Regeling standaarden examenkwaliteit WEB

Geraadpleegd op 19-06-2024.
Geldend van 01-08-2022 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 augustus 2021, nr. MBO/26721259, houdende vaststelling van de landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen (Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

Besluit:

Artikel 1. Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen

De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 behorend bij deze regeling.

Artikel 2. Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen BES

De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 behorend bij deze regeling.

Artikel 2a. Standaarden examenkwaliteit taalschakeltrajecten

De landelijke standaarden, bedoeld in de artikelen 7.4.3, tweede lid, en 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, worden voor de opleidingen educatie, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Regeling aanwijzing opleidingen educatie, vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 behorend bij deze regeling.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling standaarden examenkwaliteit WEB.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Bijlage 1. behorende bij artikel 1 van de Regeling standaarden examenkwaliteit WEB

Standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs Europees Nederland

Gebied Borging en afsluiting

BA1. Borging diplomering

De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

Basiskwaliteit

Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bestuur.

De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of een certificaat. Zij bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de student geleverde prestaties, afgestemd op de kwalificatievereisten of het certificaat, geborgd.

De examencommissie borgt in alle fasen van de examinering en diplomering de deskundigheid van de betrokken personen.

De examencommissie bewaakt op een cyclische manier haar eigen werkwijze en eigen kwaliteit met betrekking tot de borging van de examinering en diplomering en certificering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Zij geeft betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Hierover wordt jaarlijks verslag gedaan.

De examencommissie geeft op deugdelijke gronden mbo-verklaringen af. Tevens geeft zij vrijstellingen voor examenonderdelen op deugdelijke gronden.

BA2. Afsluiting

De opleiding onderbouwt dat de student voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma, een certificaat of een mbo-verklaring.

Basiskwaliteit

De opbouw en inrichting van de afsluiting voldoet aan de eigen vastgestelde kwaliteitseisen voor een betrouwbare diplomering en certificering. Dit sluit aan op de visie op het onderwijs van het team. De examinering is afgestemd op de kwalificatie-eisen wanneer het gaat om diplomering. Dit is inclusief de keuzedelen en de eisen ten aanzien van generieke examenonderdelen.

De examinering is valide en betrouwbaar en zorgt ervoor dat de student voldoet aan de voorwaarden tot diplomering of certificering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De opleiding betrekt de beroepspraktijk bij de examinering. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, houding en vaardigheden, waarbij onderdelen van de examinering in de reële beroepspraktijk plaatsvinden. Op basis van de bewijzen stelt de opleiding vast of een student de kwalificatie-eisen in voldoende mate beheerst.

De student is volledig en tijdig geïnformeerd over de kwalificatie-eisen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering. Deze informatie is voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.

Normering

Normering per standaard

Voor het beoordelen en waarderen van de examenkwaliteit van een opleiding worden de standaarden zoals hierboven beschreven gebruikt. Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert.

Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel standaard

Norm voor standaarden

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Normering voor het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting

Eindoordeel/waardering opleiding

Norm

Onvoldoende examenkwaliteit

De standaard Borging diplomering en/of Afsluiting is Onvoldoende.

Voldoende examenkwaliteit

De standaarden Borging diplomering en Afsluiting zijn Voldoende.

Er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de standaarden (BA1 Borging diplomering of BA2 Afsluiting) onvoldoende wordt of beide standaarden onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van voldoende examenkwaliteit als de standaarden Borging diplomering en Afsluiting allebei voldoende zijn.

Bijlage 2. behorende bij artikel 2 van de Regeling standaarden examenkwaliteit WEB

Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen Caribisch Nederland

Gebied Borging en afsluiting

BA1. Borging diplomering

De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

Basiskwaliteit

De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of een certificaat. Zij bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de student geleverde prestaties, afgestemd op de kwalificatievereisten of het certificaat, geborgd.

De examencommissie borgt in alle fasen van de examinering en diplomering de deskundigheid van de betrokken personen.

De examencommissie bewaakt op een cyclische manier haar eigen werkwijze en eigen kwaliteit met betrekking tot de borging van de examinering en diplomering en certificering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Zij geeft betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Hierover wordt jaarlijks verslag gedaan.

