Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten

Geraadpleegd op 19-06-2024.
Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 november 2022, nr. 2022-0000185147, tot verlening van een tegemoetkoming aan werkenden en voormalig werkenden die lijden aan een beroepsziekte als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid (Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • beroepsziekte: een ernstige aandoening die vermeld is op de bij deze regeling behorende Lijst beroepsziekten, opgenomen in de bijlage;

    • Deskundigenpanel: Deskundigenpanel beroepsziekten als bedoeld in de artikelen 4 en 15;

    • gevaarlijke stof: een stof die vermeld is op de bij deze regeling behorende Lijst beroepsziekten, opgenomen in de bijlage;

    • ISBG: stichting Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen, gevestigd te ’s-Gravenhage;

    • Bureau Lexces: Bureau Landelijk Expertisecentrum Stoffengerelateerde Beroepsziekten, ondergebracht bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, gevestigd te Bilthoven;

    • minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • nabestaanden:

      • a. de langstlevende van de echtgenoten;

      • b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;

      • c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen, de personen met wie de overledene in gezinsverband leefde;

      • d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen, de erfgenamen, bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd;

    • opdrachtgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de zelfstandige zonder personeel arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een overeenkomst, waarop Nederlands recht van toepassing is of was, niet zijnde een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

    • uitkeringslasten: de kosten van het aantal tegemoetkomingen dat is uitgekeerd;

    • uitvoeringskosten:

      • a. kosten die door de SVB zijn gemaakt bij het uitvoeren van deze regeling; en

      • b. vergoedingen die door de SVB aan het ISBG worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling;

    • werkende: werknemer of zelfstandige zonder personeel;

    • werkgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de werknemer arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarop Nederlands recht van toepassing is of was;

    • werknemer: degene die voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarop Nederlands recht van toepassing is of was;

    • zelfstandige zonder personeel: degene die zonder werknemer, werkgever of opdrachtgever te zijn, voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een overeenkomst, waarop Nederlands recht van toepassing is of was.

  • 3 In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie de echtgenoot gehuwd is.

Artikel 2. Arbeid aan, op of in een schip of luchtvaartuig

Arbeid die wordt verricht aan, op of in schepen of luchtvaartuigen die op het moment van de arbeid hun thuishaven hadden in Nederland, wordt ook aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.

Artikel 3. Verhouding tot aansprakelijkheid

Een tegemoetkoming uit hoofde van deze regeling houdt geen erkenning van aansprakelijkheid door de Staat der Nederlanden in.

Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming

Artikel 4. Recht op een tegemoetkoming

  • 1 De werkende heeft eenmalig recht op een tegemoetkoming, indien:

    • a. het Deskundigenpanel, met inachtneming van het afwegingskader causaliteit en de bijbehorende protocollen beroepsziekten heeft beoordeeld dat:

      • 1°. sprake is van een ernstige aandoening die ten tijde van de aanvraag voor de tegemoetkoming vermeld is op de Lijst beroepsziekten, opgenomen in bijlage; en

      • 2°. voorshands aannemelijk is dat deze ernstige aandoening in het geval van de aanvrager het gevolg is van blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van de arbeid; en

    • b. de werkende geen betaling in verband met deze ernstige aandoening van één of meer werkgevers of opdrachtgevers heeft ontvangen gelijk aan of hoger dan het bedrag van de tegemoetkoming, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.

  • 2 Het afwegingskader causaliteit en de bijbehorende protocollen beroepsziekten worden op voordracht van de Adviescommissie Lijst beroepsziekten, bedoeld in het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten, door de minister vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 3 Indien de werkende na ontvangst van een tegemoetkoming tevens een betaling, van de werkgever dan wel opdrachtgever ontvangt in verband met dezelfde ernstige aandoening als waarvoor de tegemoetkoming is toegekend, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet:

    • a. doet de werkende aan de SVB onverwijld mededeling van ontvangst van deze betaling; en

    • b. betaalt de werkende de tegemoetkoming voor het geheel of, wanneer de betaling lager is dan de verleende tegemoetkoming, de tegemoetkoming voor dat deel binnen twaalf weken na ontvangst van de betaling terug aan de SVB.

Artikel 5. Recht op tegemoetkoming nabestaanden

De nabestaanden hebben, onder dezelfde voorwaarden, in plaats van de werkende recht op een tegemoetkoming indien de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werkende recht op een tegemoetkoming zou hebben gehad.

Artikel 6. Hoogte tegemoetkoming. Algemeen

  • 1 De eenmalige tegemoetkoming bedraagt € 24.010,00.

