

192

Pijnacker-Nootdorp

€ 140.160

€ 324.120

€ 105.120

294

€ 429.240

448

Purmerend

€ 383.980

€ 889.140

€ 289.080

807

€ 1.178.220

381

Putten

€ 157.680

€ 365.000

€ 119.720

332

€ 484.720

482

Raalte

€ 267.180

€ 617.580

€ 200.020

560

€ 817.600

363

Reimerswaal

€ 229.220

€ 529.980

€ 172.280

481

€ 702.260

266

Renkum

€ 110.960

€ 256.960

€ 83.220

233

€ 340.180

411

Renswoude

€ 24.820

€ 56.940

€ 18.980

52

€ 75.920

448

Reusel-De Mierden

€ 110.960

€ 256.960

€ 83.220

233

€ 340.180

417

Rheden

€ 347.480

€ 804.460

€ 261.340

730

€ 1.065.800

347

Rhenen

€ 118.260

€ 274.480

€ 89.060

249

€ 363.540

424

Ridderkerk

€ 243.820

€ 565.020

€ 183.960

513

€ 748.980

330

Rijssen-Holten

€ 273.020

€ 632.180

€ 204.400

573

€ 836.580

356

Rijswijk

€ 153.300

€ 354.780

€ 113.880

321

€ 468.660

387

Roerdalen

€ 267.180

€ 617.580

€ 200.020

560

€ 817.600

285

Roermond

€ 385.440

€ 892.060

€ 289.080

809

€ 1.181.140

298

Roosendaal

€ 543.120

€ 1.258.520

€ 407.340

1141

€ 1.665.860

310

Rotterdam

€ 1.703.820

€ 3.944.920

€ 1.278.960

3578

€ 5.223.880

364

Rozendaal

€ 5.840

€ 14.600

€ 5.840

14

€ 20.440

646

Rucphen

€ 216.080

€ 499.320

€ 162.060

453

€ 661.380

364

Schagen

€ 375.220

€ 868.700

€ 281.780

788

€ 1.150.480

349

Scherpenzeel

€ 89.060

€ 205.860

€ 67.160

187

€ 273.020

383

Schiedam

€ 303.680

€ 703.720

€ 229.220

639

€ 932.940

309

Schiermonnikoog

€ 11.680

€ 27.740

€ 8.760

25

€ 36.500

387

Schouwen-Duiveland

€ 350.400

€ 811.760

€ 261.340

735

€ 1.073.100

347

's-Gravenhage

€ 1.746.160

€ 4.044.200

€ 1.311.080

3668

€ 5.355.280

425

's-Hertogenbosch

€ 565.020

€ 1.308.160

€ 423.400

1186

€ 1.731.560

419

Simpelveld

€ 108.040

€ 251.120

€ 80.300

227

€ 331.420

256

Sint-Michielsgestel

€ 223.380

€ 516.840

€ 167.900

469

€ 684.740

442

Sittard-Geleen

€ 871.620

€ 2.017.720

€ 654.080

1830

€ 2.671.800

265

Sliedrecht

€ 143.080

€ 329.960

€ 108.040

300

€ 438.000

308

Sluis

€ 278.860

€ 646.780

€ 210.240

587

€ 857.020

294

Smallingerland

€ 465.740

€ 1.077.480

€ 348.940

977

€ 1.426.420

285

Soest

€ 217.540

€ 505.160

€ 163.520

458

€ 668.680

469

Someren

€ 134.320

€ 310.980

€ 100.740

282

€ 411.720

402

Son en Breugel

€ 84.680

€ 197.100

€ 62.780

178

€ 259.880

446

Stadskanaal

€ 446.760

€ 1.035.140

€ 334.340

938

€ 1.369.480

246

Staphorst

€ 103.660

€ 239.440

€ 77.380

217

€ 316.820

345

Stede Broec

€ 181.040

€ 420.480

€ 135.780

381

€ 556.260

325

Steenbergen

€ 204.400

€ 473.040

€ 151.840

428

€ 624.880

320

Steenwijkerland

€ 442.380

€ 1.024.920

€ 332.880

930

