Regeling specifieke uitkeringen oplossen fijnstofknelpunten rondom veehouderijen

[Regeling vervalt per 01-01-2027.]
Geraadpleegd op 21-06-2024.
Geldend van 09-04-2022 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 4 april 2022, nr. IENW/BSK-2022/54670, houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen om fijnstofknelpunten rondom veehouderijen op te lossen (Regeling specifieke uitkeringen oplossen fijnstofknelpunten rondom veehouderijen)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit 1: besluit van het college van burgemeester en wethouders tot wijziging van een omgevingsvergunning voor een veehouderij waarbij tevens nadeelcompensatie wordt toegekend;

  • besluit 2: besluit van het college van burgemeester en wethouders waarbij de hoogte van de nadeelcompensatie definitief wordt vastgesteld;

  • fijnstofknelpunt: overschrijding van de fijnstofnormen rondom veehouderijen als bedoeld in de ‘Aanpassing Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) 2018’;

  • fijnstofnormen: grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in voorschrift 4.1 van bijlage 2 van de Wet milieubeheer;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • ontvangers: gemeenten Nederweert, Peel en Maas en Someren;

  • oplossen van het fijnstofknelpunt: beëindigen overschrijding fijnstofnormen rondom een veehouderij.

Artikel 2. Doel

Deze regeling heeft tot doel het ondersteunen van oplossingen voor de fijnstofknelpunten rondom veehouderijen.

Artikel 3. Voor uitkering in aanmerking komende kosten

De minister kan voor het doel, genoemd in artikel 2 op aanvraag een specifieke uitkering aan de ontvangers verlenen voor:

Artikel 4. Hoogte van de specifieke uitkering

  • 1 Een specifieke uitkering bedraagt:

    • a. voor het betalen van nadeelcompensatie ten hoogste de in besluit 2 vastgestelde definitieve hoogte van de nadeelcompensatie;

    • b. voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning ten hoogste de som van:

      • 1°. de marktwaarde van de woning en het bijbehorende perceel verminderd met de restwaarde van de bij de woning behorende grond;

      • 2°. de kosten voor overdracht;

      • 3°. voor zover van toepassing, de kosten die moeten worden gemaakt om de desbetreffende woning te slopen;

      • 4°. de taxatiekosten; en

      • 5°. de verhuiskosten.

  • 2 De marktwaarde van de woning en het bijbehorende perceel wordt bepaald door een deskundig taxateur die een taxatie uitvoert in opdracht van de aankopende partij.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de marktwaarde worden bepaald door de aankopende en verkopende partij gezamenlijk door het gemiddelde te nemen van een door de aankopende en een door de verkopende partij uitgevoerde taxatie door een deskundig taxateur indien de beide taxaties onderling ten hoogste 2,5% afwijken.

  • 4 In afwijking van het tweede en het derde lid kan de marktwaarde worden bepaald door een deskundig taxateur die in opdracht van de aankopende en verkopende partij gezamenlijk werkt, indien de beide taxaties, bedoeld in het derde lid onderling meer dan 2,5% afwijken.

Artikel 5. Uitkeringsplafond en wijze van verdelen

  • 1 Het uitkeringsplafond bedraagt € 5.800.000.

  • 2 De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 6. Afwijzingsgronden uitkering nadeelcompensatie

Een aanvraag om een specifieke uitkering voor het betalen van nadeelcompensatie wordt afgewezen wanneer niet aan de volgende eisen wordt voldaan:

  • a. het fijnstofknelpunt wordt binnen een zo kort mogelijke termijn en tegen de laagst mogelijke kosten opgelost, waarbij rekening wordt gehouden met de technische toepasbaarheid van maatregelen voor de specifieke veehouderij;

  • b. met toepassing van de rekenregels van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en de rekenwijze van de NSL-monitoring is aangetoond dat aan de fijnstofnormen wordt voldaan;

  • c. besluit 1 is gebaseerd op een nadeelcompensatieadvies van een onafhankelijk bureau, met expertise op het gebied van nadeelcompensatie, waarvan alleen gemotiveerd kan worden afgeweken.

