Paragraaf 1. – Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Schenkingsarrangement: Een arrangement tussen Invest International Public Programmes BV (hierna: Invest)
namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (de Minister)
en de ontvangende overheid in het buitenland waarin de concrete voorwaarden voor en
de afspraken over de op grond van deze beleidsregels verstrekte schenking zijn vastgesteld.
Onderdeel van het schenkingsarrangement is een in de loop van het project nader uit
te werken implementatieplan, waarin onder meer het project nader staat beschreven
en waarin haalbaarheidsstudies (inclusief Environmental and Social Impact Assessment,
ESIA), project- en financieringsplan zijn opgenomen voor de implementatie van het
project.
Ontvangende overheid: Het deel van de centrale overheid welke in het schenkingsarrangement is aangewezen
als begunstigde van de schenking; de ontvangende overheid is in bestuurlijke en/of
financiële zin hoofdverantwoordelijk voor het betreffende project.
Bevoegd gezag: Het bestuursorgaan, het overheidsbedrijf of de exploitatiemaatschappij, die door
de centrale overheid is aangewezen als te zijn bevoegd om over de betreffende publieke
infrastructuur te beschikken. Het bevoegd gezag kan in verschillende fasen van het
project door verschillende partijen worden gevormd en kan ook de centrale overheid
zijn.
Project: Een project betreft de realisatie van publieke infrastructuur en omvat zowel de implementatie
als de operation and maintainance daarvan, die met behulp van een DRIVE-bijdrage tot stand komt in een land van de DRIVE
landenlijst (zie bijlage 1).
Paragraaf 4. – Uitvoering
De Minister draagt de uitvoering van deze beleidsregels op aan Invest en heeft Invest
daartoe een passend mandaat en volmacht verstrekt. Invest werkt bij de toepassing
van deze beleidsregels onder verantwoordelijkheid van de Minister. Invest is een 100%
dochter van Invest International. Invest International is een privaatrechtelijke organisatie
waarvan het Ministerie van Financiën 51% van de aandelen bezit.
Uitvoering van DRIVE door Invest betreft de taak neergelegd in art. 4, lid 1, sub d, van de Machtigingswet Invest International: “het krachtens een daartoe door Onze Minister verleende volmacht verrichten van
rechtshandelingen en daarmee samenhangende werkzaamheden met het oog op het ten laste
van de begroting van Onze Minister verstrekken van financiële middelen aan overheidsorganen
in ontwikkelingslanden en aan organisaties, anders dan als betaling voor aan Onze
Minister geleverde goederen of diensten.” Op grond van deze wet dient Invest bij het uitvoeren van DRIVE te bewaken dat regels m.b.t. staatssteun
nageleefd worden en dat de diensten van Invest als publieke financiële instelling
additioneel zijn aan de markt.
Eventuele door Invest op te stellen nadere uitvoeringskaders passen binnen deze beleidsregels
en worden afgestemd met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, inclusief de wijze
waarop Invest bekendheid zal geven aan dergelijke uitvoeringskaders.
Paragraaf 5. – Vereisten waaraan een project moet voldoen
Projecten als bedoeld in deze beleidsregels dienen bij te dragen aan de realisatie
van publieke infrastructuur die uiteindelijk voldoen aan de volgende vereisten:
5.1. Landenlijst, schenkingspercentage, additionaliteit
Het project wordt aangelegd in een van de landen op de lijst opgenomen in de bij deze
beleidsregels behorende bijlage 1. Bij wijze van uitzondering en om gegronde redenen
(bijv. kans om een innovatieve groene oplossing voor infrastructuur toe te passen)
kan afgeweken worden van deze lijst. Hierbij geldt dat ten minste 80% van de committeringen
gedurende de looptijd van deze beleidsregels worden gedaan ten behoeve van de aanleg
van projecten in de landenlijst (bijlage 1). Langs die weg zal maximaal 20% van de
committeringen gedurende de looptijd van deze beleidsregels kunnen worden ingezet
ten behoeve van de aanleg van projecten in landen buiten de landenlijst, mits het
gaat om ODA-landen conform de OESO DAC.
De financieringsmogelijkheden vanuit DRIVE zijn bedoeld voor middelgrote infrastructuurprojecten.