  • 2 Indien een of meer werkgevers of een of meer opdrachtgevers een bedrag hebben betaald aan de werkende in verband met dezelfde ernstige aandoening, of indien de werkende betalingen heeft ontvangen als bedoeld in artikel 7, dat in totaal lager is dan het bedrag van de tegemoetkoming, wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op het positieve verschil tussen de ontvangen bedragen en het bedrag, genoemd in het eerste lid, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.

Artikel 7. Hoogte tegemoetkoming. Arbeid voor de werkgever of opdrachtgever verricht buiten Nederland

Indien de werkende ook vanwege voor een werkgever of opdrachtgever verrichte arbeid buiten Nederland een betaling heeft ontvangen van deze werkgever of opdrachtgever in verband met dezelfde ernstige aandoening, wordt bij de vaststelling van het recht op een tegemoetkoming op overeenkomstige wijze gehandeld als bij de toepassing van artikel 6, tweede lid.

Hoofdstuk 3. Het geldend maken van het recht op tegemoetkoming

Artikel 8. Aanvraag tegemoetkoming

  • 1 De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt door de werkende bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier, dat door de werkende wordt ondertekend.

  • 2 Na advisering door het ISBG bedoeld in artikel 15, stelt de SVB vast of voor de werkende recht op een tegemoetkoming bestaat.

  • 3 In bijzondere gevallen kan de SVB toestaan dat een aanvraag wordt ingediend anders dan door middel van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, zo nodig onder het stellen van voorwaarden.

  • 4 Indien de werkende voor meer ernstige aandoeningen een aanvraag voor de tegemoetkoming indient, wordt in overleg met de werkende de volgorde van behandeling bepaald door de SVB. Daarbij wordt de werkende in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor de volgorde van behandeling aan te geven. De behandeling van de tweede en eventuele volgende aanvragen wordt opgeschort totdat de SVB op de eerste aanvraag een besluit heeft genomen.

  • 5 Indien de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan de Nederlandse taal zijn gesteld, wordt op verzoek van de SVB of het ISBG zo nodig een vertaling in het Nederlands overgelegd die is opgesteld door een beëdigd vertaler. Indien de SVB of het ISBG daarmee instemt, kan een vertaling van de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands worden overgelegd. Afschriften van de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands zijn gewaarmerkt.

  • 7 Indien de SVB vaststelt dat de werkende één of meer van de gegevens, noodzakelijk voor het vaststellen van het recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet heeft verstrekt, stelt de SVB de werkende in de gelegenheid het ontbrekende gegeven of de ontbrekende gegevens alsnog binnen acht weken te verstrekken. Wordt het gegeven of worden de gegevens niet binnen die acht weken verstrekt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

Artikel 9. Overlijden na aanvraag tegemoetkoming

  • 1 De behandeling van de aanvraag wordt in de situatie dat de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk aan de SVB te kennen geven daarop geen prijs te stellen.

  • 2 Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van de tegemoetkoming daarbij inbegrepen.

Artikel 10. Informatieverplichtingen aanvraag tegemoetkoming

  • 1 De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag voor een tegemoetkoming in ieder geval de bewijsstukken die noodzakelijk zijn om te beoordelen of de werkende een ernstige aandoening heeft die als beroepsziekte te kwalificeren kan zijn, waaronder in ieder geval een door een bevoegde arts vastgestelde diagnose van de ernstige aandoening.

  • 2 In verband met de voorwaarde dat de werkende aannemelijk maakt dat de ernstige aandoening is veroorzaakt door blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid als werkende, verstrekt de werkende aan de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen, bij de indiening van de aanvraag om een tegemoetkoming, de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:

    • a. de blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen bij het verrichten van arbeid als werkende;

    • b. de periode gedurende welke die blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen heeft plaatsgevonden; en

    • c. degenen die in verband met de arbeid waarbij de blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen heeft plaatsgevonden als werkgever dan wel als opdrachtgever worden aangemerkt.

  • 3 De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook de medewerking die redelijkerwijs vereist is.

  • 4 Indien de aanvraag om een tegemoetkoming van de werkende na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Betaling en terugvordering

Artikel 11. Uitbetaling

  • 1 De SVB betaalt een tegemoetkoming zo spoedig mogelijk uit aan de werkende.

  • 2 Indien artikel 9, tweede lid, van toepassing is, betaalt de SVB de tegemoetkoming zo spoedig mogelijk na ontvangst van een volmacht uit aan de nabestaande.