Artikel 7. Afwijzingsgronden uitkering aankopen woning

Een aanvraag om een specifieke uitkering voor het aankopen van een woning wordt afgewezen wanneer niet aan de volgende eisen wordt voldaan:

  • a. het fijnstofknelpunt wordt binnen een zo kort mogelijke termijn en tegen de laagst mogelijke kosten opgelost;

  • b. met toepassing van de rekenregels van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en de rekenwijze van de NSL-monitoring is aangetoond dat aan de fijnstofnormen wordt voldaan;

  • c. de marktwaarde van de woning en het bijbehorende perceel zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 4, tweede lid, of voor zover van toepassing, het derde of het vierde lid van dat artikel;

  • d. de restwaarde van de bij de woning behorende grond is vastgesteld door een onafhankelijk bureau met expertise op het gebied van taxatie van grond.

Artikel 8. Aanvraag verlening uitkering

De aanvraag om verlening van een specifieke uitkering wordt door de ontvanger ingediend bij de minister.

Artikel 9. Aanvraag verlening uitkering nadeelcompensatie

  • 1 De aanvraag voor een specifieke uitkering voor het betalen van nadeelcompensatie gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

    • a. besluit 1;

    • b. het nadeelcompensatieadvies, bedoeld in artikel 6, onder c; en

    • c. een onderbouwing van de gekozen oplossing van het fijnstofknelpunt waarin wordt toegelicht dat wordt voldaan aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 6, onder a, en waarin een berekening is opgenomen als bedoeld artikel 6, onder b.

  • 2 Besluit 1 is ten tijde van de aanvraag om verlening van een specifieke uitkering onherroepelijk.

Artikel 10. Aanvraag verlening uitkering aankopen woning

De aanvraag voor een specifieke uitkering voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

  • a. een getekende koopovereenkomst voor de aankoop van de woning waarop de aanvraag ziet;

  • b. een taxatierapport als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of, in het geval van toepassing het derde lid of het vierde lid van dat artikel, waarin de in de aanvraag genoemde marktwaarde van de woning en het bijbehorende perceel wordt onderbouwd;

  • c. een rapport waarin de restwaarde van de grond, bedoeld in artikel 7, onder d, is vastgesteld;

  • d. een onderbouwing van de gekozen oplossing van het fijnstofknelpunt waarin wordt toegelicht dat wordt voldaan aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 7, onder a, en waarin een berekening is opgenomen als bedoeld artikel 7, onder b;

  • e. een raming van de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, sub 2 en 5, en, voor zover van toepassing, sub 3;

  • f. een opgave van de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, sub 4, en bijbehorende facturen; en

  • g. een opgave van de compensabele btw voor zover van toepassing.

Artikel 11. Beschikking tot verlening

  • 1 De beschikking tot verlening van een uitkering voor het betalen van nadeelcompensatie vermeldt de kosten waarvoor de uitkering wordt verleend en vermeldt niet een bedrag waarop deze ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 2 De beschikking tot verlening van een uitkering voor het aankopen van een woning bevat de posten waarvoor een uitkering wordt verleend en vermeldt niet een bedrag waarop deze ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 3 In de beschikking tot verlening bedoeld in het tweede lid wordt het bedrag opgenomen voor de marktwaarde van de woning en het bijbehorende perceel verminderd met de restwaarde van de bij de woning behorende grond en de hoogte van de taxatiekosten.

Artikel 12. Voorschot

  • 1 De minister verstrekt gelijktijdig met de beschikking tot verlening van een specifieke uitkering een voorschot van:

    • a. 70% van de toegekende nadeelcompensatie in besluit 1 voor zover het gaat om een uitkering voor te betalen nadeelcompensatie;

    • b. 70% van de in artikel 4, eerste lid, onder b, genoemde posten voor zover het gaat om een uitkering voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning.

