Regeling specifieke uitkering domein-overstijgend samenwerken

[Regeling vervalt per 31-12-2024.]
Geraadpleegd op 18-04-2024.
Geldend van 27-03-2024 t/m heden

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 augustus 2021, kenmerk 3229807-1007502-LZ, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering in het kader van het experiment domein-overstijgend samenwerken (Regeling specifieke uitkering domein-overstijgend samenwerken)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bijdragen van derden: bijdragen die de uitkeringsontvanger van een ander dan de Minister voor de middels de uitkering te financieren of gefinancierde activiteit ontvangt en die de uitkeringsontvanger aanwendt voor de middels de uitkering te financieren of gefinancierde activiteit;

  • centraal persoon: een door de gemeente aan een cliënt toegewezen persoon die deze cliënt ondersteunt bij het experiment;

  • cliënt: door middel van een gevalideerd screeningsinstrument geselecteerd, thuiswonend, kwetsbaar persoon met een hulpvraag die één van de financieringsdomeinen overstijgt en waarvoor, in het kader van deelname aan het experiment, meerkosten worden gemaakt;

  • coördinerende gemeente: een gemeente die optreedt als aanvrager van de uitkering ten behoeve van zichzelf en andere gemeenten;

  • domein-overstijgend samenwerken: samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders, ter uitvoering van het experiment, zoals vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst;

  • eigen bijdrage: bijdrage van de uitkeringsontvanger zelf voor de middels de uitkering te financieren of gefinancierde activiteit;

  • experiment: door middel van domein-overstijgend samenwerken zorgen dat een cliënt gebruik kan maken van een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of informele ondersteuning of zorg die wordt gedekt door een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1 van de Zorgverzekeringswet, zodanig dat op een verantwoorde manier, later of geen gebruik wordt gemaakt van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg;

  • financieringsdomeinen: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg;

  • meerkosten: door een valide monitor gestaafde kosten die ten behoeve van een cliënt die deelneemt aan het experiment worden gemaakt door de gemeente;

  • Minister: de Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • regio: een regio als zodanig aangewezen op basis van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg;

  • samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst tussen de partijen die domein-overstijgend samenwerken, die invulling geeft aan de randvoorwaarden waaronder uitvoering gegeven wordt aan het experiment;

  • uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;

  • zorgkantoor: een zorgkantoor als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg.

Hoofdstuk 2. Doel van de regeling en te bekostigen activiteiten

Artikel 3. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel domein-overstijgende samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren te stimuleren, teneinde de zorg thuis te verbeteren zodat de vraag naar zorg waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorg kan worden uitgesteld of voorkomen.

Artikel 4. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt

  • 1 De Minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende gemeente of gemeente voor:

    • a. de meerkosten die worden gemaakt bij de uitvoering van een experiment waarbij een cliënt onder begeleiding staat van een centraal persoon; dan wel

    • b. de uitvoering van een experiment waarbij geen gebruik wordt gemaakt van begeleiding van een cliënt door een centraal persoon.

  • 2 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor activiteiten in de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.

Hoofdstuk 3. Uitkering experimenten domein-overstijgend samenwerken

Artikel 5. Hoogte van de uitkering

  • 1 De hoogte van een uitkering bestaat per coördinerende gemeente of gemeente bij de uitvoering van een experiment als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, uit een bedrag van € 2.725 per cliënt.

  • 2 De hoogte van een uitkering aan de coördinerende gemeente of gemeente voor de uitvoering van een experiment als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, bestaat uit een bedrag van maximaal 80% van de kosten van een experiment.

Artikel 6. Uitkeringsplafond

  • 1 Voor de eerste aanvraagperiode bedraagt het eerste uitkeringsplafond € 26,7 miljoen.

  • 2 Het uit hoofde van het eerste uitkeringsplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld door middel van loting, indien het totaal aangevraagde bedrag in de eerste aanvraagperiode het eerste uitkeringsplafond overschrijdt.