Artikel 12. Herziening, intrekking en terugvordering

  • 1 De SVB herziet een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming of trekt dat in, indien degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend of de nabestaande hiervan:

    • a. nadien alsnog een betaling heeft ontvangen waarmee rekening zou zijn gehouden bij de vaststelling van het recht op de tegemoetkoming; of

    • b. een voorwaarde of verplichting als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder b, of tweede lid, of 10 niet of niet behoorlijk is nagekomen en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de tegemoetkoming.

  • 2 De tegemoetkoming die als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, of de nabestaande hiervan, teruggevorderd. Indien artikel 9 toepassing heeft gevonden, wordt teruggevorderd van de nabestaande, bedoeld in artikel 9, tweede lid.

  • 3 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de SVB besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening, intrekking of terugvordering af te zien.

Artikel 13. Indexering van bedragen

Het bedrag, genoemd in artikel 6, eerste lid, wordt jaarlijks herzien op 1 januari. Het bedrag wordt herzien in de mate waarin het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in het voorgaande kalenderjaar is herzien op grond van artikel 14, eerste en tweede lid, van die wet.

Hoofdstuk 5. Uitvoering en financiering

Artikel 15. Rol ISBG, Bureau Lexces en Deskundigenpanel bij advisering

  • 1 Het ISBG adviseert de SVB over het voldoen van de aanvraag aan de voorwaarden voor het recht op een tegemoetkoming, waaronder inbegrepen het niet nakomen van de verplichtingen op grond van deze regeling en de toepasselijkheid van eventuele beperkingen met betrekking tot het recht op een tegemoetkoming.

  • 2 Het ISBG vraagt in het kader van de advisering, bedoeld in het eerste lid, aan het Bureau Lexces om ervoor zorg te dragen dat het Deskundigenpanel een oordeel vormt of voldaan is aan de vereisten die gesteld zijn in artikel 4, eerste lid, onder a.

  • 3 Het Deskundigenpanel bestaat uit een of meer kamers. Voor een zitting van een kamer worden een voorzitter en maximaal vier leden aangewezen. Deze personen vervullen geen functies of nevenfuncties die kunnen conflicteren met onafhankelijke en onpartijdige advisering, noch hebben zij deze functies vervuld gedurende een jaar voordat zij een rol vervulden als lid van het Deskundigenpanel. Het Bureau Lexces, gehoord hebbende het Deskundigenpanel, stelt ten behoeve van de werkzaamheden een reglement vast.

  • 4 Indien het ISBG zich bij de advisering laat ondersteunen door derden, waarborgt het ISBG in een met de derde te sluiten overeenkomst de voortgang, de kwaliteit en het vertrouwelijke karakter van de ondersteunende werkzaamheden. Het ISBG behoudt de volledige verantwoordelijkheid voor de ondersteunende werkzaamheden die worden verricht door de derde.

Artikel 16. Samenwerkingsovereenkomst tussen de SVB en het ISBG en overeenkomst tussen het ISBG en het Bureau Lexces in samenspraak met de SVB

  • 1 De SVB en het ISBG stellen een samenwerkingsovereenkomst op betreffende de samenwerking en werkwijze in het kader van de uitvoering van deze regeling, waarin ten minste wordt vastgelegd:

    • a. op welke wijze en binnen welke termijn de behandeling van aanvragen om een tegemoetkoming en de advisering ter zake plaatsvindt;

    • b. op welke wijze de juistheid en de volledigheid van de verkregen inlichtingen wordt onderzocht;

    • c. op welke wijze gegevens worden verwerkt, beheerd en uitgewisseld;

    • d. op welke wijze voorlichting en informatievoorziening aan belanghebbenden wordt ingericht;

    • e. welke vergoeding door de SVB aan het ISBG, op basis van een jaarlijks door het ISBG ingediende begroting, zal worden verstrekt voor de advisering door het ISBG en de werkzaamheden van de door het ISBG ingeschakelde derden;

    • f. op welke wijze de verstrekking van de vergoeding, bedoeld onder e zal worden ingericht;

    • g. dat periodiek overleg zal worden gevoerd betreffende de uitvoering van deze regeling, alsmede de frequentie daarvan;

    • h. welke informatie door het ISBG aan de SVB wordt verstrekt ten behoeve van de informatieverplichting aan de minister; en

    • i. hoe uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen worden beslecht.