  • 2 De hoogte van het voorschot voor de kosten voor het aankopen van een woning wordt berekend aan de hand van de in artikel 10 genoemde bescheiden.

Artikel 13. Aan de uitkering verbonden verplichtingen

  • 1 De ontvanger draagt er zorg voor dat:

    • a. het fijnstofknelpunt waarmee de kosten gemoeid zijn waarvoor een specifieke uitkering wordt gevraagd, vóór 1 januari 2024 is opgelost; en

    • b. wanneer zich de situatie voordoet dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van de specifieke uitkering, zij dit onverwijld en schriftelijk meldt bij de minister.

  • 2 Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor het betalen van nadeelcompensatie verzendt de ontvanger besluit 2 binnen twee weken nadat dit onherroepelijk is geworden aan de minister.

  • 3 Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning

    • a. draagt de ontvanger er zorg voor dat:

      • 1°. de woning daadwerkelijk wordt aangekocht en er een eigendomsoverdracht plaatsvindt aan de gemeente;

      • 2°. de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen binnen twee jaar nadat de specifieke uitkering is verleend uit het bestemmingsplan wordt verwijderd en deze wijziging van het bestemmingplan binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijziging aan de minister wordt verzonden; en

      • 3°. aan het perceel een bestemming wordt gegeven waarvoor de fijnstofnormen niet gelden; en

    • b. overlegt de ontvanger aan de minister een opgave van de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, sub 2 en 5, en, voor zover van toepassing, sub 3, en bijbehorende facturen nadat vaststaat hoe hoog deze kosten zijn.

Artikel 15. Vaststelling

  • 1 De minister stelt de specifieke uitkering vast voor:

    • a. het betalen van nadeelcompensatie nadat besluit 2 is ontvangen;

    • b. kosten gemaakt voor de aankoop van een woning nadat daadwerkelijk is overgegaan tot het aankopen van de woning, de eigendomsoverdracht van de woning aan de gemeente heeft plaatsgevonden en de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen uit het bestemmingsplan is verwijderd.

  • 2 De minister stelt de specifieke uitkering voor het betalen van nadeelcompensatie vast op het bedrag dat is opgenomen in besluit 2.

  • 3 De minister stelt de specifieke uitkering voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning vast op de werkelijk gemaakte kosten voor de posten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, waarbij voor de marktwaarde en de taxatiekosten wordt uitgegaan van de bedragen die in de beschikking tot verlening zijn opgenomen.

  • 4 In afwijking van het tweede en derde lid kan de specifieke uitkering op een lager bedrag worden vastgesteld indien:

    • a. de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed;

    • b. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 13.

Artikel 16. Terugvordering

  • 1 De minister kan terugvorderen wanneer niet aan de in artikel 13 genoemde verplichtingen is voldaan.

  • 2 De minister vordert in ieder geval terug:

    • a. indien en voor zover de ontvanger geen, onvolledige of onjuiste verantwoordingsinformatie heeft verstrekt;

    • b. indien de verantwoordingsinformatie door de ontvanger te laat is verstrekt;

    • c. indien en voor zover de daadwerkelijke kosten van de ontvanger lager zijn dan de uitkering;

    • d. indien en voor zover de uitkering door de ontvanger niet rechtmatig is besteed;

    • e. indien en voor zover de rechtmatigheid van de besteding door de ontvanger volgens de controlerende accountant onzeker is.

  • 3 Indien de verantwoordingsinformatie door de ontvanger te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de uitkering op een lager bedrag vast als volledige terugvordering tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.

Artikel 17. Evaluatieverslag

De minister publiceert uiterlijk 31 december 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkeringen in de praktijk.

Artikel 18. Inwerkingtreding en horizonbepaling

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor de datum zijn verleend.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen oplossen fijnstofknelpunten rondom veehouderijen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

V.L.W.A. Heijnen

Naar boven