De maximale schenking per project bedraagt EUR 75 mln. waarbij de maximale gemiddelde
schenking gedurende de looptijd van deze beleidsregels EUR 50 mln. bedraagt.
DRIVE verleent een schenking tot maximaal 50% van het projectbudget, zijnde de totale
kosten voor de uitvoering van het project (exclusief financieringskosten). Deze beperking
geldt niet voor de situatie van DRIVE bekostiging van de meerkosten van een groene
infra-oplossing (zie par 2.5) en de bekostiging van een viability gap (zie par 5.5).
Bovenop de genoemde 50% kan DRIVE ook de financieringskosten voor rekening nemen.
Financieringskosten omvatten eenmalige kosten (dus niet reguliere kosten zoals rentebetalingen)
die gemaakt worden om zowel de kredietverschaffer als de kredietnemer beter in staat
te stellen te komen tot een leningsovereenkomst. Een kredietverschaffer vraagt vaak
om verzekering voor fabricage-, commerciële en of politieke risico’s. Een kredietnemer
kan bijv. vragen om dekking van valutarisico’s.
Bij het vaststellen van het schenkingspercentage wordt niet in strijd gehandeld met
OESO-regels m.b.t. concessionele financiering.
De te verstrekken middelen via het schenkingsarrangement zijn additioneel aan de markt
en concurreren niet met bestaande commerciële financiers (geen ‘crowding-out’ effecten).
5.2. Ontwikkelingsrelevantie
Het projectvoorstel wordt getoetst op ontwikkelingsrelevantie, waarbij de projectinformatie
en de lokale context worden betrokken.
Projectvoorstellen worden wat betreft ontwikkelingsrelevantie beoordeeld op basis
van onderstaande doelstellingen. Daarbij geldt dat de score op elk van de doelstellingen
tenminste voldoende moet zijn.
-
• Het project levert een positieve bijdrage aan privatesectorontwikkeling, dat wil zeggen
dat de publieke infrastructuur via het verbeteren van het ondernemingsklimaat bijdraagt
aan inclusieve groei door lokaal ondernemerschap en toegenomen werkgelegenheid en
productiviteit waardoor mensen kunnen voorzien in hun eigen levensbehoefte.
-
• Het project past binnen de beleidsdoelstellingen van het land of de regio in kwestie
en voorziet in dat opzicht in de behoefte van de beoogde eindgebruikers zodat er sprake
is van eigenaarschap en draagvlak (zie ook 5.3.c).
-
• De impact van de aanleg van het project weegt in kwalitatief en kwantitatief opzicht
op tegen de kosten die hiervoor worden gemaakt. Daarbij staat value for money centraal.
-
• Het project is duurzaam in de breedste zin van het woord, dat wil zeggen dat het project
technisch, institutioneel, financieel, juridisch, sociaal en ecologisch duurzaam is
en bestand tegen de effecten van klimaatverandering. Daarbij is ook oog voor lokale
content en duurzame overdracht van kennis en vaardigheden, waarbij er sprake moet zijn van
voldoende commitment en capaciteit bij betrokken partijen, dan wel een plan van aanpak om dit op niveau
te brengen.
5.3. Programmatische samenhang
Er is in het project sprake van een programmatische aanpak door:
-
a. focus: de aan te leggen infrastructuur draagt niet alleen bij aan de ontwikkeling
van de private sector, maar is ook ondersteunend aan andere sectoren, bij voorkeur
voedselzekerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheidszorg en rechten of aan
de Nederlandse doelstelling ter bevordering van klimaatrelevante investeringen;
-
b. synergie: de aan te leggen infrastructuur is ondersteunend aan en/of bouwt voort op
de Nederlandse agenda voor hulp, handel en investeringen, bijvoorbeeld door aan te
sluiten bij reeds ontplooide initiatieven in het kader van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.
-
c. samenhang: het project sluit aan op beleid van de ontvangende overheid zoals bijvoorbeeld
neergelegd in nationale beleidsplannen.
5.4. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)
Het Project wordt uitgevoerd met in achtneming van de IFC Environmental and Social
Performance Standards en de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.
Het bevorderen van de naleving van de OESO IMVO-richtlijnen is een vereiste van DRIVE.