€ 1.357.800

319

Stein

€ 318.280

€ 737.300

€ 239.440

669

€ 976.740

272

Stichtse Vecht

€ 283.240

€ 655.540

€ 213.160

595

€ 868.700

453

Súdwest-Fryslân

€ 963.600

€ 2.232.340

€ 722.700

2024

€ 2.955.040

295

Terneuzen

€ 601.520

€ 1.392.840

€ 449.680

1262

€ 1.842.520

244

Terschelling

€ 45.260

€ 105.120

€ 35.040

96

€ 140.160

434

Texel

€ 156.220

€ 362.080

€ 118.260

329

€ 480.340

378

Teylingen

€ 159.140

€ 369.380

€ 119.720

335

€ 489.100

467

Tholen

€ 259.880

€ 601.520

€ 195.640

546

€ 797.160

257

Tiel

€ 220.460

€ 511.000

€ 164.980

463

€ 675.980

316

Tilburg

€ 1.036.600

€ 2.400.240

€ 776.720

2176

€ 3.176.960

339

Tubbergen

€ 160.600

€ 372.300

€ 119.720

337

€ 492.020

400

Twenterand

€ 312.440

€ 722.700

€ 235.060

656

€ 957.760

324

Tynaarlo

€ 324.120

€ 750.440

€ 243.820

681

€ 994.260

381

Tytsjerksteradiel

€ 440.920

€ 1.020.540

€ 329.960

925

€ 1.350.500

283

Uitgeest

€ 74.460

€ 172.280

€ 55.480

156

€ 227.760

408

Uithoorn

€ 100.740

€ 233.600

€ 74.460

211

€ 308.060

420

Urk

€ 118.260

€ 274.480

€ 89.060

249

€ 363.540

314

Utrecht

€ 763.580

€ 1.769.520

€ 573.780

1605

€ 2.343.300

488

Utrechtse Heuvelrug

€ 254.040

€ 589.840

€ 191.260

535

€ 781.100

507

Vaals

€ 75.920

€ 175.200

€ 56.940

159

€ 232.140

274

Valkenburg aan de Geul

€ 141.620

€ 327.040

€ 106.580

297

€ 433.620

331

Valkenswaard

€ 192.720

€ 446.760

€ 146.000

406

€ 592.760

390

Veendam

€ 385.440

€ 892.060

€ 289.080

809

€ 1.181.140

212

Veenendaal

€ 245.280

€ 567.940

€ 185.420

516

€ 753.360

366

Veere

€ 252.580

€ 584.000

€ 189.800

530

€ 773.800

360

Veldhoven

€ 245.280

€ 567.940

€ 185.420

516

€ 753.360

435

Velsen

€ 341.640

€ 789.860

€ 256.960

717

€ 1.046.820

431

Venlo

€ 779.640

€ 1.806.020

€ 585.460

1638

€ 2.391.480

290

Venray

€ 293.460

€ 680.360

€ 220.460

617

€ 900.820

323

Vijfheerenlanden

€ 303.680

€ 702.260

€ 227.760

637

€ 930.020

389

Vlaardingen

€ 316.820

€ 734.380

€ 237.980

666

€ 972.360

307

Vlieland

€ 5.840

€ 13.140

€ 4.380

12

€ 17.520

419

Vlissingen

€ 363.540

€ 840.960

€ 273.020

763

€ 1.113.980

247

Voerendaal

€ 119.720

€ 277.400

€ 90.520

252

€ 367.920

319

Voorne aan Zee

€ 367.920

€ 852.640

€ 275.940

773

€ 1.128.580

361*

Voorschoten

€ 93.440

€ 217.540

€ 70.080

197

€ 287.620

506

Voorst

€ 189.800

€ 439.460

€ 141.620

398

€ 581.080

419

Vught

€ 140.160

€ 324.120

€ 105.120

294

€ 429.240

533

Waadhoeke

€ 626.340

€ 1.451.240

€ 470.120

1316

€ 1.921.360

239

Waalre

€ 110.960

€ 256.960

€ 83.220

233

€ 340.180

481

Waalwijk

€ 353.320

€ 819.060