  • 3 Voor de tweede aanvraagperiode bedraagt het tweede uitkeringsplafond € 26,7 miljoen min het bedrag van het aantal in de eerste aanvraagperiode verleende uitkeringen gezamenlijk.

  • 4 Het uit hoofde van het tweede uitkeringsplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld door middel van loting, indien het totaal aangevraagde bedrag in de tweede aanvraagperiode het tweede uitkeringsplafond overschrijdt.

Artikel 7. Aanvraag van de uitkering

  • 1 De aanvraag tot verlening van een uitkering kan door de coördinerende gemeente of gemeente worden ingediend in de periode van:

    • a. 20 november 2023 09:00 uur tot en met 15 januari 2024 18:00 uur; of

    • b. 18 maart 2024 09:00 uur tot en met 14 april 2024 18:00 uur.

  • 2 Voor activiteiten ten behoeve van een gemeente wordt slechts eenmalig een uitkering verstrekt. Voor de aanvraag wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een advies ondertekend door een daartoe bevoegd persoon van het zorgkantoor in de regio waartoe de gemeente of coördinerende gemeente behoort.

  • 4 Indien een coördinerende gemeente een aanvraag indient, wordt de aanvraag ondertekend door een daartoe bevoegd persoon van de coördinerende gemeente en medeondertekend door een daartoe bevoegd persoon van de overige deelnemende gemeenten.

  • 5 Een gemeente ondertekent ten hoogste één aanvraag per aanvraagperiode.

  • 6 De aanvraag die ziet op een experiment als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, gaat vergezeld van een gespecificeerde begroting van de kosten voorzien van een adequate financiële onderbouwing en de hoogte van de eigen bijdrage en bijdragen van derden, die tezamen ten minste 20% van de totale begrote kosten uitmaken.

Artikel 8. Verlening en bevoorschotting

  • 1 De Minister neemt binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode waarin door een coördinerende gemeente of gemeente een aanvraag is ingediend een besluit tot verlening van een uitkering.

  • 2 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering verleend wordt, het bedrag van de uitkering, het bedrag van de eigen bijdrage tezamen met het bedrag van de bijdragen van derden, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

  • 3 De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 9. Verplichtingen verbonden aan de uitkering

  • 1 De gemeente of coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de Minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht.

  • 2 De gemeente of coördinerende gemeente informeert de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend.

  • 3 De gemeente of coördinerende gemeente werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor:

    • a. het nemen van een besluit over het verstrekken van de uitkering, of

    • b. de ontwikkeling van het beleid van de Minister.

  • 4 De verplichting, bedoeld in het derde lid, houdt in elk geval in dat de gemeente of coördinerende gemeente meewerkt aan monitoring van de resultaten door middel van een door de Minister vastgesteld format.

Hoofdstuk 4. Afsluitende algemene bepalingen

Artikel 10. Verantwoording

  • 2 De gemeente vraagt uiterlijk op 15 juli na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht, de vaststelling aan door verantwoordingsinformatie aan de Minister te verstrekken op de wijze bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11. Vaststelling van de uitkering

  • 1 De Minister besluit binnen 38 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 10, over de vaststelling van de uitkering.

  • 2 Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in het besluit tot verlening.

  • 3 Bij een aanvraag tot vaststelling voor een experiment als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, waarbij de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, bestaat de hoogte van de uitkering uit de voor het experiment gerealiseerde kosten, verminderd met het bedrag van de begrote eigen bijdrage en de begrote bijdragen van derden tezamen of het bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage en de gerealiseerde bijdragen van derden tezamen indien dit hoger is dan het bedrag van de begrote eigen bijdrage en de begrote bijdragen van derden tezamen, tot maximaal het in het besluit tot verlening genoemde bedrag van de uitkering.

Artikel 12. Hardheidsclausule

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking op een door de Minister te bepalen tijdstip en vervalt met ingang van 31 december 2024.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering domein-overstijgend samenwerken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

H.M. de Jonge

Naar boven