Daarom is van belang dat bij de inzet van DRIVE-middelen binnen het project en door
de betrokken en uitvoerende partijen, met name contractanten, deze OESO richtlijnen
worden opgevolgd. Deze richtlijnen gaan in op arbeid(somstandigheden), belastingen,
consumentenbelangen, corruptiebestrijding, informatieverstrekking, mededinging, mensenrechten,
milieu, uitgangspunten & ketenbeheer, wetenschap & technologie. Het schenkingsarrangement
zal derhalve een afspraak bevatten waarin de ontvangende overheid akkoord gaat met
de naleving van deze richtlijnen voor ontwikkeling en uitvoering van het project.
Op grond daarvan zullen de richtlijnen onderdeel moeten zijn van aanbestedingen voor
het project.
In het kader van DRIVE zullen geen activiteiten worden gefinancierd die op de Invest
International uitsluitingslijst worden genoemd; zie hiervoor www.investinternational.nl. Voor evt. aanpassing van deze lijst stemt Invest dit af met de Minister.
5.5. Aanbesteding en gunning
Inkoop van goederen, werken en diensten in het kader van het project waarop de DRIVE-aanvraag
betrekking heeft zal op een transparante en competitieve wijze plaatsvinden, in overeenstemming
met de wetgeving van de ontvangende overheid en de OESO Good Procurement Practices for Official Development Assistance. Tevens moeten de aanbestedingsprocedures voorzien in beoordeling op kwaliteits-
en duurzaamheidsaspecten. De ontvangende overheid bepaalt samen met Invest per project
de meest geschikte wijze van aanbesteding en gunning om optimale impact en een efficiënte
totstandkoming van de beoogde publieke infrastructuur tot stand te brengen.
Bij aanbestedingsprocedures in landen waarvoor dit volgens de OESO-DAC Recommendation
on Untying ODA is toegestaan2 kan door het ontvangende land gekozen worden voor een gebonden aanbestedingsprocedure,
in lijn met de OESO-regelgeving en WTO regelgeving, indien dit juridisch is toegestaan
in het desbetreffende land.
Invest International kan bij aanbestedingsprocedures in landen waarvoor dit volgens
de OESO-DAC Recommendation on Untying ODA is toegestaan, het ontvangende land verzoeken
te kiezen voor een gebonden aanbestedingsprocedure, in lijn met de OESO-regelgeving
en WTO regelgeving. In een dergelijke gebonden aanbestedingsprocedure dient de voorwaarde
te worden opgenomen, dat een nader te bepalen percentage van ten minste 35% van de
aanbesteding ten goede komt aan de Nederlandse economie (berekend aan de hand van
de Atradius DSB-methodologie)3.
Als het van toegevoegde waarde is voor de ontwikkelingsimpact van een project kan
van internationale aanbestedingsprocedures worden afgeweken. Gunning vindt idealiter
plaats op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij aspecten als value for money en life cycle cost een rol krijgen. Daarbij wordt indien gewenst aanbesteed op basis van concept design in plaats van detailed design, en worden contractvormen als design and build, design, build and maintenance of design, build, finance and maintenance overwogen.
In de contracten worden eisen gesteld aan ecologische en sociale duurzaamheid, impact
op duurzame economische ontwikkeling en IMVO; zie ook par. 5.4.
Invest toetst de wijze waarop beoordeling van offertes op value-for-money wordt gewaarborgd.
De totstandkoming van PPP’s wordt gestimuleerd als dat van toegevoegde waarde is.
Bij schenkingen in het kader van DRIVE kan bij PPP-projecten o.a. een bijdrage worden
geleverd om de totale opbrengsten en kosten van het project met elkaar in evenwicht
te brengen en daarmee het project mogelijk te maken (zgn Viability Gap Funding). In
samenhang met de wetgeving m.b.t. PPP’s in het ontvangende land behoort in het kader
van DRIVE volledige financiering van de viability gap tot de mogelijkheden.
In het kader van Know-Your-Customer beleid zal in schenkingsarrangementen een afspraak worden gemaakt op basis waarvan
Invest opdrachtnemers tegen het licht zal houden.
Paragraaf 6. – Uitvoering van het project
6.1. Implementatieplan
Een schenkingsarrangement zal ook afspraken bevatten over de uitwerking van een implementatieplan.
Nadat het schenkingsarrangement is getekend wordt het implementatieplan verder uitgewerkt
door de partijen bij het schenkingsarrangement en kan het project van start gaan.