€ 265.720

743

€ 1.084.780

349

Waddinxveen

€ 138.700

€ 321.200

€ 103.660

291

€ 424.860

372

Wageningen

€ 93.440

€ 217.540

€ 70.080

197

€ 287.620

433

Wassenaar

€ 78.840

€ 182.500

€ 58.400

165

€ 240.900

836

Waterland

€ 115.340

€ 267.180

€ 86.140

242

€ 353.320

471

Weert

€ 433.620

€ 1.004.480

€ 325.580

911

€ 1.330.060

317

West Betuwe

€ 348.940

€ 807.380

€ 262.800

733

€ 1.070.180

393

West Maas en Waal

€ 162.060

€ 375.220

€ 121.180

340

€ 496.400

368

Westerkwartier

€ 708.100

€ 1.639.580

€ 531.440

1487

€ 2.171.020

300

Westerveld

€ 217.540

€ 502.240

€ 163.520

456

€ 665.760

365

Westervoort

€ 73.000

€ 169.360

€ 55.480

154

€ 224.840

306

Westerwolde

€ 442.380

€ 1.024.920

€ 332.880

930

€ 1.357.800

274

Westland

€ 500.780

€ 1.159.240

€ 375.220

1051

€ 1.534.460

424

Weststellingwerf

€ 312.440

€ 722.700

€ 235.060

656

€ 957.760

308

Wierden

€ 207.320

€ 480.340

€ 156.220

436

€ 636.560

379

Wijchen

€ 254.040

€ 589.840

€ 191.260

535

€ 781.100

362

Wijdemeren

€ 154.760

€ 359.160

€ 116.800

326

€ 475.960

553

Wijk bij Duurstede

€ 96.360

€ 223.380

€ 73.000

203

€ 296.380

397

Winterswijk

€ 316.820

€ 734.380

€ 237.980

666

€ 972.360

290

Woensdrecht

€ 219.000

€ 508.080

€ 164.980

461

€ 673.060

325

Woerden

€ 224.840

€ 519.760

€ 169.360

472

€ 689.120

414

Wormerland

€ 105.120

€ 242.360

€ 78.840

220

€ 321.200

410

Woudenberg

€ 74.460

€ 172.280

€ 55.480

156

€ 227.760

439

Zaanstad

€ 842.420

€ 1.950.560

€ 632.180

1769

€ 2.582.740

369

Zaltbommel

€ 175.200

€ 405.880

€ 131.400

368

€ 537.280

370

Zandvoort

€ 93.440

€ 217.540

€ 70.080

197

€ 287.620

537

Zeewolde

€ 43.800

€ 100.740

€ 32.120

91

€ 132.860

371

Zeist

€ 210.240

€ 487.640

€ 157.680

442

€ 645.320

586

Zevenaar

€ 421.940

€ 976.740

€ 316.820

886

€ 1.293.560

313

Zoetermeer

€ 299.300

€ 693.500

€ 223.380

628

€ 916.880

350

Zoeterwoude

€ 48.180

€ 112.420

€ 36.500

102

€ 148.920

447

Zuidplas

€ 176.660

€ 408.800

€ 132.860

371

€ 541.660

402

Zundert

€ 192.720

€ 445.300

€ 144.540

404

€ 589.840

389

Zutphen

€ 305.140

€ 706.640

€ 230.680

642

€ 937.320

314

Zwartewaterland

€ 162.060

€ 375.220

€ 121.180

340

€ 496.400

299

Zwijndrecht

€ 254.040

€ 586.920

€ 191.260

533

€ 778.180

316

Zwolle

€ 484.720

€ 1.122.740

€ 363.540

1018

€ 1.486.280

374

*Voorne aan Zee is samengesteld uit de voormalige gemeente Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. De gemiddelde WOZ waarde is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van het aantal koopwoningen in deze voormalige gemeenten.

Naar boven