Wet op de Nederlandse Sportraad

Geraadpleegd op 19-05-2024.
Geldend van 01-01-2023 t/m heden

Wet van 28 september 2022, houdende regels omtrent de instelling van de Nederlandse Sportraad (Wet op de Nederlandse Sportraad)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast college van advies van het Rijk in te stellen die adviseert over beleid ten aanzien van sport en bewegen, en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport en bewegen, en dat het in verband met artikel 79 van de Grondwet en in samenhang met de Kaderwet adviescolleges noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

  • 1 Er is een Nederlandse Sportraad.

  • 2 De Raad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen andere leden.

  • 3 Bij de benoeming van de voorzitter en bij de benoeming van de andere leden wordt ernaar gestreefd dat een of meer van de leden van de Raad beschikken over deskundigheid over sport en bewegen voor ouderen, jongeren en mensen met een beperking.

Artikel 2

De Raad heeft tot taak de regering en beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over beleid ten aanzien van sport en bewegen, en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport en bewegen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 28 september 2022

Willem-Alexander

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

C. Helder

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

H.G.J. Bruins Slot

Uitgegeven de veertiende oktober 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven