Subsidieregeling heterogene brugklassen

[Regeling vervalt per 01-08-2026.]
Geraadpleegd op 29-09-2022.
Geldend van 01-10-2021 t/m 31-07-2022

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 september 2021, nr. VO/29518735, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor heterogene brugklassen (Subsidieregeling heterogene brugklassen)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten

  • 1 Het doel van de regeling is dat scholen die van de regeling gebruik maken ten minste vanaf schooljaar 2023/2024 aantoonbaar een groter of beter aanbod hebben van heterogene brugklassen.

  • 2 De minister kan hiertoe subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het formuleren van beleid, het opstellen van een plan en het treffen van maatregelen gericht op:

    • a. de introductie van een of meerdere heterogene brugklassen;

    • b. de verlenging van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen tot twee of drie leerjaren;

    • c. de verbreding van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen met een extra schoolsoort of leerweg; of

    • d. de doorontwikkeling en verbetering van een of meerdere heterogene brugklassen.

  • 3 Onderdeel a van het tweede lid is niet van toepassing op scholen voor praktijkonderwijs.

Artikel 5. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag per vestiging bedraagt € 100.000.

  • 2 Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 6. Aanvraag

  • 1 Per vestiging wordt een aanvraag ingediend. Een bevoegd gezag kan voor meerdere vestigingen aanvragen indienen.

  • 2 Per vestiging wordt ten hoogste eenmaal subsidie verstrekt.

  • 3 Een bevoegd gezag kan een aanvraag indienen van 1 oktober 2021 tot en met 12 november 2021. Aanvragen die na 12 november 2021 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

  • 4 Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 7 maart 2022 tot en met 18 april 2022. Aanvragen die na 18 april 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

  • 5 Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, zal Onze Minister nog één of meerdere aanvraagperioden openstellen.

  • 6 Voor de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het digitale aanvraagformulier voor deze regeling dat beschikbaar is gesteld op de website www.dus-i.nl. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een globale planning.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle binnengekomen aanvragen te honoreren en de toekenning van een subsidiebedrag van ten minste 90% voor de aanvragen een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, wordt voor ten minste een bedrag van 90% de subsidie toegekend.

  • 2 Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ook bij toepassing van het eerste lid ontoereikend zou zijn om alle binnengekomen aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen waarvan de aanvraag betrekking heeft op een heterogene brugklas waarvan in ieder geval beide schoolsoorten mavo en havo onderdeel uitmaken.

  • 3 Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle aanvragen waarvan de schoolsoorten mavo en havo beiden onderdeel uitmaken te honoreren, worden deze aanvragen door middel van loting gerangschikt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, worden de overige binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling voldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen:

    • a. de subsidieontvanger draagt in het najaar van 2023 bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;

    • b. de subsidieontvanger levert desgevraagd informatie over de voortgang van de activiteiten genoemd in artikel 3;

    • c. de subsidieontvanger start in schooljaar 2021/2022 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;

    • d. in afwijking van onderdeel c, start de subsidieontvanger waarop artikel 6, vierde lid, van toepassing is, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;

    • e. de subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de organisatie van klassen in de eerste leerjaren is vermeld in openbare beleidsstukken van de school, zoals het schoolplan als bedoeld in artikel 24 van de WVO, artikel 21 van de WEC en artikel 50 van de WVO BES of in de schoolgids, bedoeld in artikel 24a van de WVO, artikel 22 van de WEC en artikel 51 van de WVO BES;

    • f. de subsidieontvanger zendt in het najaar van 2023 een rapportage over de periode vanaf schooljaar 2021/2022 aan DUS-I. De rapportage omvat ten minste een omschrijving van de voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en van de gerealiseerde doelen. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op dit vestiging in schooljaar 2021/2022;

    • g. in afwijking van onderdeel f, heeft de rapportage, indien het subsidie betreft die is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, betrekking op de periode vanaf schooljaar 2022/2023,

    • h. de subsidieontvanger informeert ouders, leerlingen en andere belanghebbenden, bijvoorbeeld via de website van de school, over het soort brugklassen waarin leerlingen onderwijs kunnen volgen.

Artikel 9. Besteding subsidie en verantwoording

  • 1 De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden vóór 1 januari 2025 uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

  • 3 De subsidieontvanger neemt op verzoek van de minister deel aan onderzoek naar de in het kader van deze subsidieregeling uitgevoerde activiteiten en de opbrengsten daarvan.

  • 4 Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Naar boven