Het implementatieplan reguleert o.a. de inkoop (zie 6.2) en zal bepalen hoe het toezicht
op de implementatie wordt geregeld. In veel gevallen zal het toezicht op naleving
van het uitvoeringscontract (c.q. het contract tussen de ontvangende overheid en de
aannemer die het project ten uitvoering brengt) worden uitgeoefend door een (onafhankelijke)
engineer of employers representative, die zal rapporteren aan het bevoegd gezag en aan Invest (en de andere financiers).
6.2. Inkoop van goederen en diensten i.h.k.v. ketenverantwoordelijkheid
In het kader van ketenverantwoordelijkheid dient de inkoop van goederen, werken en
diensten door de ontvangende overheid en de geselecteerde aannemer die het project
uitvoert tijdens de realisatiefase van het project te voldoen aan de wetgeving van
het betreffende land en de OESO Good Procurement Practices for Official Development Assistance. Bij de selectie van een leverancier zal ook aandacht zijn voor kwaliteits- en duurzaamheidsaspecten
van de te leveren goederen en diensten.
Tijdens het inkoopproces zullen de afzonderlijke stappen aan Invest worden voorgelegd
om een verklaring van geen bezwaar voor de gunning af te geven (zogeheten sono-procedure).
6.3. Toezicht gedurende de uitvoering van het project
Kwalitatief toezicht op de uitvoering van het project is essentieel. Toezicht houdt
in dit verband in: toezicht op de uitvoering, kwaliteitscontrole op de uitvoering
en voortgangscontrole op de uitvoering van het project, inclusief daarin gestelde
milieu en sociale vereisten. De ontvangende overheid dient er daarom op toe te zien
dat er kwalitatief toezicht op de uitvoering van het project plaatsvindt. Toezicht
vindt bij voorkeur plaats door een onafhankelijke derde partij.
6.4. Eindverantwoording
De ontvangende overheid is verplicht binnen zes maanden na voltooiing van de werkzaamheden
zoals vastgelegd in het schenkingsarrangement in het kader van het project bij Invest
een eindverantwoording in te dienen waaruit inhoudelijk en financieel een goed beeld
van de gehele projectuitvoering kan worden gevormd.
Paragraaf 8. – Verantwoordelijkheid
De ontvangende overheid is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project.
Invest keurt geen activiteiten of documenten goed, maar geeft slechts in voorkomende
gevallen, zoals in relatie tot inkoop (zie paragraaf 6.2) een verklaring van geen
bezwaar af. Acceptatie door Invest van activiteiten en documenten met betrekking tot
het project door middel van een dergelijke verklaring heeft slechts een betekenis
in relatie tot de verstrekking van de schenking.
De Minister draagt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid tegenover een derde
partij voor projecten of activiteiten die zijn uitgevoerd voortvloeiend uit een schenkingsarrangement.
Paragraaf 11. – Geschillen
In het schenkingsarrangement worden afspraken opgenomen over beslechting van eventuele
geschillen. Indien enig geschil ontstaat tussen enerzijds de Minister en anderzijds
de ontvangende overheid over de interpretatie, toepassing of implementatie van het
Schenkingsarrangement dat niet in der minne kan worden opgelost, kan elk der participanten
de andere participant uitnodigen tot beslechting van het geschil onder de ‘Permanent
Court of Arbitration Optional Conciliation Rules’, zoals die gelden ten tijde van
de datum van het aangaan van het betreffende Schenkingsarrangement. Het aantal bemiddelaars
wordt bepaald op een (1).
Paragraaf 12. – Rangorde der documenten
Indien in deze beleidsregels wordt verwezen naar documenten waarin internationale
beleidsafspraken zijn vastgelegd, waarvan na de inwerkingtreding van deze faciliteit
één of meer nieuwere versies zijn vastgesteld, is in beginsel voor DRIVE steeds de
meest recente versie van toepassing, voor zover deze ook door de Minister is geaccordeerd.
In geval van strijdigheid tussen de op een schenking van toepassing zijnde documenten
prevaleert het document in de volgende rangorde:
-
a. Schenkingsarrangement
-
b. Beleidsregels DRIVE, de Nederlandse tekst
-
c. Beleidsregels DRIVE, de niet-Nederlandse tekst
-
d. Documenten zoals in de zin van de eerste alinea van deze paragraaf