De examencommissie geeft op deugdelijke gronden mbo-verklaringen af. Tevens geeft zij vrijstellingen voor examenonderdelen op deugdelijke gronden.

BA2. Afsluiting

De opleiding onderbouwt dat de student voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma, een certificaat of een mbo-verklaring.

Basiskwaliteit

De opbouw en inrichting van de afsluiting voldoet aan de eigen vastgestelde kwaliteitseisen voor een betrouwbare diplomering en certificering. Dit sluit aan op de visie op het onderwijs van het team. De examinering is afgestemd op de kwalificatie-eisen wanneer het gaat om diplomering. Dit is inclusief de eisen ten aanzien van generieke examenonderdelen.

De examinering is valide en betrouwbaar en zorgt ervoor dat de student voldoet aan de voorwaarden tot diplomering of certificering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De opleiding betrekt de beroepspraktijk bij de examinering. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, houding en vaardigheden, waarbij onderdelen van de examinering in de reële beroepspraktijk plaatsvinden. Op basis van de bewijzen stelt de opleiding vast of een student de kwalificatie-eisen in voldoende mate beheerst.

De student is volledig en tijdig geïnformeerd over de kwalificatie-eisen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering. Deze informatie is voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.

Normering

Normering per standaard

Voor het beoordelen en waarderen van de examenkwaliteit van een opleiding worden de standaarden zoals hierboven beschreven gebruikt. Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert.

Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel standaard

Norm voor standaarden

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Normering voor het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting

Eindoordeel/waardering opleiding

Norm

Onvoldoende examenkwaliteit

De standaard Borging diplomering en/of Afsluiting is Onvoldoende.

Voldoende examenkwaliteit

De standaarden Borging diplomering en Afsluiting zijn Voldoende.

Er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de standaarden (BA1 Borging diplomering of BA2 Afsluiting) onvoldoende wordt of beide standaarden onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van voldoende examenkwaliteit als de standaarden Borging diplomering en Afsluiting allebei voldoende zijn.

Bijlage 3. behorende bij artikel 3 van de Regeling standaarden examenkwaliteit WEB

Standaarden examenkwaliteit taalschakeltrajecten

Gebied Borging en afsluiting

BA1. Borging diplomering

De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

Basiskwaliteit

Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bevoegd gezag.

De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma. Zij bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de deelnemer geleverde prestaties, afgestemd op de eindtermen, geborgd.

De examencommissie borgt in alle fasen van de examinering en diplomering de deskundigheid van de betrokken personen.

De examencommissie bewaakt op cyclische wijze haar eigen werkwijze en kwaliteit met betrekking tot de borging van de afsluiting en diplomering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Zij geeft betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Hierover wordt jaarlijks verslag gedaan.

De examencommissie borgt de kwaliteit van het examenreglement. De examencommissie geeft op deugdelijke gronden instellingsverklaringen af. Tevens geeft zij vrijstellingen voor examenonderdelen op deugdelijke gronden.

BA2. Afsluiting

De opleiding onderbouwt dat de deelnemer voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma of een instellingsverklaring.

Basiskwaliteit

De opbouw en inrichting van de afsluiting kennen samenhang met het onderwijsprogramma en voldoen aan de voorwaarden voor een betrouwbare diplomering en sluiten aan op de onderwijsvisie van de opleiding. De examinering is afgestemd op de eindtermen.

De examinering is valide en betrouwbaar en zorgt ervoor dat de deelnemer voldoet aan de voorwaarden tot diplomering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor deelnemers gelijkwaardig. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, inzicht en vaardigheden. Op basis van de bewijzen besluit de opleiding of een deelnemer de eindtermen in voldoende mate beheerst, zodat het onderwijsproces afgesloten kan worden.

De deelnemer is volledig en tijdig geïnformeerd over de eindtermen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering. Deze informatie is voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.

Normering

Voor het beoordelen en waarderen van de examenkwaliteit van een opleiding worden de standaarden zoals hierboven beschreven gebruikt. Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert.

Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel standaard

Norm voor standaarden

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Er is sprake van Onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de twee standaarden als Onvoldoende wordt beoordeeld of beide standaarden als Onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van Voldoende examenkwaliteit bij een opleiding als de standaarden allebei Voldoende zijn.

Naar boven