Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aansluitende vaarwegen: vaarwegen die aansluiten op de goederenvervoercorridors of die als alternatief voor
de vaarwegen op de goederenvervoercorridors kunnen worden ingezet zoals de vaarwegverbindingen
richting de Rotterdamse haven, Nederrijn, Pannerdensch kanaal en de Gelderse IJssel
tot en met Zutphen;
-
goederenvervoercorridors: corridor Oost (corridor Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland, corridor Zuidoost
(corridor Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland en corridor Zuid (corridor
Amsterdam – Rotterdam – Moerdijk – Vlissingen – Terneuzen – Gent);
-
haveninitiatief: een (gedeeltelijke) herstructurering of vernieuwing van openbare havenvoorzieningenin eenbinnenhaven of zeehaven ter bevordering van de modal shift van goederen van de weg
naar de binnenvaart;
-
de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
modal shift: verschuiving van een deel van het goederenvervoer over de weg naar vervoer over het
water waarmee de congestie op de weg kan worden verminderd binnen de goederenvervoercorridors;
-
ontvanger: een provincie waar de goederenvervoercorridors in gelegen zijn;
-
openbare havenvoorzieningen: openbare depotruimtes, havenbekkens en kades;
-
provincies: Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland;
-
vaarwegen op de goederenvervoercorridors: de vaarwegen Waal, Maas, Brabantse kanalen, Noordzeekanaal, IJ, Amsterdam-Rijnkanaal,
Lekkanaal, Lek, Oude Maas, Nieuwe Maas, Dordtse Kil, Hollandsch Diep, Volkerak, Schelde-Rijnverbinding,
Midden-Zeelandroute, Westerschelde en Kanaal van Gent naar Terneuzen.
De artikelen 6, eerste en zesde lid, 8, 9, 10, eerste tot en met derde lid, 11, 12, aanhef en onderdelen c, q en i, 13, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, e en f, 18, 20, eerste lid, 21, 22, tweede lid, 23, eerste, derde en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Artikel 3. Doel van de regeling
De Minister verleent een specifieke uitkering voor het versnellen van de realisatie
van de verbetering van bestaande of uitbreiding van openbare havenvoorzieningen ten
behoeve van de binnenvaart in binnenhavens en zeehavens op de goederenvervoercorridors
om daarmee een bijdrage te leveren aan de modal shift.
Artikel 4. Voor uitkering in aanmerking komende kosten en de hoogte van de uitkering
-
1 Voor een specifieke uitkering komen de kosten voor de verwerving, aanleg of verbetering
van openbare infrastructuur of openbare havenvoorzieningen gelegen in binnenhavens
of zeehavens zoals de verwerving en aanlegkosten voor additionele openbare depotruimte
voor de opslag van containers, de kosten van verdieping van openbare havenbekkens
of de kosten voor de aanleg of verbetering van openbare kademuren in aanmerking.
-
2 Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 50% van het totaal van de in aanmerking
komende kosten als bedoeld in het eerste lid, verminderd met de directe baten uit
grondverwerving voor de kade en de direct aangrenzende grondstrook, met een maximum
van € 2.000.000,–, inclusief omzetbelasting.
-
3 Lopende projecten die in het kader van deze regeling reeds eerder een specifieke uitkering
hebben ontvangen, kunnen een aanvullende aanvraag indienen mits in die aanvraag aannemelijk
wordt gemaakt dat de kosten voor de aanleg van het lopende project door externe invloeden
aanmerkelijk hoger zijn uitgevallen ten opzichte van de in de eerdere aanvraag opgenomen
aanlegkosten.
Artikel 5. Uitkeringsplafond en wijze van verdeling
Artikel 7. Afwijzingsgronden
De Minister beslist afwijzend op een aanvraag om een uitkering, indien:
-
a. de beoordelingsscore, als bedoeld in artikel 5, zesde lid, minder bedraagt dan 20 punten;
-
b. er geen sprake is van cofinanciering door de decentrale overheid;
-
c. de private investeringsomvang bedoeld in artikel 6, zesde lid, niet is aangetoond.
Artikel 9. Voorschotverlening
Artikel 10. Verplichtingen ontvanger
De Minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste
verantwoording, bedoeld in artikel 13, heeft plaatsgevonden.
Artikel 13. Evaluatieverslag
De Minister publiceert voor 1 juli 2031 een verslag over de doeltreffendheid en de
effecten van de uitkeringen in de praktijk.
Artikel 14. Inwerkingtreding en horizonbepaling
-
2 Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt gepubliceerd, wordt uitgegeven
na 1 januari 2022, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari
2022.
Deze regeling wordt aangehaald als: Specifieke uitkering versterking havenvoorzieningen
goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid 2022–2030.
a. Relevantie
Met dit criterium wordt bepaald aan welke opgave op de goederenvervoercorridors Oost,
Zuidoost en Zuid als geheel wordt bijgedragen en op welke wijze. Aandachtspunten zijn:
-
○ CO2 reductie die met het project wordt behaald;
-
○ De mate van ontlasting van het (rijks)wegennet in de goederenvervoercorridors Oost,
Zuidoost en Zuid.
b. Impact
Wat is de impact van het project op de doelstellingen van de specifieke uitkering?
-
○ Is de verplaatsing van het vervoersvolume van de weg naar het water voldoende onderbouwd?
-
○ Wat zijn de maatschappelijke baten versus de kosten?
-
○ Wat zijn de met het project verbonden belangrijkste risico’s en de kans dat deze zich
voordoen?
c. Voldoende uitgewerkt (mature)
Gaat het om een aanvraag die voldoende is uitgewerkt?
-
○ Wat is het draagvlak voor dit project?
-
○ Wat is de commitment van partijen (ook wat betreft de financiering)?
-
○ Indien gebruik gemaakt wordt van onderaannemers, zijn hier al afspraken mee?
-
○ Is de vergunningenscan volledig, duidelijk en zijn de termijnen realistisch?
-
○ Is de uitvoeringsplanning volledig, duidelijk en zijn de termijnen realistisch?
d. Kwaliteit voorstel
Wat is de algehele kwaliteit van de aanvraag?
-
○ Is de onderbouwing helder?
-
○ Zijn er eisen aan de aanvraag die in de onderbouwing onderbelicht zijn gebleven?
-
○ Zijn de plannen en uitwerkingen in de aanvraag voldoende onderbouwd?