  • 2 Het ISBG en het Bureau Lexces stellen in samenspraak met de SVB een overeenkomst op betreffende de samenwerking en werkwijze in het kader van de advisering van deze regeling, waarin ten minste wordt vastgelegd:

    • a. op welke wijze en binnen welke termijn de beoordeling of een aandoening van de werkende een beroepsziekte is, plaatsvindt;

    • b. op welke wijze gegevens worden verwerkt, beheerd en uitgewisseld;

    • c. dat periodiek overleg zal worden gevoerd betreffende de uitvoering van deze regeling, alsmede de frequentie daarvan; en

    • d. hoe uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen worden beslecht.

Artikel 17. Raming baten en lasten

  • 1 Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt de SVB aan de minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot deze regeling, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar.

  • 2 In de opgave van de uitkeringslasten, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de posten genoemd in artikel 19, tweede lid.

Artikel 18. Betaling periodiek voorschot aan de SVB

  • 1 De uitkeringslasten en uitvoeringskosten van deze regeling worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten laste van de begroting van de minister.

  • 2 De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van:

    • a. de geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en

    • b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.

  • 3 De minister kan, na overleg met de SVB, van de in het tweede lid bedoelde voorschotten afwijken.

Artikel 19. Afrekening

  • 3 Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen periodieke voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23. Overgangsbepaling Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE

Artikel 4, vierde lid, is niet van toepassing op een werkende wiens verzoek om toekenning van een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE is afgewezen uitsluitend wegens het niet voldoen aan de verplichting, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van die regeling.

Artikel 24. Evaluatie

De minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 25. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 26. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

C.E.G. van Gennip

Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten

Lijst beroepsziekten

 

Ernstige aandoening

Veroorzaakt door blootstelling aan

Toegevoegd aan de lijst per

Bijzonderheden

1.

Longkanker

asbest

1 januari 2023

 

2.

Allergisch beroepsastma

allergenen

1 januari 2023

 

3.

Chronic solvent-induced encephalopathy (CSE)

Vluchtige oplosmiddelen zoals bedoeld in artikel 4.62a van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

1 januari 2023

Lopende aanvragen voor de CSE-regeling blijven onder die regeling vallen. Zie hiervoor artikel 4, het vierde lid.

Toelichting op de bijlage

Deze bijlage bevat de Lijst beroepsziekten waarvoor een tegemoetkoming op grond van de regeling kan worden gevraagd.

Mede met het oog op een zorgvuldige uitvoering wordt gestart met een beperkt aantal beroepsziekten. Hierin speelt ook mee dat de regeling niet alleen voor nieuwe gevallen wordt opgesteld, maar tevens open staat voor werkenden waarvan de ernstige aandoening al langer geleden is vastgesteld. In de komende jaren zullen geleidelijk meer beroepsziekten aan de Lijst worden toegevoegd. Hierover zal de door de minister ingestelde adviescommissie Lijst beroepsziekten adviseren, die wordt ondersteund door Bureau Lexces.

Bij de beroepsziekten die op deze lijst staan, gaat het telkens om de combinatie van een ernstige aandoening en de specifieke gevaarlijke stof of stoffen die deze aandoening veroorzaakt of veroorzaken. Zolang een beroepsziekte niet op de Lijst beroepsziekten staat, kan voor die beroepsziekte geen tegemoetkoming worden toegekend.

Sommige beroepsziekten hebben in alle gevallen een grote impact, zoals longkanker. Andere beroepsziekten kunnen in meer of mindere mate een grote impact hebben of bijvoorbeeld in de loop van de tijd als de blootstelling niet wordt weggenomen een grotere impact krijgen. Als een beroepsziekte niet in alle gevallen een ernstige aandoening betreft, komt dit tot uitdrukking in de benaming in de Lijst beroepsziekten.

Per beroepsziekte wordt een protocol opgesteld aan de hand waarvan de deskundigen uit het Deskundigenpanel kunnen beoordelen of bij een aanvraag al dan niet sprake is van de betreffende beroepsziekte. De protocollen beroepsziekten gaan daartoe nader in op de vraag of een bepaalde ernstige aandoening het gevolg kan zijn van de blootstelling aan de betreffende gevaarlijke stof of stoffen en hoe de bijdrage van de beroepsmatige blootstelling aan die stof of stoffen wordt beoordeeld. Daarnaast vermelden de protocollen beroepsziekten welke eisen worden gesteld aan de medische informatie over de ernstige aandoening en aan de informatie over de blootstellingsgeschiedenis. Als het gaat om een beroepsziekte die niet in alle gevallen een ernstige aandoening betreft, bieden de protocollen beroepsziekten in voorkomende gevallen ook daarvoor een nadere invulling. De protocollen beroepsziekten dragen op die manier bij aan een efficiënte aanpak en een gelijke behandeling van gelijke gevallen door het Deskundigenpanel.

Naar boven