Vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister 2022

Geraadpleegd op 29-01-2023.
Geldend van 02-03-2022 t/m heden

Besluit van 10 januari 2022 nr. 2022000028, houdende vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, d.d. 10 januari 2022, kenmerk 3758956;

Gelet op artikel 44, 45 en 46 van de Grondwet;

Overwegende dat het wenselijk is een nieuwe regeling te treffen voor de vervanging van een minister voor het geval deze tijdelijk afwezig is;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

Artikel 1

  • 1 Een minister wordt bij tijdelijke afwezigheid vervangen door de staatssecretaris van hetzelfde ministerie voor zover en voor zolang de minister in de gelegenheid is om de staatssecretaris aanwijzingen dienaangaande te geven. De staatssecretaris kan in die gevallen tevens met raadgevende stem aan de vergadering van de ministerraad deelnemen.

  • 2 Ten aanzien van de vervanging zoals aangegeven in het vorige lid geldt dat de Minister van Financiën wordt vervangen door Staatssecretaris M.L.A. van Rij. Indien deze ook afwezig is, wordt de Minister vervangen door Staatssecretaris A. de Vries.

Artikel 2

Bij gelijktijdige afwezigheid van een minister en staatssecretaris, alsmede bij afwezigheid van een minister in het geval er geen staatssecretaris van hetzelfde ministerie is, dan wel indien een minister door ziekte of om een andere reden tijdelijk niet in de gelegenheid is zijn taak uit te oefenen en aanwijzingen aan de staatssecretaris van hetzelfde ministerie te geven, wordt hij vervangen door een andere minister met dien verstande dat:

  • a. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, wordt vervangen door S.A.M. Kaag, bij haar afwezigheid door W.B. Hoekstra en bij diens afwezigheid door C.J. Schouten;

  • b. De Minister van Buitenlandse Zaken door E.N.A.J. Schreinemacher;

  • c. De Minister van Justitie en Veiligheid door F.M. Weerwind;

  • d. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door H.M. de Jonge;

  • e. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap door A.D. Wiersma:

  • f. De Minister van Financiën door M.A.M. Adriaansens;

  • g. De Minister van Defensie door W.B. Hoekstra;

  • h. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat door R.A.A. Jetten;

  • i. De Minister van Economische Zaken en Klimaat door R.A.A. Jetten;

  • j. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door C.J. Schouten:

  • k. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport door C. Helder;

  • l. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door Ch. van der Wal-Zeggelink;

  • m. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking door W.B. Hoekstra;

  • n. De Minister voor Rechtsbescherming door D. Yeşilgöz-Zegerius;

  • o. De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening door H.G.J. Bruins Slot;

  • p. De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs door R.H. Dijkgraaf;

  • q. De Minister voor Klimaat en Energie door M.A.M. Adriaansens;

  • r. De Minister voor Natuur en Stikstof door H. Staghouwer;

  • s. De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen door C.E.G. van Gennip;

  • t. De Minister voor Langdurige Zorg en Sport door E.J. Kuipers.

Artikel 3

Bij gelijktijdige afwezigheid van een minister en diens hiervoor aangewezen vervanger, zal de Minister-President vervangen, bij diens afwezigheid S.A.M. Kaag, bij haar afwezigheid W.B. Hoekstra en bij diens afwezigheid C.J. Schouten en bij haar afwezigheid de oudst aanwezige minister in jaren.

Artikel 4

  • 1 In afwijking van artikel 1 en 2 wordt, voor zover het de uitvoering van de Wet veiligheidsonderzoeken en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en de hierop gebaseerde regelgeving betreft, bij tijdelijke afwezigheid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervangen door K.H. Ollongren en Onze Minister van Defensie door H.G.J. Bruins Slot en worden hiervoor bij gelijktijdige afwezigheid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Defensie vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius en bij haar afwezigheid door W.B. Hoekstra.

  • 2 In afwijking van artikel 1 en 2 wordt, onverlet het vorige lid, voor zover het terrorismebestrijding betreft, ten aanzien van aangelegenheden betreffende het werkterrein van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en andere onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie en Veiligheid of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ressorterende diensten en instellingen, bij tijdelijke afwezigheid Onze Minister van Justitie en Veiligheid vervangen door H.G.J. Bruins Slot, en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius en bij gelijktijdige afwezigheid Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervangen door K.H. Ollongren en bij haar afwezigheid door W.B. Hoekstra.

Artikel 5

In afwijking van de artikelen 1, 2, 3 en 4 kan, in geval van tijdelijke afwezigheid van twee of meer ministers, de Minister-President voor een minister een andere minister of staatssecretaris als vervanger aanwijzen dan de hiervoor aangewezen minister.

Artikel 6

De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor zover het gaat om de uitoefening van een taak van een minister ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid waarbij deze tevens persoonlijk en direct betrokken kan zijn.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 januari 2022.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister 2022.

Onze Ministers zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de in dit besluit genoemden, de Hoge Colleges van Staat, de Raad van Ministers, de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten en de ministeries.

's-Gravenhage, 10 januari 2022

Willem Alexander

De Minister-President,

Minister van Algemene Zaken,

M. Rutte

Naar boven